Site-archief

Avontuur in Groningen

Meindert Talma

.

Meindert Talma is romancier en muzikant en groeit op in het Friese Surhuisterveen. Maar ook dichter. Na de romans ‘Dammen met ome Hajo uit 1999 en Kriebelvisje uit 2003 verschijnt van hem in 2011 zijn debuutbundel als dichter ‘Laat het orgel jammeren’. Uit deze bundel het gedicht ‘Avontuur in Groningen’.

.

Avontuur in Groningen

.

Ik wil eens in Groningen kijken

of ik er misschien ook een mooi

avontuur kan beleven

had hij de vorige dag tegen zijn moeder gezegd.

Die had geen bezwaar gemaakt.

Je moest er tegenwoordig

uit halen wat er uit te halen viel.

Haar zoon moest zijn avontuur

daar in de grote stad morgen

maar eens ten volle aangaan.

Dat leek haar helemaal

niet zo’n verkeerd idee.

.

laathetorgeljammeren-boekomslag-m

SV-Meindert Talma

 

Michael Higgins

President van Ierland en dichter

.

Wat is dat toch, schrijvers en dichters en politiek. Op de een of andere manier blijken schrijvers en dichters zich in het openbare debat en zeker als er sprake is van verzet tegen een junta of dictatuur nogal te manifesteren. Dat is geen nieuw gegeven. Als er dan een democratiseringsproces op gang komt wil het nog wel eens voorkomen dat deze zelfde schrijvers en dichters actief zich in de politiek gaan begeven.

Een ander verhaal is het in het geval van Michael Higgins. Higgins (1941) werd geboren in het Ierse Limerick (een betere achtergrond om dichter te worden kun je je bijna niet wensen).  Hij studeerde in Galway, doceerde politicologie en sociologie. Tijdens zijn studie werd Higgings politiek actief. Voor Labour, werd hij gekozen tot lid van de City Council van Galway. In latere jaren zou hij ook een aantal keer tot Lord Mayor (burgemeester) worden gekozen.

In 2011 werd hij gekozen tot President van Ierland. Voor die tijd publiceerde hij een aantal dichtbundels als ‘The Betrayal(1990), ‘The Season of Fire’ (1993), en ‘An Arid Season’ (2004).

In februari 2015 werd echter voor het eerst weer een gedicht van hem gepubliceerd sinds hij aantrad als president met de titel ‘The prophets are Weeping’. Sinds oktober 2014 heeft hij eraan gewerkt en het gedicht gebruikte hij op zijn officiële kerstkaart. Higgins werd voor dit gedicht geïnspireerd door de vluchtelingenstromen in Irak en Syrië. Zijn laatste bundel stamt alweer uit 2011 ‘New and selected poems’.

.

The Prophets are Weeping:

.

To those on the road it is reported that

The Prophets are weeping,

At the abuse

Of their words,

Scattered to sow an evil seed.

Rumour has it that,

The prophets are weeping.

At their texts distorted,

The death and destruction,

Imposed in their name.

The sun burns down,

On the children who are crying,

On the long journeys repeated,

Their questions not answered.

Mothers and Fathers hide their faces,

Unable to explain,

Why they must endlessly,

No end in sight,

Move for shelter,

for food, for safety, for hope.

The Prophets are weeping,

For the words that have been stolen,

From texts that once offered,

To reveal in ancient times,

A shared space,

Of love and care,

Above all for the stranger.

.

Michael-D-Higgins-Ireland-007

 

Brabant vertelt

Literaire wandeling Helmond

Op de website http://www.brabantvertelt.nl/ is een app te downloaden met daarop een aantal routes door Noord-Brabant, samengesteld door het BKKC, het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur. Eén van deze routes loopt door Helmond. Een groot aantal gedichten op deze route wordt via de app voorgelezen. Meer literaire gedichten staan op tientallen bankjes waar men even rustig kan verpozen. Ook op de Koninginnewal zijn gedichten te vinden, afkomstig van kinderen van Helmondse basisscholen. De poëzie is ingesproken door voormalig stadsdichter Bert Kuijpers.  De wandeling, die zo’n dertig minuten in beslag neemt, begint en eindigt bij de bibliotheek aan de Watermolenwal. Naast de gedichten zijn in de app foto’s en achtergrondinformatie opgenomen.

Bert Kuijpers was van 2007 tot 2011 stadsdichter van Helmond. Eén van zijn gedichten is te lezen op de Grafheuvels van Ashorst. Daar werd op 27 mei 2010 het Kunstwerk De schaar onthuld. De schaar is ontworpen op basis van een van de voorwerpen die gevonden werd tijdens de archeologische opgravingen in de negentiger jaren van de vorige eeuw. Speciaal ter gelegenheid van de onthulling maakte voormalig stadsdichter Bert Kuijpers een gedicht.

.

Waar Helmonds ver verleden heel diep zat weggestopt.

En wachtend op ons zoeken zijn spullen goed bewaarde

In moerassige grond van onschatbare waarde.

Waar eeuwenlang een hart vol mysteries klopt

Daar vonden wij al wroetend in ongewoelde aarde

Historisch erfgoed, wel schaars en heel beknopt.

Dat zich in vaardige handen als grote schat ontpopt

En zich archeologisch als juweel openbaarde.

Want ook de kleine schaar, die in de Ashorst rustte,

Schijnbaar toevallig in aarden labyrint,

Simpel symbool wellicht van ons onderbewuste.

Trotseert op deze plek eeuwenlang weer en wind,

Waar het heden nu hier het verleden kuste,

Niet knipt maar ons met aarde bindt.

.

ah_schaarplaquette

brabant_vertelt568x568-169x300

Arthur Rimbaud

De tuin van de Franse poëzie

.

In 2011 verscheen van Paul Claes de bloemlezing ‘De tuin van de Franse poëzie, een canon in 100 gedichten’. In deze lijvige bundel (440 pagina’s). In deze bundel staat van elke dichter die is opgenomen een korte biografie, een typering van het werk, een bibliografie en commentaar door Claes.

Van Arthur Rimbaud (1854 – 1891) zijn (vanzelfsprekend) meerdere gedichten opgenomen. Van het gedicht ‘De slaper in het dal’ zegt Claes: Een antimilitaristisch anthologiestukje van een voorlijke adolescent. Oordeel zelf.

.

De slaper in het dal

.

Een plek vol groen waar een rivier door zingt

Die ’t kruid met flarden zilver onbesuisd

Bespat; vanaf het fier gebergte blinkt

De zon: een klein dal dat van stralen bruist.

 

Een jong soldaat, blootshoofds, met open mond,

De nek in blauwe kers gedompeld, ligt

In openlucht te slapen op de grond,

Bleek in zijn groene bed vol plenzend licht.

 

Zijn voeten in het lis, zo slaapt hij. Zwakjes

Lachend zoals een ziek kind, soest hij zachtjes:

Natuur, wieg hem vol warmte: kou heeft hij.

 

De geuren doen zijn neusvleugels niet trillen;

Hij slaapt in de zon, één hand op zijn stille

Borst, rechts twee rode gaten in de zij.

.

Tuin der

 

 

arthur-rimbaud

Van straks en later

Uit: Zoals de wind in maart graven beroert

.

Op verzoek plaats ik hier nog eens een gedicht van mijzelf. Uit mijn laatste (papieren) bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ het gedicht ‘Van straks en later’ uit het 4e hoofdstuk ‘Wie er moet zijn is aanwezig’.

.

Van straks en later

.

Wat hier toekomt

aan het heden

ligt aan mijn voeten

als nooit tevoren

.

de ingebeelde morgen

en die daarna

vragen om mijn onverdeelde aandacht

.

terwijl

.

de klapwiekende koolmees

op zoek naar worm en nest

de toekomst draagt

in het alledaagse

.

de was van gisteren

nog klam van de koude nacht

de droogte nog wat

uitstelt

.

zo breekt mijn morgen

bijna aan

in wat er nu

staat te gebeuren

.

3d-zoals-de-wind

 

De bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ is te koop voor € 12,- laat een berichtje achter als je een bundel wil kopen.

Bernardo Ashetu

(bijna) vergeten dichter

.

Bernardo Ashetu (pseudoniem van Henk van Ommeren) leefde van 1929 tot 1982 en was Surinaams dichter. Ashetu debuteert in 1962 in de reeks Antilliaanse Cahiers van de Bezige Bij met de bundel ‘Yanacuna’ met gedichten en prozagedichten. Zijn poëzie is in in die dagen afwijkend van de mainstream poëzie die vooral strijdbaar is. Ashetu schrijft gevoelige gedichten waarin hij fijnzinnig observeert hoe droom en werkelijkheid uit elkaar groeien en er slecht droefenis overblijft voor alle ontheemden overal ter wereld.

Bernardo Ashetu, zoon van een joodse moeder en een creoolse vader, voelde zich een ‘zwarte’ dichter en verwant aan Stokely Carmichael, Aimé Césaire, Frantz Fanon. Zijn poëzie heeft evenwel de klankrijkdom die Gezelle, Gorter, Van Ostaijen, Engelman, Lodeizen aan de Nederlandse taal wisten te geven.

In 1995, dertien jaar na zijn overlijden verschijnen er gedichten van zijn hand in tijdschriften als Bzzlletin, Poëziekrant, De Tweede ronde en Dietsche Warande. In 1995 worden gedichten van hem gepubliceerd in de Spiegel van de Surinaamse poëzie. In 2002 verscheen een bundeltje van hem in Paramaribo met als titel ‘Marcel en andere gedichten’ en in 2007 een keuze uit zijn werk (door Gerrit Komrij  samengesteld) met de titel ‘Dat ik zong’. Ook in 2007  verscheen een bibliofiele editie van zijn gedicht ‘Indiaans’. In 2011 tenslotte verscheen bij IndeKnipscheer de bundel ‘Dat ik je liefheb’ samengesteld door Michiel van Kempen.

Uit ‘Yanacuna’ het gedicht ‘Baleh-baleh’.

.

Baleh-baleh

Och, dat ik rijk ware

dat ik water had

en land

en wolken,

dat ik rijk ware

en de macht had

om zon en duister,

bloed en adem

te zetten naar mijn wil –

Och, dat ik rijk ware

en het beter had

alleen maar om lang te rusten

om lang en zoet en lang

te rusten een baleh-baleh

met klamboe van rode zijde

.

 

Bernardo

 

Yanacuna

dat ik je liefheb

 

Meer lezen over Bernardo Ashetu of zijn poëzie kun je op http://werkgroepcaraibischeletteren.nl/tag/ashetu-bernardo/page/7/

Poëzie en kunst

Sophia Kemp

.

Sophia Kemp  is afgestudeerd master Illustration aan het Camberwell College of Art and Design, University of the Arts London in 2011. Daarna studeerde ze af als Bachelor Illustration and Graphic Design bij het Central Saint Martins College of Art and Design, University of the Arts London in 2006.

Tegenwoordig schrijft en tekent ze een serie geïllustreerde gedichten in de hoop deze te kunnen publiceren in de nabije toekomst. Van haar hand zijn een aantal gedichten en illustraties die goed laten zien dat poëzie en beeld (grafisch, tekeningen, afbeeldingen e.d.) heel goed samen kunnen gaan.

Hieronder een aantal voorbeelden van haar gedichten op tassen en t-shirts.

.

Kemp

Kemp_2

Kemp3

Kemp4

Meer voorbeelden van haar gedichten/illustraties vind je op http://sophiakemp.wix.com/skillustrations#!

Poëzie op pootjes

Poster in de centrale bibliotheek van Den Haag

.

Net als in 2011 heb ik ook in 2014 meegedaan aan een poëzieproject van de R.G. Ruijs stichting en het Prins Bernhard Cultuurfonds met als aanstekelijke titel Poëzie op pootjes. Poëzie op pootjes organiseert om de drie jaar (vanaf 2005) een gedichteninzamelingsproject. Of zoals ze het zelf zeggen:

Iedere Hagenaar heeft wel een eigen verhaal over zijn of haar leven in de stad, dan wel zijn of haar beleving van de stad. Den Haag staat dus centraal, maar niet zozeer de stad alswel dat wat de bewoners van Den Haag zelf voelen over hun leven in de stad. Het gaat bij Poëzie Op Pootjes nadrukkelijk niet om een wedstrijd. De bedoeling is simpelweg om op deze manier zoveel mogelijk gedichten over de persoonlijke Haagse beleving te vergaren. Wel zal er nadrukkelijk worden gezocht naar (potentiële) kwaliteit en nieuw talent.

Zoals gezegd ook in 2014 een gedicht van mijn hand. Na ‘Oud Eik en Duinen’ in 2011 (zie onder gedichten) nu dus een gedicht dat mij ‘overkwam’ het afgelopen jaar met als titel ‘Lijn 24’ met een prachtig voorbeeld van Haagse humor.  Vandaag ontving ik van de organisatie het bericht dat mijn gedicht te lezen zal zijn (vanaf 5 januari) op grote posters in de centrale bibliotheek van Den Haag.

.

Lijn 24

 

Voor de chauffeur is de mens, de

menigte, groepje, stroom of clubje

mensen, bron van zijn bestaan

 

Onderscheid maakt hij niet

zolang ze zich maar gedragen.

Sommigen ziet hij liever;

 

De rokjes, strakke truitjes,

goeiedag zeggers, vrolijke

vriendelijke vroegemorgenvrouwen.

 

Anderen maken zijn werk tot een last,

blijven hangen in het pad, gaan niet

zitten, houden op. Dan roept hij om:

 

Dames en heren,

het achterste deel van deze bus

gaat ook naar het Centraal Station

.

poezieoppootjes

Men mag er niet aan denken

Paul Bogaert

.

Paul Bogaert (1968) is een Vlaams dichter. Hij studeerde Germaanse filologie aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Hij publiceerde tot nu toe vijf gedichtenbundels. In 1996 debuteerde hij met de bundel ‘Welkom Hygiëne’. In 2008 schreef hij het Gedichtendagessay (Verwondingen).  In oktober 2010 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste poëzieprijs van de Nederlanden. In 2011 kreeg Paul Bogaert de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Poëzie voor zijn bundel ‘de Slalom soft’; de bundel waarmee hij ook de Herman de Coninckprijs won in 2010.

Op zijn website http://www.paulbogaert.be/ zijn de gedichten van drie bundels integraal te lezen. Uit de bundel ‘Circulaire systemen’ uit 2002 het gedicht ‘Men mag er niet aan denken’.

.

Men mag er niet aan denken
dat het herbegint.
Men is op versnelling uit.
Men oefent in afwachting een uitspraak
of men staart zo een detail aan
dat het irritant wordt.
Niemand ontsnapt
aan gewenning.
Zelfs voor wie er niet aan went,
is hetzelfde nooit genoeg.

.

PB circulaire

 

paul bogaert

Te leen

Muziek in poëzie

.

Ik zal de komende tijd wat vaker gedichten met jullie delen die over muziek gaan. Ik schreef al vaker over tekstdichters, liedjesmakers en muzikanten die poëtische teksten schrijven maar nu dus liedjes en muziek in de tekst zelf. Door de tijden heen hebben dichters muziek en het lied als onderwerp gekozen voor hun poëzie. Van Guido Gezelle tot Stefan Nieuwenhuis. In deze nieuwe categorie gedichten uit alle tijden van verschillende dichters, te beginnen met de dichter Bart Moeyaert.

Bart Moeyaert (Brugge, 1964) is schrijver van met name jeugdboeken, dichter en docent Creatief Schrijven aan de afdeling Woordkunst van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Van 2006 tot 2008 was hij Stadsdichter van Antwerpen. Hij ontving verschillende literaire prijzen voor zijn jeugdboeken ( Deutsche Jugendliteraturpreis, de Boekenleeuw en de Zilveren griffel) en werd in 2009 genomineerd voor de J.C.Bloem-poëzieprijs 2009.

Uit: ‘Als een geheim zat in ons huis een ander huis verborgen’, De Maan, Mechelen 2011 het gedicht ‘Van mij’.

.

Van mij

.

Je zong een liedje

en je zei: dit liedje

is alleen van mij.

Ik vroeg: moet je

niet zeggen: was?

Je keek verveeld.

Je zei: Waarom?

Ik zei: dat je dat zegt.

Wat je net zong heb je

gedeeld, want noten

zijn van iedereen.

Je krijgt ze maar

een liedje lang.

Zolang het duurt,

zei ik. Te leen.

.

bart moeyaert