Site-archief
Er staat nog een stoel
Marijke Hooghwinkel²
.
Afgelopen vrijdag kwam ik Marijke Hooghwinkel tegen bij een voordracht in Breda. Thuis gekomen nam ik haar bundel ‘er staat nog een stoel’ er weer eens bij die ze in oktober 2016 publiceerde bij uitgeverij MeerPeper. Het was de wens van Derrel Niemeijer, de ons helaas ontvallen dichter en naast Lea Theunissen, medeoprichter van de uitgeverij, om Marijke bij MeerPeper te laten debuteren.
Marijke is autonoom beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en ze organiseert het 1m² Podium. Een van haar thema’s is Onderweg en Ruimte. In de bijzonder fraai en met zorg uitgegeven bundel ‘er staat nog een stoel’ staan 28 gedichten, allemaal zonder titel en allemaal persoonlijk van toon zoals ook het volgende gedicht.
.
waar realiteit
lekt
vallen kelders
.
hier blijf ik staan
op de
.
drempel
.
zie ik jou in mij zie ik
mij in jou wij ballen ons
samen
.
hier blijf ik staan
naar andere diepten
waar jij zult verlangen
naar mij
.
of zal ik deze spiegel metéén
leegvegenwant
jij kijkt vanuit jouw taal
.
mijn blik kruist ooit
vooruit met jou mee
…
.
Achterover opgroeien
Maartje Smits
.
Hoewel dichter Maartje Smits (1986) zichzelf op haar website http://www.maartjesmits.nl omschrijft als een schrijvend detective is zij voor mij toch echt een dichter. In 2009 is Maartje afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, bij de afdeling Beeld & Taal. In 2011 voltooide ze haar Master in Design aan het Sandberg Instituut. Naast dat ze columns voor De Groene Amsterdammer schrijft geeft ze les aan de Gerrit Rietveld Academie en op ArtEZ (Arnhem). Haar achtergrond op de Rietveld Academie (Beeld & Taal), komt vooral naar voren in de vele gedichten die ze van clips heeft voorzien en die je kunt vinden als je op haar naam googeld en zoekt op video’s.
In 2012 stond ze al eens, onder andere samen met de toen nog volledig onbekende Marieke Rijneveld, op het podium van Ongehoord! In 2016 was ze één van de Poëziebusdichters. Na haar debuutbundel ‘Als je een meisje bent’ in 2015 volgde in 2017 de poëziebundel ‘Hoe ik een bos begon in mijn badkamer’. Uit haar debuutbundel ‘Als je een meisje bent’ het gedicht ‘Achterover groeien’.
.
achterover opgroeien
.
het begint met onderwaterlikken
koprollen de tong naar buiten
elkaar proberen te raken
achterover opgroeien maar desgevraagd
het gevolg ervan binnenstebuiten
keren
borsten wegbidden
een jaar lang vergeving vragen
uitdijen tot stilstand verzuipen
het zwembad heet nu spleasure centrum
de abdicatie van je vrouwelijkheid
de haak
de badmeester
de buurjongen
vergeten
vergeten
.
Michiel van Opstal
Jonge dichters
.
In het kader van mijn nieuwe categorie waarin ik jonge talentvolle dichters extra aandacht geef, vandaag de Vlaamse dichter Michiel van Opstal (1992). Deze Vlaamse dichter kun je kennen van zijn optredens op podia als Balonnenvrees, You on Stage, Sprekende Ezels en Boomtown (allen in Vlaanderen) of van de Poëziebus toer 2016. Michiel van Opstal zou graag de stadsdichter van Hoogstraten worden in 2019 en hij schrijft graag over alledaagse dingen en laat zich inspireren door ontmoetingen met plompe passanten, dwalende dwazen en machtige muzes. Michiel vormt samen met Gust Peeters en Daan Janssens het bestuur van de VZW Poëziebus in Vlaanderen.
.
Midlife man
.
Hij
legt zich
erbij neer
.
hoe
het leven
rondom hem
.
omhoog
.
rijst
.
als versgebakken brood
.
met hem
er middenin
.
als verloren
gelopen
rozijn
Plekken waar het misgaat
Merel van Slobbe
.
In de categorie ‘Jonge dichters’ vandaag dichter Merel van Slobbe. Merel van Slobbe (1992) schrijft gedichten en verhalen. Ze studeert filosofie aan de Radboud Universiteit, waar ze in 2016 campusdichter was. In 2017 won ze de Meander Dichtersprijs en in 2018 werd ze tweede bij de Turing Gedichtenwedstrijd. Ze zit in een talentontwikkeltraject van Productiehuis De Nieuwe Oost. Het gedicht ‘Plekken waar het misgaat’ was een van de gedichten waarmee ze meedeed bij de Meander Prijs 2017. Lees meer van en over haar op haar website https://merelvanslobbe.com/
.
Plekken waar het misgaat
.
We zitten op het dak en denken
als we het verschil tussen dicht en te dicht
bij de rand maar zouden weten.
We proberen woorden te verzinnen
voor het moment vlak voor je breekt
bij gebrek aan beter noemen we elkaar astronaut.
Ik zeg: op sommige dagen raak ik nog steeds
in elk winkelcentrum mijn moeder kwijt.
Het liefst zou ik navelstrengen verzamelen
ik zou ze bewaren op de plekken waar het misgaat:
tussen dode vetplanten
in een lege agenda.
In plaats daarvan leren we
op hoeveel verschillende manieren een koffiekopje
kan breken op de keukenvloer.
Het is niet erg:
ooit zal elk kopje het opgeven.
Dus gooi jezelf voorzichtig van de rand
ik vond een klein heelal tussen je lichaam
en alle dingen waar het aan kapot gaat.
.
Mond vol demonen
Daniël Dee
.
Op de dag dat Daniël Dee (1975) aankondigt op Facebook dat hij een week in afzondering gaat om zijn nieuwe bundel af te maken, lees ik zijn bundel ‘Mond vol demonen’ uit 2016. Deze bundel is één van de bundels uit de doos van Passage waarin naast ‘Mond van demonen’ nog 9 andere bundels zitten.
Wat ik vooral zeer waardeer aan de poëzie van Daniël is zijn georkestreerde gekte zoals ik het graag noem. Zijn soms bizarre wendingen, de onderwerpen van zijn poëzie en de liefde waarmee hij over zijn kinderen schrijft (vader van dochters, herkenning vandaar). En de humor ligt altijd op de loer, niet als middel maar als bijproduct. Een heerlijke bundel kortom. Daniël heeft me eens gezegd dat hij mijn keuze van gedichten uit bundels zo apart vindt, blijkbaar zou hij juist voor een andere gedicht kiezen dan dat ik dat doe. Benieuwd hoe hij over de keuze voor ‘We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten’ denkt.
.
We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten
.
Ineens was ik omsingeld. Ik weet niet hoeveel er waren. Zeven of acht. Het was echt
een traumatische ervaring. Een nachtmerrie. Ik wilde snel even een broodje kopen
in de supermarkt voor mijn lunch. Ze zaten allemaal in van die scootmobiels. Het
metallic, rode, blauwe metaal glom. Het was een chaotische blur van zuurstoftanks,
gerochel, shagrook en vetkwabben. Ze reden doelbewust tegen mijn schenen, mijn
achilleshiel.
.
Ze zijn te dik en leven te lang. Van onze belastingcenten. Die babyboomers – meer
dood dan levend – teren enkel op ons; zij zijn de parasieten van onze maatschappij.
Ergens is er iets misgegaan. Ze dragen niets bij. Dat geld kunnen we beter steken in
het onderhouden en uitbreiden van ons snelwegennet.
.
Kan de regering niet een vloot drones op ze loslaten. Drones met artificiële intel-
igentie die de vraag stellen waarom ze op maandagmiddag niet aan het werk zijn.
Als ze geen geldige reden hebben, laat zo’n drone dan een dodelijke injectie afschie-
ten. Dat is het meest efficiënt en het meest humaan voor alle betrokkenen. Zwarte
drones lijken me het beste, dat is indrukwekkend en angstaanjagend. Nee, drones in
camouflagekleuren zodat ze ze niet aan zien komen vliegen en geen tijd hebben om
te vluchten. En laat de drones eerst schieten en dan pas vragen stellen, beter safe
than sorry.
.
Laat de regering dat probleem eens aanpakken. De ziektekosten rijzen toch de pan
uit? De frituurpan in dit geval.
.
Als we ermee kunnen leven
Jill Marchant
.
De Vlaamse Jill Marchant was één van de Poëziebusdichters die mee ging met de toer door Nederland en Vlaanderen in 2016. Ze gluurt graag, vangt details op uit flarden van conversaties en van het leven. Jill heeft een blog https://verhaalgemaak.wordpress.com en ze was winnaar van Naft voor het woord 2016. Ze staat met regelmaat op podia in Vlaanderen en publiceerde in Meander, Kluger Hans en Gierik. Naast haar litaraire werk is ze job- en loopbaancoach.
Van haar hand het gedicht “Als we ermee kunnen leven”.
.
Als we ermee kunnen leven
.
I.
het sap van de bomen
wat stuwt het sap van de bomen omhoog gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf
.
het water
wat duwt het water neerwaarts wanneer breekt het
breekt het een val
.
ik loop tot waar ik uitmond
op tocht gedurig vaste lijnen zoek om mijn lichaam
te herbergen
.
als we er niet langs kunnen
moeten we erdoor als we ermee kunnen leven
laat het dan vrij
.
het is een zekerheid
een rotsflank boven water gelijk ons hart ons bloed
in ons lijf
.
elke zekerheid was eerst een keuze
en een keuze herbergt voor even
breekt een val
.
als we ermee kunnen leven laat het dan vrij
.
II.
ik laat je vrij omdat je vrij bent
ja
(dit is zo’n moment om ja te zeggen)
.
Bibliobus
Lévi Weemoedt
.
Zondag dus een gedicht van de dichter van de maand februari Lévi Weemoedt. Toen ik in zijn bundel ‘Met enige vertraging’ uit 2016 (mijn exemplaar) aan het bladeren was viel mijn oog op het woord bibliobus in het gedicht ‘Overnamerecht’. Een bibliobus is een rijdende bibliotheek voor met name plattelandsgebieden waar geen vaste bibliotheekvestigingen zijn. En omdat ik nou eenmaal bibliothecaris ben van beroep was de keuze dit keer erg makkelijk.
.
Overnamerecht
.
Goed nieuws vandaag! In de buurt van Alkmaar
komt binnenkort een bibliobus te rijden
met over de gehele, niet geringe lengte
een dichtregel van Lévi Weemoedt.
.
Ik heb hieraan mijn plechtige
handgeschreven goedkeuring verleend
en gevraagd om één bewijsexemplaar.
.
Levensloop
Menno Wigman
.
Gisterochtend overleed de dichter, schrijver en essaist Menno Wigman (1966) aan een hartziekte. Menno Wigman debuteerde in 1997 met de bundel ‘Zomers stinken alle steden’, waarmee hij meteen doorbrak naar een groot publiek. Ook met zijn latere werk oogstte hij succes bij zowel de critici, de pers als het publiek.
Zijn laatste bundel, ‘Slordig met geluk’, verscheen in 2016 en werd afgelopen nog woensdag voorgedragen voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Volgens zijn uitgever heeft dit nieuws hem nog bereikt.
Behalve gedichten publiceerde Wigman ook essays en een autobiografisch werk. Zijn gedichten zijn vertaald in onder meer het Frans, Engels en Duits.
Van 2012 tot 2014 was Wigman stadsdichter van Amsterdam en moest hij regelmatig her en der opdraven. Achteraf was dat een te zware periode, moest hij vaststellen toen hij met een hartkwaal op de intensive care belandde. Uiteindelijk was het dus die hartkwaal die hem noodlottig werd. Een mooi inhoudelijk stuk over zijn leven en poëzie kun je lezen op https://www.volkskrant.nl/boeken/een-leven-verpest-door-poezie-maar-hij-kon-het-niet-laten-dichter-menno-wigman-51-overleden~a4564840/
Menno Wigman ontving in 2002 de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Zwart als kaviaar’ en in 2015 de A. Roland Holst-penning.
Ik heb gekeken of ik een toepasselijk gedicht van zijn hand kon vinden. Het is het gedicht ‘Levensloop’ geworden uit zijn bundel ‘Dit is mijn dag’ uit 2004 waarbij vooral de laatste regels me deden besluiten voor dit gedicht te kiezen.
.
Levensloop
.
Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,
de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
mijn vader die zich in een blazer hees,
het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,
zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf
zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
correct, zijn ogen dapper op de weg.
Geen zin in dom geworstel met de dood.
Hoe alles wat ik nog te zeggen had
onder de wielen van de tijd wegstoof.
.
10.000 kleine voorwerpen
Wibo Kosters
.
In 2016 was éen van de deelnemende dichters aan de Poëziebustoer de dichter Wibo Kosters (1978). Wibo is schrijver, dichter, organisator en performer. Op zijn website https://wibokosters.nl staat een erg lange lijst van optredens vanaf 2007 maar ook samenwerkingen die hij aanging met beeldende kunstenaars. Van 2017 – 2019 is hij stadsdichter van Deventer en hij maakt deel uit van dichterscollectieven ‘Brommerdief’ en ‘de korte metten’. In de poëziebusbundel werd het gedicht ‘10.000 kleine voorwerpen’ geplaats en dat sluit aan bij de nieuwe weg die Wibo heeft ingeslagen om eenvoudiger te leven. Zie daarvoor ook zijn website https://legewittekamer.wordpress.com
.
10.000 kleine voorwerpen
.
elke dag een beetje verdwijnen
in voorwerpen die het huis verlaten
met de anekdotes
van de dingen
ik word een man zonder context
verberg me niet in spullen
mijn handen langzaam
echte handen
die niet bezighouden
maar doen
straks is er geen verhaal meer
geen taal om mij
ben ik een herinnering
onopgemerkt
voorbij
.















