Site-archief
Poëziebus 6
Saskia van Kampen
.
Een voor mij betrekkelijk nieuwe naam, Saskia van Kampen. Op haar blog https://saskiavankampen.wordpress.com kun je werk van haar vinden. Waaronder het volgende gedicht ‘Verb(l)inding’. Alle reden om haar te gaan beluisteren tijdens de Poëziebustoer 2016.
.
Verb(l)inding
Het is niet zwart <-> wit
U zoekt allemaal verlichting
ik kocht de mijne bij brico
zonder licht is het donker
We lopen de controle om ver
we lopen over en vast alles los behalve elkaars hand
Boswachter het loop hier dood
klopt
dan ben je aangenkomen
even geduld aub
Aandacht is meer waard dan controle
nu even niet nee
Je start jezelf opnieuw op. Je loopt vast
voor je uit te kijken
Foutmelding kwam na een overbelasting van het systeem
Als je nergens naartoe moet kom je ergens aan
Je afwas weekt zichzelf los als je ze lang genoeg in de regen laat staan
Niemand heeft je nodig als je er niet zijn kunt
Koop een kookwekker
gebruik hem nergens voor
je komt er ook wel zonder iets te hebben dat voor je aftelt
naar een kookpunt
U zit helemaal vast, U bent total loss
de schroeven die u mist vind u bij Brico
u besluit ze niet te kopen
het was de hoogste tijd om uit elkaar te vallen
.
Poëziebus 4
Jana Beranová
.
Een groot dichter en vertaler, voormalig stadsdichter van Rotterdam en al lange tijd een goede bekende, dichter Jana Beranová (1935) gaat ook mee dit jaar op de Poëziebus. Haar enorme kennis en ervaring zal veel jonge dichters en performers verder helpen en inspireren.
Jana Beranová vluchtte met haar ouders uit Tsjecho-Slowakije. In Nederland vestigde ze zich als vertaalster en dichteres. Tegenwoordig is ze steeds vaker ook mentor van jonge dichters. Uit het grote oeuvre van Jana het gedicht ‘Plekje op Olsany’ uit de bundel ‘Kiskassend gedicht’ uit 1996.
.
Plekje op Olsany
voor Jan Palach
Kale elzetakken flirten met grafzerken,
eenzaam als verstokte vrijgezellen. Winter-
licht valt op het plekje naakte aarde, niet
ver van de kerkhofmuur.
Ik ken zijn foto, de zachte jongenstrekken,
eenentwintig jaar, zijn toekomst legde hij
in de as (ofschoon geen zelfmoordenaar).
Ik weet de plek op de Wenceslasplein,
het vuur rende met hem mee, drong steeds
dieper in zijn huid. De oogleden weggebrand
doet zijn nacht voorgoed geen ogen dicht.
Met geheven vlam zweren kaarsen sindsdien
onze eed van trouw. Ook op dat plekje op
Olsany. Het is weer lente. En wat voor één.
De elzen kijken hun katjes uit.
.
Poëziebus 2
Michiel van Opstal
.
De tweede dichter die ik wil belichten en meegaat op de Poëziebustoer dit jaar is de Vlaamse dichter Michiel van Opstal. Michiel studeert nog, voor leraar Nederlands en Engels. Hij schrijft gedichten en proza die hij voordraagt van op een podium tot op de tram. “Ik schrijf graag over dagelijkse dingen.” zo zegt hij. Zijn gedichten zijn heel beeldend en vrij zonder vaste vorm.
.
Al aarzelend
.
de aarzeling hangt
tussen
woord en daad
gevolgd door meer woorden
ik weet het niet
U kan nu, heel filosofisch
wanneer weet men iets?
tja
paleizen worden ook maar gebouwd
met gebakken steen, glazuur
het is de fundering die
telt
ze mompelt: misschien
een bijna-woord
met minder daad
morgen stel je haar opnieuw
de vraag:
of ze je nog graag ziet
.
Poëziebus 1
Martin Wijtgaard
.
Sinds de oprichting van stichting de Poëziebus ben ik voorzitter van de raad van toezicht en als zodanig dan ook betrokken bij het wel en wee van dit prachtige initiatief. Net als vorig jaar rijdt ook dit jaar de Poëziebus met een groot aantal dichters door Nederland en Vlaanderen en doet daar 10 steden aan.
En net als vorig jaar zal ik voordat de Poëziebus gaat rijden een week lang elke dag een dichter die meerijdt belichten op dit blog. Ik wil beginnen met de Amsterdamse dichter Martin Wijtgaard. Op 28 november 2015 stond ik nog samen met Martin op het reuring podium van Alja Spaan in Alkmaar en daar kocht ik zijn, in eigen beheer uitgebrachte bundeltje met de titel ‘Zwijgend naar de tering’.
Op zijn blog http://martinwijtgaard.blogspot.nl/ staat bij zijn biografie:
Martin Wijtgaard (1971) woont en werkt in Amsterdam. Sinds een paar jaar schrijft hij gestructureerde, neo-romantische poëzie, waarin thema’s als dood en vergankelijkheid, onmin, misantropie en geschiedenis (en de dwarsverbanden daartussen) een grote rol spelen. In 2015 publiceerde hij in eigen beheer het bundeltje ‘Zwijgend naar de tering’.
Het gedicht ‘Hamburg’ komt uit deze bundel.
.
Hamburg
.
Het achterland spert hebberige kaken,
gaapt hongerig tussen containerdokken,
en wacht gespannen op het hoge tij,
op droogvoer voor zijn roestige giraffen
.
op zwervers om portieken mee te vullen.
De ebstroom die de kademuren scheurt,
het vuur aanzuigt, diaspora’s verstrooit,
trekt stil door opgeblazen winkelstraten.
.
Het regent in kartonnen koffiebekers
met handjes kleingeld voor een bed en vreten.
De pakhuizen zijn leeg, de banken blut,
.
de wirschaftswunderwinkelwagens steken
verwrongen uit de modder van de fleeten
blindgangers tikken in de diepe prut.
.
Nieuw gedicht
We wisten niet van wijken
.
Het heeft even geduurd maar de periode dat ik niet zelf tot dichten kwam lijkt ten einde. Daarom hier een nieuw gedicht van mijn hand.
.
.
Wij wisten niet van wijken
Grasgroen de knieën geschramd
want knieën zijn als wielen, vanzelfsprekend
aan het werk. De gedachte alleen al aan
bewust zijn van de omgeving betekent
niets. Niets ging bewust, niet de landing
noch de afzet. Schokbetonnen landingsgestel,
pezen sterk, banden in orde, vering
geen. Wat we deden kende geen bevel-
structuur, vooropgezette gedachte, laat
staan consequenties. Welk woord
we niet wisten te onderscheiden was
geen woord, slechts ruis in het oor
van onbesuisd, doorzichtige rand langs
gewoon doen. We wisten van geen wijken,
mochten niets maar deden alles, van daarna
hadden we geen weet. We zouden wel kijken.
.
Karper
Ruth Lasters
.
In haar gedichten belicht de dichter Ruth Lasters altijd de plaats van de mens in de wereld. Met scherpte en zorgvuldige detaillering, maar ook met een innemende poëtische compassie roept ze een wereld op waarin wonderlijke gedachten en associaties de overtuiging van wetmatigheden aannemen.
Dit staat in zoveel woorden geschreven in de VPRO Gids bijlage over Poetry International bij Ruth Lasters (1979) , Vlaams dichter en schrijver. Zij publiceerde gedichten in onder meer ‘Lava’, ‘Deus ex Machina’, ‘Revolver’, ‘En er is’, ‘Krakatau’, ‘NRC Handelsblad’, ‘Het Liegend Konijn’ en in de bloemlezing ’21 dichters voor de 21ste eeuw’. De redactie van het literair tijdschrift De Brakke Hond selecteerde in 2003 werk van de schrijfster voor de bundel ‘Mooie jonge honden’. In 2015 won een gedicht van haar hand de Turing poëzieprijs.
Uit ‘Lichtmeters’ waar ze de Herman de Coninckprijs 2016 voor won het gedicht ‘Karper’.
.
Karper
Dat niemand ooit de hele vorming van een ijsvlakte zag,
echt elke tel van hoe een vijver tot betreedbaarheid
stolt. Allicht is daar geen enkele totaalgetuige van, nu en
vroeger niet. Dat zekere raakpunt met
mensen uit eerdere tijden maakt hen plots nabij, alsof ze door
de troebele ijsspiegel naar mij kijken. Vooral in het midden
bij de vastgevroren karper in het wak als een tijdgat, waardoor zij
wel de troost lijken te seinen dat zij uitgerekend nu
met ongeveer evenveel ontbreken, aan de andere zijde zijn als wij
zenuwcellen hebben, als zit er in ons hoofd
van elk van wie hier is geweest
de felste sprankel.
.
Met dank aan Wikipedia
Poëzie festivals
Poëziefestival en Boerol
.
In juni en september zijn er in de gemeente Midden-Delfland (het kleine groene hart van Zuid Holland) twee leuke festivals waarop poëzie een grote rol speelt.
Allereerst is er op 24 en 25 juni het jaarlijkse Boerol festival. Naast activiteiten op het gebied van theater. kunst en muziek voor groot en klein is er ook aardig wat aandacht voor Poëzie. Een paar jaar geleden (2014) stond ik zelf al een keer in het programma met date een dichter en ik kan je vertellen dat het een erg leuk festival is op een mooie plek namelijk middenin de polder op het terrein van boerderij Het Kraaienest, vlakbij De Lier.
Dit jaar treden op de dichters Edwin de Voigt, Rik van Boeckel en Joz Knoop maar ook de groep Bender die poëtische liedjes brengt. Voor het complete programma kijk je op http://www.boerol.nl/programma/poezie/
Op 10 september volgt dan het Poëziefestival ‘Dichter bij de boerderij’ van het Christelijk Lyceum Delft (CLD) en ANV Vockestaert. Dit is een reizend festival langs diverse boerderijen en bij elke boerderij zijn gedichten te beluisteren. In het karakteristieke kerkje van ’t Woudt zijn er voordrachten van leerlingen van het CLD met zelf geschreven gedichten. De afstanden tussen de boerderijen zijn maximaal een kilometer en gemakkelijk te fietsen. De optredende dichters in de boerderijen zijn Tjitske Jansen, Hans Tentije, Ester Perquin, Marjolijn van Heemstra en Rodaan Al Galidi. De Entree bedraagt € 10,-
Lees meer over dit kleine maar fijne festival op http://www.vockestaert.nl/poezie-festival-dichter-boerderij-zaterdag-10-september-2016/ Als voorproefje een gedicht van Marjolijn van Heemstra.
.
Als Mozes had doorgevraagd Moest ik mijn land verlaten: ik zou blijven.
Stond mijn stad in brand: ik draaide om.
Moest ik mijn kind offeren: ik weigerde.
Zolang jij je niet laat kennen houd ik
benen op de grond, armen om het kind.
.
Mij scheep je bij geen bramenstruik af
met ‘ik ben die ik ben’, een kleine vlam, een donderstem.
Mozes was iemand van zijn tijd: dankbaar voor het leven,
bang om door te vragen en ook: een man,
die vragen niet zoveel.
.
Ik was blijven staan bij die struik tot je verscheen.
Geen smoesjes van doeken voor ogen omdat je straling te fel.
Mozes was brandgloed gewend, ik tl.
Kom maar op, zou ik zeggen. Zeg ik nu: Kom maar op.
Als niet Mozes, maar ik bij Horeb had gestaan ging het zo:
.
ik: Wie ben je?
jij: Ik ben die ik ben.
ik: Ik ook.
jij: Ja, jij ook.
.
Dan had ik je aangeraakt en jij mij.
Was de Bijbel geen boek, maar een omhelzing
.
Foto: Keke Keukelaar
Stripfiguur
Jan Elburg
.
Van 3 tot en met 12 juni zijn de nationale stripdagen en daarom dacht ik dat het wel leuk zou zijn een gedicht over strips te delen met jullie. Dat is nog niet zo eenvoudig, zoveel gedichten over strips of stripfiguren zijn er niet te vinden.
Toch heb ik een mooi voorbeeld gevonden van de dichter Jan Elburg (1919 – 1992), de Vijftiger die onder andere de Jan Campert-prijs en de Constantijn Huygens-prijs won.
.
Stripfiguur
Rillend, maar aanwijsbaar niet van kou,
in je kamer, waar de kachel uit bleek.
Een blauw wolkje uit mijn mond met
– tekenend – : hou je van mij?
Zo ronduit als een cupmaat.
Nauwelijks een proefballon te noemen.
Meer nog dan het daarin vervatte,
dit de vraag: wat ging er scheef
met mijn recht op informatie,
toen je met boe noch ba op bed ging liggen?
.















