Site-archief

Lente

Dichter van de maand

.

Voor de laatste keer is vandaag Armando dichter van de maand. Volgende week op 1 april (geen grap) een nieuwe dichter van de maand, wie dat is blijft nog even geheim, volgende zondag gewoon lezen. Omdat het afgelopen 21 maart officieel lente is geworden vandaag een gedicht van Armando over de lente ui de bundel ‘Liever niet’ uit 2017.

.

Lente

.

‘t Is bijna lente, de knoppen zijn al weerloos,
de takken steken hun armen uit
en de groei heeft de bloei ontdekt.

Het blijft voorlopig lente,
omdat het gretig groen is.

Het was de luidruchtige lente,
die even heeft geglimlacht.

.

Achterover opgroeien

Maartje Smits

.

Hoewel dichter Maartje Smits (1986) zichzelf op haar website http://www.maartjesmits.nl omschrijft als een schrijvend detective is zij voor mij toch echt een dichter. In 2009 is Maartje afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, bij de afdeling Beeld & Taal. In 2011 voltooide ze haar Master in Design aan het Sandberg Instituut. Naast dat ze columns voor De Groene Amsterdammer schrijft geeft ze les aan de Gerrit Rietveld Academie en op ArtEZ (Arnhem). Haar achtergrond op de Rietveld Academie (Beeld & Taal), komt vooral naar voren in de vele gedichten die ze van clips heeft voorzien en die je kunt vinden als je op haar naam googeld en zoekt op video’s.

In 2012 stond ze al eens, onder andere samen met de toen nog volledig onbekende Marieke Rijneveld, op het podium van Ongehoord!  In 2016 was ze één van de Poëziebusdichters. Na haar debuutbundel ‘Als je een meisje bent’ in 2015 volgde in 2017 de poëziebundel ‘Hoe ik een bos begon in mijn badkamer’. Uit haar debuutbundel ‘Als je een meisje bent’ het gedicht ‘Achterover groeien’.

.

achterover opgroeien

.

het begint met onderwaterlikken
koprollen de tong naar buiten
elkaar proberen te raken
achterover opgroeien maar desgevraagd
het gevolg ervan binnenstebuiten
keren
borsten wegbidden
een jaar lang vergeving vragen
uitdijen tot stilstand verzuipen
het zwembad heet nu spleasure centrum
de abdicatie van je vrouwelijkheid
de haak
de badmeester
de buurjongen
vergeten
vergeten

.

Requiem

Eline Crols

.

Alweer zo’n jonge veelbelovende dichter uit het Vlaamse land, dit keer Eline Crols (1994) . In september was ze nog te zien en te horen op het podium van Ongehoord! in de centrale bibliotheek van Rotterdam en in 2017 was ze een van de deelenemende dichters aan de toer van de  Poëziebus.  Op de website van het Collectief Dichterbij waar ze deel van uitmaakt staat ze als volgt aangekondigd: Eline Crols laat zich voor haar schrijfsels inspireren door vissen, spaghettisaus, versprekingen en nog het liefst van al door de creativiteit van anderen. Ze zou de hele dag interdisciplinaire projectjes willen uitwerken met een kopje koffie binnen handbereik. In afwachting daarvan vult ze haar hoofd met cursussen Nederlands en Frans in de opleiding Taal- en Letterkunde. Op haar  blog https://langoureus.wordpress.com  deelt ze woorden met iedereen die ze lezen wil.

Van haar hand het gedicht ‘ Requiem’  uit 2015.

.

Requiem

.

We zongen tot we zonken
Valse noten, te zwaar voor kabbelende beekjes
We dronken tot we verdronken
In regenstralen, rode wijn, in rozenblaadjes

We aten tot we tafelmanieren vergaten
En we spaghettislurpend
– tomatensaus is prachtig op melkwitte huid –
naast, op, over, aan elkaar klitten
als diezelfde spaghetti
waaraan jij tijdens het koken vergat
olijfolie toe te voegen

We verwelkten tot we verwolken
en wolken niet langer
figuurtjes vormden op ons netvlies
maar vijvertjes in onze ogen

We wandelden waar kronkelpaadjes ons leidden
Tot we – wild heen en weer geslingerd –
alleen nog maar leden

We vielen tot we ons
– misselijk door de geur
van liefde in ontbinding –
uitgeput overgaven

.

Foto: Hans Stockmans

Het einde van de roltrap

Jonge dichter: Hester van Beers

.

In 2017 werd ze tweede in de Meander Dichtersprijs, haar gedichten zijn gepubliceerd in onder andere Meander Magazine, Tijdschrift Ei en Extaze. Hester van Beers (1995) is een talentvolle jonge dichter en van haar hand verscheen in 2017 de bundel ‘Het einde van de roltrap’. Uit deze bundel het titelgedicht

.

Het eind van de roltrap

.

Ik was altijd bang dat ik zou worden verslonden
door het einde van de roltrap. Ik klemde me vast
aan de hand die uit de hemel leek te hangen,
maar later gewoon van mijn vader bleek te zijn.

Mijn ogen telden alle bomen
achter het autoraam. Ik wist niet
dat er meer bomen zijn dan mijn wereld
ooit kan bevatten. Ik wist niet dat de bomen
nog sneller groeiden dan ik.

Ik was altijd bang dat ik groter zou worden
dan het klaslokaal.
Soms wou ik dat de roltrap me verslonden had.

.

Foto: de Meus

Plekken waar het misgaat

Merel van Slobbe

.

In de categorie ‘Jonge dichters’ vandaag dichter Merel van Slobbe. Merel van Slobbe (1992) schrijft gedichten en verhalen. Ze studeert filosofie aan de Radboud Universiteit, waar ze in 2016 campusdichter was. In 2017 won ze de Meander Dichtersprijs en in 2018 werd ze tweede bij de Turing Gedichtenwedstrijd. Ze zit in een talentontwikkeltraject van Productiehuis De Nieuwe Oost. Het gedicht ‘Plekken waar het misgaat’ was een van de gedichten waarmee ze meedeed bij de Meander Prijs 2017. Lees meer van en over haar op haar website https://merelvanslobbe.com/

.

Plekken waar het misgaat

.

We zitten op het dak en denken
als we het verschil tussen dicht en te dicht
bij de rand maar zouden weten.

We proberen woorden te verzinnen
voor het moment vlak voor je breekt
bij gebrek aan beter noemen we elkaar astronaut.

Ik zeg: op sommige dagen raak ik nog steeds
in elk winkelcentrum mijn moeder kwijt.

Het liefst zou ik navelstrengen verzamelen
ik zou ze bewaren op de plekken waar het misgaat:
tussen dode vetplanten
in een lege agenda.

In plaats daarvan leren we
op hoeveel verschillende manieren een koffiekopje
kan breken op de keukenvloer.

Het is niet erg:
ooit zal elk kopje het opgeven.

Dus gooi jezelf voorzichtig van de rand
ik vond een klein heelal tussen je lichaam
en alle dingen waar het aan kapot gaat.

.

Jonge dichters

Jooz

.

Onder het aloude motto ‘U vraagt, wij draaien’ zal ik de komende tijd wat meer aandacht besteden aan jonge dichters, jong talent op het gebied van poëzie, spoken word en slam/rap. Vandaag als eerste dichter/rapper/songwriter Jozua Pentury of Jooz zoals zijn stagename is.

Jooz (1992) groeide op in Assen en begon op zijn 21ste teksten te schrijven en te rappen. Hij trad op bij North Sea Jazz Club Amsterdam, het Bevrijdingsfestival Groningen en hij reisde als dichter mee met de Poëziebus toer in 2017. Naast de spoken word activiteiten en het rappen treedt Jooz ook op als MC en DJ.

Maar omdat dit een website over poëzie is heb ik een gedicht van zijn hand met als titel ‘Zij is openheid’ dat ik met jullie wil delen.

.

Zij is openheid

.

Ik voel me gevleid.

Ik mocht bij je zijn.

Jouw openheid maakte mij minder gesloten.

Liet ,me voelen dat

ik jou meer kan vertrouwen dan een belofte.

Ik beloof je dat jij bij mij

onvoorwaardelijk jezelf mag zijn.

Bedankt dat je mij binnenliet.

Datgene liet wat er niet toe doet.

Jij bent als de zon op een vrije dag

altijd goed!

.

Dichter van de maand Maart

Armando

.

Na mijn oproep om dichters te noemen die dichter van de maand Maart zou kunnen zijn kreeg ik veel reacties (waarvoor mijn dank). Bekende en minder bekende dichters, zelfs voor mij (nog) onbekende dichters. Uit de 16 suggesties heb ik gekozen voor de kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando (1929) of Herman Dirk van Dodeweerd zoals zijn echte naam luidt.

Armando is een kunstenaar in de meest ruime zin des woords. Aan al zijn activiteiten is al af te lezen dat we het hier hebben over iemand die meer is dan alleen dichter. Toch mocht hij juist voor zijn schrijverschap verschillende prijzen ontvangen zoals De Herman Gorterprijs, de Ferdinand Bordewijkprijs, De Multatuliprijs en de VSB-Poëzieprijs. Armando debuteerde in 1964 met de bundel ‘Verzamelde gedichten’ en in 2017 verscheen zijn voorlopig laatste bundel ‘Liever niet’. Alle reden dus om Armando dichter van de maand te maken.

Ik wilde Maart beginnen met een gedicht uit zijn meest recente bundel ‘Liever niet’ getiteld  ‘De waarheid’.

.

De waarheid

.

Wee het veel te smalle bospad,
het stramme struikgewas,
wee de gaten in de bodem.

De jaren zijn in de boeien geslagen,
langs de straten slapen de vochtige lichamen,
stapels op een hoop verzameld.

Hier heeft iets plaatsgevonden
dat op de vage waarheid lijkt.

.

O, die wijze koeien

Recensie

.

In 2017 verscheen bij uitgeverij U.M. Zuider-Amstel de bundel ‘O, die wijze koeien’ van Chris de Valk. Na ‘Dichter op de huid’ (2010) en ‘Lichtscherven’ (2012) is dit de derde dichtbundel van deze pastor/dichter uit Peize.

Wat meteen opvalt is de zorgvuldige manier waarop deze bundel is uitgegeven. Een goede indeling ( Franse titelpagina, titelpagina, inhoudsopgave) wat misschien niet het belangrijkste is voor een bundel maar waaraan je wel kan afzien dat er aandacht is besteed aan alle aspecten van de bundel.

Dan de gedichten. Wat meteen opvalt wanneer je de poëzie van de Valk leest is de vormvastheid en rijm die in vrijwel alle gedichten voorkomt. Vaste versvormen en rijm zijn niet hip. Kijk naar de dichtbundels die de afgelopen jaren de poëzieprijzen winnen, kijk naar de dichters die het goed doen in verkopen en voordrachten en je ziet louter vrije vormen en vrijwel altijd zonder rijm. Maar dat betekent niet dat rijmende gedichten in vaste versvormen niet ook zeer genietbaar kunnen zijn.

De gedichten van de Valk gaan over gewone en alledaagse dingen als de kleuterschool, de koeien, een poes, een vaas, maar altijd weet de dichter in zijn gedichten iets ‘groters’ mee te geven. In een aantal gedichten is dat God of een hogere macht maar soms ook een menselijke eigenschap zoals in het gedicht ‘Arrogantie’.

.

Arrogantie

.

Het was een simpel rieten mandje

door vele handen heen gegaan.

Ik zag het bij de kringloop staan,

nog net geen afval. Op het randje.

.

Je kon het kopen voor een prikje,

blijkbaar vond niemand er veel aan.

Het hengsel was al half vergaan

net als het garen van het strikje.

.

Zou ik het kopen? dacht ik even.

Ik had nog wel een plekje vrij

tussen de liefdes die vergleden,

.

vergeelde foto’s, smeekgebeden.

Een stekje er in, wat vette klei.

Door mij werd niets ooit afgeschreven.

.

Hoewel ik persoonlijk juist erg gecharmeerd ben van poëzie in de vrije vorm, juist door de mogelijkheden die het spelen met de taal je dan biedt, kan ik (rijmende) poëzie in vaste vormen wel degelijk waarderen wanneer deze met zorg is gemaakt en wanneer deze poëtische zeggingskracht heeft zoals de poëzie in deze bundel. En de enkele verwijzingen naar de bijbel en het geloof heeft mij als agnost niet tegen gehouden deze bundel met veel plezier te lezen.

.

Oudejaarsdag

Dichter van de maand: Dimitri Verhulst

.

Voordat ik mijn laatste bericht van dit jaar plaats wil ik vanaf deze plek iedereen, mijn vaste en losse lezers, hartelijk bedanken voor hun interesse en waardering van dit blog in het afgelopen jaar. De  herinneringen aan dichters of gedichten die jullie met me deelden, de tips die ik kreeg (laat ze maar komen) en de hartverwarmende reacties die jullie achterlieten bij de berichten, ik heb ze heel erg gewaardeerd.

Vanaf deze plek wens ik iedereen een heel mooi, poëtisch en voorspoedig 2018 toe.

Voor de laatste maal dit jaar de dichter van de maand en voor het laatst deze maand Dimitri Verhulst als dichter van de maand. Op deze oudejaarsdag koos ik voor het gedicht uit het hoofdstuk De dochters, wakker worden uit de bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’.

Ik koos voor dit gedicht omdat het zo mooi het proces beschrijft van een meisje dat vrouw wordt en dat dit met pijn en moeite, verveling en vervelling gaat. Ik maak het dagelijks mee hoe dit proces zich voltrekt en daarom op de laatste dag van 2017 het gedicht zonder titel maar met het nummer 4.

.

4

.

Het is niet het grote vervelen

waaraan het meisje zich overgeeft,

het is het vervellen!

Zij is bezig het kind in haar

behoedzaam af te pellen,

traag en laag per laag.

De uren verglijden langs haar dijen

en ze weet het niet, ze merkt het niet.

Vandaag blijft zij met al haar billen binnen

om te knoppen, te kniezen en te kiemen.

Haar luiheid is niet lusteloos,

om te ontwaken moet ze liggen,

landerig als de middag. Ledig

en loom legt zij het meisje zacht

te sterven in de wording van de vrouw.

Het voorjaar draalt voorbij.

De vogels komen zo.

.

Poetry on the move

Poëzie evenement

.

In september van dit jaar werd door het IPSI (International Poetry Studies Institute) op de faculteit Arts & Design van de universiteit van Canberra voor de derde keer Poetry on the Move georganiseerd. Als je nu denkt dat dit betekent dat er een lading dichters samen in een bus (of een ander vervoermiddel) er op uit trok om poëzie onder de mensen te brengen (zoiets als de Poëziebus) dan heb je het mis. In deze universiteit in Australië betekent dat men inhoudelijk met poëzie zich ‘beweegt’.

Het betreft hier een meerdaags evenement (een beetje vergelijkbaar met Poetry International) waar er workshops worden gegeven door poets in residence, poëzie entertainment is en waar er discussies zijn over poëzie. Daarnaast was er speciale aandacht voor vertalingen en er werden verschillende publicaties gepresenteerd. In acht dagen werden studenten en belangstellenden bezig gehouden door meer dan 75 dichters waaronder Vahni Capildeo en Glyn Maxwell.

Deze laatste, Glyn Maxwell (1962)  is een Engels dichter. Hij studeerde Engels en theater met Derek Walcott. Maxwell heeft verschillende gedichten en lange verhalende gedichten geschreven. De Sugar Mile (2005), een verhalend gedicht dat zich afspeelt in een bar in Manhattan, een paar dagen voor 11 september 2001, weeft verschillende stemmen en verhalen samen en onderzoekt de aard van het lot.

Van deze dichter koos ik het gedicht ‘The only work’ een gedicht dat hij opdroeg aan Agha Shahid Ali (1949 – 2001) een Kashmiri-Amerikaans dichter.

.

The only work

.

In memory of Agha Shahid Ali

When a poet leaves to see to all that matters,
nothing has changed. In treasured places still
he clears his head and writes.

None of his joie-de-vivre or books or friends
or ecstasies go with him to the piece
he waits for and begins,

nor is he here in this. The only work
that bonds us separates us for all time.
We feel it in a handshake,

a hug that isn’t ours to end. When a verse
has done its work, it tells us there’ll be one day
nothing but the verse,

and it tells us this the way a mother might
inform her son so gently of a matter
he goes his way delighted.

.