Site-archief

De mooiste muziekgedichten

Toekomstmuziek

.

Muziek en Poëzie, twee verschillende werelden maar wel twee die elkaar op meerdere vlakken raken. Niet voor niet heb ik op dit blog de categorie Poëzie in songteksten en Muziek in Poëzie aangemaakt. Want los van de teksten van muzieknummers die vaak heel poëtisch zijn of gewoon pure poëzie, is muziek (zonder tekst) ook vaak poëtisch van aard. Tel daarbij dan de gedichten op die over muziek gaan of over muzikanten en je ziet dat deze twee kunstvormen elkaar vaker raken dan je misschien op het eerste oog ziet. Dat gedichten ook over componisten kunnen gaan bleek al uit het dubbelgedicht dat ik plaatste over componisten en dat songteksten zelfs voldoen voor een Nobelprijs voor de Literatuur bleek toen zanger/musicus Bob Dylan deze prijs kreeg uitgereikt in 2016.

In 2025 verscheen bij uitgeverij P, momenteel mijn favoriete poëzie uitgeverij, de prachtig vormgegeven bloemlezing ‘Weet jij de wijs nog en de woorden?’ De mooiste muziekgedichten, samengesteld door René Smeets en Johan van Cauwenberge. Bij de keuze voor de gedichten, zo schrijven de samenstellers in de Prelude (hoe toepasselijk), hebben ze zich de grootst mogelijke vrijheid veroorloofd. Het moesten allemaal sterke, zeer uitgesproken muziekgedichten zijn; het overgrote deel daarvan is origineel Nederlands, maar waar het hen passend leek, hebben ze niet geaarzeld enige vertaalde muziekgedichten op te nemen of ze speciaal voor de bloemlezing zelf te vertalen.

Zo is werk van Langston Hughes, Louis Aragon, Rainer Maria Rilke, Federico Garcia Lorca en Anne Sexton opgenomen. Heel veel van de grote Nederlandse en Vlaamse dichters zijn present maar ook, en dat maakt deze bloemlezing voor mij nog sympathieker, ook dichters die helemaal niet zo bekend zijn bij het grote publiek zoals Jelmer van Lenteren, Karel Sergen en Ilse Starkenburg. De bundel van een kleine 300 pagina’s biedt niet alleen prachtige verzen van vele dichters maar ook zeker kijkgenot in de vorm van zo’n zestig afbeeldingen van componisten, musici en onderwerpen die gerelateerd zijn aan de gedichten.

En de muziek beperkt zich niet tot de klassieke muziek. Ook Jazz, tango en heavy metal komt langs. Van de straatzanger tot de concertpianist, van fanfare tot koor, van Debussy tot Dylan en van de Stradivarius tot de viool van de bosjesman. Een bloemlezing kortom om heerlijk in weg te dromen en telkens weer ter hand te nemen. Tel daar de robuuste harde kaft en de zware kwaliteit papier op en je hebt een klassieker in de wording.

Natuurlijk koos ik een gedicht uit dit prachtwerk. In dit geval een gedicht van dichter Arthur Lava (1955-2020) getiteld ‘Toekomstmuziek’ genomen uit zijn bundel ‘Bravissimo!’ uit 1994. Een gedicht dat geschreven lijkt voor deze bloemlezing en voor de huidige tijd.

.

Toekomstmuziek

.

Geef mijn ballades uit de Hades

of een opgewekste blues, ik swing op elke

hiphopversie van Vivaldi, mijn smaak

.

kent geen limiet, dus leve het licht ontvlambaar

geuzenlied, de wals voor weduwen en wezen,

de bloedeloze stierenvechtersrapsodie.

.

En vanzelfsprekend zweer ik bij de alchimie

van een schlager voor de goede zeden

of een nocturne voor de ochtendmens.

.

Maar wat bovenal moet worden aangeprezen

is een marsmuziek, jawel een marsmuziek,

die de mensheid van marcheren zal genezen.

 

Pieter Boskma

De weg (naar de lezer)

.

Wanneer ik op zoek ben naar berichten over Pieter Boskma op dit blog dan valt me op dat van de 5 blogberichten er twee over Arthur Lava gaan, twee over Leo van der Zalm een over Arie Visser (een gedicht van Boskma over Visser) en eigenlijk maar één blogbericht over Boskma zelf als dichter. Waarschijnlijk komt dat omdat Boskma deel uitmaakte van de Maximalen en ook Arthur Lava daarbij hoorde.

Maar aan deze situatie (slechts 1 bericht over Boskma zelf) gaat nu verandering komen. Pieter Boskma (1956) publiceerde namelijk in oktober zijn nieuwe dichtbundel ‘De stilte variant’. In de communicatie rond het verschijnen van deze bundel lees ik: “Door deze bundel waren twee geliefden: een levende en een dode. Soms blijft in het midden wie het betreft, alsof dat niet uitmaakt, alsof dood en leven in wezen hetzelfde zijn. Alleen de liefde lijkt waarlijk autonoom en zowel het leven als de dood te overstijgen.”

Uit de bundel koos ik het gedicht ‘De weg (naar de lezer)’. In het gedicht wordt een uitspraak van Gerrit Komrij over Simon van het Reve aangehaald. De uitspraak werd waarschijnlijk gedaan in de jaren zeventig. Al heb ik de letterlijke tekst niet terug kunnen vinden.

.

De weg (naar de lezer)

.

Om te zeggen dat het hard gezegde

beter klinkt maar minder zeg6t

zou de doeners tekortdoen

die op de barricades klommen.

.

‘het is een aardige jongen, maar hij

moest niet zo schreeuwen,’ zei Gerrit

over Simon, en ik zei: ‘Dat is waar,

mits er niks te schreeuwen valt.’

.

Er wordt ook wel gefluisterd dat

er veel te veel gefluisterd wordt,

die valse onverstaanbaarheid

staat blijkbaar altijd nog vooraan.

.

Ik zing er maar wat tussenin

waar mijn lied de weg is

die gelukkig domweg

voert tot U, tot U.

.

 

 

Wat zegt de anarchist in ons?

Arthur Lava

.

Dichter Arthur Lava (1955 – 2020) is het pseudoniem van Howard Krol, Arthur naar Rimbaud. Hij was in 1988 één van de initiatiefnemers van de groep dichters die zichzelf de Maximalen noemden, naar hun eerste bundel.  Deze dichters, streefden naar een soort poëzie waarin meer straatrumoer zou doorklinken. Zij keerden zich tegen de verstilde, ingekeerde en autonome poëzie van veel van hun voorgangers en eisten daarentegen een poëzie van het volle en eigentijdse leven. De belangrijkste andere vertegenwoordigers van de maximalen zijn Joost Zwagerman, Pieter Boskma en René Stoute. De Franse dichter Arthur Rimbaud was voor de meeste Maximalen het grote voorbeeld. In 1989, toen de meeste Maximalen het erover eens waren dat hun doel was bereikt, hief de groep zich op

In de bundel ‘Geweldige gedichten’ uit 2000 klinkt echter de geest van de Maximalen nog door. Lava en de grafisch ontwerper van de bundel Henrik Barends droegen deze bundel op aan  hun vriend Jos Knipscheer (1945-1997) die samen met zijn broer Franc uitgeverij In de Knipscheer oprichtte. Ook was Jos de man achter de Maximalen, hij bond de 11 individuele dichters samen tot één groep en gaf hen uit. Uit de bundel ‘Geweldige gedichten’ die afwisselend een rood en zwart binnenwerk heeft tot doel de attentiewaarde te verhogen, een vorm die eerder werd toegepast bij Franse poëzie-uitgaven uit de negentiende eeuw, koos ik het gedicht ‘Wat zegt de anarchist in ons?’. Zo vlak na Prinsjesdag leek me dat wel een toepasselijk gedicht.

.

Wat zegt de anarchist in ons?

.

Dank af het koningshuis,

Onttroon dat overbodige,

die kroon op de onnozelheid.

.

Zorg ervoor dat vadertje Staat

zijn veel te dure bijslaap

nu dan eindelijk versmaadt.

.

Op de keien! Aan de dijk!

Hang dat doorgesleten hermelijn

in de garderobe van het ongelijk.

.

Vlag ze af! Geef ze hun congé,

die veelverdieners der folklore.

Blaas de hoflucht uit de toren!

.

Jahaa, we richten de paleizen in

tot een vorstelijk proeflokaal

en geven de innerlijke stem des volks

een ronduit koninklijk onthaal.

.

Hoe de stemming er in te houden

20 jaar Paard

.

Je kan je de verrassing, die zich meester van mij maakte, voorstellen toen ik in een kringloopwinkel in Drouwenerveen de bundel ’20 jaar Paard’ literaire bundel tegen kwam. In al de jaren dat ik in Den Haag kringloopwinkels bezoek en daar naar poëziebundel speur was ik deze bundel nimmer tegen gekomen. Sterker nog, ik wist van het bestaan niet af. In 1992 werd deze bundel uitgegeven ter gelegenheid van het 20 jarig bestaan van Cultureel Centrum ’t Paard en samengesteld door Adriaan Bontebal, Erik Lindner en Marianne Kukler.

Nu is het op zichzelf niet heel bijzonder dat er een literaire bundel wordt uitgegeven door ’t Paard, deze Haagse poptempel heeft een lange geschiedenis van literaire activiteiten (denk aan ‘Puur Gelul’). Het is dan ook niet verwonderlijk dat er grote en bekende namen hebben bijgedragen aan deze bundel zoals Joost Zwagerman, Carla Bogaards, Alfred Birney, Frank Starik, Ingmar Heytze en Jan Rot. Maar ook Haagse namen als Bart Chabot, Boozy en A. Moonen en er is zelfs een bijdrage van Allen Ginsberg opgenomen.

Ik heb uit al deze namen die van Arthur Lava gekozen. Arthur Lava, (1955) is het pseudoniem van Howard Krol, Arthur naar Rimbaud. Hij was in 1988 één van de initiatiefnemers van de groep dichters die zichzelf de Maximalen noemden, naar hun eerste bundel.  Deze dichters, streefden naar een soort poëzie waarin meer straatrumoer zou doorklinken. Zij keerden zich tegen de verstilde, ingekeerde en autonome poëzie van veel van hun voorgangers en eisten daarentegen een poëzie van het volle en eigentijdse leven. De Franse dichter Arthur Rimbaud was voor de meeste Maximalen het grote voorbeeld.

.

Hoe de stemming er in te houden

.

Hé bermtoerist

langs de uitvalsweg van je verlangens.

.

Hé vaandelzwaaier

op de afslag Wanhoop-Noord.

.

Laat je toch niet verneuken man,

je hoofd is echt geen voddenkraam

vol halfvergane geestdrift.

Wie heeft je dat ooit wijsgemaakt?

.

Kom op, de vlegeljaren zijn

nog altijd op de pof.

Vannacht gaan we de kroegen af

en maken zelfbedrog het hof.

.

Ongehoord goed

Voorburg

.

Nietsvermoedend liep ik pas geleden door een winkelstraat in Voorburg toen Inge mij wees op een gedicht onder het viaduct waarover de Utrechtse baan loopt en waar het snelwegverkeer raast over de A12.

Toen ik de titel van het gedicht las moest ik glimlachen. Ongehoord, ja dat ken ik. In 2009 werd dit gedicht in opdracht van Rijkswaterstaat geschreven door Arthur Lava.

Arthur Lava, (1955) is het pseudoniem van Howard Krol, Arthur naar Rimbaud. Hij was in 1988 één van de initiatiefnemers van de groep dichters die zichzelf de Maximalen noemden, naar hun eerste bundel.  Deze dichters, streefden naar een soort poëzie waarin meer straatrumoer zou doorklinken. Zij keerden zich tegen de verstilde, ingekeerde en autonome poëzie van veel van hun voorgangers en eisten daarentegen een poëzie van het volle en eigentijdse leven. De belangrijkste andere vertegenwoordigers van de maximalen zijn Joost Zwagerman, Pieter Boskma en René Stoute.De Franse dichter Arthur Rimbaud was voor de meeste Maximalen het grote voorbeeld.

 

IMG_2760