Site-archief
Willekeurig gepakt
Marjoleine de Vos
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast met dichtbundels (één van mijn boekenkasten met dichtbundels, het zijn er inmiddels vier) en zonder te kijken pak ik een willekeurige dichtbundel eruit. Dit keer is dat de bundel ‘Het waait’ uit 2008 van dichter, journalist, kinderboekenschrijver en essayist Marjoleine de Vos (1957).
Ik sloeg de bundel open en het gedicht ‘Zo zou het zijn’ openbaarde zich. Daarom, vandaag, geheel willekeurig dit gedicht.
.
Zo zou het zijn
.
Heel lang al wist je steeds dat ergens iemand
wachten zou. Bij een halte halverwege, liefst
iets eerder. Je zou haar plotseling zien
gedag zeggen misschien maar al meteen
geen onderscheid meer tussen jou en haar, zij was
die jij steeds worden wou, naar haar leidde je weg.
.
Je was nu wie bedoeld was als vanouds:
in evenwicht, geleerd, verdiept
je bakte ook je eigen brood, sprak Grieks
je bloemen bloeide eindeloos en nooit
hoefde meer iemand ooit eens ergens.
.
Zo zou het zijn, maar in het echt vooral
wat stof dat daalt, je kromp in eigen oog
snapt niet wat je begrijpen wou. Tot halverwege
ja, daar staat een grijze vrouw, ze kijkt naar jou
en jij ziet haar. Maar je loopt door en mompelt: toch
bloeit straks de winterhazelaar.
.
Lucas Rijneveld
Noppenfoliefolie
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en heb ik, met mijn ogen dicht, de bundel ‘Kalfsvlies’ van Marieke Rijneveld (1991) gepakt. Van (sinds 2023) Lucas Rijneveld heb ik al enige tijd niets meer gehoord. Zijn laatste wapenfeit is alweer van 2022 toen hij het Boekenweekessay schreef voor het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek).
In 2015 ging er een kleine schok door literair Nederland toen Rijnevelds debuutbundel ‘Kalfsvlies‘ werd gepubliceerd, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs 2016 voor het beste poëziedebuut van het jaar. Hierna volgde het uitroepen van Rijneveld door de Volkskrant tot literair talent van 2016.
De rest is geschiedenis. Het enorme succes van zijn roman ‘De avond is ongemak’ waarvoor hij in 2020 de prestigieuze International Booker Prize won, zijn 2e dichtbundel ‘Fantoommerrie‘ in 2019 waarvoor hij de Ida Gerhardt Poëzieprijs won in 2020, de rel rondom het mogelijke vertalen van Amanda Gormans voordracht ‘The Hill We Climb’ tijdens de inauguratie van president Biden in de Verenigde Staten en uiteindelijk het verschijnen van zijn derde bundel ‘Komijnsplitsers‘ in 2022.
Waar hij sinds 2018 elk jaar een roman of dichtbundel publiceerde, is er nu al sinds 2022 niets meer op literair vlak vernomen van Rijneveld behalve dan dat hij het gedicht voor de Nationale Dodenherdenking in 2023 schreef en dat zijn verwachtte roman ‘Het verdriet van Sigi F.’ om onduidelijke reden niet verscheen in 2023. En dat is spijtig. Ik ken Lucas al heel lang (sinds zijn 16e) en ik heb veel respect en waardering voor zijn werk. Als dichter is er geen ander zoals hem in het huidige tijdgewricht.
Maar gelukkig hebben we zijn bundels nog (in afwachting van nieuw werk). In de bundel ‘Kalfsvlies’ koos ik, opnieuw zonder te kijken, voor het gedicht ‘Noppenfolie’.
.
Noppenfolie
.
Van bovenaf gezien is dit trappenhuis net een badkuip, ik denk aan een film met een
clown die uit een putje kroop, sindsdien leg ik er bij het douchen een washandje op.
.
In een woning schuilen vele herinneringen als onderduikers die op een dag
tevoorschijn moeten komen, zoals de keer dat mijn broer onder mijn bed
was gekropen en een kat nadeed. Later was hij degene die voor het eerst
godverdomme riep, alleen met muren kun je kinderen binnen houden.
.
Toen ze hem kwamen ophalen stond vader in zijn overall half gebogen
met zijn hoofd tussen de spijlen van de trap, zweetdruppels op zijn
voorhoofd als noppenfolie als je hard werkt verbrand je op den duur
je tranen, riep hij. Ik vouwde mijn handen om mijn zusjes oren, hopend dat
hij naar beneden zou stormen, de radio aanzetten en dansen
.
zoals we van hem gewend waren. Vrolijk om de sfeer als verlichting
aan te knippen. Dat we zouden lachen en mijn broer niet opgeslokt werd
door monden van grijze meneren aan het einde van de traptreden. Mijn nachten
.
zwarter werden omdat ik nooit meer wist wie er zich nu dubbelvouwde om onder
mijn bed te kunnen passen, clowns niet langer eng waren, alleen maar eeuwig dronken.
.
Wat doe jij
Blind gepakt
.
Vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en heb ik met mijn ogen dicht een dichtbundel eruit gepakt, zoals ik dat al eerder deed. Dit keer pakte ik de bundel ‘V in vers” de bezetting en het verzet in verzen op de voet gevolgd door Anthonie Donker uit 1965. Deze bundel verzetspoëzie werd uitgegeven ter gelegenheid van de 20 jarige herdenking van de bevrijding van Nederland en legt verband tussen de verzen en de feiten. Dat laatste betekent dat bij veel van de gedichten een historisch feit of stukje tekst is toegevoegd.
Ik heb de bundel op een willekeurige pagina geopend en daar op pagina 118 staat het gedicht ‘Wat doe jij?’ van Gerrit-Jan van der Veen (1902-1944). Dit gedicht verscheen de eerste keer anoniem in het nummer van De Vrije Kunstenaar van maart 1944. Beeldhouwer Gerrit-Jan van der Veen was een der veelzijdigste verzetsfiguren. Vanaf de oprichting af, in mei 1942, was hij redacteur van De Vrije Kunstenaar, het ondergronds orgaan van de kunstenaars die zich verzetten tegen de hun door de Duitsers opgelegde Kultuur-kamer. Op grote schaal verleende van der Veen hulp aan diverse groepen bijvoorbeeld door het verschaffen van valse papieren. Ook nam hij deel aan gewapende acties onder andere aan de aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam.
Bij de overval op het Huis van Bewaring in Amsterdam in mei 1944, een poging om kameraden te bevrijden, raakte hij zwaar gewond. Korte tijd later viel hij in handen van de Duitsers en werd hij op 10 juni 1944 in Overveen gefusilleerd.
.
Wat doe jij?
.
Wat doe jij, nu je land wordt getrapt en geknecht,
Nu het bloedt uit ontelbare wonden.
Wat doe jij, nu je volk wordt ontmand en ontrecht,
Door de zwarte en feldgraue honden?
.
Wees vervloekt jij, die azend op ’t goud van den beul,
Hem zijn roofburchtenbouw helpt volvoeren.
Wees vervloekt jij, die laf, in het slavengareel,
Hem zijn worgstrikken strakker helpt snoeren.
.
Wees veracht jij, die slap van zelfzuchtige angst,
Tracht de grievendste hoon te negeren.
Wees veracht jij, die jaagt naar gewin en genot,
Waar je broeders rondom je kreperen.
.
Op de bres voor de vrijheid, jij man van ’t verzet,
Die verbeten ’t gespuis blijft belagen.
Jij die vecht, jij die valt voor de vrijheid en ’t recht,
Hij die stand houdt waar velen versagen.
.
Grijpt hem aan waar je kunt, hij die grijpt waar hij kan,
Tot de laatste van ’t tuig is verdreven.
Op! – de dood of de vrijheid: de leus van een man,
Van een man, die het waard is te leven.
.
Blind gepakt
Florence Tonk
.
Vandaag ben ik opnieuw voor één van mijn boekenkasten met poëziebundels gaan staan en heb ik, met mijn ogen dicht, een bundel gepakt. Dit keer is dat de ’32ste Nacht van de Poëzie’ uit 2014. Vervolgens heb ik de bundel opnieuw zonder te kijken geopend en kwam ik bij het gedicht ‘(Voor H.)’ van Florence Tonk (1970) terecht.
Florence Tonk is naast Amerikanist, zelfstandig journalist, redacteur en docent aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Ze schreef enkele romans en debuteerde in 2006 met de bundel ‘Anders komen de wolven‘. In 2013 volgde haar tweede dichtbundel ‘Rijgen’ en in 2021 haar tot nu toe laatste dichtbundel ‘Half Heel’.
In tegenstelling tot veel van de andere gedichten in deze bundel staat bij het gedicht ‘(Voor H.)’ niet vermeld uit welke bundel dit gedicht is genomen.
.
(Voor H.)
.
Kras in mij
zo hard
dat het nog heel lang
zichtbaar blijft.
.
Ik wil door je getekend zijn
een voor, een spoor van jou dat
altijd in me achterblijft
.
Je tilt me op
en fragmenteert, bezeert me
met ondoorgrondelijk goed
kijken en wat geen naam
jurisprudentie kent.
.
Hier ligt mijn huid
bekras me, kerf me;
laat achter wie je bent.
.
Blind gepakt
Tj. A. de Haan
.
Vandaag begin ik op de vrijdag een nieuwe rubriek. Eigenlijk is dit een onderdeel van Uit mijn boekenkast maar ik noem het toch anders namelijk ‘Blind gepakt’. Het idee is simpel, ik heb inmiddels zo’n 15 meter poëzie in mijn kasten staan. Ik ga voor mijn boekenkast staan en pak met mijn ogen dicht een bundel uit mijn boekenkast. Vervolgens open ik deze op een willekeurige bladzijde en het gedicht dat daar staat zal ik hier delen. Lekker random dus zoals sommige jongeren wel zeggen.
De eerste bundel die ik pak is ‘Gouden munt’ van Tj. A. de Haan uit 1975. Tjaarda A. de Haan (1909-1984), zoals de volledige naam van de dichter luidt, was arts en marine officier en werd geboren in Nederlands Indië. ‘Gouden munt’ is niet meer verkrijgbaar (ik vond nog 1 exemplaar antiquarisch te koop) en toen ik de bundel willekeurig opende stuitte ik op het gedicht ‘Horizon’ .
.
Horizon
.
Je wandelt aan de grenzen van mijn horizon
Niet verder af, maar zelden dichterbij
Je koos een pad, dat voerde weg van mij
En van het water uit een diepe bron
.
Hoe juist, dat ieder mens zijn eigen paden kiest
Het kan daar eenzaam zijn of juist ook vol en druk
Men kan de wanhoop tegenkomen of een groot geluk
’t Is mogelijk dat men alles wint of ook verliest
.
Wanneer de hemel helder is en blauw en wijd
Richt zich de koers op zeker schijnend doel
Dan lacht een zorgeloze vreugd, een trots gevoel
Om iedere zorg en iedere moeilijkheid
.
Maar als het gaan een dwalen wordt, of grauwe mist
Het zicht beperkt tot blinde nevel muur
Die elke spanning wegneemt uit een volgend uur
Dan kan er twijfel zijn aan wat men zeker wist
.
Wel steeds wanneer ik uitkijk naar mijn horizon
En je zie wandelen in een ver verschiet
Dan wil ik dat je weten zult, betwijfelen niet
Dat er een rustpunt is te vinden aan de bron.
.










