Site-archief
Ovidius
Toon Tellegen
.
Staande voor mijn boekenkast, doe ik wat ik de laatste maanden elke week doe. Zonder te kijken pak ik een bundel uit één van mijn boekenkasten vol poëziebundels. Vandaag is dat ‘Gedichten 1977-1999’ van Toon Tellegen (1941) uit 2000. Opnieuw opende ik de bundel op een willekeurige pagina en daar op pagina 79 staat het gedicht ‘Ovidius’. Ernaast op pagina 78 staat het gedicht ‘De mug’. Nu heb ik al iets met muggen als in het leukste en kleinste poëziemagazine van de Lage Landen (die iets op zich laat wachten want de distributeur heeft een vergissing gemaakt maar heeft beloofd dat #34 er snel komt) dus alleen hierom al vind ik dit een fijn gedicht, maar dit plaatste ik al eens op dit blog. Daarom toch gekozen voor het gedicht ‘Ovidius’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘De aanzet tot een web’ uit 1981.
.
Ovidius
Als de ochtend komt met nevels en geschreeuw
en de honden van de slaap zijn hongerig weggeslopen,
dan schrijft hij
met zijn eigenaardig zoete pen
een brief aan zijn vijand, de meest verhevene.
Hij schrijft:
‘Er is geen plaats in mij voor nog meer wonden.’
.
Op zijn dak hoort hij het trippelen
van een barbaarse mus.
.
De vaas
Toon Tellegen
.
Van mijn broer kreeg ik uit de kringloopwinkel het boek ‘De geheimen van Wikke en Dille, aantekeningen over poëzie’ van Wiel Kusters uit 1988. In dit boek beschrijft Wiel Kusters op speelse en zinvolle wijze over verbanden tussen gedichten en andere verschijnselen in de Nederlandse poëzie. In korte hoofdstukken beschrijft hij gedichten en brengt hij allerlei informatie over op de lezer. Over dichters, levens van dichters, omstandigheden waarin de dichters leefden en waarin gedichten geschreven zijn. Maar ook verbanden tussen gedichten.
Zo beschrijft hij twee gedichten van Toon Tellegen waarin de vaas een rol speelt. Een van de twee gedichten is ook getiteld ‘De vaas’. Omdat ik dit gedicht zo mooi vind wil ik dit hier met jullie delen. Uit de bundel ‘De aanzet tot een web’ uit 1981 het gedicht ‘De vaas’.
.
De vaas
.
Tevoorschijn getoverd uit oude kranten
en tegen het licht gehouden,
je blauw is beroemd en nog altijd
kostbaar, je breekbaarheid
berucht.
Je bent mooi
en staat op een kast. Een kat
zoekt een vlieg die in jou zoemt.
Ik sta voor een gesloten deur, met bloemen, en te laat.
.






