Site-archief

Jotie T’Hooft

Vlaamse dichters

.

Als ik de Vlaamse dichters behandel mag een van de belangrijkste en bekendste dichters Jotie T’Hooft natuurlijk niet ontbreken. Op veel te jonge leeftijd (21) overleden aan een overdosis cocaïne, heeft Jotie T’Hooft toch een aantal belangrijke dichtbundels gepubliceerd. Nog is de nagedachtenis aan T’Hooft niet minder geworden. Elk jaar wordt door Jong Groen Oudenaarde veel aandacht besteedt aan het leven en werk van Jotie T’Hooft .

Zo is er elke twee jaar (sinds 2008) een Jotie T’Hooft poëzieprijs voor jong en oud (mijn oudste dochter is ooit genomineerd voor de prijs van de jonkies).Maar er worden ook hommageavonden georganiseerd en men ijvert ervoor om zijn graf als funerair erfgoed te bewaren en te beschermen.

Jotie T’Hooft wordt wel eens het wonderkind van de jaren zeventig genoemd.

Hij werd geboren op 9 mei 1956 in Bevere, bij Oudenaarde, net zoals zijn voorouders. Van jongs af aan was hij opvallend taalvaardig, las en schreef hij veel. Omwille van zijn druggebruik en rebels karakter deed hij bijna alle scholen van Oost-Vlaanderen aan. Hij werkte in het antiekatelier van zijn oom, als nachtwaker en als lector bij uitgeverij Manteau. Waar hij ook was, wat hij ook deed, steeds bleef hij schrijven. In 1975 huwde hij uit liefde met Ingrid en verscheen zijn eerste bundel “Schreeuwlandschap”. Voor zijn tweede bundel “Junkieverdriet” (1976) kreeg hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs. Jotie T’Hooft werd op korte tijd een literair fenomeen. Zijn belangrijkste thema’s zijn: druggebruik, dood, erotiek, het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid,…

Voor hij de kans kreeg van zijn verslaving af te geraken, overleed hij op 6 oktober 1977 aan een noodlottige overdosis. Na zijn leven verschenen nog bundels met onuitgegeven werk. Dat dit prille oeuvre nog steeds wordt gelezen en heruitgegeven toont aan dat het een tijdloze herkenbaarheid bevat. Jotie’s oom Rik verzorgt nog steeds zijn sobere graf op de begraafplaats in de Dijkstraat te Oudenaarde. Je treft er nog geregeld attenties van bewonderaars aan. Jotie wandelde zelf graag over deze begraafplaats.

.

Playmate of the month
.
Naakt in een strandstoel,
Benen tomeloos gespreid –
De wond ontbloot
Waarin men glijdt –
 .
Foutloos lichaam fel belicht:
Hoe komt het, madame
Dat ik als een gordijn uw vlees oplicht
Alsof uw naaktheid niet volstond
 .
Om onder het verhit gezicht
Te vinden, wat ik altijd vond:
Een schedel, eens vergaan zó licht,
En ’t grijnzen van een tandeloze mond.
jotie_brosse1_web
 
Met dank aan http://www.jotiepoezieprijs.be/ en http://www.dbnl.org

Vrouw Holle

Tjitske Jansen

.

Tjitske Jansen (1971) studeerde cum laude af in Beeldende kunst en Theater, aan de Hogeschool voor de kunsten in Arnhem. Voordat ze begon te dichten was ze onder meer werkzaam als koopvrouw op de markt, kokshulp, serveerster en administratief medewerker. In 2003 brak ze door als dichter met haar debuutbundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’  waarvan er meer dan 10.000 werden verkocht.

.

Haar   stijl kenmerkt zich door een eenvoudig taalgebruik, waar veel referenties aan de kinderwereld in voorkomen, vaak gepaard met laconieke humor (zelf gaf Tjitske Jansen ooit aan de gedichten die ze schrijft kinderlijk of puberaal te vinden) Ook een hoofdfiguur uit een sprookje die zich aan zijn/haar rol houdt maar in het gedicht een andere kant krijgt. Bijvoorbeeld Vrouw Holle (zie hieronder) die verliefd wordt. Ze snijdt echter wel de grote thema’s als liefde, dood en verbondenheid aan in haar werk.

.

Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Vrouw Holle’ speciaal voor Lune.

.

Vrouw Holle

Ik kijk liever naar de maan
dan naar de mens.
De mens,
ik word er zó moe van.
Dat roepende, smekende,
lachende, verlangende,
niet wetende,
willen wetende
ik hou van jou zeggende,
of denkende,
op schoenen
of op eelt lopende,
van de een naar de ander rennende,
met sieraden en muziek beklede mens.
Ik kijk liever naar de maan
die altijd hetzelfde is:
onverschillig.
trouw.

De maan heeft geen woorden nodig
om te zeggen:
ik ben er
en morgennacht ben ik er weer

Misschien zit er een wolk voor,
misschien zie je me niet omdat je binnen bent,
omdat je binnen naar dwaze liedjes ligt te luisteren
of omdat er tranen voor je ogen zitten,
tranen omdat je denkt dat je alleen bent,
maar je bent niet alleen,
want ik ben er,
en gisteren was ik er ook,
en morgen ben ik er weer.

 

.

tjitske jansen foto is vrij van auteursrechten

Niets cadeau

Wislawa Szymborska

.

Uit de bundel ‘Einde en begin, gedichten 1957-1997’ van uitgeverij Meulenhoff uit 1999 het prachtige gedicht ‘Niets cadeau’ van Wislawa Szymborska.

.

Niets cadeau

.

Niets cadeau gekregen, alles te leen.

Tot over mijn oren in de schulden

zal ik met mezelf

voor mezelf moeten betalen,

mijn leven voor mijn leven geven.

.

Het is nu eenmaal zo geregeld

dat het hart terug moet

en de lever terug moet

en elke vinger afzonderlijk.

.

Te laat om het contract te verbreken.

De schulden moeten worden geïnd,

het vel over de oren gehaald.

.

Op de wereld loop ik rond

in de menigte van andere schuldenaren.

Sommigen zijn verplicht

hun vleugels af te betalen.

Anderen moeten of ze willen of niet

hun blaadjes afrekenen.

.

Aan de debetzijde

staat elk weefsel in ons.

Geen wimpertje, geen steeltje

mogen we voorgoed behouden.

.

De lijst is uitputtend

en het ziet ernaar uit

dat we niets zullen overhouden.

.

Ik kan me niet herinneren

waar, wanneer en waarom

ik zo’n rekening heb laten openen.

.

Het protest daartegen

noemen we de ziel.

En dat is het enige

wat niet op de lijst staat.

.

leeg

Lamento

Remco Campert

.

Lamento

.

Hier nu langs het lange diepe water

dat ik dacht ik dacht dat je altijd maar

dat je altijd maar

.

hier nu  langs het lange diepe water

waar achter oeverriet  achter oeverriet de zon

dat ik dacht dat je altijd maar altijd

.

dat altijd maar je ogen  je ogen en de lucht

altijd maar je ogen en de lucht

altijd maar rimpelend  in het water rimpelend

.

dat altijd in levende stilte

dat ik altijd zou leven in levende stilte

dat je altijd maar  dat wuivende oeverriet altijd maar

.

Langs het lange diepe water  dat altijd maar je huid

dat altijd maar in de middag je huid

altijd maar in de zomer in de middag je huid

.

dat altijd maar je ogen zouden breken

dat altijd van geluk je ogen zouden breken

altijd maar in de roerloze middag

.

langs het lange diepe water  dat ik dacht

dat ik dacht dat je altijd maar

dat ik dacht dat geluk altijd maar

.

dat altijd maar het licht roerloos in de middag

dat altijd maar het middaglicht  je okeren schouder

je okeren schouder altijd in het middaglicht

.

dat altijd maar je kreet  hangend

altijd maar je vogelkreet  hangend

in de middag  in de zomer  in de lucht

.

dat altijd maar de levende lucht dat altijd maar

altijd maar het rimpelende water de middag je huid

ik dacht dat alles altijd maar ik dacht dat nooit

.

hier nu langs het lange diepe water dat nooit

ik dacht dat altijd dat nooit dat je nooit

dat nooit vorst dat geen ijs ooit het water

.

hier nu langs het lange diepe water dacht ik nooit

dat sneeuw ooit de cipres dacht ik nooit

dat sneeuw nooit de cipres dat je nooit meer

.

Wil je het gedicht voorgedragen door Remco Campert,  beluisteren zonder muzikale omlijsting ga dan naar http://www.safetygallery.com/Kunst/Gedicht%20lamento.htm

De gestorvene

Ida Gerhardt

.

Uit ‘Het laatste anker, 300 gedichten over dood en wat troost uit de hele wereld’ vandaag, omdat het een mooi gedicht is, ‘De gestorvene’ van Ida Gerhardt.

.

De gestorvene

.

Zeven maal om de aarde gaan,

als het zou moeten op handen en voeten;

zeven maal, om die éne te groeten

die daar lachend te wachten zou staan.

Zeven maal om de aarde te gaan.

.

Zeven maal over de zeeën te gaan,

schraal in de kleren, wat zou het mij deren,

kon uit de dood ik die éne doen keren.

Zeven maal over de zeeën te gaan-

zeven maal, om met zijn tweeën te staan.

.

gerhardt

Uit ‘Het laatste anker, 300 gedichten over dood en wat troost uit de hele wereld’, samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, Atlas/Lannoo, 2003

Gedichten op vreemde plekken

Deel 95: Op een muur tegenover een fabriek in Bhopal (India)

.

In 1984 vond de grootste giframp ooit plaats in Bhopal in de deelstaat Madhya Pradesh in India. Deze giframp in de bestrijdingsmiddelenfabriek van Union carbide eiste duizenden levens ten gevolge van het vrijkomen van veertig ton methylisocyanaat (MIC). Deze gebeurtenis is met minstens 50.000 slachtoffers met ernstige aandoeningen tot op heden de ergste industriële ramp die ooit is voorgekomen.

Het ongeluk werd veroorzaakt doordat er water in de MIC opslagtanks terecht was gekomen. Bij de daaropvolgende exotherme reactie liep de druk zo hoog op, dat de veiligheidskleppen open gingen. Hierdoor kwamen grote hoeveelheden giftig gas vrij. Terwijl het gas vrijkwam waren de gaswassers, die het gas hadden moeten zuiveren, buiten gebruik vanwege reparaties. Uit onderzoeken bleek dat een groot aantal andere veiligheidsprocedures niet waren gevolgd. Zo waren er geen sluitplaten die hadden moeten voorkomen dat er water in de tanks zou komen. De koelinstallatie van de tanks werkte niet. De fakkelinstallatie waarin het vrijkomende gas verbrand had kunnen worden, was buiten gebruik gesteld. Het veiligheidsniveau in de Indiase fabriek van Union Carbide kwam niet overeen met dat in hun overige fabrieken.

Union Carbide is ervan beschuldigd dat de veiligheidsprocedures opzettelijk omzeild of buiten werking gezet zijn in het kader van een bezuinigingsoperatie die toentertijd in deze fabriek werd uitgevoerd. Tijdens rechtszaken voor schadevergoeding werden er documenten onthuld, waaruit bleek dat Union Carbide regelmatig “ongeteste technologie” in de Indiase fabriek implementeerde. Na het vrijkomen van het gas werden lokale artsen niet op de hoogte gebracht van de aard van het gas, wat hen had kunnen helpen om de juiste behandeling te kiezen en elementaire noodmaatregelen, zoals het afsluiten van kieren met behulp van natte doeken, waren niet voorbereid. Union Carbide ontkent deze beschuldigingen op de website die zij aan de tragedie gewijd heeft.

.

Tegenover de fabriek die zoveel leed heeft veroorzaakt is op een muur een (deel van een) gedicht aangebracht. De eerste en de derde regel uit het gedicht “Do not go gentle into that good night” van de Welshe dichter Dylan Thomas ( 1914-1953) staan op de muur geschilderd. Waarom de tweede regel is weggelaten lijkt me duidelijk. Dit is een keiharde aanklacht. De nacht verwijst in dit gedicht naar de dood.

Hieronder het volledige gedicht.

.

Do not go gentle into that good night
Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rave at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.
Though wise men at their end know dark is right,
Because their words had forked no lightning they
Do not go gentle into that good night.
Good men, the last wave by, crying how bright
Their frail deeds might have danced in a green bay,
Rage, rage against the dying of the light.
Wild men who caught and sang the sun in flight,
And learn, too late, they grieved it on its way,
Do not go gentle into that good night.
Grave men, near death, who see with blinding sight
Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
Rage, rage against the dying of the light.
And you, my father, there on the sad height,
Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.
Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light.
.
.
tegenover de fabriek in Bhopal
Met dank aan Wikipedia.

Luister hier naar het gedicht voorgedragen door Dylan Thomas:

Ik draag van alles

Hugo Claus

.

Vandaag eens wat meer van de gedichten van Hugo Claus gelezen. Claus (1929 – 2008)was tot nu een voor mij minder bekende dichter. Ten onrechte blijkt nu. Claus heeft een bijzondere poëtische stem. Toegegeven, sommige gedichten waren zelfs na meerdere keren lezen nog steeds onbegrijpelijk,   maar ik heb een aantal prachtige gedichten gelezen waarvan ik er hier een wil plaatsen.

.

Ik draag van alles

Ik draag van alles, brood, kaas
een bom of een verminkte kat.
Dragen is mijn redding.

Ook van binnen draag ik,
vragen, tranen, gedaas
en een karrenvracht solaas.

Als ik niet draag
is er een gemis
dat niet te dragen is.

Het dood dier dat ik droeg
heeft mij gelikt
tot ik geen gezicht meer had.

.

Uit de bundel ‘Gedichten 1968 – 1978’
Met dank aan gedichten.nl

.

claus

De weg naar het graf

J.C. Bloem

.

Insomnia

.
Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliedt gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen.
.
Hoe onmachtig klinkt het schriel “te wapen”
Waar de levenswil ten strijdt mee noodt,
Naast der doodsklaroenen schrille stoot,
Die de grijsaards oproept in haar schoot,
.
Evenals een vrouw, die een zich gaf,
Baren moet, of ze al dan niet wil baren,
Want het kind is groeiende in haar schoot
.
Is elk wezen zwanger van de dood,
En het voorbestemde doel van ’t paren
Is niet minder dan de wieg het graf.

.

 

Geef dat ik slapen mag

Emily Brontë

.

Afgelopen maandag is een zeer dierbare oom van me overleden. Een geweldige man die van het leven hield maar de strijd tegen de voortwoekerende ziekte in zijn lichaam niet kon winnen. Reden voor mij om gedichten over de dood en rouw te herlezen. In Het laatste anker; 300 gedichten over dood en wat troost uit de hele wereld uit 2003 vond ik een prachtig gedicht van Emily Brontë over de dood en de verlossing van het lijden.

.

Geef dat ik slapen mag

.

Geef dat ik slapen mag en geen

bewustzijn mij meer plaagt,

dat sneeuw zich legt over mij heen

of regen langs mij vlaagt-

Het is de hemel niet, die het heet

verlangen in mij stilt,

het helse vuur, bij wat ik deed,

bij wat ik wil, wordt mild!

.

Dit heb ik eens gezegd, dit blijf

ik zeggen, altijd weer:

drie goden, in dit tenger lijf,

gaan dag en nacht tekeer-

Al is de hemel voor hen te klein,

ik draag hen in mij om,

en weet: zij zullen in mij zijn

tot ik voorgoed verstom!

.

Geef dat van hun verwoed tumult

ik eens zal zijn bevrijd,

dat ik door stilte word omhuld

en nooit meer, nooit meer lijd!

.

dood

 

Foto: Marsel van Oosten

Dennis O’Driscoll

1954 – 2012

.

Opnieuw is er een dichter overleden. Op Facebook las ik het bericht van het overlijden van Dennis O’Driscoll op 24 december jongstleden.

Deze Ierse dichter publiceerde in totaal 9 poëziebundels, ontving vele prijzen voor zijn werk en had een eredoctoraat in de literatuur aan the University College in Dublin. O’Driscoll’s werk karakteriseerde zich door het economische woordgebruik en terugkerende motieven  als sterfelijkheid en de breekbaarheid van het alledaagse leven.

Voor dat O’Driscoll zelf poëzie publiceerde was hij actief en bekend als poëziecriticus. The Times Literary Supplement noemde hem eens ‘een van Ierlands meest gerespecteerde poëziecritici’. In het Engels taalgebied een grote naam, voor wie het (nog) niet kent, op http://www.poetryfoundation.org kun je zijn biografie alsmede een aantal gedichten van zijn hand lezen. Hier alvast een gedicht van hem.

.

        Normally speaking

Normally_speaking