Site-archief
Hulp bij zelfdoding
Marc van Biezen
.
In 2011 verscheen bij uitgeverij Mistral de bundel ‘Ex-mondschilder’ van Marc van Biezen. Marc van Biezen (1968) debuteerde in 2007 met de bundel Afwezigheidsassistente. Zijn poëzie werd ook gepubliceerd in diverse tijdschriften, waaronder Zoetermeer en De Brakke Hond. Samen met collega-dichter Jaap Stiemer maakte hij de cd KRANK ZIN, een ‘ontluisterboek voor zachthorenden’.
In ‘Ex-mondschilder’ zijn (zeer) korte gedichten of puntdichten en aforismen gebundeld die stuk voor stuk donkere thema’s behandelen. Tegelijkertijd zijn de gedichten licht van toon wat het lezen zeker geen onaangename bezigheid maakt. Ziekte, verval, ongeluk en de dood zijn thema’s die voorbij komen. Volgens de uitgever poogt de dichter in deze bundel “het leed dat leven heet te bezweren met troostende relativering en absurdistische humor”.
Oordeel zelf aan de hand van het gedicht ‘Hulp bij zelfdoding’.
.
Hulp bij zelfdoding
.
adem in
adem uit
.
adem in
adem uit
.
en
stop
.
Lief
Joost Zwagerman
.
In de Volkskrant van afgelopen vrijdag stond een mooie recensie van Arjan Peters, van de laatste en postuum verschenen poëziebundel van Joost Zwagerman, getiteld ‘Wakend over God’. Bij de recensie stond een gedicht uit deze bundel die ik iedereen die dit niet gelezen heeft, of de Volkskrant niet heeft, graag wil meegeven.
.
Lief
.
Mijn lief, wees alsjeblieft
heel lief voor mij, nu God
mij denkelijk heeft uitgewist.
Mijn lief, blijf alsjeblieft
heel dicht bij mij. Misschien
word ik door God gemist.
.
Mijn lief, vertrouw ook
nu op mij. ik ben niet weg,
God ademt mij. Mijn lief
wees alsjeblieft heel lief
voor mij. Misschien heeft God
zich in mijn dood vergist.
.
Cranky Old Man
Mak Filiser
.
Poëzie kan een bron van vreugde zijn, het kan een manier zijn om met problemen om te gaan of om emoties in te verwerken. Het kan echter ook een manier zijn om iets aan de kaak te stellen. In de categorie ‘Dichter in verzet’ heb ik hier al verschillende voorbeelden van behandeld.
Via Facebook kwam ik op de website damn.com en daar stond een bericht over een oude man die was gestorven in een verpleeghuis. Het verplegend en verzorgend personeel dat de kamer van Mak Filiser moest leeg maken na zijn overlijden kwam tot hun grote verrassing een gedicht van zijn hand tegen met de veelzeggende titel ‘Cranky Old Man’.
In dit gedicht verteld Mak over zijn leven, van jonge jongen tot oude man, hoe het is om als oude man zijn laatste dagen te slijten in een verpleeghuis. Over een jonge geest in een oud lichaam. Een verpleegster kopieerde het gedicht en deelde het uit, het haalde deze website en er is zelfs een Nederlandse vertaling van dit bericht geplaatst op http://www.trendnova.nl/verpleegkundige-in-verpleeghuis/
Omdat ik de Engelse tekst net iets mooier en pakkender vind hier het origineel.
.
Cranky Old Man
.
What do you see nurses? What do you see?
What are you thinking…when you’re looking at me?
A cranky old man…not very wise,
Uncertain of habit…with faraway eyes?
Who dribbles his food…and makes no reply.
When you say in a loud voice…I do wish you’d try!’
Who seems not to notice…the things that you do.
.
And forever is losing…A sock or shoe?
Who, resisting or not…lets you do as you will,
With bathing and feeding…The long day to fill?
Is that what you’re thinking? Is that what you see?
Then open your eyes, nurse…you’re not looking at me.
I’ll tell you who I am . . . . .. As I sit here so still,
.
As I do at your bidding…as I eat at your will.
I’m a small child of Ten…with a father and mother,
Brothers and sisters…who love one another
A young boy of Sixteen…with wings on his feet
Dreaming that soon now…a lover he’ll meet.
A groom soon at Twenty…my heart gives a leap.
Remembering, the vows…that I promised to keep
.
At Twenty-Five, now…I have young of my own.
Who need me to guide…And a secure happy home.
A man of Thirty…My young now grown fast,
Bound to each other…With ties that should last.
At Forty, my young sons…have grown and are gone,
But my woman is beside me…to see I don’t mourn.
At Fifty, once more…Babies play ’round my knee,
Again, we know children…My loved one and me.
.
Dark days are upon me…My wife is now dead.
I look at the future…I shudder with dread.
For my young are all rearing…young of their own.
And I think of the years…And the love that I’ve known.
I’m now an old man…and nature is cruel.
It’s jest to make old age…look like a fool.
The body, it crumbles…grace and vigor, depart.
There is now a stone…where I once had a heart.
But inside this old carcass a young man still dwells,
.
And now and again…my battered heart swells
I remember the joys…I remember the pain.
And I’m loving and living…life over again.
I think of the years, all too few…gone too fast.
And accept the stark fact…that nothing can last.
So open your eyes, people…open and see.
Not a cranky old man.
Look closer…see…ME!!
.
Van een oplettende lezer kreeg ik de tip dat dit gedicht een verbastering of aangepaste versie is van een gedicht van David L. Griffith met als titel ‘Too soon old’. Hier te lezen: http://www.spotlightdavid.com/TooSoonOld.html
Otiot
Lut de Block
.
Lut De Block (1952) studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk. Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd.
In Vlaanderen heeft ze een aantal literaire prijzen gewonnen. Haar werk is in het Engels, Frans en Afrikaans vertaald.
Uit:’De luwte van het late middaguur’ uit 2002 een gedicht geschreven voor Harry Mulisch.
.
Otiot
.
Het vlees komt los van de botten. De ziel zingt
zich weg van het lichaam. De klinkers botsen
tegen het karkas van tweeëntwintig letters aan.
In den beginne was het woord. Een alefbeet
van slijk en klei. Hoor ik haar heer of huur haar hier.
Kon ik maar al jouw klinkers zijn en weerklinken
in de klankkast van je lijf. Ik koester het skelet van
zachte consonanten. De meester van ‘de procedure’
noemde hen het zichtbare lichaam van de woorden.
De klinkers noemde hij hun ziel en dus onzichtbaar.
D KLNKRS ZN HN ZL N DS NZCHTBR. Zo bijbels
klinkt het niet in onze ingedijkte moddertaal. en ander-
maal stoor ik je rust, staar je me aan, stuur je me weg.
.
Fysici en Lyrici
Boris Sloetski
.
De dichter Boris Sloetski ( 1919-1986) werd geboren in Slavjansk (of Slovyansk), een industriestad die tegenwoordig in de Oekraïne ligt, in een typisch arbeidersmilieu. Boris volgde echter een literatuurstudie aan de Maxim Gorki instituut in Moskou. Sloetski’s poëzie behandelt vooral algemeen menselijke problemen. Hij schrijft oorlogslyriek vol pijn en vol trauma. Hij schrijft over individuele lotgevallen zonder sentimenteel of pathetisch te zijn. Een veelvoorkomend thema in zijn werk is de Joodse problematiek (antisemitisme en de Holocaust). Ook schrijft hij veel over ouderdom en dood. Een soort meta-thema in zijn werk is de didactische taak die hij ziet voor de dichter. Voor hem is de dichter “niet een telefoon- maar een telegraafdraad”. Sloetski was één van de dichters die Joseph Brodsky hebben beïnvloed.
Uit 1959 het gedicht ‘Fysici en Lyrici’ vertaald door Peter Zeeman.
.
Fysici en Lyrici
.
We houden fysici in ere.
Voor lyrici heeft niemand tijd.
Ik ben niet aan het speculeren,
het is een soort wetmatigheid.
.
We faalden dus in het onthullen
van wat ons te onthullen stond!
Dus onze jambetjes zijn prullen,
je komt er niet mee van de grond.
En onze paarden? Die ontberen
het Pegasus-gevoel geheid…
We houden fysici in ere,
voor lyrici heeft niemand tijd.
.
Dit alles is allang bewezen.
Geen mens die zich hiertegen kant.
Ach, pijnlijk hoeft dit niet te wezen,
nee, het is eerder interessant
te zien hoe onze rijmen slinken,
als schuim dat aanspoelt op het strand,
hoe grootsheid waardig weg zal zinken
in logaritme en verstand.
.
Boris Sloetski in 1945 als soldaat in het Rode leger.
Graf van Boris Sloetski op de Piatnitsky begraafplaats in Moskou (foto Christina Bedina)
Met dank aan Spiegel van de Russische poëzie en Wikipedia.
Dag van rouw
Zondag
.
Op deze dag van rouw een gedicht van Herman de Coninck dat hier naadloos op aansluit.
.
Waar gaan de dingen gebeuren
als ze hier zijn afgelopen?
.
Waarheen gaan nevelscheuren
die hier alles hebben open-
.
gelaten? Waar gaat sneeuw sneeuwen,
geen enkele vlok verloren leggend
.
om alles zo te laten?
Waar blijven woorden, niets meer zeggend
.
over jouw eindelijk
gelaten gezicht?
.
Hoe wordt je halfopen mond
gedicht?
.
Projectie
Ingmar Heytze
.
Vandaag een gedicht van Ingmar Heytze zonder verdere introductie of uitleg maar gewoon omdat het een prachtig gedicht van een bijzondere dichter. ‘Projectie’ uit ‘Het ging over rozen’ uit 2002.
.
Projectie
.
Het zal wel donker zijn, als je er niet meer bent.
Misschien zo stil en donker als het ademloos moment
waarop het zaallicht dimt voordat de film begint,
.
dat ogenblik. de hele eeuwigheid. Misschien.
Maar als je droomt dat je een vlinder bent,
kun je evengoed een vlinder zijn
die droomde dat hij mens was.
.
Je mag dit nooit vergeten. Op een dag
kust een van ons de ogen van de ander dicht
en moet dan weten: dit is louter pauze totdat alles
weer opnieuw begint. Jij en ik – geen stof, maar licht.
.
Romans
Stevie Smith
.
Florence Margaret Smith, schrijvend onder de naam Stevie Smith (1902 – 1971) was een Engels schrijfster en dichteres. Haar werk neemt een bijzondere positie in de Engels literatuur in omdat haar poëzie weinig gemeen heeft met die van haar tijdgenoten. Soms is de invloed van William Blake of Edward Lear te bespeuren.
Haar taal schommelt tussen eenvoudig en archaïsch Engels, ze gebruikt zowel traditionele als vrije vormen. De speelse en humoristische toon van veel gedichten herinnert aan kinderversjes, maar vaak is de tekst gecontrasteerd met subtiele melancholie en een thematische voorkeur voor de dood en zelfmoord.
Ze schreef acht dichtbundels en een aantal romans en ontving voor haar poëzie in 1969 de Queen’s Gold Medal for Poetry. Uit ‘Poems’ uit 1971 het volgende gedicht.
Tenuous and Precarious
Tenuous and Precarious
Were my guardians,
Precarious and Tenuous,
Two Romans.
My father was Hazardous,
Hazardous
Dear old man,
Three Romans.
There was my brother Spurious,
Spurious Posthumous,
Spurious was Spurious,
Was four Romans.
My husband was Perfidious,
He was Perfidious
Five Romans.
Surreptitious, our son,
Was Surreptitious,
He was six Romans.
Our cat Tedious
Still lives,
Count not Tedious
Yet.
My name is Finis,
Finis, Finis,
I am Finis,
Six, five, four, three, two,
One Roman,
Finis.
.
Fax poem
Charles Bukowski
.
Op 18 februari 1994 liet Charles Bukowski een fax installeren in zijn kamer en vrijwel meteen daarna faxte hij onderstaand gedicht naar zijn uitgever. Dit was meteen het laatste gedicht dat hij schreef. Achttien dagen later overleed de dichter in Californië aan Leukemie. Hij was toen 73 jaar oud. Voor zover bekend is dit gedicht nooit in een bundel gepubliceerd.
.
oh, forgive me For Whom the Bell Tolls,
oh, forgive me Man who walked on water,
oh, forgive me little old woman who lived in a shoe,
oh, forgive me the mountain that roared at midnight,
oh, forgive me the dumb sounds of night and day and death,
oh, forgive me the death of the last beautiful panther,
oh, forgive me all the sunken ships and defeated armies,
this is my first FAX POEM.
It’s too late:
I have been
smitten.
.

March 1981, Los Angeles, California, USA — American Writer Charles Bukowski — Image by © Fabian Cevallos/CORBIS SYGMA














