Site-archief

Dat ik je mis

Maaike Ouboter

.

Afgelopen week was de Alpe d’HuZes voor de tiende maal. Alpe d’HuZes is een actie waarbij deelnemers hardlopend, wandelend of fietsend onder het motto ’opgeven is geen optie’ op een dag tot maximaal zes keer de legendarische Alpe d’Huez beklimmen om zo veel mogelijk geld in te zamelen in de strijd tegen kanker. Diezelfde ochtend was Maaike Ouboter op de radio. Zij werd bekend met het liedje ‘Dat ik je mis’ dat ze voor het eerste vertolkte bij de beste Singer-songwriter in 2013. Zij schreef dit liedje over haar overleden ouders.

Ik weet niet wat de twee met elkaar te maken hebben (hoe de ouders van Maaike Ouboter zijn overleden wil ze niet bekend maken) maar beide zaken verwijzen sterk naar overlijden, het gemis van een dierbare en hoe je als ‘overlever’ hier mee om (kan) gaan.

Omdat de tekst van ‘Dat ik je mis’ in mijn ogen heel poëtische is hier de songtekst en de vertolking uit 2013 toen ze dit liedje voor het eerst speelde op de televisie.

.

Dat ik je mis

Je kust me, je sust me.
Omhelst me, gerust me.
Je vangt me, verlangt me.
Oneindig ontbangt me
Je roept me, je hoort me.
Je redt en verstoort me.
Geloof me, beroof me.
Verstikt en verdoof me.
Je ademt en leeft me.
Siddert en beeft me.
Vertrouwt me, beschouwt me
Als mens en weerhoudt me
Van bozige dromen
Die op komen dagen
De eenzame vragen
Van eindig geluk.

Met je krullen als nacht
Hoe je praat hoe je lacht
Hoe je stem zo dichtbij
Als een engel verzacht
In mijn dromen doorstromen
Oneindige leegte
Je remt me, je temt me
Je roert en beweegt me
Ik mis je, ik mis je
Ik grijp je, ik gris je
Ik wil je, bespeel je
Ik roer en beveel je
Om bij me te blijven
In donkere nachten
Om niet meer te smachten
Naar jou
Laat me los

Ik moet nu alleen
En houd me vast als het nodig is
In gedachten en ik zoek je
in alles om me heen
maar al denk ik soms
dat het zo beter is
Kan ik het niet helpen
Dat ik je soms mis

Oh ik smoor je, bevroor je
Verlos en verloor je
Weg naar een andere plek
Maar ik hoor je
Omarm je, verwarm je
Ik zie en ik voel je
Ik aai je, ik streel je
Ik knuffel en kroel je
Je rijdt me begrijpt me
Verwart en misleidt me
Het schrikt me soms af
Hoeveel ik op je lijk nu
M’n glimlach mijn tranen
M’n liefde, mijn beleven
Het spijt me van alles
Kom help en bevrijd me
En laat me los
Ik kan het alleen
Maar houd me vast als het nodig is
In gedachten en ik vind je
In alles om me heen
Maar al denk ik soms
Dat het zo beter is
Kan ik het niet helpen
Dat ik je soms mis

Ik kus je, ik sus je
Ik doof en ik blus je
Je blijft heel dicht bij me
Maar in mijn hoofd rust je

.

En wat dan?

Jotie T’Hooft

.

Het verhaal van Jotie T’Hooft (1956 – 1977) is bekend, op de middelbare school ernstige aanpassingsproblemen; door zijn zwakke resultaten, opstandige karakter en zijn onhandelbaar gedrag van meerdere scholen gestuurd zocht hij zijn heil in drugs, literatuur, poëzie en muziek. Op zijn 14e was hij al verslaafd. Op zijn 17e ging hij op kamers wonen in Gent, verdwaalde daar nog verder in het drugsmilieu en deed hij een mislukte zelfmoord.

Zijn ouders namen hem terug naar zijn geboorteplaats Bevere. Daar brak een periode van relatieve rust aan. In 1975 trouwt Jotie met zijn nieuwe liefde Ingrid Weverbergh.  Zijn schoonvader, directeur van uitgeverij Manteau, bezorgde hem niet alleen werk als lector bij deze uitgeverij, maar zorgde er ook voor dat zijn eerste bundel ‘Schreeuwlandschap’ in 1975 gepubliceerd werd.

Het drugsmisbruik bleef echter en in 1977 verlaat Ingrid Jotie en pleegt hij uiteindelijk zelfmoord door een overdosis cocaïne te nemen.

Jotie T’Hooft is in de eerste plaats een neoromantisch dichter en de thema’s in zijn werk zijn dan ook de thema’s uit de deze stijlperiode: het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid. De belangrijkste thema’s bij Jotie T’Hooft, zijn die zaken die een rechtstreekse vlucht vormen voor het bestaan: druggebruik, dood en zelfmoord, erotiek en seks.

Het oeuvre van Jotie T’Hooft is door zijn dood op jonge leeftijd beperkt (tijdens zijn leven verscheen nog ‘Junkieverdriet’ en meteen na zijn dood ‘de laatste gedichten’) maar nog steeds wordt zijn werk verkocht en gelezen.

Uit de bundel ‘Schreeuwlandschap’ het gedicht ‘En wat dan?’.

.

En wat dan?

.

Op een dag zal ik weg zijn en

wat dan? Verdwenen zonder een

teken te geven of te nemen en

het puin dat ik achterlaat is

niet langer lachwekkend.

.

Want wie zoals ik nooit heeft

gebouwen laat niets achter dan

verwachting en verwarring en

wat dan?

.

Wellicht in uw herinnering zal ik

stollen verstijven, niet lang meer

blijven maar verbleken tot verleden

en wat toen? Te doen?

‘Het was waar’ zult gij zeggen ‘hij speelde

met woorden als geen ander maar wat

heeft dat te betekenen’. Zo bleek zal

ik zijn.

.

In u…

.

en wat dan…?

.

ingrid

Jotie en Ingrid

schreeuwlandschap

Invasie

Anna Enquist

.

In de week van de liefdesgedichten vandaag een gedicht van Anna Enquist. Anna Enquist beschrijft in dit gedicht de liefde en de rouw, de pijn en hoe liefde grenzen overwint, ook die van de dood. Uit de bundel ‘Soldatenliederen’ uit 1991 het gedicht ‘Invasie’.

.

Invasie

.

Op de kale helling, wind in mijn haar,

staan wij en je kijkt. Uit alle macht

kijk jij naar mij, beeld van liefde.

.

En ik, ik kruip door je betraande ogen

binnen, glijd langs zenuwbanen, huppel

over myelineknopen; synapsen

ruisen, RNA dwingt eiwitten

zich te groeperen naar mijn beeld:

.

Ik sta gekerfd, gebeiteld in je hersens

tot je sterft, totdat je sterft.

.

helling

Gewicht van verwerking

Meine Maipoto

.

Poëzie is niet altijd ‘een gedicht’ of een vorm die we kennen. Soms ligt poëzie verborgen in teksten die misschien niet bedoeld zijn als poëzie maar wel zo ervaren kunnen worden. Die gewaarwording heb ik bij een werk getiteld ‘The Weight’ van kunstenares Adeline de Monseignat.

Adeline de Monseignat is een kunstenaar die woont en werkt in Londen. Haar, op sculpturen en installaties gebaseerde, en in papier gevatte werken komen voort uit haar interesse in de  Uncanny ( een Freudiaans concept van alles wat bekend is maar een gevoel geeft van oncomfortabele bevreemding), het lichaam , het moederschap en het begrip van de oorsprong .

In 2013 maakt zij een kunstwerk met de titel ‘The Weight’.

Dit werk werd gemaakt in reactie op de getuigenis van de 16 jarige Zuid Afrikaanse Meine Maipoto uit het Rammulotsi Township, met de titel ‘Over mijn toekomst’. De Monseignat hierover: “Mij werden mondelinge en schriftelijke getuigenissen gestuurd van kinderen die de trauma’s die ze hebben opgelopen, beschrijven en ik voelde me bijzonder geraakt door het verhaal van de jonge Meine Maipoto. Deze, met de hand geschreven, getuigenis waarin ze beschrijft hoe ze, op achtjarige leeftijd, plots haar moeder verliest en wordt gescheiden van haar broer.  De belasting voor zo’n jonge ziel en het gewicht van haar woorden vervulde mij met een sterk verlangen om haar te helpen. De manier waarop ze haar tekst had ‘ gebouwd ‘, woord voor woord –  steen voor steen – als een solide basis voor haar toekomst, in combinatie met mijn wil om een ​​monument te bouwen om haar verhaal te eren , maakte dat ik een muur van stenen voor haar wilde bouwen. Elke baksteen is zorgvuldig verpakt in weefsel, voorzien van een woord of twee van haar handschrift ; met rood geschreven op wit , zoals de kleuren van de schoolkleren die ze droeg toen men haar het nieuws vertelde dat haar moeder was overleden, waardoor haar blote weerloze lichaam wordt blootgesteld . De verpakking is dus een poging om haar in staat te stellen een gevoel van bescherming op geven . Elke rij stenen is een zin van haar tekst. De muur is haar getuigenis.

.

mm

mm3

mm5

mm4

Jotie T’Hooft

Vlaamse dichters

.

Als ik de Vlaamse dichters behandel mag een van de belangrijkste en bekendste dichters Jotie T’Hooft natuurlijk niet ontbreken. Op veel te jonge leeftijd (21) overleden aan een overdosis cocaïne, heeft Jotie T’Hooft toch een aantal belangrijke dichtbundels gepubliceerd. Nog is de nagedachtenis aan T’Hooft niet minder geworden. Elk jaar wordt door Jong Groen Oudenaarde veel aandacht besteedt aan het leven en werk van Jotie T’Hooft .

Zo is er elke twee jaar (sinds 2008) een Jotie T’Hooft poëzieprijs voor jong en oud (mijn oudste dochter is ooit genomineerd voor de prijs van de jonkies).Maar er worden ook hommageavonden georganiseerd en men ijvert ervoor om zijn graf als funerair erfgoed te bewaren en te beschermen.

Jotie T’Hooft wordt wel eens het wonderkind van de jaren zeventig genoemd.

Hij werd geboren op 9 mei 1956 in Bevere, bij Oudenaarde, net zoals zijn voorouders. Van jongs af aan was hij opvallend taalvaardig, las en schreef hij veel. Omwille van zijn druggebruik en rebels karakter deed hij bijna alle scholen van Oost-Vlaanderen aan. Hij werkte in het antiekatelier van zijn oom, als nachtwaker en als lector bij uitgeverij Manteau. Waar hij ook was, wat hij ook deed, steeds bleef hij schrijven. In 1975 huwde hij uit liefde met Ingrid en verscheen zijn eerste bundel “Schreeuwlandschap”. Voor zijn tweede bundel “Junkieverdriet” (1976) kreeg hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs. Jotie T’Hooft werd op korte tijd een literair fenomeen. Zijn belangrijkste thema’s zijn: druggebruik, dood, erotiek, het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid,…

Voor hij de kans kreeg van zijn verslaving af te geraken, overleed hij op 6 oktober 1977 aan een noodlottige overdosis. Na zijn leven verschenen nog bundels met onuitgegeven werk. Dat dit prille oeuvre nog steeds wordt gelezen en heruitgegeven toont aan dat het een tijdloze herkenbaarheid bevat. Jotie’s oom Rik verzorgt nog steeds zijn sobere graf op de begraafplaats in de Dijkstraat te Oudenaarde. Je treft er nog geregeld attenties van bewonderaars aan. Jotie wandelde zelf graag over deze begraafplaats.

.

Playmate of the month
.
Naakt in een strandstoel,
Benen tomeloos gespreid –
De wond ontbloot
Waarin men glijdt –
 .
Foutloos lichaam fel belicht:
Hoe komt het, madame
Dat ik als een gordijn uw vlees oplicht
Alsof uw naaktheid niet volstond
 .
Om onder het verhit gezicht
Te vinden, wat ik altijd vond:
Een schedel, eens vergaan zó licht,
En ’t grijnzen van een tandeloze mond.
jotie_brosse1_web
 
Met dank aan http://www.jotiepoezieprijs.be/ en http://www.dbnl.org

Vrouw Holle

Tjitske Jansen

.

Tjitske Jansen (1971) studeerde cum laude af in Beeldende kunst en Theater, aan de Hogeschool voor de kunsten in Arnhem. Voordat ze begon te dichten was ze onder meer werkzaam als koopvrouw op de markt, kokshulp, serveerster en administratief medewerker. In 2003 brak ze door als dichter met haar debuutbundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’  waarvan er meer dan 10.000 werden verkocht.

.

Haar   stijl kenmerkt zich door een eenvoudig taalgebruik, waar veel referenties aan de kinderwereld in voorkomen, vaak gepaard met laconieke humor (zelf gaf Tjitske Jansen ooit aan de gedichten die ze schrijft kinderlijk of puberaal te vinden) Ook een hoofdfiguur uit een sprookje die zich aan zijn/haar rol houdt maar in het gedicht een andere kant krijgt. Bijvoorbeeld Vrouw Holle (zie hieronder) die verliefd wordt. Ze snijdt echter wel de grote thema’s als liefde, dood en verbondenheid aan in haar werk.

.

Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Vrouw Holle’ speciaal voor Lune.

.

Vrouw Holle

Ik kijk liever naar de maan
dan naar de mens.
De mens,
ik word er zó moe van.
Dat roepende, smekende,
lachende, verlangende,
niet wetende,
willen wetende
ik hou van jou zeggende,
of denkende,
op schoenen
of op eelt lopende,
van de een naar de ander rennende,
met sieraden en muziek beklede mens.
Ik kijk liever naar de maan
die altijd hetzelfde is:
onverschillig.
trouw.

De maan heeft geen woorden nodig
om te zeggen:
ik ben er
en morgennacht ben ik er weer

Misschien zit er een wolk voor,
misschien zie je me niet omdat je binnen bent,
omdat je binnen naar dwaze liedjes ligt te luisteren
of omdat er tranen voor je ogen zitten,
tranen omdat je denkt dat je alleen bent,
maar je bent niet alleen,
want ik ben er,
en gisteren was ik er ook,
en morgen ben ik er weer.

 

.

tjitske jansen foto is vrij van auteursrechten

Niets cadeau

Wislawa Szymborska

.

Uit de bundel ‘Einde en begin, gedichten 1957-1997’ van uitgeverij Meulenhoff uit 1999 het prachtige gedicht ‘Niets cadeau’ van Wislawa Szymborska.

.

Niets cadeau

.

Niets cadeau gekregen, alles te leen.

Tot over mijn oren in de schulden

zal ik met mezelf

voor mezelf moeten betalen,

mijn leven voor mijn leven geven.

.

Het is nu eenmaal zo geregeld

dat het hart terug moet

en de lever terug moet

en elke vinger afzonderlijk.

.

Te laat om het contract te verbreken.

De schulden moeten worden geïnd,

het vel over de oren gehaald.

.

Op de wereld loop ik rond

in de menigte van andere schuldenaren.

Sommigen zijn verplicht

hun vleugels af te betalen.

Anderen moeten of ze willen of niet

hun blaadjes afrekenen.

.

Aan de debetzijde

staat elk weefsel in ons.

Geen wimpertje, geen steeltje

mogen we voorgoed behouden.

.

De lijst is uitputtend

en het ziet ernaar uit

dat we niets zullen overhouden.

.

Ik kan me niet herinneren

waar, wanneer en waarom

ik zo’n rekening heb laten openen.

.

Het protest daartegen

noemen we de ziel.

En dat is het enige

wat niet op de lijst staat.

.

leeg

Lamento

Remco Campert

.

Lamento

.

Hier nu langs het lange diepe water

dat ik dacht ik dacht dat je altijd maar

dat je altijd maar

.

hier nu  langs het lange diepe water

waar achter oeverriet  achter oeverriet de zon

dat ik dacht dat je altijd maar altijd

.

dat altijd maar je ogen  je ogen en de lucht

altijd maar je ogen en de lucht

altijd maar rimpelend  in het water rimpelend

.

dat altijd in levende stilte

dat ik altijd zou leven in levende stilte

dat je altijd maar  dat wuivende oeverriet altijd maar

.

Langs het lange diepe water  dat altijd maar je huid

dat altijd maar in de middag je huid

altijd maar in de zomer in de middag je huid

.

dat altijd maar je ogen zouden breken

dat altijd van geluk je ogen zouden breken

altijd maar in de roerloze middag

.

langs het lange diepe water  dat ik dacht

dat ik dacht dat je altijd maar

dat ik dacht dat geluk altijd maar

.

dat altijd maar het licht roerloos in de middag

dat altijd maar het middaglicht  je okeren schouder

je okeren schouder altijd in het middaglicht

.

dat altijd maar je kreet  hangend

altijd maar je vogelkreet  hangend

in de middag  in de zomer  in de lucht

.

dat altijd maar de levende lucht dat altijd maar

altijd maar het rimpelende water de middag je huid

ik dacht dat alles altijd maar ik dacht dat nooit

.

hier nu langs het lange diepe water dat nooit

ik dacht dat altijd dat nooit dat je nooit

dat nooit vorst dat geen ijs ooit het water

.

hier nu langs het lange diepe water dacht ik nooit

dat sneeuw ooit de cipres dacht ik nooit

dat sneeuw nooit de cipres dat je nooit meer

.

Wil je het gedicht voorgedragen door Remco Campert,  beluisteren zonder muzikale omlijsting ga dan naar http://www.safetygallery.com/Kunst/Gedicht%20lamento.htm

De gestorvene

Ida Gerhardt

.

Uit ‘Het laatste anker, 300 gedichten over dood en wat troost uit de hele wereld’ vandaag, omdat het een mooi gedicht is, ‘De gestorvene’ van Ida Gerhardt.

.

De gestorvene

.

Zeven maal om de aarde gaan,

als het zou moeten op handen en voeten;

zeven maal, om die éne te groeten

die daar lachend te wachten zou staan.

Zeven maal om de aarde te gaan.

.

Zeven maal over de zeeën te gaan,

schraal in de kleren, wat zou het mij deren,

kon uit de dood ik die éne doen keren.

Zeven maal over de zeeën te gaan-

zeven maal, om met zijn tweeën te staan.

.

gerhardt

Uit ‘Het laatste anker, 300 gedichten over dood en wat troost uit de hele wereld’, samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, Atlas/Lannoo, 2003

Gedichten op vreemde plekken

Deel 95: Op een muur tegenover een fabriek in Bhopal (India)

.

In 1984 vond de grootste giframp ooit plaats in Bhopal in de deelstaat Madhya Pradesh in India. Deze giframp in de bestrijdingsmiddelenfabriek van Union carbide eiste duizenden levens ten gevolge van het vrijkomen van veertig ton methylisocyanaat (MIC). Deze gebeurtenis is met minstens 50.000 slachtoffers met ernstige aandoeningen tot op heden de ergste industriële ramp die ooit is voorgekomen.

Het ongeluk werd veroorzaakt doordat er water in de MIC opslagtanks terecht was gekomen. Bij de daaropvolgende exotherme reactie liep de druk zo hoog op, dat de veiligheidskleppen open gingen. Hierdoor kwamen grote hoeveelheden giftig gas vrij. Terwijl het gas vrijkwam waren de gaswassers, die het gas hadden moeten zuiveren, buiten gebruik vanwege reparaties. Uit onderzoeken bleek dat een groot aantal andere veiligheidsprocedures niet waren gevolgd. Zo waren er geen sluitplaten die hadden moeten voorkomen dat er water in de tanks zou komen. De koelinstallatie van de tanks werkte niet. De fakkelinstallatie waarin het vrijkomende gas verbrand had kunnen worden, was buiten gebruik gesteld. Het veiligheidsniveau in de Indiase fabriek van Union Carbide kwam niet overeen met dat in hun overige fabrieken.

Union Carbide is ervan beschuldigd dat de veiligheidsprocedures opzettelijk omzeild of buiten werking gezet zijn in het kader van een bezuinigingsoperatie die toentertijd in deze fabriek werd uitgevoerd. Tijdens rechtszaken voor schadevergoeding werden er documenten onthuld, waaruit bleek dat Union Carbide regelmatig “ongeteste technologie” in de Indiase fabriek implementeerde. Na het vrijkomen van het gas werden lokale artsen niet op de hoogte gebracht van de aard van het gas, wat hen had kunnen helpen om de juiste behandeling te kiezen en elementaire noodmaatregelen, zoals het afsluiten van kieren met behulp van natte doeken, waren niet voorbereid. Union Carbide ontkent deze beschuldigingen op de website die zij aan de tragedie gewijd heeft.

.

Tegenover de fabriek die zoveel leed heeft veroorzaakt is op een muur een (deel van een) gedicht aangebracht. De eerste en de derde regel uit het gedicht “Do not go gentle into that good night” van de Welshe dichter Dylan Thomas ( 1914-1953) staan op de muur geschilderd. Waarom de tweede regel is weggelaten lijkt me duidelijk. Dit is een keiharde aanklacht. De nacht verwijst in dit gedicht naar de dood.

Hieronder het volledige gedicht.

.

Do not go gentle into that good night
Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rave at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.
Though wise men at their end know dark is right,
Because their words had forked no lightning they
Do not go gentle into that good night.
Good men, the last wave by, crying how bright
Their frail deeds might have danced in a green bay,
Rage, rage against the dying of the light.
Wild men who caught and sang the sun in flight,
And learn, too late, they grieved it on its way,
Do not go gentle into that good night.
Grave men, near death, who see with blinding sight
Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
Rage, rage against the dying of the light.
And you, my father, there on the sad height,
Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.
Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light.
.
.
tegenover de fabriek in Bhopal
Met dank aan Wikipedia.

Luister hier naar het gedicht voorgedragen door Dylan Thomas: