Site-archief
Derrel Niemeijer
Dichter van de maand november
.
Nu op zondag 4 december, om 15.00, in café de Gouden Bal in Eindhoven het eerbetoon van meer dan 100 dichters aan Derrel Niemeijer wordt gepresenteerd in de vorm van de bundel ‘Dan zijn er ook dichters die gewoon doodgaan’, sluit ik de maand november af met mijn eerbetoon aan Derrel. Voor de laatste keer is hij dichter van de maand. Het zal zeker niet de laatste keer zijn dat ik over hem schrijf of een gedicht met jullie deel, maar niet meer op deze manier.
Het laatste gedicht dat ik hier wil plaatsen is een liefdesgedicht. Een typisch Derrel gedicht toch ook want ook hier komt de dood weer om de hoek kijken. Naast de vrije geest die hij was, de plaaggeest, de respectvolle lezer, de gepassioneerde dichter was hij ook een hopeloos (of hoopvolle) romanticus. Dit gedicht van 24 mei 2016 heeft geen titel.
.
mijn lief
ween niet
over dit bed.
wens droge dekens.
het is zo al koud genoeg.
onthoud mij van jouw angst.
het is zo al koud genoeg.
ik ga niet sterven.
mijn tijd is het
bij lange na niet.
maar blijf hier bij mij
want ik zie de gordijnen
bewegen. misschien zijn het
spoken die komen voor mij.
maar ik ben niet ziek
ook al zei de dokter
iets anders. er is niks
aan de hand. ik ben
gewoon vermoeid.
voel mezelf
niet ziek.
kom bij mij.
houd me vast.
doe het licht uit,
dan zien ze mij niet.
zie jij ze ook.
ze laten gordijnen bewegen.
kus mijn angst weg.
kus mijn tranen weg,
want ik ben bang.
leg je armen om mij heen
want ik word kouder,
verwarm mij
tot gezond
ook al ben ik
niet ziek volgens mij.
zie je ze nu de spoken.
ze komen door de ramen,
de kieren, uit het stopcontact,
uit de muren. ze kruipen over de grond,
tegen de muren en over het plafond.
geloof mij, want
ik ben niet ziek.
dit is geen
doodswaan.
ze naderen
dit bed, mijn lief.
bescherm mij,
want misschien
ga ik wel dood.
maar ik ben niet ziek
en wil niet sterven.
vecht voor mijn behoud.
laat ze mijn ziel niet opeisen.
ik zal je kussen,
mijn lief … tot de
dag begint.
jou warm houden
tot de dag begint,
maar ga nu
eerst maar eens rusten.
mijn lief,
ik kuste jou
afgelopen nacht.
had mijn armen
om jou heen.
je glimlachte.
het is ’s ochtends.
zal je niet ontwaken.
slaap maar lekker door.
ik zag
de spoken
vertrekken
bij daglicht.
ik kus je, je hebt mijn
warmte niet meer nodig.
.
Noordereiland
J. Eijkelboom
.
Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse dichter, journalist, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Op 3 maart 2001 werd hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. Eijkelboom schreef en publiceerde verschillende dichtbundels en in 2002 werd een verzamelbundel uitgegeven onder de titel ‘Tot zo ver’. Hierna zou hij nog twee dichtbundels publiceren.
Uit zijn bundel ‘Het lied van de krekel’ uit 1996 komt het gedicht ‘Noordereiland’. Dit gedicht gaat over het Noordereiland in Rotterdam, een eiland in de Nieuwe Maas, verbonden door de Willemsbrug en Koninginnebrug.
.
Noordereiland
.
Toen, in die hoek
waar eerdere wind dood blad had vergaard
bracht onverhoeds een stormvlaag werveling teweeg
die als een bruine tol de lucht inging.
.
En uit de top daarvan
ontsprong vervolgens een fontein, een zwerm
voorheen verscholen, luid
kwetterende mussen.
.
Ze leken meer te twisten dan te zingen.
Toch hoorde ik in al dat leven
de leeuwerikjes van de winter
.
Eigenzinnig erotisch gedicht
Gerrit Achterberg
.
Lezend in ‘de verzamelde gedichten’ van Gerrit Achterberg, uitgegeven in mijn geboortejaar, kwam ik het prachtige gedicht ‘Concave’tegen. Oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.
Nu wist ik niet wat Concave betekent dus even opgezocht voor mijzelf en jullie.
Concave of Concaaf is een ander woord voor hol (het tegengestelde van bol of convex). Voorbeeld: de concave kant van een schaal is de binnenkant; de buitenkant noemen we de convexe kant.
Met deze wetenschap lees je het gedicht al iets anders maar feit blijft dat het natuurlijk gewoon een heel mooi voorbeeld is van hoe een erotisch gedicht (ook) kan zijn.
.
Concave
.
Liggend twee heilige heelallen in elkander,
hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,
voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,
schuif ik bedachtzaam bolsegment
na bolsegment langs uwe klingen
zonder in u te dringen;
wij hebben eender middelpunt.
.
Gerrit Achterberg (1905-1962). Collectie Letterkundig Museum. Den Haag.
Eervolle vermeldingen Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016
Uit het juryrapport
.
Behalve de drie prijswinnaars heeft de jury ook drie eervolle vermeldingen gedaan. Wie het zijn lees je hier.
JURYRAPPORT ONGEHOORD 2016 (voorgelezen door Peter Swanborn, jurylid)
Zoals u weet, zijn er dit jaar maar liefst 168 gedichten voor deze wedstrijd ingestuurd. De vijf bestuursleden van Stichting Ongehoord hebben hieruit een eerste selectie gemaakt, en zo een shortlist samengesteld, al was het eerlijk gezegd wel een tamelijk lange shortlist van maar liefst vijftig gedichten.
Deze shortlist is geanonimiseerd naar de jury gegaan. En de jury, dat zijn Marieke van Leeuwen, Manuel Kneepkens, die beiden hier helaas niet aanwezig kunnen zijn, en ikzelf. We hebben de gedichten dus gelezen zonder te weten wie de schrijver of schrijfster was. Strikt genomen gaan de drie prijzen die we vanmiddag uitreiken, dus naar de gedichten. Net zoals het bij de landelijke Turing wedstrijd gebeurt.
Welnu, de jury heeft de shortlist van vijftig gedichten met aandacht en veel plezier gelezen. Niet in de laatste plaats omdat het niveau van de shortlist hoog was. Mooie strofen, mooie zinnen kwamen we meer dan eens tegen. Laten we een paar voorbeelden geven die wat ons betreft een eervolle vermelding verdienen.
zoals je adem steeds maar weer dezelfde weg zoekt
en dan zomaar op een dag stokt – je weet niet wanneer
of wat de nieuwslezer bezield heeft op deze dag
en of het nog nut heeft een tandarts te bezoeken
Dit was de laatste strofe uit: deze dag van Annette Akkerman, een gedicht over verbazing, over vervreemding over de dingen die alledaags kunnen zijn. Over het bewustzijn dat alles zomaar, op elke dag, afgelopen kan zijn.
Of anders de eerste strofe uit: De lente komt … van René Hoevenaren een gedicht zonder clichés, en dat is bijzonder voor een gedicht over de lente. In dit gedicht is de lente, geboorte, ook wreed.
De tempelgeesten in de haag, heggemus en vink,
hebben bewegingsdag voorspeld. Ze voelden het gefluisterd breken
zoals een kussensloop wel knispert, bevroren aan de lijn,
rigor mortis uit nachtelijke adem.
Het piepen komt pas later.
Ook bijzonder was het gedicht met als opmerkelijke titel: loopje van Moniek Spaans, een gedicht over ‘hersenschimmen en onrustige gedachten’ : het beschrijft een kort spreekuur, waar je te horen krijgt dat de kwaal bij het leven hoort, dat je naar huis kunt gaan. Ik citeer:
het zijn niet de benen
maar het is uw hoofd dat lijdt
aan het restless legs syndrome
het zijn uw gedachten
die een loopje met u nemen
.
Derde prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016
Wouter Veldboer
.
De derde prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd ging naar Wouter Veldboer met het gedicht ‘(G)razende wolven’. De jury schreef in haar juryrapport over dit gedicht:
Dit is een van de weinige gedichten waarin echt met taal gespeeld wordt.
Zowel met woorden als met bestaande uitdrukkingen. Over ieder woord is nagedacht.
Aan de hand van een eenvoudig beeld, een wolf te midden van schapen, wordt iets wezenlijks over de menselijke natuur gezegd.
.
(G)razende wolven
door meer dan alleen
wol geverfd
wolf geworden
eenmaal beland
onder schapen
is het moeilijk
tanden in de bek te houden
ook al voeden we ze braaf
water loopt
in een universele taal
klinkt de wens
om meer dan alleen
gras
.
Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016
Hans Franse
.
De tweede plaats van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 was voor Hans Franse. Hans was niet aanwezig want in Italië op een berg maar juryvoorzitter Peter Swanborn las het gedicht van Hans voor tijdens de uitreiking. De jury schreef in haar rapport over het gedicht van Hans:
Het gedicht is een geestige schildering van een klein Italiaanse restaurant waar grootmoe achter de pannen staat en kleinzoon de borden rondbrengt ‘met een vinger in het vlees’. Zo’n goed getroffen detail , maakt als het ware, dat je jezelf meent er te zitten ‘achter de bistecca’. Het gedicht is genoeglijk van sfeer, maar weet de oubolligheid te vermijden die bij dit soort onderwerpen altijd op de loer ligt.
.
Italiaans restaurant in de buurt van Napels
De keuken van oma,
bejaarde hogepriesteres in een bloemetjesschort,
ligt in het centrum van het oneindig heelal .
Uit de kathedraal met gebrandschilderde pannen
stijgen magische geuren tot over de Melkweg:
knoflook overweldigt van pool naar pool
Terwijl ik de wijn langs mijn hemels palatum
laat tasten, en engelen voel langs de tongpapillen
draagt Kleinzoon klunzig en stuntelig borden rond,
zijn duimafdruk leesbaar in het vlees
van het beste varken uit de hele buurt:
oma keurde het zelf, stond, oog in oog met wat
later een bisteccha zou zijn.
De koffie-van het huis- verplaatst mij naar de hemel,
terwijl buiten een dieselbus, hoestend, puffend,
knarsend , piepend en stinkend optrekt .
denk ik dat deze mij toch naar het paradijs begeleidt.
.
Winnaar Ongehoord! Poëzieprijs 2016
Hein van der Schoot
.
In een sfeervolle foyer van het Bibliotheektheater in Rotterdam verzamelde zich zondagmiddag vele dichters die hadden meegedaan aan de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016. Het thema van de wedstrijd ‘Verwachting’ kon van de vele gezichten worden afgelezen. Wie zou de winnaar worden? Terwijl men vol verwachting de zaal betrad speelde Dwaalkat haar eerste nummer.
De jury bestond dit jaar uit drie ervaren dichters: Marieke van Leeuwen, Manuel Kneepkens en Peter Swanborn. Helaas waren Manuel en Marieke verhinderd maar Peter nam namens de jury de honneurs waar. Dit jaar hadden 169 dichters de moeite genomen om een gedicht in te sturen. Van deze 169 gedichten waren er 50 geselecteerd door het bestuur van Ongehoord! op de shortlist. Omdat dit de vijfde editie was en dus het eerste lustrum kreeg na de opening door de presentator van dienst, de winnaar van de allereerste editie van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd Hervé Deleu het podium. Hij droeg het gedicht ‘Menen-Rotterdam’ voor.
Daarna kregen de dichters de gelegenheid om hun gedicht in het Bibliotheektheater voor te dragen. Een groot deel van de dichters maakte van deze gelegenheid gebruik en in drie rondes werden de gedichten voorgedragen afgewisseld door de prachtige zang van Dwaalkat.
Na de gedichten was het de beurt aan Peter Swanborn namens de jury. De jury was verrassend eensgezind over de keuze van de drie winnaars. Uiteindelijk koos de jury voor het gedicht van Hein van der Schoot als het winnende gedicht. Nummer twee werd Hans Franse die helaas niet aanwezig kon zijn (zijn gedicht werd door Peter Swanborn voorgedragen) en de derde prijs viel Wouter Veldboer ten deel.
Over het winnende gedicht van Hein van der Schoot schreef de jury: In dit gedicht voel je de vervreemding, het tussen twee tijden, twee werelden bewegen. Het inleven in een varken dat geslacht wordt, maakt de directe omgeving, de nonkels en tantes, tot een dreigende meerderheid. Er is geen ontsnappen aan: ‘Ge zit gevangen in uw lijf’.
.
ge zat op uw bed, de dag te laat de nacht te vroeg
ge wist van de kelder de zolder, de ene sok de andere
en door de deur hoorde ge honderden vaders moeders
en bromberen net als vorige week en toen en toen
en buiten, nou ja buiten, de buik deed zeer, zeer
hoe het varken door zijn poten zakte en u aankeek
hoe het misschien droomde en ge zelf droomde dat ge
slappe benen zou krijgen en dan opengespalkt op de ladder
en al die nonkels en tantes die balkenbrij eten
een tuimelend hoofd met bloedspetters en strepen op de cementen
vloer en d’n papa die morse kan lezen maar dat ge zelf in uw lijf zit en
dat daar niemand u uit kan halen en dat er een brug is en een vallei
en hopelijk alles een kwestie is van goed zwiepen
.
Herve Deleu draagt ‘menen-Rotterdam’ voor.
Dwaalkat vermaakt en ontroert het publiek.
Peter Swanborn deelt het juryrapport en de prijzen uit
Derde prijs winnaar Wouter Veldboer, Peter Swanborn en winnaar Hein van der Schoot
.
Morgen en overmorgen de gedichten en juryrapporten van de tweede en derde prijs, donderdag volgen dan nog de eervolle vermeldingen.
Zombie vampirella Robot koeien
Dichter van de maand
.
Na als eerste een serieus gedicht van Derrel Niemeijer als dichter van de maand november te hebben geplaatst, en daarna een wat curieuzer gedicht vorige week, deze week een gedicht van Derrel zoals we hem ook kennen; Licht hysterisch, grappig maar vooral nogal absurdistisch. Persoonlijk vind ik dit soort gedichten van Derrel altijd erg leuk om te lezen, vandaar mijn keuze voor ‘ZombieVampirellaRobotkoeien’ dat hij schreef op 3 mei van dit jaar.
.
“ZombieVampirellaRobotkoeien van
de planeet Karnemelkweg
spuiten halfvolle melk
uit de uiers
De mattenklopper
(bijna) vergeten dichters
.
Henricus Zacharias Alexander (Alex) Gutteling (1884 – 1910) was een dichter en criticus. Alex. Gutteling debuteerde in 1906 met ‘Een jeugd van liefde’. Zijn bundel ‘Doorgloeide wolken’ verscheen postuum in 1911. In 1912 verscheen eveneens postuum Guttelings vertaling van ‘Paradise Lost’ van de Engelse dichter John Milton.
Hoewel de dichter Gutteling uit het collectief geheugen van Nederland is verdwenen nam Gerrit Komrij een gedicht van hem op in de bundel ‘In liefde bloeyende’ de Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten. Van Gutteling nam hij het gedicht ‘De mattenklopper’ op.
Komrij schrijft hierover: Het gaat over zoiets onspectaculairs als een mattenklopper. Zo’n ding lijkt op het eerste gezicht misschien geknipt voor het achterwerk van een poëzie-professor, maar minder als onderwerp voor een gedicht. Toch heeft Gutteling het aangedurfd. In het gedicht blijft hij in de ontroerde, verstilde toonzetting die bij een mattenklopper past.
.
De mattenklopper
.
Er is een schoonheid in ’t armoedigst kleine,
Die zich in stilsten droom slechts openbaart.
Gelijk somtijds een zwerver eenzaam staart
Naar een Moors venster, sierlijk rijk van lijnen,
Zo boeit dit nietig ding betoovrend mijnen
Ontroerden blik: hoe speels en toch hoe klaar ‘t
Riet zich verwindt en tot een steel zich paart:
Geringde palmenstam en blonde schijnen!
Was het een kunstenaar die voor het eerst verzon
Zo tot een kroon, een arabesk, te spreiden
lichte en veerkrachtige stengels, guld in zon?
Of is elk ding dat zorgvol en bescheiden
De mens goed voor zijn doel vervaardgen kon,
Schoon geen ’t vermoed, Schoonheid voor alle tijden?
.
Titelgedicht: nieuwe vorm van poëzie
Omgedraaid
.
Misschien komt het doordat ik ook op dit blog vaker aandacht besteed aan vormen van poëzie, versvormen en gedichten die net even anders zijn dan wat je gewend bent. Misschien had ik een aanval van creativiteit maar gisteravond terwijl ik al half in slaap was bedacht ik een nieuwe vorm van poëzie.
Gelukkig kon ik het me vanmorgen nog goed herinneren. Ik noem deze vorm ‘Titelgedicht’. En titelgedicht moet in deze niet worden opgevat als het gedicht dat de titel van een bundel draagt bijvoorbeeld maar een gedicht waarin het poëtische gedeelte zich bevindt in de titel en niet in het eigenlijke gedicht. Kun je me nog volgen?
Deze vorm leent zich goed voor anekdotische poëzie maar ook voor de wat serieuzere vormen. De uiteindelijke vorm heeft echter altijd iets grappigs of anekdotisch in zich.
De vorm is verder: drie langere zinnen die een geheel vormen (als titel) en twee korte zinnen die daarop ingaan (als gedicht gedeelte).
Twee voorbeelden.
.
De licht roterende, ultrasone, geluidsdichte applicator wordt schuin en zijdelings op het oppervlakte van de huid geplaatst. Hierbij wordt een lichte druk uitgeoefend op het bovengedeelte van de handgreep, teneinde een zo’n groot mogelijke effect te sorteren bij de uitvoering van de handeling.
“Mooi apparaat
zo’n uhh..”
.
De dichter ligt, na jarenlang gestaan te hebben, zijn mond droog van het uitgesproken zijn en rond zijn ogen jaarringen die zijn ware aard verraden. Zijn pak – wie wist van het bestaan? – te groot, te ruim om het breekbare lichaam, dat niet meer het zijne is. de ogen gesloten, net als vroeger. Dat dan weer wel.
“Wat toont ie bleek.”
“Maar hij ligt er wel mooi bij.”
.
Of deze vorm weerklank zal krijgen? Ik weet het niet. Ik daag je uit om ook een ‘Titelgedicht’ te schrijven. De mooiste en leukste zal ik op dit blog publiceren.


















