Site-archief

Gedicht op een ansichtkaart

International School of Tijanjin

.

De bibliotheek van de IST (International School of Tijanjin) in China organiseerde in 2014 in ‘the poetry month’ (over gekomen vanuit de VS en van ouds in april) een mooi project met de naam Post a Poem.

Bij het Post a Poem station in de school, konden studenten en docenten een gedicht naar sturen naar een vriend bij IST of in de rest van de wereld. Iedereen kreeg een uitnodiging om uw eigen bericht met een gedicht te schrijven, of er een te kopiëren uit één van de vele gedichtenbundels in de bibliotheek.

Elke ochtend in april werd de kaarten door het bibliotheek personeel aan de IST ontvangers bezorgd tijdens het zogenoemde Homeroom uurtje. Wie een kaart wilde sturen aan iemand buiten de IST of zelfs buiten China kon dit ook doen, in dat geval werden de kaarten via de mail gestuurd.

Het versturen van de kaarten was gratis voor IST leerlingen en docenten, voor de rest van China koste het 1 RMB (€ 0,14) en voor buiten China 5 RMB ( € 0,70). Voor dit doel werd een eigen ansichtkaart gemaakt. Een mooi initiatief dat opvolging verdiend.

Hieronder de achterzijde van het voorbeeld dat gebruikt werd en een poem post card met een kort gedicht van Ella Wheeler Wilcox.

.

post-a-poem-21a245t-422x300

eww

 

Trouw poëziecollectie

Judith Herzberg

.

In 2013 selecteerde het dagblad Trouw de mooiste Nederlandstalige poëzie in een tiendelige serie. Het eerste deel betrof dichteres Judith Herzberg. Hierna volgden nog o.a. verzamelbundels van Eva Gerlach, Remco Campert, maar ook Ingmar Heytze en Ester Naomi Perquin. In een mooi en met zorg uitgegeven bundel staan 50 gedichten, een keuze uit haar vele dichtbundels.

Ik heb uit deze bundel gekozen voor het gedicht ‘Hij bidt’ uit de voor mij nog onbekende bundel ‘Zoals’ uit 1992.

.

Hij bidt

.

Hij bidt maar niet tot god

niet tot maar bidt.

Dan moet hij plassen en staat op

maar komt, vóór kleren, auto, weer in bed,

omhelzend verlangt hij naar omhelzen, haar.

Een hemelsbreedte rekt zich in hem

om haar, dagelijks, omhelsbaar.

.

herzberg_trouwbundel

Geruchten

Dirk Kroon

.

Een van de voordelen van in een stad wonen is dat er altijd wel een boekhandel is met een voorraad poëzieboeken. Nu woon ik om de hoek van één van de grootste boekhandels van Nederland (Paagman) en laten die nu ook een soort boeken outlet hebben. Uit de ‘erven’ De Slegte hebben zij een pandje aan hun toch al grote boekhandel toegevoegd met tweedehands boeken. Ik mag daar graag struinen en afgelopen zaterdag vond ik daar voor een luttele twee kwartjes de bundel van Dirk Kroon getiteld ‘Geruchten’.

Een kleine bundel met 40 gedichten uit 1986. “Actuele liefdeslyriek vindt gemakkelijk een plaats tussen verzen over historische realiteiten en de confrontatie met gekken en genieën, meesters en slaven, vogels en vrienden bijvoorbeeld” zo lees ik in de flap aan de kaft.

Dirk Kroon (Schiedam, 1946) debuteerde met ‘Materiaal voor morgen’ in 1968 en kreeg meer bekendheid na publicatie van zijn bundel ‘Vijf tijdkringen’ in 1982 en ‘Vindplaatsen’ in 1983. Kroon schrijft behalve poëzie ook boeken over schrijvers en dichters zoals M. Vasalis, J. Slauerhoff en J.H. Leopold.

Uit ‘Geruchten’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘Geheim’.

.

Geheim

.

Wat je in je hand houdt

ze zeggen dat het steen is.

.

Span je spieren langzaam

tot je vingers niet meer trillen.

.

Hef het hoofd ten hemel

en geef je volle kracht.

.

Wanneer de eerste druppels

ontspringen in je handpalm

.

en vallen – omstanders zullen

volhouden dat het eerst steen was.

.

Dat je een wonder hebt verricht.

.

dk

 

 

Weet je

Liefdesgedicht

.

Hans Andreus gaf in 1973 de bundel ‘Om de mond van het licht’ uit met als ondertitel ‘een kleine case history’. Deze bundel is verbonden met wat hem al in zijn vroegste werk bezighield; het licht. Zintuiglijke waarneming samengaand met een soms bijna mystieke aandacht en extase was toen zijn manier van benadering. In deze bundel staat het terug verlangen naar het licht meer nog in het middelpunt van de poëzie.

Ook in dit liefdesgedicht met een lichte erotische toets komt dat naar voren.

.

Weet je,

je was altijd fenomenaal

in ons horizontaal

buikdansen:

.

hoe stil op het laatst

je trance

van lichaam samen met

dat gelokene

.

in je gezicht:

ogen niets ziende,

oren niets horende,

.

totaal verloren de

tijd, de

gebrokene.

.

om-de-mond

Hoe durft men het lef te hebben

Derrel Niemeijer

.

De tweede zondag van november is weer voor Derrel Niemeijer als dichter van de maand. In juni schreef hij over dit gedicht in typisch Derreliaanse bewoordingen:

“inmiddels een oudje, waar ik nog immer met een bepaalde mate van achting naar kan kijken, den deze uiting is een positief bevestigende.” Wie het weet mag het zeggen.

.

Hoe durft men het lef te hebben,
het lef te hebben om
plezier te ervaren of
iets wat ze vreugde noemen?

De gehele wereld is in vlammen gevat.
Crematoriums.

Heilige grond ter begrafenis
is bezoedeld met leugens
dat het hier goed rusten is.

Ik zie graafmachines
graven om graven te legen.
Overal afgedankte botten,
afgedankte botten
op een hoop.

Onderwijl wordt leven gegeven,
leven gegeven uit moederschoot.
Met een zucht, puf en vloek
werpt ze het kind
nu inmiddels al vervloekt.

De weg naar verlossing
gelegen in het sterven
mag gaan beginnen.

Eenmaal de eerste stap genomen
is er geen weg meer terug.

Wees slim,
kies om te sterven
voor je leeft!

De eerste adem is
het startsein voor
uiteindelijk de laatste.

Bij het ochtendgloren
worden de meeste mensen gezien.
Tegen de avond
verdwijnen ze uit het zicht.
Des nacht worden er
niet veel meer gezien.
Daags erna bij het ochtendgloren
zijn vele volledig
verdwenen uit het zicht.

Nachten zijn lang
wanneer men niet kan slapen,
de weg lijkt lang
voor hen die zijn uitgeput
maar niet verdwijnen kunnen.

Insomnia, ziekte,
de dood wordt uitgerekt
over vele nachten.

Sommige sterven
nog voor de geboorte.
Sommige sterven
wanneer ze leren kruipen.
Sommige net als
ze pas leren lopen.
En sommige
wanneer ze een
derde been nodig hebben,
wandelstok of rollator.

Sommige sterven oud
en sommige sterven te jong.
Sommigen zelfs
in de bloei en
een enkeling nooit.

Het leven is vergankelijk
en sommige rijpen snel
om vroeg te vallen.

We zijn als vruchten
indien rijp dan vallen ze

vallen ze van de boom
om op de grond weg te rotten,
wij erin.

Niet dus,
zelfs wanneer we dood zijn
willen we nog vervuilen.
De gehele wereld is
in vlammen gevat.
Crematoriums.

.

derrel-3

(bijna) vergeten dichter

Astère Michel Dhondt

.

Astère Michel Dhondt is een Nederlandse schrijver van Belgische afkomst. Geboren in Machelen-aan-de-Leie (Vlaanderen) verwierf hij in 1975 de Nederlandse nationaliteit. Dhondt was vooral in de jaren 60’en 70′ actief als dichter waarbij zijn openlijke pedofilie als thema vaker in zijn werk voor kwam. De gedichtencyclus Maartse gedichten (waarvan hier een gedeelte) verscheen oorspronkelijk in ‘De koning en de koningin van Sikkim in de Haarlemmerhouttuinen’ uit 1971.

.

Maartse gedichten

.

Vrijdag 7 maart

Prins Bernhard der Nederlanden

Loopt

Al een jaar of dertig veertig

Met een anjer in zijn knoopsgat

.

Kuilen vol dode anjers

Heeft die man

Achter zich gelaten

.

Woensdag 19 maart

Doorheen de damp

En het geraas

Van deze nijvere stad

Spoedden twee heksen zich

.

Op een gammele bezem

Van de Kinkerstraat

Naar het Concertgebouw

.

Gezegend zij de Heilige Maagd!

Het bijgeloof begint weer te gedijen

.

Amsterdam, maart 1969

.

astere

Politics

Bob Kaufman

.

Daags na de verrassende keuze van een vreemd volk is het tijd voor een stem uit datzelfde volk op poëtisch gebied. Het gedicht ‘Believe, Believe’ gaat over politiek en over hoe wij als mens beter kunnen blijven geloven in mooie dingen dingen zoals muziek en poëzie dan ons dwars te laten zitten door politici en hun ideeën. Ik ben niet tegen politieke processen of hoe de democratie is geregeld, integendeel, maar voor hen die dat wel zijn is dit gedicht misschien een alternatieve denkrichting.

Bob Kaufman (1925 – 1986) was een Amerikaanse Beat Poet en surrealist die zijn inspiratie vond in Jazz muziek. In Frankrijk waar hij vele bewonderaars had werd hij ook wel de ‘Black Americain Rimbaud’ genoemd. Het gedicht ‘Believe, Believe’ komt uit ‘Cranial guitar’ uit 1996.

.

Believe, Believe
Believe in this. Young apple seeds,
In blue skies, radiating young breast,
Not in blue-suited insects,
Infesting society’s garments.
Believe in the swinging sounds of jazz,
Tearing the night into intricate shreds,
Putting it back together again,
In cool logical patterns,
Not in the sick controllers,
Who created only the Bomb.
Let the voices of dead poets
Ring louder in your ears
Than the screechings mouthed
In mildewed editorials.
Listen to the music of centuries,
Rising above the mushroom time.

In blue skies, radiating young breast,

Not in blue-suited insects,
Infesting society’s garments.
Believe in the swinging sounds of jazz,
Tearing the night into intricate shreds,
Putting it back together again,
In cool logical patterns,
Not in the sick controllers,
Who created only the Bomb.
Let the voices of dead poets
Ring louder in your ears
Than the screechings mouthed
In mildewed editorials.
Listen to the music of centuries,
Rising above the mushroom time.
.
bkaufman

Menen – Rotterdam

Hervé Deleu

.

De Vlaamse dichter Hervé Deleu is voor de lezers van dit blog geen vreemde. Als dichter en poëzievriend heb ik al een aantal publicaties van hem besproken, hij was de eerste winnaar de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 en het is een fijn mens. Naar aanleiding van het eerste lustrum van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd, schreef Hervé een gedicht opgedragen aan mij. Omdat ik het zo’n prachtig gedicht vind wil ik dit graag delen met jullie. De titel is ‘Menen – Rotterdam’ een verwijzing naar zijn woonplaats en de plaats waar het begon voor hem in Nederland.

.

Menen – Rotterdam

 

Mocht hij maar twee harten hebben

mocht hij maar twee minnaars zijn

zijn dubbel leven zwaar om dragen

een stad bekend, een stad geheim

 

een stad bekend, veilige haven

hoewel de storm is uitgedeind

rimpelloos genoegen biedend

minder passie, minder pijn

 

een stad geheim die met haar lichaam

de kunst beheerst die hem verleidt

tot willoos blussen van haar lusten

die hopeloos verslavend zijn

 

en toch wil hij in ziel en lichaam

de minnaar van één liefde zijn

waarmee de keuze hartverscheurend

een dolk wordt die zijn leven splijt.

.

herve

menen

rotterdam

Trek me aan

Iris Brunia

.

Het is alweer een paar jaar geleden dat Iris Brunia bij Ongehoord! voordroeg in de Jacobustuin (2012). Het jaar erna zou haar debuutbundel ‘Laten we mijn lichaam delen’ uitkomen en in de tuin deed ze gedichten uit die latere bundel. De bundel was een succes, werd meteen genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Voor de publicatie van deze bundel publiceerde ze al in Hollands Maandblad, Tirade en de Poëziekrant en ontving ze van Hollands Maandblad de schrijversbeurs voor poëzie (2009/2010). Het is echter alweer een paar jaar stil rond Iris wat ik jammer vind. Ze werkt aan een nieuwe bundel dus het is te hopen dat deze binnenkort uitkomt. Tot die tijd doen we het met haar poëzie uit haar debuutbundel zoals het gedicht ‘Schrap’.

 

.

Schrap

.

Vanaf je vertrek

klinkt het gezoem van tl-buizen

snoeihard

heb ik geen hand meer over

met de vingers die ik in mij stop

 

Ik wil je weten, zeg je

hoe je los beweegt. Hoe je mijn naam instelt

als wachtwoord op je pc

maar mijn gedachten rafelen baldadig

sinds je weg –

 

klamp ik en passant iemand vast

die jij net zo goed bent

 

(kleed je uit)

 

Trek me aan

dan ben ik jou en jij niet meer

Je kunt niet tweeledig zijn

 

En garde

De pachters van ons bijzijn

 

Beweging bevriest –                  Kies

 

met teveel grond onder de voeten

en opgesjorde acrylsokken

staren we naar mij

tussen de klare lijnen

die wij misten

.

omslag-brunia-m-dvwpijl-grijs

Meer informatie over Iris op http://www.irisbrunia.nl/

Nieuw op Muze

 Sasja Janssen

.

Op de fijne poëzie app Muze las ik vorige week een prachtig gedicht van dichter Sasja Janssen met als titel ‘Ik laat achter een ijswit mannenhemd’. Sasja Janssen (1968) schrijft vanaf 2006 voornamelijk gedichten, gebundeld in het in 2007 verschenen debuut ‘Papaver’, in 2010 verschijnt ‘Wie wij schuilen’ dat genomineerd wordt voor de Jo Peters poëzieprijs.  In april 2014 is ‘Ik trek mijn species’ aan verschenen, dat genomineerd werd voor de VSB poëzieprijs 2015.

Uit deze laatste bundel is het onderstaand gedicht.

.

Ze laat een ijswit mannenhemd aan een spijker achter,
een trui die smerig grijs je navel dreigt, schoenen om een blote
wreef, de kalkmuur een aalmoes voor straks alleen

komt ze vertrek zeggen, liegt dag dag nirvana, waarom zich dan
een laatste keer laten dekken als een tafel zonder gast, een likkepot
op het katoen, haar vingers die er niet meer van pikken.

Ze spreidt naar het kleine, kleinere, aanminnige allerbinnenste
waar je ziet hoe verlaten je liefde is.

.

 

sasja_janssen-ik_trek_mijn_species_aan-klein