Site-archief
Bloemen
Jan Hanlo
.
Vandaag een liefdesgedicht van Jan Hanlo, ‘Ik noem je bloemen etc.’ uit de bundel Gedichten, 1970.
.
Ik noem je bloemen etc.
.
ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi
.
ik noem je: narcissen in de nacht
waarover de wind strijkt
naar mij toe
.
ik noem je: bloemen in de nacht
.
Tijd voor lucht en luim
Gestampte mensjes
.
Na een paar dagen van zware, serieuze gedichten op mijn blog waar alle reden voor was, is het met de zon van vandaag tijd voor wat lucht en luim. De bundel Gestampte mensjes is hiervoor een uitstekend middel. Met de ondertitel Vrolijke gedichten voor jong en oud weet je meteen waar je aan toe bent. Maar vergis je niet, dit zijn niet alleen maar onbekende dichters of louter dichters uit het light verse genre. Ook dichters als Jan Hanlo, K. Schippers, Jean Pierre Rawie, Rutger Kopland en Judith Herzberg zijn vertegenwoordigd.
Om de dag nog wat vrolijker te maken een paar gedichtjes van bekende en minder bekende dichters.
.
Spleen
.
Ik zit me voor het open raam
onnoemlijk te vervelen,
ik wou dat ik twee hondjes was
dan konden we samen spelen
(Godfried Bomans)
.
Schoonmaak
.
Heel voorzichtig
met haar ragebol
veegt de huisvrouw
in de oksel van het plafond
.
giechelend
lacht het gebouw zich in puin
(Karel Soudijn)
.
Voorgoed genezen
.
Ik besloot met de trein naar Tiel te gaan,
alwaar ene Jomanda genezingen verrichtte.
En ziet: op de heenweg zat ik nog,
maar, oh wonder, op de terugweg kon ik staan.
(Jan J. Pieterse)
.
Het was een blijde dag, toen men mij vroeg
of ik de sleutel van de hemelpoort soms droeg.
Maar wat begreep men van mijn stralende humeur?
Het was de sleutel van de achterdeur.
(Olaf J. de Landell)
.
Narigheid
.
Zit je in de narigheid
neem dan een kloek besluit;
trek je wandelschoenen aan,
trek ze dan weer uit.
(Chr. van Geel)
.
Capitaine Mobylette
.
Van zwart haar moet ‘k zo huilen.
Van blond krijg ik het benauwd…
ach! vind je het erg als jij vannacht
je bromfietshelm ophoudt?
(Levi Weemoedt)
.
Gestampte mensjes werd in 1998 uitgegeven door Novella te Amersfoort.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 79: op postzegels
.
Op deze twee postzegels uit 1987 en 1988 staan delen van gedichten van Constantijn Huygens en Jan Hanlo.
Het gedicht van Jan Hanlo uit 1970 uit Verzamelde gedichten, uitgeverij Van Oorschot
–
Ik noem je bloemen etc.
–
Ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi
ik noem je: narcissen in de nacht
waaroverheen de wind strijkt
naar mij toe
ik noem je: bloemen in de nacht
.
Chris van Geel
Dichter en beeldend kunstenaar (1917 – 1974)
.
In de Volkskrant van 8 december (boekenbijlage) staat een recensie van ‘Ik ben een onderling onverzoenlijke ratjetoe’, een brievenboek van Chris van Geel, dichter en beeldend kunstenaar. Nu kende ik de dichter Chris van Geel eerlijk gezegd niet maar de beschrijving door Aleid Truijens maakt mij nieuwsgierig.
Allereerst was er de opmerking dat je Chris van Geel moest ‘close readen’. Ik heb de definitie van close reading er maar eens bijgezocht en daaruit blijkt dat deze vorm van ‘duiden’ niet of nauwelijks meer wordt gebruikt. Uit Wikipedia:
.
Close reading is een vorm van literaire kritiek die zich toelegt op een minutieuze lezing van de tekst zelf, zonder gebruik te maken van biografische of andere extra-literaire informatie.
Close reading gaat ervan uit dat geen enkel element in een literaire tekst er ‘zomaar’ staat: alles heeft zijn functie en de tekst vertoont een hechte samenhang in al zijn lagen.
De zuivere close reading wordt tegenwoordig bijna niet meer beoefend. Onder invloed van de ‘cultural studies’ wordt literatuur weer bestudeerd als onderdeel van een historisch, maatschappelijk en cultureel netwerk.
.
Dat deze vorm van lezing en duiding niet meer in zwang is lijkt me terecht. Toch werd ik alsmaar nieuwsgieriger helemaal toen ik las dat ‘Van hen (Jan Emmens, Jan Hanlo, Judith Herzberg, Elisabeth Eybers en Tom van Deel…) moest hij weten wat ze goed vonden en wat niet, welke regels weg of anders moesten’ en ‘Toen in 1958 zijn eerste bundel Spinroc verscheen, was hij een ervaren dichter’. Voeg daarbij alle rampspoed die hem overkwam in zijn leven en het enige dat je nog wil is zijn poëzie lezen.
Wat opvalt is zijn voorkeur voor het dichten over de natuur. Op de blog van Elly de Waard http://www.ellydewaard.nl/blog/ (zij woonde in de jaren 60 van de vorige eeuw samen met Chris van Geel) staan bij de nagelaten gedichten louter gedichten over de natuur. Hier een voorbeeld.
.
Eenden
Ze zijn al weg uit water
en moeilijk van bewegen
verruilen zij hun zwijgen
voor angstaanjagend kwaken.
.
Op de begroeide oevers
klapwieken zij omdat ze niet
hun snavel ongestoord
in water kunnen steken.
.
Met tegenzin op vleugels
verlaten zij de grond,
hun zware lichaam trekt
uit zicht het donker in.
.
met dank aan gedichten.nl
.
Hoewel ik bij de gedichten die ik heb kunnen vinden niet aan close reading heb gedaan, vond ik ze heel toegankelijk en bijzonder. Hoewel poëzie over de natuur mij dan weer minder boeit, waren de gedichten die ik las zeer de moeite waard. Kortom een dichter om te ontdekken als je hem nog niet kende of te herlezen als je hem al wel kende.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 50: Het wachthuisje
Via een bericht op Facebook van Jacques Graus vond ik nummer 50 in de serie gedichten op vreemde plekken. Nooit gedacht, toen ik er aan begon, dat de lijst zo lang zou worden.
.
Uit het bericht van Jacques: “Schuilgedichten op de Floriade. Ga je naar De Floriade en wil je ook daar je gedichtenhonger stillen? Bezoek het Gedichtenbos waar zes wachthuisjes staan, waarin continu 2 (toepasselijke)gedichten ten gehore worden gebracht van Limburgse dichters. Wiel Kusters, Frans Budé, Jan Hanlo e.a. zijn heel privé te horen in zo’n wachthuisje, waarin je kunt staan, zitten of liggen!”
.













