Site-archief

Bloemen

Jan Hanlo

.

Vandaag een liefdesgedicht van Jan Hanlo, ‘Ik noem je bloemen etc.’ uit de bundel Gedichten, 1970.

.

Ik noem je bloemen etc.

.

ik noem je: bloemen

ik noem je: merel in de vroegte

ik noem je: mooi

.

ik noem je: narcissen in de nacht

waarover de wind strijkt

naar mij toe

.

ik noem je: bloemen in de nacht

.

daffodils2

Mus / sparrow

Jan Hanlo

.

Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die het gedicht ‘Mus’ van Jan Hanlo niet kennen. Jan Hanlo (1912-1969) was dichter en schrijver die tot de Vijftigers gerekend wordt maar binnen de Vijftigers was hij een buitenbeentje zoals hij eigenlijk op ieder gebied een buitenbeentje was.

Vanaf 1944 schreef hij gedichten, waarvan met name ‘Oote’ de aandacht trok. Dit klankgedicht (Hanlo sprak zelf van ‘kinderbrabbeltaal’) verscheen in 1952 in het door het rijk gesubsidieerde tijdschrift Roeping. Het blad Elsevier besteedde daar aandacht aan en het VVD-Eerste Kamerlid Wendelaar stelde vervolgens Eerste Kamervragen over de subsidie aan het blad dat Hanlo’s ‘infantiel gebazel’ publiceerde. Dat leverde de nodige publiciteit op.

De rest van Hanlo’s oevre is over het algemeen minder avant-gardistisch dan ‘Oote’. Schoonheid en (kinderlijke) onschuld zijn terugkerende thema’s. Een ander mooi voorbeeld hiervan is het gedicht ‘Mus’ uit 1954.

In 2009 was het thema van de Boekenweek Tsjielp-Tsjielp; de literaire zoo (naar aanleiding van dit gedicht).

Dat het gedicht wordt gewaardeerd blijkt uit het feit dat het niet alleen in Nederland in de openbare ruimte is aangebracht maar zelfs in het buitenland een muur verfraait. In de dierentuin van Dublin is het gedicht in vertaling aangebracht op de Family Farm Farmhouse. Deze tip kreeg ik door van Yvonne van der Haven, waarvoor dank.

Hieronder een aantal voorbeelden van het gedicht met de gemeente waar deze te vinden is.

mus2

Veenendaal

mus1

Leiden

sparrow

Dublin

mus3

Gorinchem (basisschool)

Voor wie niet genoeg kan krijgen van Jan Hanlo: http://ilibrariana.wordpress.com/2012/12/29/herinneringen-aan-jan-hanlo-1912-1969/

Met dank aan Wikipedia

Tijd voor lucht en luim

Gestampte mensjes

.

Na een paar dagen van zware, serieuze gedichten op mijn blog waar alle reden voor was, is het met de zon van vandaag tijd voor wat lucht en luim. De bundel Gestampte mensjes is hiervoor een uitstekend middel. Met de ondertitel Vrolijke gedichten voor jong en oud weet je meteen waar je aan toe bent. Maar vergis je niet, dit zijn niet alleen maar onbekende dichters of louter dichters uit het light verse genre. Ook dichters als Jan Hanlo, K. Schippers, Jean Pierre Rawie, Rutger Kopland en Judith Herzberg zijn vertegenwoordigd.

Om de dag nog wat vrolijker te maken een paar gedichtjes van bekende en minder bekende dichters.

.

Spleen

.

Ik zit me voor het open raam

onnoemlijk te vervelen,

ik wou dat ik twee hondjes was

dan konden we samen spelen

(Godfried Bomans)

.

Schoonmaak

.

Heel voorzichtig

met haar ragebol

veegt de huisvrouw

in de oksel van het plafond

.

giechelend

lacht het gebouw zich in puin

(Karel Soudijn)

.

Voorgoed genezen

.

Ik besloot met de trein naar Tiel te gaan,

alwaar ene Jomanda genezingen verrichtte.

En ziet: op de heenweg zat ik nog,

maar, oh wonder, op de terugweg kon ik staan.

(Jan J. Pieterse)

.

Het was een blijde dag, toen men mij vroeg

of ik de sleutel van de hemelpoort soms droeg.

Maar wat begreep men van mijn stralende humeur?

Het was de sleutel van de achterdeur.

(Olaf J. de Landell)

.

Narigheid

.

Zit je in de narigheid

neem dan een kloek besluit;

trek je wandelschoenen aan,

trek ze dan weer uit.

(Chr. van Geel)

.

Capitaine Mobylette

.

Van zwart haar moet ‘k zo huilen.

Van blond krijg ik het benauwd…

ach! vind je het erg als jij vannacht

je bromfietshelm ophoudt?

(Levi Weemoedt)

.

foto (19)
Gestampte mensjes werd in 1998 uitgegeven door Novella te Amersfoort.

 

Gedichten op vreemde plekken

Deel 79: op postzegels

.

Op deze twee postzegels uit 1987 en 1988 staan delen van gedichten van Constantijn Huygens en Jan Hanlo.

Het gedicht van Jan Hanlo  uit 1970  uit Verzamelde gedichten, uitgeverij Van Oorschot

Ik noem je bloemen etc.

 –

Ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi

ik noem je: narcissen in de nacht
waaroverheen de wind strijkt
naar mij toe

ik noem je: bloemen in de nacht

.

Post 1987 post 1988 (1)

Chris van Geel

Dichter en beeldend kunstenaar (1917 – 1974)

.

In de Volkskrant van 8 december (boekenbijlage) staat een recensie van ‘Ik ben een onderling onverzoenlijke ratjetoe’, een brievenboek van Chris van Geel, dichter en beeldend kunstenaar. Nu kende ik de dichter Chris van Geel eerlijk gezegd niet maar de beschrijving door Aleid Truijens maakt mij nieuwsgierig.

Allereerst was er de opmerking dat je Chris van Geel moest ‘close readen’. Ik heb de definitie van close reading er maar eens bijgezocht en daaruit blijkt dat deze vorm van ‘duiden’ niet of nauwelijks meer wordt gebruikt. Uit Wikipedia:

.

Close reading is een vorm van literaire kritiek die zich toelegt op een minutieuze lezing van de tekst zelf, zonder gebruik te maken van biografische of andere extra-literaire informatie.

Close reading gaat ervan uit dat geen enkel element in een literaire tekst er ‘zomaar’ staat: alles heeft zijn functie en de tekst vertoont een hechte samenhang in al zijn lagen.

De zuivere close reading wordt tegenwoordig bijna niet meer beoefend. Onder invloed van de ‘cultural studies’ wordt literatuur weer bestudeerd als onderdeel van een historisch, maatschappelijk en cultureel netwerk.

.

Dat deze vorm van lezing en duiding niet meer in zwang is lijkt me terecht. Toch werd ik alsmaar nieuwsgieriger helemaal toen ik las dat ‘Van hen (Jan Emmens, Jan Hanlo, Judith Herzberg, Elisabeth Eybers en Tom van Deel…) moest hij weten wat ze goed vonden en wat niet, welke regels weg of anders moesten’ en ‘Toen in 1958 zijn eerste bundel Spinroc verscheen, was hij een ervaren dichter’. Voeg daarbij alle rampspoed die hem overkwam in zijn leven en het enige dat je nog wil is zijn poëzie lezen.

Wat opvalt is zijn voorkeur voor het dichten over de natuur. Op de blog van Elly de Waard http://www.ellydewaard.nl/blog/ (zij woonde in de jaren 60 van de vorige eeuw samen met Chris van Geel) staan bij de nagelaten gedichten louter gedichten over de natuur. Hier een voorbeeld.

.

Eenden

Ze zijn al weg uit water
en moeilijk van bewegen
verruilen zij hun zwijgen
voor angstaanjagend kwaken.
.
Op de begroeide oevers
klapwieken zij omdat ze niet
hun snavel ongestoord
in water kunnen steken.
.
Met tegenzin op vleugels
verlaten zij de grond,
hun zware lichaam trekt
uit zicht het donker in.

.

met dank aan gedichten.nl

.

Hoewel ik bij de gedichten die ik heb kunnen vinden niet aan close reading heb gedaan, vond ik ze heel toegankelijk en bijzonder. Hoewel poëzie over de natuur mij dan weer minder boeit, waren de gedichten die ik las zeer de moeite waard. Kortom een dichter om te ontdekken als je hem nog niet kende of te herlezen als je hem al wel kende.

chris-van-geel2-150x150

Gedichten op vreemde plekken

Deel 50: Het wachthuisje

Via een bericht op Facebook van Jacques Graus vond ik nummer 50 in de serie gedichten op vreemde plekken. Nooit gedacht, toen ik er aan begon, dat de lijst zo lang zou worden.

.

Uit het bericht van Jacques: “Schuilgedichten op de Floriade. Ga je naar De Floriade en wil je ook daar je gedichtenhonger stillen? Bezoek het Gedichtenbos waar zes wachthuisjes staan, waarin continu 2 (toepasselijke)gedichten ten gehore worden gebracht van Limburgse dichters. Wiel Kusters, Frans Budé, Jan Hanlo e.a. zijn heel privé te horen in zo’n wachthuisje, waarin je kunt staan, zitten of liggen!”

.