Site-archief
Selected poems 1923 – 1958
e.e. cummings
.
Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, ben ik een groot fan van de poëzie van E.E. Cummings. Ik weet nog hoe blij ik was toen ik de bundel ‘100 selected poems ‘ van hem kon kopen in Londen in een tweedehands boekenwinkeltje. Nu blijkt er ook al (blijkbaar) lange tijd een andere bundel van hem in mijn boekenkast te staan waarvan ik het bestaan vergeten was namelijk ‘Selected poems 1923 – 1958’ in een Penguin pocket reeks namelijk ‘The Penguin Poets’ uit 1960.
De selectie is door Cummings zelf gedaan uit elf gedichtenbundels (waarvan 10 uit een verzamelbundel ‘Poems 1923 – 1954′ en een elfde bundel getiteld ’95 Poems’ uit 1958.
Uit deze kleine maar o zo fijne bundel koos ik voor het gedicht zonder titel met als openingszin ‘love is more thicker than forget’.
.
love is more thicker than forget
more thinner than recall
more seldom than a wave is wet
more frequent than to fail
.
it is most mad and moonly
and less it shall unbe
than all the sea which only
is deeper than the sea
.
love is less always than to win
less never than alive
less bigger than the least begin
less littler than forgive
.
it is most sane and sunly
and more it cannot die
than all the sky which only
is higher than the sky
.
Singing poetry
Vachel Lindsay
.
Het leuke van dit blog dagelijks schrijven en delen is dat ik steeds vaker tips en reacties krijg op de stukken die ik hier plaats. Waarvoor dank! Naar aanleiding van het stuk over de Bertsolari van afgelopen donderdag reageerde Akim AJ Willems. Hij schreef dat Vachel Lindsay al enkele decennia eerder een slam-poet-avant-la-lettre was. Dat hoef je maar één keer tegen me te zeggen natuurlijk want dan ben ik meteen nieuwsgierig naar wie die Vachel Lindsay dan wel was.
Nicholas Vachel Lindsay (1879 – 1931) was een Amerikaans dichter die wel gezien wordt als de oprichter of bedenker van de ‘Singing poetry’ waarbij gedichten worden gezongen of gescandeerd. In die zin kun je hem beschouwen als een voorloper van de slam poëzie en/of spoken word. Hoewel zijn ouders wilde dat hij dokter zou worden dacht Lindsay daar anders over. Hij studeerde Pen & Ink aan de New York School of Art. In New York groeide zijn liefde voor poëzie. Hij probeerde zijn gedichten, die hij zelf stencilde, op straat aan de man te brengen. Daar begon hij ook met een soort ruilhandel: Een gedicht voor een stuk brood.
Tussen 1906 en 1908 reisde hij tussen Florida en Kentucky en van New York tot Ohio en voorzag hij in zijn levensbehoefte door het ruilen van gedichten tegen voedsel en onderdak. In die zin leefde hij als een moderne troubadour. In 1912 reisde hij opnieuw, nu van Illinois tot New Mexico. Tijdens deze reis schreef hij zijn meest bekende werk ‘The Congo’. Toen hij was teruggekeerd werden zijn gedichten voor het eerst gepubliceerd in Poetry magazine en werd hij al snel heel bekend als dichter.
Zijn bekendste gedicht, “The Congo”, illustreert zijn revolutionaire idee over de esthetiek van geluid ter wille van het geluid. Het imiteert het stampen van de trommels in de ritmes en in onomatopoeïsche onzinwoorden. Bij sommige delen van het gedicht gebruikt Lindsay conventionele woorden deze verbeelden het chanten van de inheemse bevolking van Congo, die uitsluitend en alleen op geluid vertrouwen.
In 1931 leefde Lindsay een berooid leven en was hij ziek door het intensieve reizen om geld voor zijn familie te verdienen. In dat jaar pleegde hij zelfmoord door het drinken van een fles Lysol schoonmaakmiddel. Zijn laatste woorden waren: They tried to get me; I got them first!
De volledige tekst van het gedicht ‘The Congo’ kun je hier lezen: http://xroads.virginia.edu/~hyper/lindsay/lindsay.html#congo
Hier hoor je het gedicht zoals ‘gezongen’ door Vachel Lindsay zelf.
.
Poëzie zeker
Wat is poëzie?
.
Als je al jaren over poëzie schrijft, zelf poëzie schrijft en er dagelijks mee bezig bent dan wordt de vraag nog wel een gesteld wat poëzie nu eigenlijk is. Op die vraag is geen eenduidig antwoord mogelijk blijkt. Definities genoeg maar geen enkele definitie is hetzelfde. Daarom ben ik eens op onderzoek uitgegaan wat er zoal over wordt gedacht en gezegd. Ter lering ende vermaeck zeg maar.
De Amerikaanse dichter Emily Dickinson schreef ooit in een brief: “If I feel physically as if the top of my head were taken off, I know that is poetry.” De Engelse dichter A.E. Housman zei hierover: “I have to keep a close watch over my thoughts when I’m shaving in the morning, for if a line of poetry strayed into my memory, a shiver races down my spine and my skin would bristle so that my razor ceased to act.”
Ik vergelijk dit met een eigen ervaring. Wanneer je gaat slapen en je bent bijna in slaap maar nog niet helemaal en je gedachten vormen zich in zinnen waarvan je weet dat dit een gedicht op gaat leveren. Dan moet je jezelf dwingen op te staan, of een pen en papier pakken en deze zinnen op schrijven. Hieruit komen vaak de mooiste gedichten.
Dichters kunnen soms ook heel dichterlijk zijn in het omschrijven wat nu precies poëzie is. Voorbeelden hiervan zijn: ‘A thought, caught in the act of dawning’, ‘Means of bringing the wind in the grasses into the house’, of ‘Poetry is a pheasant disappearing in the brush’.
Net als andere vormen van literatuur kan poëzie proberen een verhaal te vertellen, een drama uit te voeren, ideeën over te brengen, levendige, unieke beschrijvingen te geven of onze innerlijke spirituele, emotionele of psychologische staat van zijn uit te drukken. Toch vestigt poëzie bijzondere aandacht op de woorden zelf: hun geluiden, texturen, patronen en betekenissen. Het is vooral ook interessant om je te concentreren op de verbale muziek die inherent is aan de taal.
Een ander opmerkelijk feit is dat meer dan negentig procent van de gedichten in een standaard poëziebloemlezing ( of dat nu Nederlandstalig, Engels, Duits, Spaans of wat voor taal dan ook is) in formele gestructureerde, hoogpatroonvormige metrische versen geschreven zijn. Terwijl de productie van actuele poëzie in meer dan negentig procent bestaat uit vrije vormen. Hieruit blijkt dat wat er onder poëzie verstaan wordt in de loop van de jaren, deccenia, eeuwen, verandert.
Een Amerikaans dichter zei ooit dat een gedicht een “tijdsmachine” is die uit woorden is gemaakt, waarmee mensen in het verleden met ons kunnen praten en wij kunnen spreken met mensen in het verleden, het heden en de toekomst.
Voorzichtige conclusie na een kort onderzoekje dat in geen enkel opzicht enige wetenschappelijke waarde heeft: Poëzie is een god met vele gezichten of zoals Allen Ginsberg het zei: “Poetry is the one place where people can speak their original human mind, it is the outlet for people to say in public what is known in private”.
En omdat elke aanleiding genoeg is om een gedicht te plaatsen of te lezen deze keer een gedicht van Toon Tellegen over poëzie uit ‘Gewone gedichten’ uit 1998.
.
Voorwaarden waaraan een..
Voorwaarden waaraan een
gedicht moet voldoen
Het moet pijnlijk zijn:
altijd, hoe dan ook.
Ik moet het er nooit mee eens
zijn.
Met een lantaarn en een vergrootglas moet ik –
op mijn knieen en vervolgens op mijn buik –
de logica zoeken,
die het telkens laat vallen.
Het moet zich verheffen – daar mag geen twijfel over zijn –
het moet zich altijd verheffen uit zijn nederige stoel,
de ramen opendoen
en zingen – luidkeels, schor en onzinnig –
over de liefde en over mij,
de geur van rozen en onsterfelijkheid, bijna geloofwaardig,
om zich heen,
en nog pijnlijker moet het zijn, nog veel pijnlijker.
.
Afbeelding Poëziecafé Bibliotheek Amstelland
Poëzie en film
Artificial intelligence
.
Het is alweer even geleden dat ik schreef over films die een gedicht als basis hebben. De film AI, Artificial Intelligence uit 2001 is zo’n film. AI (van regiseur Steven Spielberg) is een film over een robot die een echte jongen wil zijn (zoiets als Pinocchio). Dr. Know (met de stem van Robin Williams) citeert in de film uit het gedicht ‘The Stolen Child’ van William Butler Yeats. (Een slimme referentie in een film die veel van de donkere elementen van een sprookje bevat). Yeats publiceerde dit gedicht in 1889 in ‘The Wanderings of Oisin and Other Poems’. Zijn gedicht is gebaseerd op deze Ierse legende en heeft betrekking op faeries die een kind bedriegen om met hen mee te komen.
.
The Stolen Child
.
Where dips the rocky highland
Of Sleuth Wood in the lake,
There lies a leafy island
Where flapping herons wake
The drowsy water rats;
There we’ve hid our faery vats,
Full of berrys
And of reddest stolen cherries.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.
Where the wave of moonlight glosses
The dim gray sands with light,
Far off by furthest Rosses
We foot it all the night,
Weaving olden dances
Mingling hands and mingling glances
Till the moon has taken flight;
To and fro we leap
And chase the frothy bubbles,
While the world is full of troubles
And anxious in its sleep.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.
Where the wandering water gushes
From the hills above Glen-Car,
In pools among the rushes
That scarce could bathe a star,
We seek for slumbering trout
And whispering in their ears
Give them unquiet dreams;
Leaning softly out
From ferns that drop their tears
Over the young streams.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than you can understand.
Away with us he’s going,
The solemn-eyed:
He’ll hear no more the lowing
Of the calves on the warm hillside
Or the kettle on the hob
Sing peace into his breast,
Or see the brown mice bob
Round and round the oatmeal chest.
For he comes, the human child,
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world’s more full of weeping than he can understand.
.
Rita Mae Brown
Gedichten
.
Toen ik in 1982 als jongste bediende bij een heel klein bibliotheekje begon in Den Haag aan de Segbroeklaan was het hoofd van de bibliotheek een vrijgevochten, intelligente en zeer sympathieke feministe. Zij zette mij aan tot het lezen van allerlei romans waaronder de roman ‘Koningin van Amerika’ van Rita Mae Brown. Dit boek, dat ik nog altijd als één van mijn favoriete boeken aller tijden beschouw bracht mij in aanraking met het werk van Brown. Ik heb al haar vertaalde boeken gelezen (zo’n 15 waaronder een aantal detectives met katten!) en ben dan ook een groot fan.
Rita Mae Brown (1944) werd bekend door haar roman over een jonge lesbische vrouw ‘Rubyfruit Jungle’ uit 1973 dat als een klassieker in het genre wordt gezien. In 1979 kreeg ze een relatie met de beroemde tennisster Martina Navrátilová. Ze schreef vele romans, detectives, filmscenario’s, televisiescripts, historische romans en poëzie.
Dat laatste wist ik tot voor kort niet. In het begin van haar schrijversleven publiceerde ze twee poëziebundels: ‘The hand that cradles the rock’ uit 1971 en ‘Songs to a handsome woman’ uit 1973. In 1994 werden deze twee bundels heruitgegeven in een volume onder de titel ‘Poems’.
Uit deze bundel een aantal gedichten.
.
For Those of Us Working For a New World
The dead are the only people
to have permanent dwellings.
We, nomads of Revolution
Wander over the desolation of many generations
And are reborn on each other’s lips
To ride wild mares over unfathomable canyons
Heralding dawns, dreams and sweet desire.
The Woman’s House of Detention
Here amid the nightsticks, handcuffs and interrogation
Inside the cells, beatings, the degradation
We grew a strong and bitter root
That promises justice.
A Short Note for Liberals
I’ve seen your kind before
Forty plus and secure
Settling for a kiss from feeble winds
And calling it a storm.
The Bourgeois Questions
“I wonder about the burn
Behind your eyes,
What is it in me that disquiets me so?
Do you hate me for my softness?”
“No, I’ve come through a land
You’ll never know.”
A Song for Winds and My Vassar Women
Here among the trees
The world takes the shape of a woman’s body
And there is beauty in the place
Lips touch
But minds miss the vital connection
And hearts wander
Down dormitory halls
More hurt than hollow.
.
Politiek
Yeats
.
Toen ik de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ aan het doorlezen was, wist ik bij het lezen van het gedicht ‘Politiek’ of ‘Politics’ zoals het origineel getiteld is, meteen dat ik hier iets over ging schrijven.
In deze bundel staan de mooiste gedichten van Yeats in de oorspronkelijke Engelse taal en in vertaling van een aantal vertalers waaronder Jan Eijkelboom die het gedicht ‘Politics’ vertaalde.
Waarom dan hier dit gedicht? In een tijd waarin de politieke meningen polariseren en waarin het steeds moeilijker lijkt om een kabinet te vormen (dat krijg je met zo’n versnipperd politiek landschap) is het misschien goed om af en toe even als Yeats te denken. Laat alle problemen hoe groot ook eens even los en denk aan het liefhebben van (in zijn geval) een meisje. Maar een jongen mag natuurlijk ook. Hoe dan ook een mooie gelegenheid om weer eens iets van deze prachtige dichter te plaatsen.
.
Politics
.
‘In our time the destiny of man presents its meaning in political terms‘ – Thomas Mann
.
How can I, that girl standing there,
My attention fix
On Roman or on Russian
Or on Spanish politics?
Yet there’s a travelled man that knows
What he talks about,
And there’s a politician
That has read and thought,
And maybe what they say is true
Of war and war’s alarms,
But O that I were young again
And held her in my arms!
.
Politiek
.
‘In onze tijd drukt het lot van de mens zich uit in politieke termen’ – Thomas Mann
.
Hoe kan ik mijn aandacht bepalen,
terwijl daar dat meisje staat,
bij wat er in Rome of Rusland,
of Spanje, aan politiek omgaat?
Toch is hier een bereisde man
die weet waarover hij het heeft
en daar is een politicus
die nadenkt en veel leest,
en ’t kan wel waar zijn wat ze zeggen
over oorlog en oorlogsgevaar,
maar o, wat was ik liever jong
en vrijde ik me haar!
.
Luspoëzie
Versvorm
.
Op zoek naar bijzondere versvormen kwam ik de ‘Loop poem’ tegen. Luspoezie ofwel Loop Poetry is afkomstig uit Engeland en populair op Engelstalige poëzie-sites.
De toren
.
De toren rijst op uit het duister
Er zweeft een zacht en vreemd gefluister
Op uitgesleten stenen trappen
Weerklinken doffe, holle stappen
Een edelvrouw, reeds lang gestorven
Gestorven door vergeefse liefde?
Liefde, door de dood gebroken
Gebroken, maar niet uitgedoofd?
En klinkt soms in de zomernacht
Met zachte stem haar stille klacht?
Zie ik daar achter de gordijnen
Een vrouwensilhouet verschijnen?
Voor eeuwig in de steen gevangen
Gevangen door haar hunkering
Hunkering naar wat verloren
Verloren en ongrijpbaar was?
Of was er haast met de facturen
En wordt er nu in overuren
En door een diepvriesmaal gesterkt
Hier ’s avonds laat nog doorgewerkt?
.
How I See You
.
Eyes that don’t see
see the things that you do
do you wish me to describe
describe how I see you…
.
Skin so delicate
delicate as a rose
rose that will blossom
blossom as it grows.
.
Hair moving gently
gently you tease tease…
softly whispering
whispering summer breeze.
.
Voice so melodic
melodic singing birds
birds, such sweet tunes
tunes…enchant like your words.
.
Dress…rustling
rustling tress bare
bare as leaves fall
fall, the colour of your hair.
.
Your perfume..sweet fragrance
fragrance frangipani’s bring
bring back many memories
memories of spring.
.
Yes…I am blind
blind, yet I see
see in my mind
mind you fill will glee.
.
African American Poetry
Elisabeth Alexander
.
In 2012 verscheen in de Verenigde Staten bij ‘Poetry for young people’ bij uitgeverij Sterling het bijzondere boek ‘African American Poetry. De reden dat dit zo’n bijzonder boek is ligt in het feit dat voor het eerst een bloemlezing van Afrikaans Amerikaanse poëzie werd samengesteld en uitgegeven met een overzicht vanaf de 18e eeuw tot nu en dan ook nog specifiek geschikt voor jongeren.
Redacteur Arnold Rampersad (van de Princeton University) beschrijft de geschiedenis van African American poetry, de invloeden (armoede, slavernij en racisme maar ook het alledaagse leven), de dichters waarvan enkele zelfs tijdens de slavernij al schreven, hoewel het verboden was bij wet om een slaaf te leren hoe te lezen en schrijven. Zo is in het boek te lezen dat reeds in 1773 een boek van een African American dichter werd gepubliceerd met de titel ‘Poems on Various Subjects, Religious and Moral’ door Phillis Wheatley.
Een gedicht uit het boek is ‘Apollo’ door Elisabeth Alexander. Zij is professor aan de Yale University in New Haven, Connecticut, graduate bij Yale, Boston University, en de University of Pennsylvania, waar ze een doctoraat in Literatuur heeft gehaald. President Obama vroeg haar een gedicht voor te dragen bij zijn inauguratie in 2009.
Haar gedicht ‘ Apollo’ neemt je mee terug naar 20 juli 1969, toen de eerste mens voet zette op de maan. Een Afrikaans Amerikaanse familie is zo nieuwsgierig naar dit historische moment, dat ze tijdens een autorit stoppen bij een wegrestaurant om het op televisie te volgen. Het restaurant zit vol blanke Amerikanen (het was de tijd van de rassenonlusten tussen de zwarte en blanke Amerikanen). Maar op dat moment vallen alle raciale spanningen weg bij de gebeurtenissen in de ruimte die ze samen op televisie volgen waarmee de spanningen feitelijk naar juiste proporties worden terug gebracht.
.




















