Site-archief

Bevlogen en bevangen

Marcel van Maele

.

In het M HKA (Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen) in Antwerpen was een tentoonstelling gewijd aan de dichter en kunstenaar Marcel van Maele (1931-2009). Deze dichter, beeldhouwer, prozaïst en toneelschrijver schreef ‘rebelse’ poëzie, in taal vol neologismen die breekt met semantische en syntactische  regels. Hij was een van de leidende figuren van het tijdschrift Labris (1962-1976), waarin een experimentele stijl prominent aanwezig was. Hij was lid van de Zestigers . Van Maele was de laatste 20 jaar van zijn leven volledig blind.

Uit zijn bundel ‘Over woorden gesproken’ uit 2006 het gedicht dat hij opdroeg aan de dichter Guido Gezelle (1830-1899). Gezelle was een Vlaamse rooms-katholieke priester, lyrisch dichter en hekeldichter, taalwetenschapper, leraar, journalist en vertaler, die vooral schreef over onderwerpen als natuur, vriendschap, religie en de dood. De toon en de manier van aanspreken deed me heel erg denken aan het gedicht dat ik schreef met de titel ‘Open brief aan professor Rümke’.

.

Bevlogen en bevangen

Voor Guido Gezelle

.

Het woord aanroepen en de zinnen belagen,

het woord dat bindt, het woord dat breekt,

dat tiert en en giert en verder viert,

dat kruipt en sluipt en zich verderstrekt

of dichtgeklapt wat bekken trekt.

.

Ik luister naar uw gedicht

dat mij soms wankelen doet en schrijf

het mijne met mijn ogen dicht.

Ik huiver als ik op uw schaduw trap

als gij mij met uw god belast en

in al wat zoet is zijn gebaar herkent.

Gij schrijft me neer en meer en smeert me

keer op keer dat godbestaan weer aan.

.

De stem die zich verheft en stilte gebiedt

als het woord de taal verlaat en zwerven gaat.

Aanhoor nu dat zwijgen langs alle kanten,

de wind die liggen gaat,

gekust de bloem en uitgelezen

de lamme die de trommel slaat.

.

Angst voor babies

Marlene Dumas

.

In het Kunstmuseum in Den Haag kwam ik in een bijzaaltje een gedicht tegen van iemand van wie ik dit niet verwachte namelijk de kunstenaar Marlene Dumas (1953). Dat zij naast schilderijen ook collages maakt, gecombineerd met afgeknipte foto’s, tekst en tekeningen, wist ik wel maar een gedicht (in het Engels en Nederlands) was nieuw voor mij. Het gedicht ‘Angst voor babies’ of ‘Fear of Babies’ hing naast drie schilderijen in waterverf, krijt en Oost-Indische inkt uit 1989 waarop het gedicht geïnspireerd is (of andersom, dat verteld het verhaal niet). Deze drie kunstwerken hebben titels als ‘Mother and Baby’ (tweemaal) en ‘Suggesting Murder’ en werden door Dumas in 1993 aan het museum geschonken. Het gedicht uit 1986 werd voor het eerst gepubliceerd in 1998 in ‘Sweet Nothings: Notes and Texts’ en voor de presentatie vertaald door AVB Vertalingen.

.

Angst voor babies

.

Hoe bestaan er dromen

Van slaapdronken vrede

Een ras van kleine wezens

Vult krochten van haat

En velden vol verveling

Kom

Deel maar mijn bed

Voor vruchteloze vrijers

En doe vooral niets

Wat de dichter zal dwingen

Haar krappe speeltjes te verkwisten

Voor het chaotisch gestoei

Van kinderen

.

Fear of Babies

.

How do we dream

our dreams of peace

a race of small creatures

populating the areas of hatred

or the spheres of boredom

so

Share my bed

you sterilized lovers

and feel free

to do nothing

that would cause

the artrist to give up

her aesthetic plaything

for the disorderly toys

of children.

.

Dag eenentwintig

Vakantiegedicht

.

Wanneer je op vakantie bent in een ver en vreemd land waar men een taal spreekt die je niet kent kun je soms denken ‘Waar gaat dit over?’ Er zijn ook gedichten waarbij je dit zou kunnen denken. Zoals het gedicht ‘Coracias garrulus’ van Anneke Brassinga (1948) uit haar bundel ‘Het wederkerige’ uit 2014. Een Coracias garrulus is overigens een vogel, in het Nederlands een Scharrelaar.

.

Coracias garrulus

.

Mijn vriend de scharrelaar speelt feuille morte

in de baltsvlucht, dwarrelt blauwzefirisch serafijns

van aanschijn, zwierend met turquoise vederqueue

braakt hij de finesses van zijn arioso uit:

‘KRAK-AK… KR-R-R-R-AK…’

alsof de hemel op je neerstort,

de engel met het vlammend zwaard.

.

Dag twintig

Vakantiegedicht

.

Ter voorkoming van de verveling in de vakantie. Gerrit Kouwenaar (1923-2014) schreef het gedicht ‘In deftige letters wordt u…’ dat verscheen in de bundel ‘Gedichten 1948-1978’ uit 1982.

.

‘In deftige letters wordt u…’

.

In deftige letters wordt u iets verteld

dus verheeld, zodat uw verveling

even het steen breekt en zich mededeelt

aan het cliché van het origineel

.

want wanneer deze pagina zwart zou wezen

letterlijk zwart als zo’n verzonnen neger, bijvoorbeeld

omdat een verslaafde hongerprofeet

in zijn koude kalkoen bleef steken

.

verscheen er terstond weer een letterzetter, prevelend

viel de marge van deze rouwbrief

niet wat al te breed uit voor de levende lezer? ik

zie niets meer!

.

en ja hoor

daar hakt hij al meteen weer een doorzicht

met het vormend princiep van zijn zethaak-

.

Dag negentien

Vakantiegedicht

.

Dichter K. Schippers (1936-2021) schreef een gedicht dat je zomaar liggend op het strand op je vakantieadres zou kunnen voordragen, en alle omliggenden zouden je begrijpen. Het gedicht ‘Onder de zeebodem’ verscheen in het literaire tijdschrift Randstad uit 1964.

.

Onder de zeebodem

.

Boven de hemel zit de hemel

boven de wolken zit de hemel

ook boven deze wolken

.

Boven de wolken zitten de wolken

boven het zeewater zitten de wolken

ook boven dit zeewater

.

Boven het zeewater zit het zeewater

boven de zeebodem zit het zeewater

ook boven deze zeebodem

.

Boven de zeebodem zit de zeebodem

.

Dag zeventien

Vakantiegedicht

.

Uit de bundel ‘Enfin’ uit 2021 van Anton Korteweg (1944) het gedicht ‘Je weet maar nooit’.

,

Je weet maar nooit

.

Mijn leven lang was ik erop gebrand

mijn kinderhand met bijna niets te vullen,

hield de drie erren in ere

-Rust, Reinheid, Regelmaat-

en gunde de plaagzieke zon

die zich achter de wolken verschool

een lach op mijn bleke gelaat.

.

Maar ja, ik moet bergop nu toch behoorlijk plooien

en de  verzuring teistert me steeds vaker,

dus kom maar op met die ene al nakende winter

waarop ik, toch nog onverwacht heet dat,

uiteindelijk echt onderuitga.

.

Zit het een beetje mee, trek ik daarna nog in

bij Hem, die na kotstondig ongeneugt

-eentreffende synopsis van het leven-

mij eindeloos en liefdevol verheugt.

.

Dag zestien

Vakantiegedicht

.

Uit de bundel van Etwin Grootscholten (1969) , voormalig provinciedichter van de provincie Zuid Holland, getiteld ‘Dichter bij Zuid-Holland’ uit 2022,  het gedicht ‘Helder’.

.

Helder

.

een kas is van glas

een vaas is van glas

.

ik zet paprika’s in een vaas

ik zet komkommers in een vaas

ik zet tomaten in een vaas

.

en de bloemen eet ik op

als ik kijk

naar duizend geuren

.

Dag veertien

Vakantiegedicht

.

In de vakantie is er natuurlijk ook een plek voor de verwarring. Bart Moeyaert (1964) schreef het gedicht ‘Ochtend’ dat misschien niet de liefde bezingt die je verwacht (op basis van de titel van zijn bundel ‘Dat alles over liefde gaat’ uit juni 2023, een bundel van de mooiste gedichten van hem gekozen door collega dichter Esther Naomi Perquin) maar ergens toch weer wel.

.

Ochtend

.

Vanochtend was de wereld

weer erg goed begonnen

met blauwe lucht en hier en daar

een wolk van zelfgesponnen

suiker, en in haar schaduw

op de grond een koe, maar als

altijd hield ze het voor bekeken

toen ik onder haar door reed,

over haar heen, en hoorde

dat er vandaag geen doden

maar wel een paar gewonden

waren, en dat we mochten hopen

dat de hemel op zou klaren.

.

Dag negen

Vakantiegedicht

.

Op deze negende dag van de vakantie een gedicht van dichter Vicky Francken (1989) getiteld ‘onze ratio een radio die dag en nacht een ruis voortbrengt’ uit haar bundel ‘Röntgenfotomodel’ uit 2017.

.

onze ratio een radio die dag en nacht een ruis voortbrengt

.

het sneeuwt in je oren, je denkt altijd wel iets

hoewel meestal weinig

van kwaliteit

.

het gevoel dat je niet alles voor het zeggen hebt

terwijl je schrijft, het denken dat als een blauwe

ballon in een carrousel voorbijkomt, knapt

een gedachte die opstijgt, naar je zwaait

de pluim grijpt, gratis

nog een rondje

.

ik ben geen dader

maar zou een dader willen zijn

.

doen is belangrijk

.

Dag dertien

Vakantiegedicht

.

Een vaste waarde in de rubriek ‘vakantiegedichten’ is Anneke Brassinga (1948). Ze heeft dan ook verschillende gedichten geschreven die goed bij deze periode van het jaar passen. Zo ook het gedicht ‘Op weg’ gepubliceerd in ‘De academische Boekengids’ uit 2010.

.

Op weg

.

Mocht ik in het holst van het hart
van donkerste dagen te lijf gaan
achter al het uiterwaardse een stuk of wat
verlaten kusten onder razende luchten
waar albatrossen op hun wieken sinds jaar
en dag en eeuwen worden weggeblazen-

.
graag zou ik boven lege oceanen regen zijn
op reusachtige hoeven, zinnentuimel
van tempeest, het stormend paard dat louter
water is, uiteenvalt in geschuimbek-

.
zocht ik bij voorkeur echter diepten
die geen daglicht velen, omtrent
een steenworp van d’onoirbaar gloeiende
kern; daar zal betijen wat mij jaagt.

.