Site-archief
The White Man’s Burden
Rudyard Kipling
.
Afgelopen week was ik bij de presentatie van mijn dochters profielwerkstuk op het Haganum in Den Haag. Alle leerlingen van 6 gymnasium gaven daar hun presentatie en omdat we er toch waren hebben we gelijk maar nog 4 presentaties meegenomen. Heel leuk en leerzaam. Zeker toen in een presentatie van twee leerlingen een verwijzing werd gedaan naar het gedicht ‘The white man’s burden’ van Ruduyard Kipling (hun presentatie ging over de verovering en kolonisatie van de Maya’s door de Spanjaarden).
Omdat ik het gedicht niet echt kende ben ik op zoek gegaan en ‘The white man’s burden’ van Kipling (1865 – 1936) blijkt een gevoelig liggend gedicht te zijn.
The White Man’s Burden (Nederlands vertaling ‘De last van de blanke’) werd in 1899 gepubliceerd in McClure’s Magazine en droeg de ondertitel ‘The United States and the Philippine Islands’. De Verenigde Staten waren destijds verwikkeld in de Filipijns-Amerikaanse Oorlog. Hoewel het gedicht een gemengde boodschap over het opkomende imperialisme van de VS bevat, lijkt het op het eerste gezicht een oproep tot het koloniseren van “minderbeschaafde” volkeren door de westerse mogendheden. Amerikaanse imperialisten gebruikten het gedicht “white man’s burden” als een rechtvaardiging voor het veroveren van nieuwe gebieden. Het controversiële gedicht was oorspronkelijk bedoeld voor het diamanten regeringsjubileum van koningin Victoria, maar voor dit doel diende later het gedicht ‘Recessional’. (Bron: Wikipedia).
.
The White Man’s Burden
.
Take up the White Man’s burden–
Send forth the best ye breed–
Go bind your sons to exile
To serve your captives’ need;
To wait in heavy harness,
On fluttered folk and wild–
Your new-caught, sullen peoples,
Half-devil and half-child.
Take up the White Man’s burden–
In patience to abide,
To veil the threat of terror
And check the show of pride;
By open speech and simple,
An hundred times made plain
To seek another’s profit,
And work another’s gain.
Take up the White Man’s burden–
The savage wars of peace–
Fill full the mouth of Famine
And bid the sickness cease;
And when your goal is nearest
The end for others sought,
Watch sloth and heathen Folly
Bring all your hopes to nought.
Take up the White Man’s burden–
No tawdry rule of kings,
But toil of serf and sweeper–
The tale of common things.
The ports ye shall not enter,
The roads ye shall not tread,
Go mark them with your living,
And mark them with your dead.
Take up the White Man’s burden–
And reap his old reward:
The blame of those ye better,
The hate of those ye guard–
The cry of hosts ye humour
(Ah, slowly!) toward the light:–
“Why brought he us from bondage,
Our loved Egyptian night?”
Take up the White Man’s burden–
Ye dare not stoop to less–
Nor call too loud on Freedom
To cloke your weariness;
By all ye cry or whisper,
By all ye leave or do,
The silent, sullen peoples
Shall weigh your gods and you.
Take up the White Man’s burden–
Have done with childish days–
The lightly proferred laurel,
The easy, ungrudged praise.
Comes now, to search your manhood
Through all the thankless years
Cold, edged with dear-bought wisdom,
The judgment of your peers!
.
Guide to change
Judith Herzberg
.
Van de NBD Biblion (de organisatie die onder andere ervoor zorgt dat bibliotheekboeken van een harde kaft worden voorzien) kreeg ik deze week een lijvig boekwerk met de titel ‘Guide to change’ . In eerste instantie kon ik weinig wijs uit het meer dan 200 pagina’s tellende boekwerk en heel eerlijk, ik ben er nog steeds niet helemaal achter wat nu precies de bedoeling van dit pak papier is.
Voorin wordt een tipje van de sluier opgelicht: ‘Deze gids beschrijft de reis van verwarring via verbinding, naar vernieuwing.’ Wel, die verwarring klopt. Verder staat er nog: ‘Deze gids leidt u langs managementfilosofen, interviews, diy-vragen kunst en poëzie naar nieuwe inspiratie, inzichten en wijsheden’.
Dus ook poëzie. Ik ben op zoek gegaan en inderdaad er staat ook poëzie in dit boekwerk. Daarom deze post want een gedicht van Judith Herzberg deel ik graag.
.
Ja
.
Hij loopt met iets zwaars voor haar uit.
Zij blijft staan.Zij roept, van de straat, hem iets na,
hij, terwijl hij een huis binnen gaat,
een kort ‘ja’.
.
Niet van jaha van moeders die zich vervelen
niet het ja van oja goed want bijna vergeten
niet het ja van wees maar gerust
niet een ja als een knal
niet een ja uit twee delen
zo’n ja waar een nee onder schuilt
niet een ja van: ik ben zo terug
niet een ja van: hou me niet tegen.
.
Niet een ja half als vraag;
dat zien we nog wel
een misschien, een vermoeden-
.
Maar een dag-in-dag-uit ja
een ja ten overvloede.
.
Dichter van de maand Januari
Hagar Peeters
.
Zondag in januari dus een gedicht van Hagar Peeters. Vandaag koos ik voor het wonderschone liefdesgedicht ‘Je bewoont al jaren’ uit haar bundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ uit 1999.
.
Je bewoont al jaren
.
Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.
Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.
Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie
en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.
Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont
ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.
.
Berlijn 1968
José van Rosmalen
.
De schrijver en dichter José van Rosmalen (1947) beperkt zich niet tot één genre, maar schrijft gedichten, columns en korte verhalen. Een aantal daarvan heeft hij in 2012 gebundeld in het boekje ‘over grenzen’ dat hij in eigen beheer heeft uitgegeven. In het boekje van 72 pagina’s staan gedichten, korte verhalen en autobiografische schetsen. In dit bundeltje staat ook het gedicht ‘Berlijn’. Of dat hetzelfde gedicht is als het gedicht met de titel ‘Berlijn 1968’ dat ik op leesgedichten.nl tegen kwam weet ik niet maar ik vond het de moeite waard om hier met jullie te delen.
.
Berlijn 1968
.
In de kou
van de strijd
tussen oost en west
tussen nacht en ochtend
tussen corps en revolutie
vocht de groep studenten
zich door drank en principes
Op zoek naar waarheid
trots op idealen
blij met de koelkast
werd de muur al zachtjes gesloopt
Buiten regeerde angst
in de ondergrondse zweeg je
Het spel van de namen
de glazen wijn
een nacht in Oost-Berlijn
toen wist ik al
niet van het corps
noch van de revolutie te zijn.
.
Een vogel
Jan Geerts
.
Op de weblog https://geertsjan.wordpress.com/ staan een aantal gedichten van de Vlaamse dichter Jan Geerts (1972) die gepubliceerd werden in ‘Het Liegend Konijn’, ‘De brakke hond’ en ‘Deus Ex Machina’. Helaas zijn het oudere gedichten en heeft Jan na 2013 geen nieuw werk gepubliceerd op zijn blog. Op gedichten.nl staat nog een enkel gedicht van na 2015 maar het is allemaal zeer beperkt. En dat is jammer want Geerts schrijft intrigerende poëzie.
In de verzamelbundel ‘Met dat hoofd gebeurd nog eens wat’, samengesteld door Arie Boomsma, staat ook een gedicht opgenomen van deze dichter. Dit gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Op het oog, 21 dichters voor de 21ste eeuw’ uit 2005.
.
Een vogel
.
Een vogel is een vis die niet kan vliegen.
.
Een vogel is een vis die niet zonder water kan
en op het droge snakt naar lucht.
.
Een vogel is een vis die hoog moet
omdat hij lijdt aan dieptezucht.
.
Een vogel moet landloos balanceren
op de horizon tussen verlangen en vlucht.
.
Een vogel is een vis die tegen de hemel
kleeft, een beest dat zijn lot lipleest.
.
Maar een vogel is en blijft een vis.
.
Collage: Inge Vos
Televisie
Willem Wilmink
.
Vorige week las ik in een bericht van een bibliotheekcollega onder andere dat tegen 2030 niemand meer naar de televisie kijkt. Als ik zo om me heen kijk naar jongeren van tegenwoordig dan geloof ik dat wel. Jongeren hebben nog maar weinig op met televisie. Of dat betekent dat in 2030 de stekker eruit getrokken kan worden weet ik niet (volgens mij kijken nog steeds grote groepen mensen van 30+ naar de televisie en die zijn dan maar ca. 15 jaar ouder) maar het mediagebruik veranderd, dat staat vast.
Schrijver en dichter Willem Wilmink (1936 – 2003) schreef jaren geleden al over het einde van de televisie in zijn gedicht ‘Televisie’. Dat gedicht is te lezen in de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ uit 2004.
.
Televisie
.
men was allang vergeten dat het kon
maar het gebeurde: met een zacht gereutel
stierf de tv. het sprekend paard verbleekte
het licht werd opgestoken en de vader
aanzag zijn zoon die bij een storing werd verwekt
en zei: wat ben je oud geworden, jongen.
.
LNK Infotree, van Gintaras Karosas. Een 700 meter groot beeld met 3000 televisies, in het Europapark in Purnuškės in Litouwen.
Dichters en schrijvers begraafplaats
Schoonselhof in Antwerpen
.
Op 2 augustus 2012 schreef ik over het zeer aardige en mooi vormgegeven boek ‘O en voorgoed voorbij’ dat door de NBD Biblion en De Arbeiderspers werd uitgegeven in dat jaar met een overzicht van een aantal graven van Nederlandse schrijvers en dichters. Ik moest hieraan denken toen ik via een foto op de Wikipediapagina van Het Schoonselhof in Antwerpen terecht kwam.
Dit voormalige landgoed werd in 1911 door de stad Antwerpen aangekocht en ingericht als begraafplaats. Beroemde schrijvers en dichters hebben hier hun laatste rustplaats gevonden.
Hendrik Conscience, Willem Elsschot, Hubert Lampo, Herman de Coninck, Marnix Gijssen, Gust Gils, Gerard Walschap en Paul van Ostaijen liggen hier begraven. Mocht je dus nog eens een verloren uurtje hebben en je in Antwerpen bevinden dan kan ik een reisje naar Schoonselhof zeker aanbevelen.
Hieronder een aantal graven en, natuurlijk, een gedicht van Gust Gils (1924 – 2002) getiteld ‘Een minnend paar’ uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957.
.
een minnend paar
.
een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
liefde of toeval niemand weet het
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer
.
Graf Gust Gils
Graf Hendrik Conscience
Graf Gerald Walschap
Oude graf Herman de Coninck
Nieuwe grafsteen Herman de Coninck (2015)
Gedichtenjukebox
Bibliotheek Rotterdam
.
Voor Ongehoord! maar ook voor mijn werk kom ik regelmatig in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Pal naast station Blaak en de markthal gelegen in het centrum van Rotterdam. Al jaren loop ik op de eerste verdieping langs de Gedichtenjukebox en eerlijk gezegd was het nooit in me opgekomen om daar iets over te schrijven. Ten onrechte natuurlijk want de Gedichtenjukebox biedt een keur aan prachtige poëzie.
De echte ouwe jukebox met daarin filmpjes van dichters die voordragen uit eigen werk is gevuld met filmpjes van het VPRO programma Dode Dichters Almanak en biedt onder andere filmpjes met onder andere Simon Vestdijk, Gerrit Kouwenaar, Gerard Reve maar ook Charles Bukowski en Wislawa Szymborska. Op de filmpjes zijn de dichters te zien en te beluisteren terwijl ze zelf hun poëzie voordragen.
Kijk voor alle filmpjes op http://www.vpro.nl/boeken/programmas/dode-dichters-almanak.html of loop een keer binnen bij de centrale bibliotheek in Rotterdam.
.
Hieronder een gedicht van en door Gerard Reve (niet die uit de gedichtenjukebox) met als titel ‘Getuigenis’.
Getuigenis
Ze willen dat ik schrijf
voor de vooruitgang.
Maar ik kan niet schrijven zoals zij,
al stam ik van hen af.
Ik moet de wijken van het volk in
en mijn oor te luisteren leggen:
zo hoor je nog eens wat.
Wat wil het volk?
Niet veel goeds, dat is zeker.
Dus ga ik de straat op,
met mijn eigen vaandel
waarop geschreven staat:
Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!
Lang leve de Dood!
.




















