Site-archief
Voor twee scharren blauwbekken
W. Hussem
De, in Rotterdam geboren en in Den Haag overleden, kunstenaar Willem Frans Karel Hussem (1900 – 1974) was een Nederlandse schilder, beeldhouwer en dichter. Als dichter kende ik zijn naam al wel, als W. Hussem, maar eigenlijk alleen van een enkel gedicht in een bloemlezing. Zaterdag kocht ik in Heythuysen, een dorpje in midden Limburg, bij de plaatselijke kringloop de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’ van zijn hand uit 1966.
Hoewel Hussem vooral bekendheid geniet als schilder ( werk van hem bevind zich in de collecties van o.a. Het gemeentemuseum in Den Haag en het Stedelijk in Amsterdam) publiceerde hij veel dichtbundels.
Kunstenaars die zich met een van of beide door Willem Hussem beoefende disciplines bezighielden, verenigden zich rond hem in de Posthoorngroep, genoemd naar een Haagse horecagelegenheid waar tot voor kort nog een poëziepodium werd georganiseerd.
In 1940 debuteerde hij bij L.J.C. Boucher met De kustlijn, gevolgd door Uitzicht op zee, dat verscheen bij A.A.M. Stols (1941). Vooral in de jaren zestig verschenen veel dichtbundels, waarvan de bekendste is Voor twee scharren blauwbekken (1966). Sommige boeken werden door hemzelf uitgegeven, zoals Lessen in luchtdruk. Ook na zijn dood bleef zijn dichtwerk verschijnen, het laatst de bundel Met inkt zeggen (2011), die met Hussems penseeltekeningen verlucht is.
In de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’ staan veel korte gedichten, zonder titel. Daarom uit deze bundel een paar voorbeelden.
.
het botwant leeg
het aas verspeeld
ik ga wormen dollen op het wad
.
voor els
behoedzaam brengt zij
plantje voor plantje
over naar het bloembed
struikelt
en valt midden in de roos
.
met de stamgasten
in het dorpscafé
drink ik mij dronken
aan hun eenzaamheid
.
venus
mars
de grote beer
verder en verder
ga ik de hei op
ineens besef ik
hoe laat het is
boven de dennen
gloort de dag
.
Umbrisch getijdenboek
Hans Franse
.
Bij de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 werd Scheveninger Hans Franse tweede. Als prijs mogen de winnaars optreden op het Ongehoord! podium in Rotterdam en afgelopen 12 februari was het zover. Hein van der Schoot, Wouter Veldboer en Hans Franse traden op en wisten het publiek te boeien. Vooral bij Hans Franse (1940) was duidelijk dat hij tijdens zijn leven ervaring had opgedaan met spreken en voordragen voor groepen (politicus, theaterdirecteur, leraar). Tegenwoordig brengt Hans de lente en de zomer door in zijn huis op een berg in Umbrië. Dat was ook de reden dat hij niet aanwezig kon zijn bij de feestelijke prijsuitreiking afgelopen jaar.
Franse schreef twee boeken over Umbrië en in 2015 verscheen bij Edizioni Era Nuova srl. in Italië de tweetalige bundel uit getiteld ‘Umbrisch getijdenboek’ of ‘Le ore canoniche umbre’ poesie in Nederlandese e italiano.
De gedichten in deze bundel zijn gebeden, zo lees ik op de achterflap. Zijn gebedenboek begint met de muzikale stilte van de luisteraar in de hemelse natuur van Umbria en eindigt met het beschouwen van de luidruchtige stilte van voorbijgangers in het wereldse Perugia. Ook al stelt de dichter zich als heiden op, toch zijn de woorden vervuld van mystieke verlangen. Niet alle meditaties zijn zwaar en verheven, er zijn ook luchtige intermezzo’s zoals een vermakelijke schets van een processie en een lofzang op de Sangiovese wijndruif.
Ik heb gekozen, voor ik de achterflap ;las overigens, voor het gedicht ‘Processie’ juist om de combinatie van het verhevene en de vette knipoog aan het einde van het gedicht.
.
Processie
.
De cirkel van gesloten muren
weerstond de tand des tijds,
maar het gebit van de huizenrij
vertoond verval en gaten,
hier en daar opgevuld
met amalgaam van andere tijden.
Er waren toen nog heilige heiligen
die zegenend relikwieën
onder andere tegen kiespijn aandroegen
om het eindeloze verval te weerstaan.
Eenmaal per jaar worden
de heiligen gevierd
en loopt de bevolking
gezellig keuvelend en biddend
achter de muziek aan
voor de grote feestelijke middagmaaltijd
terwijl de oude pastoor met veel moeite
het Allerheiligste vasthoudt
en net doet alsof hij het
echt belangrijk vindt.
.
Stadsdichter Rotterdam
Hester Knibbe
.
In 2015 en 2016 was Hester Knibbe stadsdichter van Rotterdam, een titel die ze zeer onlangs overdeed aan Derek Otte. Bij de overdracht van de stadsdichterstitel kregen de aanwezigen, waaronder ik, de bundel ‘Stadsdichter’ cadeau. De bundel bevat alle stadsgedichten uit haar stadsdichterschap. Met poëzie voor o.a. verlaten kunstwerken, stadstuinen op wolkenkrabbers, Rotterdam viert de stad en asielzoekers in de Beverwaard lees je Rotterdam in de afgelopen twee jaar door de ogen van de dichter.
Bij de 550ste geboortedag van Desiderius Erasmus Roterodamus en de uitreiking van de Erasmuspenning aan Henk Oosterling schreef zij het gedicht ‘Erasmus aan zee’.
.
Erasmus aan zee
.
Bijeengeraapt
zooitje aangespoeld
schepsel. sponskop met dito baret om
al te gezouten gedachten tussen de oren
te houden, zie mij hier zitten, narrig
,
starend over mijn baker. Uit de diepte
ben ik getogen, heb ik eeuwige
deining gekend, de preken van vissen, ben
doordrenkt op het land uitgespogen. Nu
.
blootgesteld aan de schraalte hierboven
verdrogen mijn sappige spinsels tot kleine
kristallen die verregenen zullen; ik ben
.
het zout der aarde terwijl mijn poreusheid wind
verzamelt die plukt aan mijn vormsel, mij opnieuw
wil verstrooien, denker en dwaas in mij doven.
.
Agenda
Voordrachten en meer
.
2017 loopt alweer aardig vol met activiteiten. Hier een klein overzicht van het eerste kwartaal:
5 januari: Local Literature, Spijkenisse (voordragen)
4 februari: Bundelpresentatie Antoinette Sisto in Perdu Amsterdam (voordragen)
19 februari: Poëziepodium Ongehoord! in Rotterdam (organisatie)
19 maart: Dichter bij Den Engel, Den Haag (voordragen)
28 maart: Westlands Boekengala, regionale schrijfwedstrijd (voorzitter jury)
.
Toekomst
Hester Knibbe
.
Stadsdichter van Rotterdam Hester Knibbe schreef ter gelegenheid van het geopende asielzoekerscentrum in Rotterdam Beverwaard een stadsgedicht getiteld ‘Toekomst’. Op 15 december droeg Hester haar gedicht voor in de bibliotheek IJsselmonde speciaal geschreven voor de bewoners van het AZC en de inwoners van de Beverwaard.
Nadat vluchtelingen van het AZC kennis hadden gemaakt met de faciliteiten en de dienstverlening van de bibliotheek droeg Hester haar gedicht voor, dat in het Nederlands en Arabisch werd vertaald door Amina Abed en in de hele stad Rotterdam te zien is.
.
Toekomst
.
Zij gingen en komen waar ze wel
waar ze niet willen, zetten bezittingen
.
neer, spreiden hun angsten en leggen beslag
op de vierkante meters ze toegewezen. In hun lijf
.
nog de kleuren en beelden
van oude omgeving, donker en licht, drukte
.
chaos in steden, stilte erbuiten. Ze komen
waar anderen wonen, zij die hun kleine
.
percelen van heden verleden behoeden: zo
is het zo was het zo mag het
.
blijven. De toekomst
moeten ze delen.
.
Ongehoord! Dichterspodium in December
Joz, Gijs, Lisa, Peter en Els
Het laatste Ongehoord! podium van 2016 is op zondag 11 december. We verwelkomen op ons podium dichters Peter W.J. Brouwer, Joz Knoop, Lisa Heinsohn, Els de Groen en Gijs ter Haar. Muziek is er van singer-songwriter Lucia Hakbijl. Proza schrijfster Marjolijn Markus vertelt over haar in januari te verschijnen boek ‘Ik leef in een wereld die ik niet ken’. Uiteraard is er een Open Podium waar je je als dichter voor kunt opgeven (vooraf via Facebook of ter plekke).
Het podium in de bibliotheek van Rotterdam aan de Hoogstraat (naast station Blaak en de Markthal) zal dit keer eenmalig weer een keer zijn op de oude locatie op de eerste verdieping in de Erasmuszaal (voorheen de Glazen Zaal). Toegang is als altijd gratis evenals de koffie en de thee.
.
Gijs
Joz
Peter
Marjolijn
Els
Lisa
Eervolle vermeldingen Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016
Uit het juryrapport
.
Behalve de drie prijswinnaars heeft de jury ook drie eervolle vermeldingen gedaan. Wie het zijn lees je hier.
JURYRAPPORT ONGEHOORD 2016 (voorgelezen door Peter Swanborn, jurylid)
Zoals u weet, zijn er dit jaar maar liefst 168 gedichten voor deze wedstrijd ingestuurd. De vijf bestuursleden van Stichting Ongehoord hebben hieruit een eerste selectie gemaakt, en zo een shortlist samengesteld, al was het eerlijk gezegd wel een tamelijk lange shortlist van maar liefst vijftig gedichten.
Deze shortlist is geanonimiseerd naar de jury gegaan. En de jury, dat zijn Marieke van Leeuwen, Manuel Kneepkens, die beiden hier helaas niet aanwezig kunnen zijn, en ikzelf. We hebben de gedichten dus gelezen zonder te weten wie de schrijver of schrijfster was. Strikt genomen gaan de drie prijzen die we vanmiddag uitreiken, dus naar de gedichten. Net zoals het bij de landelijke Turing wedstrijd gebeurt.
Welnu, de jury heeft de shortlist van vijftig gedichten met aandacht en veel plezier gelezen. Niet in de laatste plaats omdat het niveau van de shortlist hoog was. Mooie strofen, mooie zinnen kwamen we meer dan eens tegen. Laten we een paar voorbeelden geven die wat ons betreft een eervolle vermelding verdienen.
zoals je adem steeds maar weer dezelfde weg zoekt
en dan zomaar op een dag stokt – je weet niet wanneer
of wat de nieuwslezer bezield heeft op deze dag
en of het nog nut heeft een tandarts te bezoeken
Dit was de laatste strofe uit: deze dag van Annette Akkerman, een gedicht over verbazing, over vervreemding over de dingen die alledaags kunnen zijn. Over het bewustzijn dat alles zomaar, op elke dag, afgelopen kan zijn.
Of anders de eerste strofe uit: De lente komt … van René Hoevenaren een gedicht zonder clichés, en dat is bijzonder voor een gedicht over de lente. In dit gedicht is de lente, geboorte, ook wreed.
De tempelgeesten in de haag, heggemus en vink,
hebben bewegingsdag voorspeld. Ze voelden het gefluisterd breken
zoals een kussensloop wel knispert, bevroren aan de lijn,
rigor mortis uit nachtelijke adem.
Het piepen komt pas later.
Ook bijzonder was het gedicht met als opmerkelijke titel: loopje van Moniek Spaans, een gedicht over ‘hersenschimmen en onrustige gedachten’ : het beschrijft een kort spreekuur, waar je te horen krijgt dat de kwaal bij het leven hoort, dat je naar huis kunt gaan. Ik citeer:
het zijn niet de benen
maar het is uw hoofd dat lijdt
aan het restless legs syndrome
het zijn uw gedachten
die een loopje met u nemen
.
Derde prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016
Wouter Veldboer
.
De derde prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd ging naar Wouter Veldboer met het gedicht ‘(G)razende wolven’. De jury schreef in haar juryrapport over dit gedicht:
Dit is een van de weinige gedichten waarin echt met taal gespeeld wordt.
Zowel met woorden als met bestaande uitdrukkingen. Over ieder woord is nagedacht.
Aan de hand van een eenvoudig beeld, een wolf te midden van schapen, wordt iets wezenlijks over de menselijke natuur gezegd.
.
(G)razende wolven
door meer dan alleen
wol geverfd
wolf geworden
eenmaal beland
onder schapen
is het moeilijk
tanden in de bek te houden
ook al voeden we ze braaf
water loopt
in een universele taal
klinkt de wens
om meer dan alleen
gras
.
Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016
Hans Franse
.
De tweede plaats van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 was voor Hans Franse. Hans was niet aanwezig want in Italië op een berg maar juryvoorzitter Peter Swanborn las het gedicht van Hans voor tijdens de uitreiking. De jury schreef in haar rapport over het gedicht van Hans:
Het gedicht is een geestige schildering van een klein Italiaanse restaurant waar grootmoe achter de pannen staat en kleinzoon de borden rondbrengt ‘met een vinger in het vlees’. Zo’n goed getroffen detail , maakt als het ware, dat je jezelf meent er te zitten ‘achter de bistecca’. Het gedicht is genoeglijk van sfeer, maar weet de oubolligheid te vermijden die bij dit soort onderwerpen altijd op de loer ligt.
.
Italiaans restaurant in de buurt van Napels
De keuken van oma,
bejaarde hogepriesteres in een bloemetjesschort,
ligt in het centrum van het oneindig heelal .
Uit de kathedraal met gebrandschilderde pannen
stijgen magische geuren tot over de Melkweg:
knoflook overweldigt van pool naar pool
Terwijl ik de wijn langs mijn hemels palatum
laat tasten, en engelen voel langs de tongpapillen
draagt Kleinzoon klunzig en stuntelig borden rond,
zijn duimafdruk leesbaar in het vlees
van het beste varken uit de hele buurt:
oma keurde het zelf, stond, oog in oog met wat
later een bisteccha zou zijn.
De koffie-van het huis- verplaatst mij naar de hemel,
terwijl buiten een dieselbus, hoestend, puffend,
knarsend , piepend en stinkend optrekt .
denk ik dat deze mij toch naar het paradijs begeleidt.
.




















