Site-archief

Merwedeplein

Rotterdamse dichters

.

Op de zeer informatieve website http://www.rotterdamsedichters.nl staat “een grote, zo compleet mogelijke bloemlezing van Rotterdamse poëzie, zowel oud als nieuw”. Het idee voor deze website kwam van Daniël Dee, voormalig stadsdichter van Rotterdam. Een mooi initiatief dat navolging verdient in andere steden wat mij betreft.

Toen ik wat aan het rondneuzen was op deze website kwam ik de naam van Abdelkader Benali tegen. Nu ken ik Abdelkader als romancier en programmamaker (zo bezocht hij de bibliotheek van Maassluis en haar Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart voor zijn boekenprogramma) maar dat hij ook poëzie schrijft wist ik niet.

Zo schreef hij ‘Gedichten voor de zomer’ (2003, deel 5 in de serie De Sandwich-reeks, onder redactie van Gerrit Komrij) en ‘Panacee’ (2006).

Om deze website wat meer bekendheid te geven en een gedicht van Abdelkader Benali te delen, hier het gedicht ‘Merwedeplein’ van zijn hand.

.

Merwedeplein

loop ik
een Japanse pelgrim die niet weet
niet weet wat hij mist niet weet wat
hij zoekt niet weet wat hij gaat vinden niet weet
wat hij weet niet weet wat hij doet niet weet wat hij
voelt niet weet wat hij denkt niet weet wat hij
onder de wolken zonder paraplu
want de pelgrim is een beetje dom op pad gegaan
naar het Merwedeplein waar een meisje gelukkig
was
geluk is samenvallen met je leeftijd
een kind onder de kinderen zijn en van het gemis
niets weten draait de pelgrim zich om want het regent
nu wel heel erg hard en de regen doet wat hij niet
moet doen steeds harder eigenlijk op deze miezerige
dag waar alleen maar heel verveelde mensen verdwaalde
mensen eenzame mensen en geesten naar buiten gaan
.

Dan is het beter te zwijgen

Gijs ter Haar

.

Gijs ken ik al sinds hij in 2005 (als ik me niet vergis) optrad in Theater Schuurkerk in Maassluis bij de presentatie van de bundel ‘Dichter in de buurt’. Die bundel was in meerdere opzichten belangrijk voor mij want het was de eerste verzamelbundel waarin ik een gedicht publiceerde (onder pseudoniem dat wel) en het was een opstap voor mijn verdere leven in de poëzie. Gijs trad daar dus op en toen al maakte hij veel indruk. Zijn krachtige optreden, zijn presence, het feit dat alles uit zijn hoofd ging en zijn poëzie, ik was onder de indruk.

In de jaren daarna kwam ik hem met enige regelmaat tegen en op enig moment stonden we samen in Delft voor te dragen op een rondvaartboot, een herenmodewinkel, een cd zaak en in een kroeg. In december was hij bij Ongehoord! aanwezig en daar werd toen door Spoorloos gefilmd hetgeen vorige maand werd uitgezonden. In december kocht ik zijn, in eigen beheer uitgegeven en fraai vorm gegeven, bundeltje ‘Dan is het beter te zwijgen’ dat inmiddels al aan een zoveelste druk toe is heb ik begrepen. En terecht.

Mijn exemplaar komt uit de tweede druk (oplage 100 stuks) en bevat, zoals alle exemplaren een mooi voorwoord van Ingmar Heytze. De 20 gedichten die in de bundel staan zijn stuk voor stuk typisch Gijs’ gedichten. Altijd recht voor zijn raap, doelgericht, soms met een rauw randje en vaak een liefdesgedicht. Ik vind ze stuk voor stuk prachtig. Een van mijn favorieten echter is het gedicht ‘Nu dit bestaat’ waarin Gijs met een afstandje naar de ander kijkt, oordeelt en tot slot zachtaardig als hij eigenlijk is, afsluit met een woord dat me na aan het hart ligt.

.

Nu dit bestaat

.

nu dit bestaat

dit stolsel van gestokte adem

in een vat vol voltooid verleden tijd

dat gat tot de rand gevuld met verdriet

en de echo van ezels dit ego dus ergo

.

jou noem ik mens

.

en ik zie je aan, je sjokt en gaat

in ganzenpas en op de maat

de paljas en het driedelig pak

in galajurk of jutezak

het maakt niet uit

want alles zingt en danst

we nemen er nog een

.

we fokken en we bouwen door

tot elk oor zich enkel nog op steen

te rusten leggen kan

.

en dan…

.

dan doen we dat

sterven zacht

zachter nog

.

ongehoord

.

Hollands landschap

Hans Wap

.

Ik heb al meerdere malen betoogt dat poëzie overal is. Poëziebundels mogen dan mondjesmaat verkocht worden en met nog zuiniger mondjes worden gelezen als ik het zo mag zeggen, poëzie is echt overal om ons heen. Bij een bijeenkomst van het Deltaport donatiefonds nam ik een krantje mee van het Rotterdams Havenbedrijf. In deze Havenkrant stuitte ik onder de titel ‘Gespot: Smickel Inn’ op een aantal regels van het gedicht ‘Hollands landschap’ van Hans Wap.

De snackbar uit het gedicht, de Smickel inn staat op de Maasvlakte en is volgens het artikel “met recht een gedicht waard, want de locatie is uniek”. Met de industrie in de rug en de Noordzee in het vizier is dit de plek om allerlei schepen te spotten. Met helder weer kun je Scheveningen zien liggen en je kunt er zomaar een Bruinvis of Zeehond zien zwemmen. Een bijzondere plek verdient een bijzonder gedicht.

.

Hollands landschap

.

waar de weg ophoudt
het niemandsland begint
waar industrie staat
tot aan de rand van de zee
waar schepen zand opspuiten
voor niet bestaande kavels
waar in de verte
een door loodsen bestuurd schip
de haven binnenvaart

de mens zich met de elementen meet
wolken langzaam samenpakken
boven schoorsteenpijpen
waar handen en spieren
door machines zijn vervangen
een ballet van windturbines
de horizon beweegt
en roestige treinen geduldig wachten
op cargo voor het achterland

daar in het niets
waar perspectief geen houvast heeft
staat een snackbar in de vlakte
alleen tegen de wind
die vrij spel heeft
in deze woestenij

daar mag je je bestelling plaatsen
hoe hollands
kan een landschap zijn

één patat
één frikadel
en twee kroketten

.

                                            Foto: Havenkrant

Rotterdam

J.C. Bloem

.

In 1990 publiceerde Dr. J. de Gier bij het Boekencentrum in Den Haag, de bundel ‘Poëzie als wapen’ een overzicht met bloemlezing van gedichten rond oorlog en verzet 1940-1945. In deze bundel dus veel oorlogspoëzie waaronder het gedicht van J.C. Bloem ‘Rotterdam’.

Bloem publiceerde op 4 september 1940 in de Telegraaf dit gedicht dat vervolgens in een aantal verzamelbundels werd opgenomen. In dit gedicht beschrijft hij de stad Rotterdam na het bombardement. Een stad die ‘open ‘ligt. In dit gedicht is eerder sprake van bevreemding en bedeesdheid dan dat de dichter geschokt is door hetgeen is gebeurd. Of, zoals Bloem indirect stelt, de hemel, de zon en de natuur blijven onaangetast en ook op de puinhopen van Babylon en Nineveh is het leven doorgegaan.

De Gier schrijft in de bundel over dit gedicht: “Het lijkt niet erg aannemelijk dat velen in de harde realiteit van toen de hoge vlucht van Bloems verbeelding konden meegaan”. In retrospectief gezien, met de kennis van de stad Rotterdam van nu, is dat al veel beter te doen.

.

Rotterdam

.

Hoe vreemd ligt deze stad nu open,

hoe is zij wonderlijk en licht:

De huizenloze straten lopen

van niets naar niets – toch niet ontwricht.

.

De hemel straalt als nooit tevoren

op waar der eeuwen bouw verdween-

de zomer heeft geen glans verloren,

de zon scheen zoals ze altijd scheen.

.

Men gaat in innerlijke afzondring,

herdenkend hoe het is geweest,

en vindt zichzelf tot zijn verwondring

geschokt veel minder dan bedeesd.

.

Klaag niet. Steeds bloesemen de tuinen

boven vergankelijkheid en wee:

Een herder rust thans op de puinen

van Babylon en Niniveh.

.

paw

Poëziepodia

Platformplank

.

Na uitgebreid geschreven te hebben over gedichten op bijzondere plekken en poëzie in de buitenruimte kwam begin dit jaar de hele mooie poëziewebsite http://straatpoezie.nl/ op het internet waar ik als ‘officieel’ partner een bijdrage aan mocht leveren. En nu komt de website http://www.platformplank.nl weer met nieuws naar buiten dat ze voor heel Nederland en België de poëziepodia in kaart hebben gebracht terwijl ik op 30 oktober 2012 begonnen ben met het in kaart brengen van poëziepodia in Nederland en Vlaanderen (al was dat laatste destijds weinig succesvol).

Als het zo doorgaat ben ik straks uitgeschreven 😉

Maar zonder gekheid, het is een prachtig initiatief van Platformplank om alle podia in Nederland en Vlaanderen in beeld te brengen op een website met alle mogelijkheden tot zoeken erop en eraan. Chapeau!

Op hun website omschrijven ze het zelf als volgt:

PLATFORM PLANK zijn wij, samenwerkende organisators van woordkunstpodia in België, Nederland en Friesland. PLANK timmert du moment aan een agenda, die alle evenementen geselecteerd op podium, datum en locatie laat bekijken (dit is inmiddels gelukt). De agenda is bedoeld voor het woordminnend publiek.
PLANK is gratis, PLANK is handig.
Het platform is sinds oktober 2015 online.

Dat de website nog lang niet volledig is mag duidelijk zijn. Zo mis ik Eijlders (Amsterdam), Reuring (Alkmaar), Den Engel en Poëziecafé (Den Haag), Woordkunst (Maassluis) en Dichtsalon ’t Kapelletje (Rotterdam) maar het is nu al een prachtige inventarisatie.

Dus ben je op zoek naar een woordkunstpodium bezoek dan zeker deze website.

.

podia

Voor twee scharren blauwbekken

W. Hussem

De, in Rotterdam geboren en in Den Haag overleden, kunstenaar Willem Frans Karel Hussem (1900 – 1974) was een Nederlandse schilder, beeldhouwer en dichter. Als dichter kende ik zijn naam al wel, als W. Hussem, maar eigenlijk alleen van een enkel gedicht in een bloemlezing. Zaterdag kocht ik in Heythuysen, een dorpje in midden Limburg, bij de plaatselijke kringloop de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’ van zijn hand uit 1966.

Hoewel Hussem vooral bekendheid geniet als schilder ( werk van hem bevind zich in de collecties van o.a. Het gemeentemuseum in Den Haag en het Stedelijk in Amsterdam) publiceerde hij veel dichtbundels.

Kunstenaars die zich met een van of beide door Willem Hussem beoefende disciplines bezighielden, verenigden zich rond hem in de Posthoorngroep, genoemd naar een Haagse horecagelegenheid waar tot voor kort nog een poëziepodium werd georganiseerd.

In 1940 debuteerde hij bij L.J.C. Boucher met De kustlijn, gevolgd door Uitzicht op zee, dat verscheen bij A.A.M. Stols (1941). Vooral in de jaren zestig verschenen veel dichtbundels, waarvan de bekendste is Voor twee scharren blauwbekken (1966). Sommige boeken werden door hemzelf uitgegeven, zoals Lessen in luchtdruk. Ook na zijn dood bleef zijn dichtwerk verschijnen, het laatst de bundel Met inkt zeggen (2011), die met Hussems penseeltekeningen verlucht is.

In de bundel ‘voor twee scharren blauwbekken’  staan veel korte gedichten, zonder titel. Daarom uit deze bundel een paar voorbeelden.

.

het botwant leeg

het aas verspeeld

ik ga wormen dollen op het wad

.

voor els

behoedzaam brengt zij

plantje voor plantje

over naar het bloembed

struikelt

en valt midden in de roos

.

met de stamgasten

in het dorpscafé

drink ik mij dronken

aan hun eenzaamheid

.

venus

mars

de grote beer

verder en verder

ga ik de hei op

ineens besef ik

hoe laat het is

boven de dennen

gloort de dag

.

image

 

 

Umbrisch getijdenboek

Hans Franse

.

Bij de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 werd Scheveninger Hans Franse tweede. Als prijs mogen de winnaars optreden op het Ongehoord! podium in Rotterdam en afgelopen 12 februari was het zover. Hein van der Schoot, Wouter Veldboer en Hans Franse traden op en wisten het publiek te boeien. Vooral bij Hans Franse (1940) was duidelijk dat hij tijdens zijn leven ervaring had opgedaan met spreken en voordragen voor groepen (politicus, theaterdirecteur, leraar). Tegenwoordig brengt Hans de lente en de zomer door in zijn huis op een berg in Umbrië. Dat was ook de reden dat hij niet aanwezig kon zijn bij de feestelijke prijsuitreiking afgelopen jaar.

Franse schreef twee boeken over Umbrië en in 2015 verscheen bij Edizioni Era Nuova srl. in Italië de tweetalige bundel uit getiteld ‘Umbrisch getijdenboek’ of ‘Le ore canoniche umbre’ poesie in Nederlandese e italiano.

De gedichten in deze bundel zijn gebeden, zo lees ik op de achterflap. Zijn gebedenboek begint met de muzikale stilte van de luisteraar in de hemelse natuur van Umbria en eindigt met het beschouwen van de luidruchtige stilte van voorbijgangers in het wereldse Perugia. Ook al stelt de dichter zich als heiden op, toch zijn de woorden vervuld van mystieke verlangen. Niet alle meditaties zijn zwaar en verheven, er zijn ook luchtige intermezzo’s zoals een vermakelijke schets van een processie en een lofzang op de Sangiovese wijndruif.

Ik heb gekozen, voor ik de achterflap ;las overigens, voor het gedicht ‘Processie’ juist om de combinatie van het verhevene en de vette knipoog aan het einde van het gedicht.

.

Processie

.

De cirkel van gesloten muren

weerstond de tand des tijds,

maar het gebit van de huizenrij

vertoond verval en gaten,

hier en daar opgevuld

met amalgaam van andere tijden.

Er waren toen nog heilige heiligen

die zegenend relikwieën

onder andere tegen kiespijn aandroegen

om het eindeloze verval te weerstaan.

Eenmaal per jaar worden

de heiligen gevierd

en loopt de bevolking

gezellig keuvelend en biddend

achter de muziek aan

voor de grote feestelijke middagmaaltijd

terwijl de oude pastoor met veel moeite

het Allerheiligste vasthoudt

en net doet alsof hij het

echt belangrijk vindt.

.

hf

img_6675

Stadsdichter Rotterdam

Hester Knibbe

.

In 2015 en 2016 was Hester Knibbe stadsdichter van Rotterdam, een titel die ze zeer onlangs overdeed aan Derek Otte. Bij de overdracht van de stadsdichterstitel kregen de aanwezigen, waaronder ik, de bundel ‘Stadsdichter’ cadeau. De bundel bevat alle stadsgedichten uit haar stadsdichterschap. Met poëzie voor o.a. verlaten kunstwerken, stadstuinen op wolkenkrabbers, Rotterdam viert de stad en asielzoekers in de Beverwaard lees je Rotterdam in de afgelopen twee jaar door de ogen van de dichter.

Bij de 550ste geboortedag van Desiderius Erasmus Roterodamus en de uitreiking van de Erasmuspenning aan Henk Oosterling schreef zij het gedicht ‘Erasmus aan zee’.

.

Erasmus aan zee

.

Bijeengeraapt

zooitje aangespoeld

schepsel. sponskop met dito baret om

al te gezouten gedachten tussen de oren

te houden, zie mij hier zitten, narrig

,

starend over mijn baker. Uit de diepte

ben ik getogen, heb ik eeuwige

deining gekend, de preken van vissen, ben

doordrenkt op het land uitgespogen. Nu

.

blootgesteld aan de schraalte hierboven

verdrogen mijn sappige spinsels tot kleine

kristallen die verregenen zullen; ik ben

.

het zout der aarde terwijl mijn poreusheid wind

verzamelt die plukt aan mijn vormsel, mij opnieuw

wil verstrooien, denker en dwaas in mij doven.

.

hk

Sterke werkwoorden

Hans Dorrestijn

.

Dichter van de maand februari is Hans Dorrestijn. Omdat het thema van de poëzieweek nog nagalmt heb ik voor deze dichter gekozen, Dorrestijn weet als geen ander de wrang-humoristische toon te raken. Op Wikipedia staat te lezen dat Hans Dorrestijn (1940) een Nederlandse tekstschrijver, vertaler, schrijver en cabaretier is, met een typische zwartgallige stijl. Vreemd genoeg ontbreekt het woord dichter in de opsomming terwijl hij toch wel degelijk poëzie geschreven heeft. Misschien omdat hij vooral bekend is als cabaretier en liedjesschrijver dat dit deel van zijn oeuvre wat onderbelicht is.

Daar komt dus nu verandering in. Op elke zondag in februari zal ik een gedicht van Dorrestijn plaatsen. Vandaag het gedicht ‘Sterke werkwoorden’ en vooruit nog een klein gedicht ‘Havenstad’uit zijn bundel ‘de liefde wandelt vreemde wegen’ nieuwe liedjes en gedichten voor volwassenen uit 1997.

.

Sterke werkwoorden

.

Ik rook niet meer, ik drink niet meer

en doe aan gymnastiek.

Ik  smook niet meer, ik spook niet meer

en lees de encycliek.

.

Vroeger was het andersom

toen leefde ‘k niet zo braaf.

Toen rookte ik en drinkte ik

en klonk de pornograaf…

.

.

Havenstad

.

Somber wachtend op perron elf

van Rotterdam Centraal

lijk ik het meeste op mezelf

van jullie allemaal.

.

hd

Agenda

Voordrachten en meer

.

2017 loopt alweer aardig vol met activiteiten. Hier een klein overzicht van het eerste kwartaal:

 

5 januari: Local Literature, Spijkenisse (voordragen)

4 februari: Bundelpresentatie Antoinette Sisto in Perdu Amsterdam (voordragen)

19 februari: Poëziepodium Ongehoord! in Rotterdam (organisatie)

19 maart: Dichter bij Den Engel, Den Haag (voordragen)

28 maart: Westlands Boekengala, regionale schrijfwedstrijd (voorzitter jury)

.

img_3091