Site-archief
Meneer Cogito
J. Bernlef
.
J. Bernlef (1937 – 2012, pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) kende ik vooral van zijn proza maar hij heeft in zijn leven vele dichtbundels gepubliceerd. Een van die bundels is ‘De noodzakelijke engel’ uit 1990. Uit deze bundel één van de twee gedichten over meneer Cogitio (uit een serie van drie gedichten in hoofdstuk II van de bundel met de titel ‘Meneer Cogito in Rotterdam’.
.
Meneer Cogito in Rotterdam
.
Zijn gelaatstrekken wijken
half op de achtergrond al
lijken zijn ronde ogen geloken
.
Meneer Cogito spreekt
over de puzzelstukken van zijn bestaan
door anderen gelegd
.
Tot een beeld dat hij
denkt te herkennen
op één stukje na
.
In de marmeren wand achter zijn rug
opent zich een deur
vol spiegelend licht
.
De vleugelloze engel zet
een zwarte stoel op het toneel
terwijl meneer Cogito over Hamlet spreekt
.
Aan draden worden rotsen neergelaten
ze hangen, schommelen boven zijn witte hoofd terwijl hij
net over het heldere oog van de kiezel begint
.
De engel wil dat hij gaat zitten
maar meneer Cogito weigert, hij wil nog graag
getuige zijn van de som, het totaal, waar alles om draait
.
De engel wenkt, zijn grafsteen wordt gelegd
compleet met jaartallen en naam en daarachter
de stoel, uitnodigend zwart
.
Meneer Cogito, klein en beleefd, schudt zijn hoofd
al kijkend naar de stoel
wil hij ‘Icarus’ zeggen
.
Plompverloren valt hij de engel in de armen
dit is het laatste beeld: meneer Cogito en de engel zonder
vleugels
in een woordloze omhelzing verstrengeld.
.
Het was zo goed
Rita Demeester (1946 – 1993)
Het schrijverschap van de Vlaamse Rita Demeester begon nadat ze werkloos was geworden en wegbezuinigd was uit het onderwijs. Dan begint ze met schrijven. Uit noodzaak bekent ze: “Zonder dit veertigjarige leven dat achter me ligt, deels als een wilde tuin, deels als een mijnenveld, was het er nooit van gekomen, geloof ik.”
Ze debuteert pas op haar veertigste, wat ze later als een voordeel beschouwde. Ze zei hierover: “Ik geloof echt dat ik eenenveertig moest worden, werkloos, bevrijd van schreeuwende kinderen en beschikkend over een ruime werktafel, om tot schrijven te komen.”
Haar eerste gedichten verschijnen in 1986 in het literaire tijdschrift De Brakke Hond onder het pseudoniem Esther Meert . Hierna legt ze zich toe op het schrijven van proza. Haar hele poëzie oeuvre bestaat uit een paar gedichten. In 1993 overlijdt Rita Demeester op 46 jarige leeftijd.
“Het was zo goed de konfituur nog warm in de potten en iedereen thuis Ik speelde met mijn poppen in een kartonnen poppenhuis van afgedankte dozen en mijn zussen waren groot ze naaiden met vrouwenijver aan iets nutteloos Het was zo goed dat ik alleen in bed soms dacht als nu de Russen maar niet komen.”
Tsjebbe Hettinga
Faderpaard
.
Afgelopen zondag was schrijver/archeoloog/dichter David van Reybrouck zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO. In de uitzending kwam de poëzie enige malen ter sprake. Bij het fragment van Tsjebbe Hettinga sprak van Reybrouck zijn liefde uit voor de ‘vlezige dichters waar het vet vanaf druipt’ zoals Claus, Ter Balkt en dus Hettinga.
Van de dichter Hettinga liet men een stuk uit de documentaire van Pieter Verhoef zien waar een deel van het gedicht ‘Faderpaard’ te zien was. Rondom Faderpaard is begin van dit jaar een groot muziekspektakel opgezet in Leeuwarden met 100 Friese paarden. Zie hiervoor http://www.npo.nl/fryslan-dok/18-01-2014/POW_00728907
Hieronder Tsjebbe Hettinga met Faderpaard.
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Erich Fried
.
Erich Fried (1921 – 1988) was een Oostenrijks schrijver, dichter en essayist van Joodse afkomst. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Engeland maar hij schreef steeds in het Duits. Erich Fried was het enig kind van Joodse ouders. Toen zijn vader werd vermoord tijdens de Anschluss in 1938 vluchtte zijn moeder met hem naar Londen. Daar hield hij zich staande met allerlei baantjes waaronder die van bibliothecaris.
Vanaf jongs af aan kwam zijn schrijftalent naar voren maar het duurde tot 1958 toen hij eerste bundel publiceerde “Gedichte” dat hij echt als schrijver doorbrak. Vanaf die tijd publiceerde hij vrijwel jaarlijks een dichtbundel maar ook romans, novellen essays en vertaalde hij werk van o.a. Dylan Thomas, T.S. Elliot en Graham Greene naar het Duits.
In 2003 verscheen ‘Een brief van jou, wel duizend brieven’ in vertaling van Gerrit Kouwenaar. Uit deze bundel het gedicht ‘Liefdesgedicht voor de vrijheid, vrijheidsgedicht voor de liefde’.
.
Liefdesgedicht voor de vrijheid en vrijheidsgedicht voor de liefde
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
Wanneer het zogenaamde geluk mij dan na jaren
weer uit de afgesloten kast haalt
en zegt: ‘Nu mag je weer!
Laat maar eens zien wat je kan!’
zal ik dan inademen en mijn armen spreiden
en weer jong zijn en levenslustig
of zal ik dan naar mottenballen ruiken
en met mijn botten rammelen op de maat van een vreemde hartslag?
Met de vrijheid is het
net zoiets als met de liefde
en met de liefde is het
net zoiets als met de vrijheid
.
Met dank aan Wikipedia
Boudewijn Buch
Gedicht
.
Tijdens zijn leven was ik groot fan van Boudewijn Buch. Zijn niet aflatende energie, zijn enthousiasme voor de dingen waar hij van hield, de verhalen over eilanden, bibliotheken, boeken, The Rolling Stones, Goethe, de Dodo en ga zo maar door, ik kon er geen genoeg van krijgen. Zelfs toen na zijn dood bleek dat Boudewijn over een wel heel grote fantasie had beschikt bleef ik hem trouw. Nog altijd heb ik verschillende boeken van zijn hand in mijn boekenkast staan.
Een aspect van Buch dat minder bekend is, is zijn dichterschap. Dit terwijl het daar ooit mee is begonnen in Leiden. Tussen de enorme hoeveelheid boeken die hij heeft gepubliceerd zitten dan ook een flink aantal dichtbundels. Dat hij vooral als presentator en verzamelaar bekend is geworden heeft alles te maken met zijn verschijnen op de televisie.
Uit de bundel ‘Het androgyn in Ska en andere gedichten’ uit 1985 een gedicht dat me na aan het hart ligt.
.
Bibliomanie
Soms denk ik dat mijn huis
uit boeken is gebouwd
en staat als dwangbuis
om mij heen gestouwd
door die ene deur
ontvlucht ik deze stad
maar ruik op straat nog geur
van dat beduimelde bedrukte blad
ga gedreven binnen bij antiquaren,
dwaal langs banden in hoge kasten,
koop “onvindbaar” in “schone exemplaren”
om die thuis weer op te tasten
het is steeds verhuizing van de dood:
oud papier om afgereden lood
.













Carollade
23 mei
Geplaatst door woutervanheiningen
Versvorm bedacht door Lewis Carrol
.
Deze versvorm werd bedacht door Lewis Carrol, schrijver van onder meer Alice in Wonderland. De Carollade bestaat uit steeds 6 regels waarvan de eerste zin steeds begint met: Hij dacht dat hij een … zag.
De tweede zin begint met het woord ‘die’ of ‘dat’.
De derde zin luidt: Maar toen hij weer keek was het slechts.
Regel 5 en 6 bevatten commentaar.
.
Hieronder een voorbeeld.
.
Hij dacht dat hij een Schoonheid zag
Daar in de maneschijn.
Maar toen hij weer keek was het slechts
Een oude chagrijn.
“O God!”, riep hij en wendt zich af,
“Dit is beslist geen gein.”
Hij dacht dat hij een Vrome zag,
Daar naast zich in de kerk.
Maar toen hij weer keek was het slechts
Een stukje duivelswerk:
“t Is maar”, zei hij “Uit zestien tien
Een blauwhardstenen zerk”.
Hij dacht dat hij een Wijze zag,
Een wijsgeer voor zijn hart.
Maar toen hij weer keek was het slechts
De domheid, zeer benard.
Hij riep: “Dit is het ook al niet,
Val dood nu voor mijn part!”
Hij dacht dat hij zich zelve kent
(Hij is al vijftig jaar).
Maar toen hij weer keek zag hij slechts
Een domme oude vent.
Hij zei: “Ik ga geen kant meer uit,
‘k Blijf zitten op mijn krent”.
.
Met dank aan: https://sites.google.com/site/versvormen/
Dit delen:
Geplaatst in Versvormen, websites over poëzie
1 reactie
Tags: 6 regelig, Alice in wonderland, Carollade, commentaar, gedicht, gedichten, Lewis carrol, poëzie, schrijver, vaste vorm, versviorm, versvormen