Site-archief
Honger en dorst
Simon Vinkenoog
.
Op een dag als vandaag, dat dichter en poëzievriend Derrel Niemeijer wordt gecremeerd, past een gedicht van beatdichter Simon Vinkenoog (1928 – 2009). Uit zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950 heb ik gekozen voor het gedicht ‘Honger en dorst’.
.
Honger en dorst
.
Honderd woorden schreef ik
die ik kende, en de andere zocht ik op.
Soms dacht ik, sta op, zoek niet langer,
ga uit. Maar het regent buiten
en zwart is de nacht.
.
(ik kan liegen alsof het gedrukt staat,
want papier is gewillig
en ik heb niemand tot getuige).
.
Maar ik kan niet, ik durf niet naar buiten,
want woorden zijn bedrog,
een kil verraad dat tocht binnenlaat
dat slapen gaat en ademt
dat honger lijdt en dorst
.
(ik sta voortdurend in het krijt
maar niemand maant mij
tot betalen).
.
Mijn lichaam leeft van renteloze woeker
en woorden zijn ongeneeslijk –
.
niet van binnen, waar de pijn mort
en niet naar buiten,
waar het regent.
.
Van de morgen tot morgen
Bloemlezing van moderne poëzie (1964)
.
Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.
Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.
Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.
.,
In het bos
.
Daar was het zo stil,
ik kon mijn stem er niet verbergen
in het rumoer van auto’s,
in de muziek van een café.
.
Er was geen omweg voor het woord
en geen geluid waarin het kon verdrinken
en weer gevonden worden
alsof het van een ander was.
.
Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,
had je het onherroepelijk gehoord,
hadden wij zwijgend verder moeten lopen.
Te stil was het, ik durfde niet.
.
En toen we bijna bij de huizen waren
en ik het zeggen ging, zag je
een eekhoorn, je wees
en holde naar de boom waarin hij was geklommen.
.
Ik, schaduw
Simon Vinkenoog
.
Als dichter, schrijver maar vooral als voordrachtskunstenaar was Simon Vinkenoog (1928 – 2009) een fenomeen. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad ‘Blurb’ waarvan 8 edities verschenen in 1950-1951. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”. Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: “Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van maken”. Dit kenschetst Simon Vinkenoog als geen ander. In 1961 begon hij het blad ‘Randstad’ en in 1964 het magazine ‘Kunst van nu’.
In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’ en hij schreef in zijn leven meer dan 50 publicaties waarvan één van de bekendste toch wel ‘Atonaal’ uit 1951 is, het publieke manifest van de Vijftigers.
.
Uit de bundel ‘Spiegelschrift, gebruikslyriek’ uit ‘Vier gedichten tegen dood door angst’ het gedicht ‘Ik, schaduw’.
.
Ik, schaduw
.
Een ander ben ik,
gestoken in mijn kleren,
die met mijn naam wordt aangesproken.
.
Hij woont in hetzelfde huis als ik,
wij slapen met dezelfde vrouw
en lezen tezelfdertijd dezelfde boeken.
.
’s Morgens wordt hij in mij wakker,
staat met mij op, wast zich en scheert mij,
wij nemen samen afscheid, lopen samen door de straten.
.
Hij werkt, hij denkt, hij eet voor mij,
uit mijn mond komen ook zijn woorden.
Soms overvalt hij hersenschuddend mij
en grijpt de kans aan, in mij rond te moorden.
.
Ik haat hem; hij verraadt mijn geheimen.
Wat ik niet zeggen wil
schreeuwt hij voluit van de daken.
.
Ik weet niet meer wie ik ben,
ik weet niet waar hij mij zal leiden,
maar als ik niet meer leef
neem dan gerust zijn handschrift voor het mijne.
.
Foto: Manuel van Loggem (Nederlands Fotomuseum)
Thelonious Monk
Simon Vinkenoog
Simon Vinkenoog (1928-2009) was schrijver, dichter en voordrachtskunstenaar. Hij begon op 21 jarige leeftijd het blad literaire blad ‘Blurb’ dat samen met ‘Braak’ van Remco Campert en Rudy Kousbroek aan de wieg stond van wat later de Vijftigers werden. In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’en publiceerde daarna nog 50 werken.
In 1951 publiceerde Vinkenoog de roemruchte bloemlezing ‘Atonaal’, die geldt als het eerste publieke manifest van de Vijftigers, die zich atonale dichters noemden. Uit de verzamelbundel ‘Eerste gedichten 49-64’ het gedicht ‘Thelonious Monk’.
.
Thelonious Monk
Dit is een straat in parijs
met een arabier in de zon
die langzaam slenterend werkeloos
loopt te zijn een 1951-noordafrikaan
ting ting ting in de bleke zon
zonder geluid
.
dit onder water uitgesproken
vonnis ting ting ting
ternauwernood de oppervlakte rakend
en met een strofe in de franse taal:
je donnerais ma vie toute entière
pour un petit rire confus et obscène
.
herinnert aan de dierentuinapen
met mondbekken harige benen
en ronde gladde achterhanden
die gretig alle kleuren grijpen wit en zwart
ting ting ting
.
Uit: Eerste gedichten 49-64, 1966
Photomaton
Simon Vinkenoog
Toen ik naar huis reed van mijn werk moest ik aan Simon Vinkenoog (1928 – 2009) denken. Waarom? Geen idee. Juist daarom een gedicht van deze bijzondere en eigengereide dichter. Vinkenoog publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Wondkoorts’ in 1950, wordt tot de Vijftigers gerekend maar publiceerde vanaf zijn 21ste jaar een literair magazine ‘Blurb’ getiteld. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”. Over zijn uitgangspunten schreef hij: “Onze mogelijkheden zijn nog ongelimiteerd, al moeten wij ons verdedigen tegen uiterst links en uiterst rechts en nochtans het gevaarlijke midden mijden”.
Woorden die later op zijn poëtisch oeuvre van toepassing zouden blijven. In de jaren 60 van de vorige eeuw begon Vinkenoog zich steeds meer als performer te manifesteren. Tot aan zijn dood bleef hij schrijven en voordragen, veelal onder de invloed van verdovende middelen. Vinkenoog is in de Nederlandse poëzie heel zijn leven een fenomeen gebleven.
Van zijn hand het gedicht ‘Photomaton’.
Photomaton
Zo’n foto is nooit weg,
en ze kosten maar vier voor een gulden*)
Kijk, het lijkt (na drie minuten)
en we staan er nog op, ook.
Omgekeerd natuurlijk, ik zat links
en op de foto’s zit ik rechts.
We zijn bruiner
dan in werkelijkheid,
en de schaafwond op mijn neus
blitst overdreven.
Links voorop, dat ben jij.
Ik kan nog niet zo goed wijs uit wat ik zie,
o.a. een blikkerbril met donker glas
en een baard met een snor boven regenjas.
We kijken voorop, jij bovendien opzij-
jij hebt de twee andere.
Ik lach, jij kijkt.
Zo’n foto is nooit weg, tenslotte
en wat is de moeilijkheid? Kleingeld,
ooghoogte, de keuze uit witte achtergrond
of donker gordijn. Kijken of het lijkt.
*) 20 F in Belgie.
.
Uit: Eerste gedichten, 1949-1964
Dichters en muzikanten
Muziekweb
.
Muziekweb is de website van de Centrale Discotheek Rotterdam (CDR). De CDR is bekend als de muziekcollectie van Nederland en heeft op haar website veel informatie over muziek. Niet alleen over haar collectie en hoe hiervan gebruik te maken maar ook over verschillende stijlen en thema’s.
Een van de thema’s is Dichters & muzikanten. Zoals de tekst op de website al vermeldt, muzikanten en dichters zijn vaak elkaar creatieve partners. Tekstdichters zijn vaak net dichters en dichters zijn soms ook tekstdichters. In de categorie Muziek en Poëzie in songteksten heb ik hier al vele malen over geschreven.
De themafolder Dichters & Muzikanten bevat een aantal bijzondere samenwerkingsvormen van muzikanten en dichters door de tijden heen vanaf 1945 (Willem Pijper en Simon Vestdijk) tot 2012 (Willem Elsschot en Ella Bandita) maar ook de voormalige Rotterdamse stadsdichters De Woorddansers (2007), J.J. Slauerhoff en Nynke Laverman (2004) en Jules Deelder en Herman Brood (1996). In totaal worden 12 bijzondere vormen van samenwerking behandeld.
Van dit thema is een folder gemaakt (te krijgen via elke bibliotheek) die digitaal te lezen is op http://www.muziekweb.nl/Link/N00000000026
Van elk duo zijn geluidsfragmenten te beluisteren en is een discografie opgenomen.
.
De goddelijke vonk
Luisterboek op cd’s
.
Met Sinterklaas kreeg ik twee cd luisterboeken waarvan er een de 3 cd luisterbox is van uitgeverij Rubinstein ‘De Goddelijke vonk’, gesprekken met dichters uit het NPS radioprogramma Kunststof. Op deze drie cd’s gesprekken met 18 dichters waaronder Esther Jansma, Rogi Wieg, Rutger Kopland, Judith Herzberg, Jan Eijkelboom, Diana Ozon, Gerrit Kouwenaar en Simon Vinkenoog. De interviewers zijn Petra Possel, Jellie Brouwer en Frénk van der Linden.
Jullie begrijpen dat ik hier heel blij mee ben. Top interviewers en prachtige dichters. Toen Kunststof in 2003 de Zilveren Reiss Microfoon voor beste radioprogramma won, meldde het juryrapport: `Wars van obligate vraagjes praten Jellie Brouwer, Frénk van der Linden en Petra Possel met hun gasten. Snel, goed geïnformeerd, prikkelend en ad rem zorgen ze dagelijks voor een aangenaam, soepel uurtje radio’
Dat Kunststof geen eendagsvlieg was, bleek een jaar later toen het programma werd onderscheiden met de Marconi Award, alweer voor beste radioprogramma. Inmiddels heeft Kunststof een vast publiek weten op te bouwen van ca. 100.000 vaste luisteraars.
Kortom een heel mooi cadeau. Wil je deze cd’s ook hebben dan kan dat voor een wel heel klein prijsje (€ 2,-) liggen ze bij de Action.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 58: op een trap
.
Op de trap voor de nieuwe centrale bibliotheek van Amsterdam stond een gedicht van de Amsterdamse dichter Simon Vinkenoog. Inmiddels is het van de trap gesleten en aangebracht op een raam bij de entree.
.
Een nieuw gedicht voor Amsterdam
.
Je ster gaat weer stralen, Am*dam
De magie gaat weer werken, Am*dam
Het voorjaar komt nader, Am*dam
Je wordt weer verliefd, Am*dam
Je gaat vrijer bewegen, Am*dam
Er kan weer gelachen worden, Am*dam.
.















