Site-archief

Al deze mensen

Hans Lodeizen

.

Dag drie van -Kort weg- met dit keer een gedicht van Hans Lodeizen (1924-1950) dat ik nam uit de Ooievaarpocket 103 ‘De dichter en de dood’ ingeleid en bijeengebracht door Chr. Leeflang uit 1961. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het innerlijk behang en andere gedichten‘ uit 1950. Het gedicht is getiteld ‘Al deze mensen…’.

.

Al deze mensen…

.

al deze mensen

bezig met zichzelf

bezig dood te gaan

.

tenslotte is het mijn eigen

leven waaraan ik bouw,

mijn eigen leven en

al de andere levens

tenslotte ben ik er alleen

.

tenslotte stroomt de hele

wereld uit mij als bloed

uit een ader, mijn oogopslag

is een wond en die wond is de

wereld, is mijn leven

waaraan ik dood bloed

.

als ik dood ben

zul je aan me denken

ik heb voor jou geleefd

jij was mijn enige

want het was jouw leven

waaraan ik bouwde

tenslotte was jij er alleen

.

Deadline

Jean Pierre Rawie

.

Dag twee van -Kort weg- en dus geen deadline. Of toch, als titel van het gedicht dat ik voor vandaag gekozen heb van Jean Pierre Rawie (1951) uit de bundel ‘Vergeet mij niet’ gedichten over afscheid en herinnering (hoe toepasselijk) een Rainbow Pocket uit 2003. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Woelig stof‘ uit 1989.

.

Deadline

.

Ik ondervond het sterven aan den lijve,
in dagelijkse omgang met de dood;
ik leef nog; en ik kan er idioot
genoeg niets dieps of zinnigs over schrijven.

De meeste grote woorden zijn te groot
voor zoiets doodgewoons: in leven blijven.
Maar toch, ik kan de liefde nog bedrijven
en bijna alles doen ‘wat God verbood’.

Zo is het dus, jezelf te overleven;
ik kijk naar buiten door dezelfde ruit,

ik schrijf zoals ik altijd heb geschreven,
ik denk, voel, wind mij op en maak geluid,

maar ik besef: door stervenden omgeven
schuif ik alleen mijn deadline voor mij uit.

.

Kort weg

Annelies van Dyck

.

Omdat ik even een weekje wat anders te doen heb zal ik hier, op dit blog, dagelijks een gedicht delen. Een vakantiegedicht zoals de vaste lezer van dit blog wel bekend is. Vandaag heb ik voor de lol eens een inschatting gemaakt van het aantal dichtbundels in mijn boekenkasten en ik kom rond de 1800 tot 2000 dichtbundels. Genoeg bronnen om uit te putten lijkt me. Om maar eens goed te beginnen wil ik hier het gedicht met de titel ‘Kruimels’ delen van dichter Annelies van Dyck uit haar fijne bundel ‘We doen alsof het helpt‘ uit 2022. Want kruimels zijn het, de gedichten uit de bundels die ik hier de komende week zal rondstrooien.

.

Kruimels

.

Je wordt steeds meer een meisje

jonger zelfs dan mijn kinderen

al lijk je ouder dan ik:

.

jij bent tenminste af.

Hoe nieuwer mijn jaren, hoe meer je me past

als een enkele sok.

.

Weinig heb ik van je over, een foto

in vale kleuren, twee tekeningen

op te transparant papier, de tape met je stem

.

een hoofd waarin wij af en toe spelen.

.

Liefdesgedicht

Luuk Gruwez

.

Lezend in de bloemlezing ‘Geen dag zonder liefde’ kwam ik bij het gedicht ‘Estetika’ van Luuk Gruwez (1953) uit, een bijzonder liefdesgedicht dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘De feestelijke verliezer‘ uit 1985. Met dit gedicht stuur ik jullie de dag in, geen beter begin mogelijk lijkt me. Mocht je meer over dit gedicht willen lezen dan kun je terecht bij dbnl.org

.

Estetika

.

het sierlijkste is niet de zwaan, maar het water

waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt

en de rimpeling van vriendelijke huiver

die zij door haar stil bewegen weeft.

.

het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel

waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt

(en rimpels toont als rimpelingen in water)

en hoe een hand ontastbaar haast

verschuift over je huid,

en hoe een streling dan,

als een omhelzing van zichzelf,

op jouw lichaam liggen gaat.

.

terwijl mijn blik die dat niet blijvend

vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd,

zoals wie ééns genodigd tot genot,

daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.

.

 

Stromae

Serge van Duijnhoven

.

Vandaag een gedicht uit de meer dan bijzondere bundel ‘Nooit Meer Zo Nu’ uit 2025 van Serge van Duijnhoven (1970) met de titel ‘Stromae’ over deze multi-getalenteerde Belgische musicus.

.

Stromae

.

Als bastaard van hybride aard

ben jij hier als geen ander tussen

alle niet bestaande Belgen met

je lange benen werkelijk geaard

.

een slang die zich het liefste zelve bijt

in zijn wonderlijke griffioenenstaart

en van de Brusselse straat zijn zwarte

sprookjesreservaat heeft gemaakt

.

jij die als semichanteur, moitiédanseur

zich van een mimycrimineel en Brelfanaat

ontpopt hebt tot een formidabele brageur

en wereldster die wel met zijn imago

.

maar nimmer met zijn kloten spelen laat

.

Korte break

Remco Campert

.

Omdat ik even een paar dagen een korte break heb zal ik de komende drie dagen, hier wat kortere blogberichten plaatsen. Altijd een gedicht, zoals je gewend bent van me maar zonder heel veel duiding, context of informatie. Zie het als een minivakantie. Vandaag het eerste gedicht van Remco Campert (1929-2022). Het gedicht zonder titel verscheen in 1985, jaargang 3, in het tijdschrift Optima.

Optima (Cahier voor literatuur en boekwezen) verscheen als tijdschrift/jaarboek met proza, poëzie en secundaire letterkunde van 1983 t/m 2004.

.

We vliegen de nacht uit,
krankzinnige vogels, snavels vol lach
en vleugels die de ronde warme weelde dragen
van alle menselijke adem.
Lopen lopen legendarisch lopen
in Parijs, Barcelona, Amsterdam,
dwars door Brussel heen over Gent naar Knokke,
en ook in Praag, in Salzburg, witte wa, wit nirwana
waar ik Amerika bestudeer en Amerika mij
als ik bijna van een berg val
omdat de cognac er zo goedkoop is.
Ochtenden morsig van liefde,
we bevlekken elkaar opnieuw
in treinen op stranden in tweedehandsauto’s –
onder de zon is alles nieuw.
.

Umami

Dag negen

.

Op deze laatste dag van mijn vakantie nog maar eens een  gedicht dat verscheen in MUGzine #4 in 2020 van Elfie Tromp (1985) getiteld ‘Umami’. Het nieuwe nummer van MUGzine (#28) is zo goed als klaar en wordt begin augustus gepubliceerd en verstuurd naar al onze donateurs.

.

Umami

.

In grotten aan de kust drogen tonijnharten
wiegend aan stokken in zilte wind
delicatessen in de maak

.
je zet een slakkenklem op mijn tong
proeft of ik al op smaak ben

.
deze hitte is bitter
gejaagd spoel je alles met azijn

.
wie liet ooit melk gisten?
eieren begraven?

.
harten wiegen?

.

Hotelgast

Dag acht

.

Hoewel ik maar heel af en toe in hotels verblijf tijdens vakanties, weet ik dat juist toeristen voor hotels van levensbelang zijn. Daarom een gedicht met de titel ‘Hotelgast’ van Bernlef (1937-2012) uit zijn bundel ‘Winterwegen’ uit 1983 waarin de dichter een heel menselijk trekje beschrijft.

.

Hotelgast

.

In iedere hotelgast huist een ander

die, zo gauw alleen, laden en kasten opentrekt.

Wat zoekt hij daar?

.

Hoopt hij dat iets verborgen of

achterbleef: een haarspeld, paper-

clip, miniem verhaal, of desnoods

iets dat onklaar gemaakt ten minste

wijst op een vorige bewoner. Niets

van dit alles (het is een goed hotel).

.

Hij betaalt voor een kamer die hem weigert

en dat is wat hij zoekt en vindt

in lege ladekasten: zichzelf

na zijn vertrek.

 .

Barkruk

Dag vijf

.

Vandaag als vakantiegedicht iets uit MUGzine. Ik schreef al eerder dat ik in opmaat naar een nieuw nummer van MUGzine (#28 verschijnt medio augustus) gedichten zal delen uit oudere nummers. Uit MUGzine #3 uit 2020 daarom het gedicht ‘Barkruk’ van de Vlaamse dichter Lies Jo Vandenhende (1988).

.

Barkruk

.

Ik kwam hier vandaag om mezelf te vinden

en achter te laten

in de constellatie die mensen vormen

met hun verdriet en de stad

die voor ze zichzelf kent

weer een ander is

waar gevels gezichten met beugels

we alles recht willen zetten

.

nooit is er iemand die zucht

dat ze niet meer te redden vallen

dat we onze façades zandstralen en doen alsof

de brandtrap een veilige uitweg

maar zelfs dan moet je durven springen

meestal zit er een meter tussen ons en de dingen

.

of ik tel het aantal nooduitgangen

of ik ga er met mijn rug heen zitten

.

 

Ruimteschil

Dag zeven

.

Op de zevende dag…, nee niks religieus maar wel een gedicht over de ruimte en ons bestaan. Dit gedicht is van de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en ik nam het uit haar bundel ‘Kameleon’ gedichten uit 2015.

.

Ruimteschil

.

Onder de oranje fleecedeken zijn we

volgens eigen en onveranderlijke wetten

miertjes op een mandarijnenschil

.

nemen we enkel wat we nodig hebben, niets

hoeft zich in een werkelijkheid af te spelen

omdat het hier toch geen verloop kent.

.

Het teken doen verdwijnen in de betekenis.

Het korstje markeert en verstopt de wonde.

We zullen een dubbele gulzige taal spreken.

.