Site-archief

Jouw bloed, mijn bloed

Dichters uit Delfshaven 2014

.

Van Abu Omar Ramadhan, een bevriend dichter, kreeg ik de bundel ‘Dichters uit Delfshaven’ samengesteld door een andere bevriende dichter Juan Heinsohn Huala en Mohammed Abu Leil. In deze bundel van SPIN die mogelijk gemaakt is door de gemeente Rotterdam, staan een groot aantal Rotterdamse dichters afkomstig uit vele landen.

Van Corien de Gier het gedicht ‘Jouw bloed, mijn bloed’.

.

Jouw bloed, mijn bloed

.

Jouw oor tegen mijn oor,

schelp in mijn schelp,

hoor je de zee mijn kind.

Het ruisen zo dichtbij.

Het is het bloed dat ons verbindt,

en een weg door onze aderen vindt.

Op de achtergrond hoor ik je hart,

dat ternauwernood de elementen tart:

een zee van bloed in goede banen leidt.

.

Jouw bloed, mijn bloed,

oor tegen oor,

schelp in mijn schelp.

.

Op het ritme van jouw hart alleen

zijn wij een.

.


Delfshaven

Octavio Paz

Dorp

.

Octavio Paz (1914 – 1998) was een Mexicaans schrijver, dichter en diplomaat. Hij geldt als een van de belangrijkste Spaanstalige schrijvers van de 20e eeuw en won in 1990 de Nobelprijs voor de Literatuur.

Paz heeft in zijn hele leven veel van zijn tijd met lezen doorbracht. Zijn vroege werken zijn met name beïnvloed door de Europese dichters Gerardo Diego, Juan Ramón Jiménez en misschien wel de bekendste Antonio Machado. Op zeventienjarige leeftijd publiceerde Paz zijn eerste gedicht, ‘Caballera’. Twee jaar later, op  19 jarige leeftijd,  kwam zijn eerste bundel uit: ‘Luna Silvestre’. Paz ging naar de Universidad National in Mexico om Rechten en Literatuur te studeren.

Octavio Paz heeft vele literaire prijzen gewonnen waaronder de Grand Prix International de Poésie, België (1963), de Cervantes prijs (Nobelprijs voor Spaanstalige literatuur) in 1981 en de Neustadt Prize, de belangrijkste literaire prijs in de VS voor niet iuit de VS afkomstige schrijvers (2-jaarlijks) in 1983 en dus de Nobelprijs voor de literatuur.

Daarnaast ontving hij in 1994 het Grootkruis van het Franse Legion d’Honneur en in 1998 het Grootkruis van Isabel la Católica, Spanje. Tevens werden hem eredoctoraten toegekend aan 4 universiteiten.

In de vuistdikke bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International’ staan een aantal van zijn gedichten in het Spaans en in een Nederlandse vertaling van Laurens Vancrevel. Hier het gedicht ‘Pueblo’ of ‘Dorp’.

.

Pueblo

.

Las piedras son tiempo

El viento

Siglos de viento

Los árboles son tiempo

Las gentes son piedra

El viento

Vuelve sobre si mismo y se entierra

en el dia de piedra

No hay agua pero brillan los ojos

.

Dorp

.

De stenen zijn tijd

De wind

Eeuwen van wind

De bomen zijn tijd

De mensen zijn steen

de wind

Komt op zichzelf terug en begraaft zich

In de dag van steen

Water is er niet wel glinsteren de ogen

.

Paz

Honderd

Haarspeld

Erotische gedicht van Paul Claes

.

Uit de niet te versmaden bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’samengesteld door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze vandaag een gedicht van de dichter Paul Claes (1943). Dit gedicht werd gepubliceerd in de bundel ‘Rebis’ uit 1999.

.

Haarspeld

.

Soms speelt hij met de haarspeld in zijn hand.

Over de ribbels van haar ruggengraat

strelen zijn vingers, tot ze zich ontspant

en opengaat,

.

als hij zijn vingertop ertussen brengt,

en telkens weer kan hij er niet genoeg

van krijgen het te doen, terwijl hij denkt

aan wie haar droeg

.

haarspeld

 

Claes-Paul01_s

Nonsensgedichten

Nico Scheepmaker

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het lichte gedicht’ De grappiste en gekste gedichten van Nederland en Vlaanderen. In deze bundel tal van heerlijke nonsensgedichten als deze van Ingmar Heytze:

 

Short rap

De grootste motherfucker

is toch altijd nog je vader.

.

Of deze van Cees Buddingh

.

Zeer vrij naar het chinees

de zon komt op. de zon gaat onder.

langzaam telt de oude boer zijn kloten.

.

Kortom veel gedichten met een vrij hoog meligheidsgehalte. Maar ook prachtige voorbeelden van allerlei grote dichters uit het taalgebied zoals het gedicht ‘Wereldkampioen’ van Nico Scheepmaker.

.

Wereldkampioen

.

Dat hockey met een stokkie wordt gespeeld

en iedereen zich daarbij dood verveelt

is, dacht ik, nu wel algemeen bekend,

al is het een gedachte die nooit went.

.

Wij willen het niet weten, want zo’n sport

komt niet alleen in speelduur al te kort,

maar kampt ook met een uitgedund publiek

dat clublid is dan wel familieziek.

.

Alleen als onze meisjes moeten knokken

– in overigens verrassend korte rokken-

voor ’t wereldkampioenschap met de mof,

is het publiek nog wel bereid te komen

om even bij die meisjes weg te dromen,

al nemen zij de bal nooit op hun slof!

.

oranje-dames-hockey

Vooruit, nog één om het af te leren van Bert Voeten.

.

Driewieler

geen vier

en geen twee-

daartussenin

.

driewieler

 

 

Heimwee naar vakantie

Uit mijn boekenkast: Robert Anker

.

Vandaag uit de dikke bundel ‘Nieuwe veters, verzamelde gedichten 1979 – 2006’ het gedicht ‘Heimwee naar vakantie’. Met het prachtige weer dat ons vandaag staat te wachten en ons gisteren al heeft verwend moest ik vandaag wel een berichten posten met een link naar de vakantie.

.

Heimwee naar vakantie

.

Stille hitte trilt het middaguur

uit de voegen van het blinde stadje

op zijn rots ketst het witste licht

je oog in en geen mens te zien maar oh

dat ben jij de mens en nu moet jij

weerstaan het wellen van de stilte uit

het vlieden van de velden daarin Nergens

nu het groot ontzinnend aangaan

van een krekel naast je hoofd het slepend

aangetrokken vliegwiel in je hoofd nu

Nergens trilt naar binnen waar jij was naar buiten.

.

Anker

 

 

Oosterbuur

A thing of beauty

.

Uit de bundel ‘A thing of beauty, de bekendste gedichten uit de wereldliteratuur’ vandaag een gedicht van een dichter die de meeste mensen kennen als filosoof/filoloog (taalkundige die zich vooral op dode talen richt) Friedrich Nietzsche (1844-1900).

En speciaal voor alle oosterburen en liefhebbers van het gedicht in de oorspronkelijke taal, tweetalig.

.

Das trunkene Lied

.

O Mensch! Gib acht!

Was spricht die tiefe Mitternacht?

‘Ich schlief, ich schlief-,

Aus tiefemTraum bin ich erwacht:-

Die Welt ist tief,

Und tiefer als der Tag gedacht.

Tief ist der Weh-,

Lust – tiefer noch als Herzeleid:

Weh spricht: Vergeh!

Doch alle Lust will Ewigkeit-,

Will tiefe, tiefe Ewigkeit!’

.

Het dronken lied

.

O mens! Let op!

Wat zegt de diepe middernacht?

‘Ik sliep, ik sliep-,

Werd wakker uit een diepe droom:-

De wereld is diep,

Dieper dan de dag ooit dacht.

Diep is haar verdriet, –

Lust – dieper dan de hartenpijn:

Verdriet zegt: verga!

Maar alle lust wil eeuwigheid-,

Wil diepe, diepe eeuwigheid!

.

friedrich-nietzsche

De Russen komen

Russische poëzie

.

De Russen komen eraan, tenminste als het aan mij ligt. Ik zal de komende tijd hier wat vaker aandacht besteden aan de Russische poëzie. Rusland heeft een groot aantal beroemde dichters voortgebracht. Ik zal hierbij vooral putten uit het lijvige werk van Willem G. Weststeijn en Peter Zeeman: De Spiegel van de Russische poëzie.(Meulenhoff, 2000).

Vandaag dus een eerste Russische dichter: Ivan Zjdanov. Ivan Zjdanov werd in 1948 geboren in de Altaj (Siberië), volgde een opleiding aan de pedagogische academie maar was lang werkzaam als fabrieksarbeider, toneelknecht, liftbediende etc. In zijn poëzie is Zjdanev beïnvloed door Mandelstam en Chlebnikov. Hij schrijft meditatieve-mystieke lyriek die te rangschikken valt onder het metarealisme of het metametaforisme. Twee van zijn boeken werden gepubliceerd in de Sovjettijd: Portret (1982) en Onveranderlijke lucht (1990).

.

Je staat alleen bij de ingang van dit bos,

waar ieder blad nakomeling is van verwachting,

en elke stap heel duidelijk, als laatste.

.

Geen ademtocht staat jou thans meer te wachten,

maar bij het ademen zoek je naar evenwicht –

zo halen grassen adem, wolken, jaren.

.

’t Gezicht van regen, dat behuild was op de dag

dat hij daar liep, is nu weer opgeklaard –

met zijn ogen kijk je naar de takken.

.

Je gaat de kubus in, gevormd door spiegels,

de ruimte-inhoud ritselt door een vogelnacht

en sneeuw van vorig jaar kietelt de lippen.

.

Als doodsgeluid, dat opklinkt uit het duister,

onzichtbaar nog, maar reeds bekend,

verbergt zich het gerucht, ver weg nog, in een stofje.

.

Denkt zo het hart niet over zijn kloppen na?

.

Zhdanov