Maandelijks archief: oktober 2014

Arthur Rimbaud

De schamele droom

.

Arthur Rimbaud (1854 – 1891) was als dichter vertegenwoordiger van het symbolisme en decadentisme en een van de grote vernieuwers van de dichtkunst. Andere bekende decadenten zijn Oscar Wilde, Paul Verlaine en  Stanislaw Prybyszewski. Kunst, zo vonden de decadenten, moet een een vrijplaats van de banale wereld zijn. Uiterste schoonheid en zuiverheid moeten worden nagestreefd.

Bij het symbolisme worden verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie centraal gesteld. Het symbolisme kenmerkt zich door een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste, het ongewone en het onverklaarbare. Het symbool staat daarbij centraal, en wordt een zintuiglijk waarneembaar teken dat verwijst naar een poort naar de niet-zintuiglijke wereld.

Als dichter heeft Rimbaud een eigen kijk op poëzie en de dichter. Rimbaud heeft het over de dichter als ziener. “Je est un autre” (ik is een ander) zo stelt hij. Om ziener te kunnen worden moet een ‘beredeneerde ontregeling van alle zintuigen’ plaatsvinden. De dichter moet de eigen zintuigen rationeel ontregelen om zo een nieuwe werkelijkheid te scheppen, met nieuwe beelden, een nieuwe universele taal. Rimbaud hanteert zijn beginselverklaring principieel en stapt af van alle conventionele paden als het gaat om zijn levensstijl en zijn poëzie: hij wordt een van de grootste vernieuwers van de poëzie.

In 1998 verscheen bij uitgeverij Athaneum-Polak & Van Gennep ‘Gedichten’ met een keuze uit het werk van de Franse dichter met vertalingen en toelichtingen. De vertalingen zijn van Paul Claes. Uit deze bundel het gedicht ‘De schamele droom’.

.

De schamele droom

.

Een Avond wacht wellicht

Waarop ik weltevreden

In een dier oude Steden

Met drank mijn dood verlicht:

Omdat geduld me ligt!

.

Als ooit mijn kwaal verdween

en ooit me goud behoorde,

Trok ik naar het Hoge Noorden

Of naar de Wijnstreek heen?…

– Ach dromen zijn gemeen

.

Omdat ze gauw vergaan!

Nooit zal, al word ik weer

De zwerver van weleer,

De groene kroeg voortaan

Nog voor me openstaan

.

.

Le pauvre Songe

.

Peut-être un Soir m’attend

Où je boirai tranquille

en quelque vieille Ville,

Et mourrai plus content:

Puisque je suis patient!

.

Si mon mal se résigne,

Si jái jamais quelque or

Choisirai-je le Nord

Ou le Pays des Vignes?…

– Ah songer est indigne

.

Puisque c’est pure perte!

Et si je redeviens

Le voyageur ancien

Jamais l’auberge verte

Ne peut bien m’être ouverte.

.

800px-P1110482_Paris_VI_rue_Ferou_le_bateau_ivre_rwk

 

‘Le bateau ivre’ als muurgedicht in Parijs

 

Rimbaud

Gedicht versus songtekst

Poëzie in muziek

.

Op deze blog staan in de categorie Poëzie in songteksten, voorbeelden van liedteksten die een poëtische lading hebben of die ook als poëzie gelezen zouden kunnen worden. Toch zou je kunnen stellen dat maar weinig songteksten echt poëtisch zijn. Hoe kan dat? Een songtekst heeft over het algemeen de lengte die ook een gedicht heeft of kan hebben. Beide vertellen in weinig tekst een verhaal of proberen met weinig woorden een beeld of een verhaal te vertellen. En toch zijn ze zo verschillend.

Pat Pattison, tekstschrijver en dichter heeft in 2009 het boek ‘Writing better lyrics’ gepubliceerd. In een interview met hem komt de vraag over het verschil tussen liedtekst en gedicht aan de orde. Hij zegt er het volgende over:

Sinds de uitvinding van de drukpers zijn gedichten vooral geschreven voor het oog waar liedteksten vooral geschreven zijn voor het oor. Als consequentie volgt hieruit:

A. Dichters kunnen er van op aan dat de lezer in staat is om te stoppen en terug te gaan, of om een woord op te zoeken tijdens het lezen van het gedicht. Een tekstschrijver kan dit niet.

B. Omdat het einde van een regel in de poëzie een visuele cue is, kan een dichter een zin beëindigen, maar de inhoud verder naar de volgende regel laten doorlopen, waarmee hij spanning kan creëren, zonder dat dit tot verwarring leidt:

You may see their trunks arching in the woods?
Years afterwards, trailing their leaves on the ground?
Like girls on hands and knees that throw their hair?
Before them over their heads to dry in the sun.?
Robert Frost –“Birches”

De spanning tussen het einde van de derde zin en hoe dit beeld wordt voortgezet in de volgende regel, voelt alsof de meisjes daadwerkelijk met hun haar gooien …

Een liedtekstregel heeft een sonische cue-einde van een melodie frase. Omdat het lied is gericht op het oor. Wanneer een tekstschrijver probeert een gedachte uit te voeren in de volgende melodische frase, creëert dit meestal verwarring, want er is een discrepantie tussen de melodische routekaart en grammaticale structuur.

C. Omdat een songtekst een sonische gebeurtenis (gericht aan het oor) is,  is rijm belangrijk, want het bevat een stappenplan voor het oor; toont relaties tussen de zinnen, creëert het een voorwaartse beweging, creëren het zowel stabiliteit als instabiliteit in onderdelen, en vertelt het het oor waar deze onderdelen eindigen.

Hoewel rijm gebruikelijk is in de poëzie, is het minder belangrijk, omdat de lezer kan zien waar een sectie eindigt. Zelfs wanneer gedichten rijmen, wordt niet per se aangekondigd waar het einde van een zin of het einde van een sectie is:

O wild West Wind, thou breath of Autumn’s being,
Thou, from whose unseen presence the leaves dead
Are driven, like ghosts from an enchanter fleeing,

Yellow, and black, and pale, and hectic red,
Pestilence-stricken multitudes: O thou,
Who chariotest to their dark wintry bed

The winged seeds, where they lie cold and low,
Each like a corpse within its grave, until
Thine azure sister of the Spring shall blow

Her clarion o’er the dreaming earth, and fill
(Driving sweet buds like flocks to feed in air)
With living hues and odours plain and hill:
Shelly –“Ode to the West Wind”

Hierbij moet worden opgemerkt dat de recente trend naar de presentatie van gedichtenslams en rap, beide meer gericht zijn op het oor dan op het oog, rijm wordt een belangrijk element, daar beide gericht zijn op het oor in plaats van op het oog.

D. De compositorische strategieën van de dichter verschillen dramatisch van die van de tekstschrijver. De overgrote meerderheid van de gedichten, vaste vorm, leeg vers, of het vrije vers, zijn lineaire verplaatsingen, het verplaatsen van idee naar idee, zin naar zin, tot het einde. Behalve in uitzonderlijke gevallen, zoals het rondeel, maakt poëzie in haar compositorische strategie geen gebruik van herhaling van de inhoud. Oudere ballade-achtige poëzie maakt soms gebruik van herhaling, maar let op dat het werd uitgevoerd, en gericht aan het oor in plaats van het oog.

Teksten zijn sterk afhankelijk van herhaalde content, meestal refreinen en coupletten. In de ontwikkeling van ideeën moet de tekstschrijver rekening houden met de herhaalde secties, en in het ideale geval, proberen deze te transformeren of te verdiepen telkens als we de zinnen opnieuw horen. Let op hoe de zin “What’ll I do” gewicht legt in elke sectie als gevolg van de focus. Eerst afstand; tweede, het gevaar van het vinden van een nieuw iemand; en tot slot, de hartverscheurende aankondiging dat de liefde voorbij is:

What’ll I do
When you are far away
And I am blue
What’ll I do?

What’ll I do?
When I am wond’ring who
Is kissing you
What’ll I do?

What’ll I do with just a photograph
To tell my troubles to?

When I’m alone
With only dreams of you
That won’t come true
What’ll I do?
Irving Berlin 

E. Een tekstschrijver heeft een zeer beperkte ruimte om mee te werken. Normale commerciële songs duren maximaal 2 ½ tot 3 minuten, wat deze ruimte dramatisch beperkt. Nog afgezien van de herhaalde refreinen of refreinen, bestaat het gemiddelde commerciële lied uit 12 tot 20 zinnen. Tenzij wordt gewerkt in een vaste vorm (sonnet, terza rima, haiku’s etc), kan het gedicht zo lang als het nodig heeft doorgaan.

F. Liedteksten zijn veel meer afhankelijker van regelmatig ritme dan gedichten, omdat het ritme van een songtekst is verbonden met het muzikale ritme. Het muzikale ritme, omdat het de lengte van een lettergreep kan verlengen, het ritme kan syncoperen ( het verdringen van beats of accenten in (muziek of een ritme), zodat sterke beats zwak worden en vice versa), en kan transformeren van iets wat gesproken heel saai zou zijn naar wat een interessante reis kan worden.

Er zijn nog vele andere verschillen. Dus als iemand zegt dat een liedtekst pure poëzie is, dan wordt waarschijnlijk bedoeld dat de tekst is een frisse, interessante taal is geschreven waarbij beelden en metaforen effectief worden gebruikt. Want dat is iets dat interessante en goede poëzie en liedteksten gemeen hebben.

Pat

Wil je het hele interview met Pat Pattison lezen ga dan naar http://www.writersdigest.com/qp7-migration-books/writing-better-lyrics-interview

 

 

Vox Populi

Hans Vlek

.

In de categorie (bijna) vergeten dichters, wil ik vandaag stilstaan bij de dichter Hans Vlek. Vlek (1947) is dichter en schilder en debuteerde in 1965 met de bundel ‘Anatomie voor moordenaars’ (1965). Voor zijn derde bundel ‘Een warm hemd voor de winter’ (1968) ontving hij zowel de Reina Prinsen Geerligs als de Jan Campert-prijs. Bekend is hij geworden met zijn bundel ‘Voor de bakker’ en de bundel ‘De goddelijke gekte’ uit 1986. Hans Vlek woont en werkt nu het grootste deel van het jaar in de Spaanse stad Granada. Vlek die ook wel ‘De Shakespeare van de Nederlandse letteren’ werd genoemd was in zijn tijd zeer actief met o.a. het organiseren van popconcerten, het opzetten van periodieken en het schrijven over literatuur en popmuziek.

In 2001 maakte regisseur John Albert Jansen een documentaire over Hans Vlek met de titel ‘De Goddelijke Gekte’. In deze documentaire gaat hij in gesprek met Vlek over muziek (jazz), vrouwen, de psychiatrie (Vlek werd in de jaren zeventig enige tijd in een psychiatrische inrichting behandeld) de jaren zestig en uiteraard poëzie.

In 2009 verleende het Fonds voor de Letteren een eregeld aan Vlek voor zijn verdienste voor de Nederlandse literatuur.

 

Vox Populi

Steeds minder wordt de fantasie
fantastisch, steeds kleiner
de wereld, korter
de reisduur, de voetbalbroeken.

Narcissen verdrogen en worden
door tulpen vervangen, de kat
werpt tussen ontsproten bintjes
negen jongen waar geen blik voor is.

Elke dag poets ik zorgvuldig
mijn schoenen en gebit terwijl er
verrekt, gecrepeerd en gemoord wordt.
Maar als je zo denkt word je gek.

 

Uit: Geen volkse god in uw achtertuin, Querido, 1980.

 

Old finish

Ik stootte mijn hoofd aan de bladrand
op zondag, nog steeds groeit
op die plek geen haar.
Een koekje voor het bloeden en
een zakdoek, gedrenkt in azijn.

Een hoogpotige tafel met namaakpers
in het midden van de kamer, waarrond
het Wilhelmus staand werd aangehoord.
Er werd die middag niet gescoord
door de oranjehemden.

De hoogpotige tafel waarrond
wij, achter dampende bloemkool
met maïzenasaus die ik
niet lustte, aandachtig luisterden
naar Tom Schreurs.
De tafel waarrond ’s avonds gekaart werd
om een kwartje, die vent speelt
vals, waarna met vloeken werd gesmeten.
Vanuit mijn bed hoorde ik
later weer lachen.

Die tafel met donkerrood kleed uit
de uitverkoop is nu, als ik schoenmaten later
weer binnenkom, vervangen door een lagere
met glazen blad, een betere, waar
ook een kleuter overheen kijkt.

Uit: Zwart op Wit, 1970

Hans Vlek

 

VlekHan

Poëzie op straat – Den Bosch, lokatie: Korte Putstraat.

 

 

Met dank aan Ipoetry.nl, gedichten.nl en CUBra.nl

Bare & Breaking

Karin Schimke 

.

Op zoek naar een gedicht kwam ik via via op een website waar een artikel stond over Karin Schimke (Zuid Afrikaans dichter). Nu kende ik haar niet als dichter maar het feit dat ze in 2014 de Ingrid Jonker Prijs voor Engelse poëzie heeft gewonnen maakte me nieuwsgierig. Ze won deze prijs met haar debuutbundel ‘Bare & breaking’ (Modjaji 2012). Beverly Rycroft, Liesl Jobson en prof. Geoffrey Haresnape waren de juryleden.

‘Bare & breaking’ wordt beschreven als een bundel die “met kop en schouders uitsteekt” boven de andere kanshebbers in termen van “vakmanschap, snelheid, diepte en een duidelijk gevestigde, robuuste esthetiek.” Schimke is geprezen voor “de elegantie en precisie van [ haar] woordkunst “in een dichtbundel die gekenmerkt wordt door” sensualiteit “en inhoud die als” onbeschaamd erotisch en intiem “beschreven is.

Twee van de juryleden hebben ‘Bare & breaking uitgekozen om de “interne verhaalboog” oftewel spanningslijn die de lezer meevoeren van liefde tot ongemak door crisis en woede, tot apathie, rauw en uiteindelijke verlossing naar een kwetsbare plek van veiligheid. De dichter slaagt er doorgaans in om haar privé pijn te verbinden met universeel leed, zoals in het sterke slotgedicht “The Quiet Way Back”. De lezer wordt meegesleurd door het verhaal dat uiteindelijk iedereen insluit in de collectieve smart die we als echt menselijk definiëren.

De Ingrid Jonker Prijs wordt jaarlijks beurtelings aan een Afrikaanse of een Engelse debuut dichtbundel toegekend, de twee talen waarin Ingrid Jonker schreef. De prijs bestaat uit een medaille en bedrag.

Uit haar bundel het gedicht ‘This is how willing’

.

This is how willing

If grey speaks your eyes
and black curls your hair
if careful walks your feet
and sore swells your lips

If she (or she, or she) haunts you
and pity breaks you
and worry hobbles you
and weakness cracks you

If fear clatters your teeth
and nightmares dream you
if your tower crumbles
and you live only one more day

and never lift your hand again
to shield the darkness from your gaze
and only if your want reaches me
and only if your wounds let me

I will stand beside you
in the black cold cave
and let fireflies nest my hair.

.

Karin-Schimke

 

karin-schimke-bare-breaking

Meer lezen uit deze bundel? Kijk op https://peonymoon.wordpress.com/tag/karin-schimke-poems/