Categorie archief: Bibliotheken
Ik lees geschiedenis
Ter ere van de goedertieren maan
.
Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.
Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:
Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler. De gedichten ademen een soort luguber realisme.
Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.
.
Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.
Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd
en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd
en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.
.
En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen
en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt
door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen
en door de absurde energie, daaraan gewijd.
.
Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat
heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.
Maar hoeveel moediger is niet een man
.
die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,
dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,
kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.
.
Smaak
Anton Korteweg
.
Anton Korteweg (1944) is dichter en neerlandicus en was directeur van het Letterkundig museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Toen in 2009 het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart werd opgezet in de bibliotheek van Maassluis was hij één van de leden van het comité van aanbeveling.
Sinds zijn debuut in Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Zijn poëzie kenmerkt zich door de ironische beschrijving van kleine gebeurtenissen, die gevoelens van melancholie oproepen. In zijn enigszins afstandelijke stijl bedient hij zich van woordspelingen en archaïsmen en maakt hij gebruik van alledaagse woorden voor verheven onderwerpen. In 1986 ontving hij de A. Roland Holst-Penning.
.
Uit de bundel ‘Voortgangsverslag’ uit 2005 het gedicht ‘Smaak’.
.
Smaak
.
De liefste muziek blijft toch die
waarbij je afwassen kan,
ouderwets, zonder machine,
met teiltje en afwaskwast.
.
Lepels tegen een kopje,
geplop, gerinkel van glaswerk,
een botsend bord, vallende vorken
doen er geen afbreuk aan.
.
Ik kom dan al snel terecht
bij Carmen, Bolero, Liszt,
Traviata, Eroica,
maar Mahler gaat me te ver.
.
Dik bovenop, vettig, tering,
let niet op een haaltje extra,
luid, schmierend, duidelijk.
.
Lekkere, hoerige ordi’s
niet om aan te horen zo plat,
die doen het bij mij altijd wel.
.
Ongehoord! podium februari
Verslag
.
Op zondagmiddag 15 februari was het dan zover, het Ongehoord! podium verhuisde. Na jarenlang in de Glazen te zijn georganiseerd van de centrale bibliotheek van Rotterdam vertrokken we naar het podium op de 4e etage van diezelfde bibliotheek. Een interne verhuizing dus. In tegenstelling tot de Glazen zaal (of de Maarten Toonderzaal zoals deze tegenwoordig heet) is het podium op de 4e etage veel toegankelijker omdat het geen afgesloten zaal is.
Of het kwam door dit gegeven of door de geweldige programmering weet ik niet maar de middag trok over ruim twee en een half uur meer dan 60 bezoekers en belangstellenden. Door het open karakter van dit podium kwamen er steeds mensen aanlopen die de dichters zagen voordragen of werden gelokt door de klanken van Roos Blufpand. Hoe dan ook, het was een mooi podium met goeie, verrassende dichters, een prachtige prozaschrijfster en een betoverende Roos Blufpand met Nederlandstalige luisterliedjes.
Na de opening van de voorzitter Peter de Knegt, waarin hij afgaf terug te treden i.v.m. zijn gezondheid en het stokje over te geven aan Ton Huizer en het voordragen van een gedicht van de Rotterdamse dichter Jan Prins, was het de beurt aan Roel Weerheijm. Hij trapte af met zijn poëzie, persoonlijke gedichten, met bij elk gedicht een introductie. Roel warmde het publiek op met poëzie waar je over na kan denken.
Hierna was het de beurt aan Yvonne van der Haven. In een set zonder woorden (zonder af en aankondigingen van haar gedichten) en met tweemaal een bijzondere bijdrage van Roos kreeg ze de zaal doodstil.
Cynthia Stijger vertelde over de totstandkoming van haar roman ‘Aurora’. De roman verhaald over de kracht van verbondenheid tussen twee mensen die in een maatschappij die hen voorschrijft hoe te leven, hun eigen pad kiezen omdat ze slechts naar één ding verlangen; elkaar. In het stuk dat ze voorlas kwam dit, naast de prachtige beschrijvende passage, goed naar voren.
Na de pauze was het de beurt aan Renato Miguel. Renato stond heel ontspannen voor te dragen, met een uitstekende timing en in contact met het publiek kwamen veel (persoonlijke) zaken voor het voetlicht. Zijn gedicht ‘Gooi een roos naar de zangeres’ werd door het publiek maar vooral door Roos van Roos Blufpand die op de eerste rij zat, met groot enthousiasme ontvangen.
A.H. van de Elst ging er vervolgens eens goed voor zitten. Anekdotisch maar met een onderliggende serieuze ondertoon bracht hij vanuit de bonte stoel een reeks korte gedichten die het publiek regelmatig in de lach deed schieten.
Roos Blufpand deed verschillende nummers op de piano en begeleid door haar mannen op Cello en elektrische gitaar. Luisterliedjes die in de sfeervol verlichte zaal mooi tot zijn recht kwamen.
Op het open podium kwamen Rob Hilz (bedankt weer voor de mooie foto’s voor op de website), Helle van Aardeberg en Dennis Kras een aantal gedichten voordragen.
Het was een mooie middag en de volgende editie van het Ongehoord! poëziepodium is op zondag 19 april 2015 opnieuw in de bibliotheek van Rotterdam.
.
Met dank aan Rob Hilz
Aanstaande zondag Poëziepodium
Ongehoord!
.
Op zondag 15 februari is het de hoogste tijd voor een nieuwe editie van het Ongehoord! poëziepodium En ook dit keer wordt het een bijzonder podium met een gevarieerd palet aan poëzie en proza. Allereerst verruilen we onze vaste plek in de centrale bibliotheek van Rotterdam (naast station Blaak) in de Glazen zaal voor een nieuw onderkomen in de bibliotheek. Dit keer vind je ons op de vierde etage – een dynamische en sfeervolle plek.
Vier dichters en een prozaschrijfster
Voor ons treden op: Renato Miguel. Het vorige podium was hij helaas ziek, maar dit keer is hij blakend van gezondheid te zien en te horen. Daarnaast is het podium voor de dichters Yvonne van der Haven, Roel Weerheijm en A.H. van der Elst, die uit zijn nieuwe bundel ‘De som der dingen’ zal voordragen.
Prozaschrijfster Cynthia Stijger Aramburu presenteert haar nieuwe roman ‘Aurora’.
Muziek
Roos Blufpand verzorgt de muziek
Niemand minder dan Roos Blufpand neemt de muzikale intermezzo’s voor haar rekening. Tot slot is er uiteraard weer een open podium. Zorg dat je op tijd aanwezig bent. We starten 14.00 uur, maar vanaf 13.30 is het podium geopend en staat er gratis koffie en thee voor je klaar.
Presentatie is in handen van Wouter van Heiningen. En uiteraard is er weer een open podium. Wil je zelf een keer het podium op om je gedichten voor te dragen? Dat kan. Maximaal twee wat langere of drie korte gedichten (i.v.m. de tijd) mag je komen voordragen. Geef je vooraf of tijdens het podium op bij Wouter dan krijg je een plek op het open podium.
.
Visual poetry
Workshop
.
In de stadsbibliotheek van Gouda is de Mediawerkplaats geopend en om dat te vieren biedt de bibliotheek in de week van de mediawijsheid (21 t/m 28 november) op zondag 23 november een workshop Visual Poetry aan voor volwassenen. In twee uur tijd kun op speelse en inspirerende manier aan de slag met Apps en de Ipad en creëer je je eigen visuele poëzie.
De bedoeling is om zelf een eigen gedicht of korte tekst mee te nemen of je zoekt een gedicht uit in de bibliotheek. De workshop begint om 14.00 uur en duurt 2 uur. De prijs is € 17,50- voor leden, € 19,- voor niet leden. De bibliotheek bevindt zich in de Chocoladefabriek, Klein Amerika 20 in Gouda.
.
Ik krijg zojuist van de bibliotheek door dat de workshop i.v.m. te weinig animo niet doorgaat.
Stadsdichters
Avond met stadsdichters Rotterdam en Antwerpen
.
Afgelopen vrijdag- en zaterdagavond organiseerden het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Antwerpen Boekenstad & Poetry International in samenwerking met de Arenbergschouwburg en Bibliotheek Rotterdam twee avonden met stadsdichters van Rotterdam en Antwerpen. Ik ging naar de avond in het Bibliotheektheater in Rotterdam.
Presentator en interviewer Ernest van der Kwast ging in gesprek met de huidige stadsdichters Stijn Vranken (A) en Daniël Dee (R) en voormalig stadsdichters Jana Beranová (R) en Joke van Leeuwen (A).
De gesprekken gingen over wat een stadsdichter doet, welke vrijheden hij of zij zich kan permitteren, welke projecten men had gedaan en aan welke men werkte, over de lengte van het stadsdichtersschap en over de relatie met het gemeentebestuur, de stad en de inwoners van de stad. Behalve veel interessante informatie en een kijkje in het leven van de stadsdichters droegen zij ook allemaal een aantal gedichten voor.
Van Stijn Vranken was net daags ervoor een nieuwe bundel gepubliceerd. Helaas was die daar nog niet te krijgen. Persoonlijk was ik zeer onder de indruk van zijn (stads)gedicht ‘Spat onder stroom’.
Hieronder de gefilmde versie van (delen van) dit gedicht voorgedragen en besproken door Stijn zelf en de volledige tekst van het gedicht..
Spat onder stroom
(een bovenaanzicht)
Zie uzelf daar eens liggen, daar beneden, zo licht, gij stuk
stad, al dat stralen staat u precies goed, al dat schijnen
zit u blijkbaar diep in het bloed, gij brandt als vaneigens
bijna door de kaart, zo vurig als gij uzelf bemint en dit
brave land bevlekt, zo hard, zo hels, mijn god, gij non
stop big bang (in miniatuur, jaja, maar toch) – ach, waar
moet dat stranden, met uw steeds oeverlozer gescheld,
uw gebreek en gebouw, uw gegraaf en gedemp, uw
geschipper en gevaar, uw keer om keer altijd maar
weer wat aan de hand – niet te geloven hoe luid gij lijdt
aan uw zelfverklaarde rand – kom op schat, schitter nog
maar wat feller, ja gij, vermakelijke vlek, flikker voort
met uw geschilder en geschets, uw geschrijf en gezwets,
uw gekunst en gekitsch, uw gefuif en gefoor (ga door!)
met uw gesmoor en gesnuif, uw gesnor en gekuif, uw
getjing en getjoek, uw gezeik en gezoek, uw gedoe en
gedroom – allez, komaan, vooruit, licht uzelf nog eens
wat hogerop (armen genoeg) – zie, voila: zo valt daar
dan toch (uit uw eigen warme handen, jaja, maar toch)
een verdomd verdiend applaus (geklap, geklap!) voor u
en uzelf en vooral voorgoed, want zo zijt gij (dat ziet ge
nu eens van hier), gij schitterende plek
welgemorste mensheid, onbeschaamd schuim
op dit schiftend land, gij onuitwisbare
spat onder stroom.
.
© stadsgedicht Antwerpen 2014. Met dank aan de de organisatie van deze avond.





























