Categorie archief: Bibliotheken
Ongeletterd
Taalhuis en poëzie
.
Afgelopen vrijdag werd in de bibliotheek van Naaldwijk het Taalhuis geopend. Een Taalhuis is een plek waar mensen terecht kunnen die moeite hebben met lezen en schrijven. De kersverse Streekdichter van het Westland en omgeving Marijke van Geest was gevraagd om een gedicht te schrijven bij deze gebeurtenis. Het gedicht ‘Ongeletterd’ getiteld is afgebeeld op een banner en staat in de bibliotheek nabij het Taalhuis.
Voor eenieder die niet in de buurt woont, hier een foto van het gedicht van Marijke.
.
Dichter in verzet
Frank Martinus Arion
.
De Curaçaose schrijver, dichter en taalwetenschapper Frank Martinus Arion (1936 – 2015) studeerde Nederlandse taal en letterkunde aan de universiteit van Leiden. Hij kon moeilijk aarden in Nederland en zocht het gezelschap van o.a. Cola Debrot, de toenmalig gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen in Den Haag. Samen met Debrot gaf Arion zijn debuutbundel met poëzie uit in 1957 met de titel ‘Stemmen uit Afrika’.
Hierna richtte hij met nog twee andere een Antilliaans tijdschrift op, ‘Encuentro Antilliano’ (vrij vertaald: Antilliaanse vergadering). In 1973 verscheen ‘Dubbelspel’ zijn eerste roman. Dit werd een groot succes en hij kreeg er de van der Hoogtprijs voor. Het daarmee gewonnen geld gaf hij aan een organisatie tegen Apartheid. Hij was een groot tegenstander van Apartheid en zeer sociaal bevlogen. Toen in 2006 de Campagne Nederland Leest! in de bibliotheken van Nederland werd gelanceerd was ‘Dubbelspel’ de eerste titel in een reeks en van het boek werden er meer dan 700.000 weggegeven aan leden van bibliotheken in Nederland.
In 1992 werd hij tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau verheven. In december 2008 maakte hij bekend zijn lintje terug te willen geven aan de Staat der Nederlanden, omdat hij meende dat Nederland bezig was aan een herkolonisatie van de Antillen, door sanering van de Antilliaanse schulden te koppelen aan meer justitiële controle. Arion was ook erelid van de Haagse Kunstkring.
Uit zijn debuutbundel ‘Stemmen uit Afrika’ het gedicht ‘Eens zijn alle negers’.
.
Eens zijn alle negers
tamtammend uitgevaren
uit hun zwart-ompaalde
negorijen.
.
hun prauwen schoten
over de rivieren,
dwalend door ’t woud.
.
eens, maar eens is ver
en eens is lang geleden.
.
nu gaan zij als karbouwen,
mak geslagen, lam,
beroofd van hun tam-tam
en slepen stenen aan
waar anderen bouwen.
.
Foto: Serge Ligtenberg
Endre Ady
Verwant van de dood
.
Endre Ady (1877 – 1919) was een Hongaars dichter die zijn poëzie in een volkse stijl schreef en wiens werk sterk beïnvloed werd door dichters als Charles Baudelaire en Paul Verlaine. In zijn gedichten maakte hij vaak gebruik van het Symbolisme en thema’s als God, Hongarije en het gevecht tot overleven.
Ik ken Endre Ady als dichter al sinds 1998 toen ik voor de eerste maal de bibliotheek in Hatvan bezocht. Deze Hongaarse zusterstad van Maassluis heeft haar bibliotheek vernoemd naar deze beroemde Hongaarse dichter. Het is een heel normale zaak in Hongarije om bibliotheken naar beroemde schrijvers en dichters te noemen, heel anders dan in Nederland waar dat naar mijn weten nog nooit is gedaan.
In vertaling zijn er een aantal gedichten van Endre Ady verschenen waaronder het gedicht ‘Verwant van de dood’ in vertaling van Ankie Peypers uit 1969.
.
Verwant van de dood
.
Ik ben een verwant van de dood
en bemin de vluchtige liefde.
Ik houd ervan haar te kussen
die weggaat.
.
Ik houd van de zieke rozen
vrouwen die verwelkend
verlangen naar zonovergoten kwijnende
najaarstijd.
.
Ik houd van de trieste uren,
van hun spokende, wenkende roep.
.
Van de grote dood, de weerspiegeling
van de heilige dood.
.
Ik houd van hen die wenen,
ontwaken, verre reizen doen.
Van de kilbeijzelde ochtend
boven het veld.
.
Van de gelatenen die versagen,
van tranenloos verdriet en vrede.
Gelatenheid, de haven voor wijzen,
dichters, misdeelden.
.
Ik houd van hen die ontgoocheld zijn,
die kreupel, in de val gelokt,
niet meer geloven; van de bedrukten:
van de wereld.
.
Ik ben een verwant van de dood
en bemin de vluchtige liefde.
Ik houd ervan haar te kussen
die weggaat.
.
Vuilnisbaklevens
Charles Bukowski
.
Poëzie kom je werkelijk overal tegen. Dat beweer ik al lange tijd en wie er oog voor heeft zal dit beamen. Vorige week kreeg ik bij het afscheid van Henk Das, directeur van de NBD Biblion (dat is de organisatie die o.a. bibliotheken in Nederland voorziet van hun boeken) een Liber Amicorum of een vriendenboek. Lezend in dit boek kwam ik in een bijdrage van collega bibliotheekdirecteur Jacques Malschaert twee gedichten tegen van Charles Bukowski.
Uit ‘De genoegens van de verdoemden’ daarom hier één van deze gedichten ‘Vuilnisbaklevens’.
.
Vuilnisbaklevens
.
de wind waait hard vanavond
en het is een koude wind
en ik denk aan
de jongens van de daklozenopvang
ik hoop maar dat er een paar bij zijn
met een fles rood
.
’t is als je bij de daklozen bent
dat je merkt dat alles
van iemand is
en dat er een slot zit op
alles.
dit is de manier waarop een democratie
werkt
je pakt wat je krijgen kan,
probeert dat te houden
en er wat bij te krijgen
als het kan
.
dit is ook de manier waarop een dictatuur
werkt
alleen knechten ze daar
hun paupers of
maken ze kapot.
.
die van ons vergeten we
gewoon.
.
in beide gevallen
staat er een harde
koude
wind.
.
Ik lees geschiedenis
Ter ere van de goedertieren maan
.
Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.
Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:
Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler. De gedichten ademen een soort luguber realisme.
Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.
.
Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.
Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd
en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd
en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.
.
En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen
en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt
door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen
en door de absurde energie, daaraan gewijd.
.
Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat
heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.
Maar hoeveel moediger is niet een man
.
die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,
dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,
kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.
.
Smaak
Anton Korteweg
.
Anton Korteweg (1944) is dichter en neerlandicus en was directeur van het Letterkundig museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Toen in 2009 het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart werd opgezet in de bibliotheek van Maassluis was hij één van de leden van het comité van aanbeveling.
Sinds zijn debuut in Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Zijn poëzie kenmerkt zich door de ironische beschrijving van kleine gebeurtenissen, die gevoelens van melancholie oproepen. In zijn enigszins afstandelijke stijl bedient hij zich van woordspelingen en archaïsmen en maakt hij gebruik van alledaagse woorden voor verheven onderwerpen. In 1986 ontving hij de A. Roland Holst-Penning.
.
Uit de bundel ‘Voortgangsverslag’ uit 2005 het gedicht ‘Smaak’.
.
Smaak
.
De liefste muziek blijft toch die
waarbij je afwassen kan,
ouderwets, zonder machine,
met teiltje en afwaskwast.
.
Lepels tegen een kopje,
geplop, gerinkel van glaswerk,
een botsend bord, vallende vorken
doen er geen afbreuk aan.
.
Ik kom dan al snel terecht
bij Carmen, Bolero, Liszt,
Traviata, Eroica,
maar Mahler gaat me te ver.
.
Dik bovenop, vettig, tering,
let niet op een haaltje extra,
luid, schmierend, duidelijk.
.
Lekkere, hoerige ordi’s
niet om aan te horen zo plat,
die doen het bij mij altijd wel.
.
Ongehoord! podium februari
Verslag
.
Op zondagmiddag 15 februari was het dan zover, het Ongehoord! podium verhuisde. Na jarenlang in de Glazen te zijn georganiseerd van de centrale bibliotheek van Rotterdam vertrokken we naar het podium op de 4e etage van diezelfde bibliotheek. Een interne verhuizing dus. In tegenstelling tot de Glazen zaal (of de Maarten Toonderzaal zoals deze tegenwoordig heet) is het podium op de 4e etage veel toegankelijker omdat het geen afgesloten zaal is.
Of het kwam door dit gegeven of door de geweldige programmering weet ik niet maar de middag trok over ruim twee en een half uur meer dan 60 bezoekers en belangstellenden. Door het open karakter van dit podium kwamen er steeds mensen aanlopen die de dichters zagen voordragen of werden gelokt door de klanken van Roos Blufpand. Hoe dan ook, het was een mooi podium met goeie, verrassende dichters, een prachtige prozaschrijfster en een betoverende Roos Blufpand met Nederlandstalige luisterliedjes.
Na de opening van de voorzitter Peter de Knegt, waarin hij afgaf terug te treden i.v.m. zijn gezondheid en het stokje over te geven aan Ton Huizer en het voordragen van een gedicht van de Rotterdamse dichter Jan Prins, was het de beurt aan Roel Weerheijm. Hij trapte af met zijn poëzie, persoonlijke gedichten, met bij elk gedicht een introductie. Roel warmde het publiek op met poëzie waar je over na kan denken.
Hierna was het de beurt aan Yvonne van der Haven. In een set zonder woorden (zonder af en aankondigingen van haar gedichten) en met tweemaal een bijzondere bijdrage van Roos kreeg ze de zaal doodstil.
Cynthia Stijger vertelde over de totstandkoming van haar roman ‘Aurora’. De roman verhaald over de kracht van verbondenheid tussen twee mensen die in een maatschappij die hen voorschrijft hoe te leven, hun eigen pad kiezen omdat ze slechts naar één ding verlangen; elkaar. In het stuk dat ze voorlas kwam dit, naast de prachtige beschrijvende passage, goed naar voren.
Na de pauze was het de beurt aan Renato Miguel. Renato stond heel ontspannen voor te dragen, met een uitstekende timing en in contact met het publiek kwamen veel (persoonlijke) zaken voor het voetlicht. Zijn gedicht ‘Gooi een roos naar de zangeres’ werd door het publiek maar vooral door Roos van Roos Blufpand die op de eerste rij zat, met groot enthousiasme ontvangen.
A.H. van de Elst ging er vervolgens eens goed voor zitten. Anekdotisch maar met een onderliggende serieuze ondertoon bracht hij vanuit de bonte stoel een reeks korte gedichten die het publiek regelmatig in de lach deed schieten.
Roos Blufpand deed verschillende nummers op de piano en begeleid door haar mannen op Cello en elektrische gitaar. Luisterliedjes die in de sfeervol verlichte zaal mooi tot zijn recht kwamen.
Op het open podium kwamen Rob Hilz (bedankt weer voor de mooie foto’s voor op de website), Helle van Aardeberg en Dennis Kras een aantal gedichten voordragen.
Het was een mooie middag en de volgende editie van het Ongehoord! poëziepodium is op zondag 19 april 2015 opnieuw in de bibliotheek van Rotterdam.
.
























