Categorie archief: Dichtbundels
Over Simon Vestdijk
A. Roland Holst
.
Van een goede vriendin kreeg ik een alleraardigst boekje uit 1953 van de wereldbibliotheek-vereniging met de titel: Kleine literatuurgeschiedenis in verzen over Nederlandse schrijvers bijeengebracht door Theo Vesseur. Een mooie jaren vijftig omslag en gedichten van dichters over andere dichters. Wat ook leuk aan deze bundel is, is dat in het ene gedicht een dichter dicht over een andere dichter (bijvoorbeeld Paul van Ostaijen over Guido Gezelle en even later Halbo C. Kool over Paul van Ostaijen).
In de inleiding schrijft Vesseur: elk vers in deze verzameling zegt ons minstens evenveel over elk karakter van de auteur zèlf als over de bezongene. In het geval A. Roland Holst in zijn gedicht over Simon Vestdijk blijkt dat in ieder geval.
.
Simon Vestdijk
.
Wat mag het raadsel van uw arbeid wezen?
Muur van den Geest, waar die van de Chinezen
te kort bij schiet. – O, Tegenpool van Bloem!
O, gij die sneller schrijft dan God kan lezen!
.
Van vroeger en thans
Alain Teister
.
Je kunt heel veel vinden van de warenhuisketen V&D of Vroom & Dreesmann, je kunt ze missen of niet maar éen ding waarin de V&D zich onderscheidde van andere warenhuizen was hun uitgeverij. En in dit geval vooral hun poëzie uitgaven door de jaren heen. Ik denk dat ik inmiddels toch wel zo’n 5 uitgaven bezit die door de V&D is uitgegeven indertijd. Zo ook de bundel ‘Dag in, dicht uit’ uit 1994, samengesteld door Ernst van Altena.
In de inleiding lees ik: “Wie de Nederlandse poëzie van de laatste decennia gevolgd heeft, moet tot de conclusie komen dat Pegasus zich in onze streken niet hoog boven het maaiveld verheft, maar laag over het aardse scheert. Voor een hoge abstractie moeten we bij vuriger volken zijn. In Nederland wordt gedicht over een kropje sla en de afwasmachine”.
De gedichten in deze bundel gaan dan ook over de alledaagse dingen, over aardse zaken, over voetbal, ontbijt, het ontwaken, school en werk. Of, zoals in het gedicht van Alain Teister, over een pepersteak en een glas wodka. Alain Teister, pseudoniem van Jacob Martinus Boersma (1932 – 1979) was schrijver en schilder. Hij debuteerde in 1964 met de bundel ‘De huisgod spreekt’ waarna nog enkele romans en poëziebundels zouden volgen.
.
Van vroeger en thans
.
Plotseling herinnerd: mijn moeder
die heimelijk peper strooide over
mijn steak sans poivre
want mijn vader vond peper een van de
slechte vergiften.
.
Hij zou eens moeten weten,
die onoverkomelijke oude baas,
(ik houd van hem als van een zoon)
dat ik zelfs in mijn wodka
een beetje peper gebruik.
.
Een andere kant
Laatste keer dichter van de maand mei
.
Voor de laatste keer is Alja Spaan vandaag dichter van de maand mei. Volgende week zondag een nieuwe dichter van de maand. Wie dat gaat worden weet ik nog niet maar ik heb een hele week om erover na te denken. Dit keer een gedicht van Alja uit haar laatste bundel uit 2017 ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld’ en opnieuw een intiem portret in herinneringen van een vader en een dochter.
.
Een andere kant
.
Alle lengtes zijn ingehaald, behalve de mijne.
Alle portretten zijn levend geworden behalve
de zijne. Mijn vader tekende bij voorkeur paarden,
koeien, uitgemergelde exemplaren,
hazen in de kantlijn, fietsen, auto’s en een enkele
vrouw met aanmerkelijk betere
knieën dan het blokje dat ik maakte tussen
ballonkuit en marmeren zuil. Ze bleven
bloot terwijl ik een plooirokje probeerde. Alle
schaduwen zijn weg.
Vogels stijgen opnieuw op, landen evenwel nu
in het natte gras tussen
zijn lijf en het hare, ze heeft haar rok keurig
tot over haar knieën getrokken.
.
Album van licht
Maria de Groot
.
Op 7 mei schreef ik over de 100 beste gedichten van 2014 en deelde een gedicht van Maria de Groot daaruit op dit blog. Ik schreef toe dat Maria de Groot voor mij nog een onbekende dichter was. Afgelopen week kocht ik de bundel ‘Album van licht’ uit 1979 van haar hand. Op de achterflap lees ik dat zij al in 1966 haar eerste dichtbundel uitgaf met de intrigerende titel ‘Rabboeni’. Maria de Groot (1937) is naast dichter ook theologe en ze publiceerde vanaf haar debuut al 40 dichtbundels, de laatste in 2008 met de titel ‘Psalmen van een vrouw’.
Ze studeerde Nederlands en theologie in Amsterdam. Daarna ging zij werken als docent en wetenschappelijk medewerker. Hierna ging zij aan de slag bij de VPRO voor de dagopening en werd vervolgens predikante in de Kloosterkerk in Den Haag. Ze verliet in 1975 haar ambt als predikante en richtte vervolgens met twee Protestante voorgangers en zes Katholieke pastores, de oecumenische basisgemeenschap “Ekklesia” op. Hierna ging zij aan de theologische faculteit in Utrecht werken.
Maria begon later steeds meer interesse te krijgen in het geven van cursussen over de bijbel en spiritualiteit en het schrijven van gedichten.
De bundel ‘Album van licht’ bestaat uit drie afdelingen: Album van licht waarin ze probeert met andere zintuigen dan het gezicht onder andere bloemen zichtbaar te maken, Androgyn, over de vormgeving van de literatuur die misschien ooit menselijk genmoemd zal worden (nu heel actueel met de hele genderdiscussie) en Lichtbeeld waarin ze de motieven uit haar bundel ‘Carmel’ uit 1977 voortzet (religieuze en spirituele motieven).
Ik koos voor een gedicht uit de afdeling Androgyn met de titel ‘Sonnetten’.
.
Sonnetten
.
Sonnetten dienen zich geruisloos aan
en zoeken vaste voet als vluchtelingen
die bijna in de wereldbrand vergingen
en nu een ogenblik ter ruste gaan
bij mij die hen met eerbied wil omringen.
Zij liggen naakt tegen mijn lichaam aan.
Ik heb hun wonden van het vuil ontdaan.
Ik zal hun vrijheid met mijn bloed bedingen.
Achter de krotten van mijn povere wijk
schrijven de zeeën hun verliefde brieven
aan Venus die ontvluchtte aan het slijk
en spoorloos achterbleef in de archieven
van continenten die één bom bestrijkt.
Sonnetten, dat zij zich uit schuim verhieven!
.
Met dank aan Wikipedia
(bijna) vergeten dichters
S.W. Schortinghuis
.
Een enkele keer kom ik in een kringloopwinkel of op een rommelmarkt een dichtbundel tegen waar ik, puur en alleen om de kaft, al blij van word. De bundel ‘Gedichten’ van S.W. Schortinghuis is zo’n bundel. Een ouderwets, bijna schoolschriftachtige omslag, in een soort bruin nep-leer maar gewoon van papier.
En als je dan de bundel opent begint deze met een inleiding in de vorm van een gedicht. Uit dit gedicht kun je opmaken dat de dichter Schortinghuis (1840 – 1931) vijfentachtig jaar was toen deze bundel verscheen in Winschoten in 1925.
Sijze Wilto Schortinghuis, zoals zijn volledige naam luidt, was ambtenaar, politicus, bankier, dichter en ook burgemeester van Finsterwolde (1871). Hij publiceerde in lokale kranten gelegenheidsverzen, die dus in deze bundel staan.
Omdat het zo’n charmant gedicht is hier de inleiding van de bundel.
.
INLEIDING
.
In de plaatselijke bladen
Schreef ik in den laatsten tijd
Zeer eenvoudige gedichten,
Waaraan d’ aandacht werd gewijd.
‘k Mocht dit menigwerf ervaren,
Mondeling en ook per brief;
En, — ik wil het graag bekennen,
Die waardeering was mij lief.
Toen ‘k onlangs in Februari
’t Vijf-en-tachtigst jaar besloot,
En van velerhande zijde
Warme sympathie genoot,
Maakte men, zooals reeds vaker,
Zijne wenschen openbaar
Om die verzen uit te geven
In één bundel bij elkâar.
Menig had, — zoo werd gesproken, —
Uit mijn woorden troost vergaard,
En het uitzicht op de toekomst
Werd bij ’t voortgaan opgeklaard. —
Ik, die in mijn lange leven
Menig leed te dragen had,
Voel mij dankbaar, dat ik and’ren
Troost mocht brengen op hun pad.
Allen, die dit zullen lezen,
Breng ik mijnen blijden groet!
‘k Wensch hen, op de reis door ’t leven,
Levenslust en levensmoed,
’t Staat maar vast, dat elk, die handelt
Naar zijn’ duren, heil’gen plicht,
In zijn’ blijde en droeve dagen
Wandelt in vertroostend licht.
.
De domoorworm
De muze op school
.
Met de aankoop van de bundel ‘De muze op school’ is mijn serie van muze bundels weer een stukje verder aangevuld (er zijn in totaal 16 edities van de muze serie uitgegeven). ‘De muze op school’, een bloemlezing van gedichten betrekking hebbend op de school en dus het leven werd samengesteld door W. van Beusekom en uitgegeven door de vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels collectieve propaganda van het Nederlandse boek (of zoals wij vroeger op de opleiding zeiden; de vereniging met de lange naam).
Deze bundel werd uitgegeven in het kader van de boekenweek 1961. De illustraties in de bundel zijn van Peter van Straaten, herkenbaar maar anders dan de Peter van Straaten zoals ik hem van de laatste 10, 20 jaar ken.
De poëzie in de bundel is zoals vaker bij dit soort samengestelde bundel een mix van heel bekende en vrij onbekende dichters. Zo vlak voor de uitreiking van de C. Buddingh’ prijs heb ik voor een gedicht van zijn hand gekozen met de aanstekelijke titel ‘Domoorworm’.
.
Domoorworm
.
De domoorworm vraagt zich af
Waarom God hem geen hersens gaf.
Mijn vader heeft oprecht geleefd,
En steeds het goede nagestreefd,
En ook mijn moeder deed haar best,
En heeft geflikflooid noch geflest,
Denkt hij verdrietig – O, waarom
Blijf ik dan toch zo oliedom?
Waarom de blauwbilgorgel niet,
De blobber, of de slurfparkiet?
Waarom juist ik, een arme worm?
Ben ik er dan maar voor de vorm?
Doch niemand die het antwoord weet
En hem komt troosten in zijn leed.
.
Bezwering
Kira Wuck
.
De poëziebundel ‘De zee heeft honger’ is de derde uitgave en tweede gedichtenbundel van Kira Wuck. Haar debuut ‘Finse meisjes’ uit 2012 werd zeer goed ontvangen. In dat jaar werd ze Nederlands kampioenschap poetryslam, en in 2013 kreeg ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’prijs. In de bundel ‘ De zee heeft honger’ uit 2017 komt de melancholische en verwonderde kijk op de wereld van Wuck terug. Dit in combinatie met de soms absurde situaties maken de bundel bijzonder.
In de gedichten is het alsof je in een situatie binnenvalt, je krijgt een stuk informatie en daar moet je het mee doen. Er worden weinig of geen emoties beschreven waardoor de bundel wat afstandelijk aandoet. Hoewel dit een objectieve kijk op de dingen kan suggereren is het tegendeel waar, door de keuze van de informatie die in een gedicht wordt meegegeven ontkom je er niet aan om in de denkwijze van de dichter mee te gaan en die is vaak negatief of heeft een heel veroordelende strekking. Toch blijven de gedichten van Wuck aantrekkelijk, misschien juist wel door deze aanpak. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Bezwering’.
.
Bezwering
.
Als de stewardess zegt dat we eerst onszelf
voordat we anderen
lacht een man, zijn ruwe huid barst open
in een oogwenk trekt hij een mes uit zijn laars
drukt het tegen de wang van zijn buurman
in zijn koffer:
ongelezen brieven, een pil tegen eenzaamheid
en een gebed tegen angst
het gaat zelden mis, zegt de stewardess
dus vergeet wat ik net gezegd heb.
voedende moeders dragen geen bomgordel
de bomen zwaaien van welke kant je ook komt
.
Tot tien geteld
Alja Spaan
.
Zondag dus een gedicht van de dichter van de maand Alja Spaan. Dit keer een gedicht uit haar mooie bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld’. Op 11 februari 2017 schreef ik over deze bundel: Alja neemt je mee een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen.
Dit blijkt ook weer uit het gedicht ‘Tot tien geteld’.een intiem portret van een dorp, een meisje en wat verdwaalde personages.
.
Tot tien geteld
.
Geluiden van twee kanten tunnelen mij
het dorp uit, zwetende
.
buurmannen met ontbloot bovenlijf en
kalende kruin, gympen met
.
losse veters en wijde sportbroeken. Van
bovenaf kakelend met
,
het helpend familielid, de vrouw die niet
beter weet, het plan van aanpak
.
volgend met een hopeloze bereidwilligheid,
de oude vader die onnozel nog wat
.
handen in de zij zet. Ik steek middelvingers
hoog. Lopend kom ik tot
.
de kerk. Ik post een brief. Ik lees dat er
een kat vermist is sinds vorige week.
.
Haar foto hangt in het bushokje. Met veters
los kun je zomaar verongelukken.
.
Uit mijn boekenkast
De 100 beste gedichten van 2014
.
Uit mijn boekenkast heb ik vandaag de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Ahmed Aboutaleb voor de VSB poëzieprijs 2014 genomen. Bladerend door deze bundel kwam ik een voor mij nog onbekende dichter tegen Maria de Groot.
Ze staat met 1 gedicht vermeld in de bundel en dat is getiteld ‘Adagio’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Venetiaanse gedichten’ uit 2012.
.
Adagio
.
Ik woonde op de brug van de frambozen
en mocht daar in de nacht de sterren tellen.
Ik kon hun aantal in het water lezen.
Zij hadden mij voor deze taak gekozen
omdat ik verder durfde overhellen
dan zij die als de dood de diepte vrezen.
Soms wist ik niet meer waar ik was gebleven,
begon mijn arbeid, met geduld bemeten,
opnieuw te midden van de glinsteringen.
Ik ben alleen. Ik lijd een dubbel leven.
Ik kan bij dag de vruchten niet vergeten
die in de duisternis te rijpen hingen.
.













