Categorie archief: dichter van de maand

Ik ben bang voor de honger

Gedichten die mannen aan het huilen maken

.

Uit de fijne bundel, samengesteld door Nick Muller, ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ koos Arie Boomsma voor het gedicht ‘Ik ben bang voor de honger’ van Jan Arends (1925 – 1974).

Als motivatie waarom hij juist dit gedicht koos zegt Arie: Wat mij zo treft in het gedicht ‘Ik ben bang voor de honger’is de schaamte, dat het leven zo anders is gelopen dan gehoopt. Maar wat schuilt er toch veel schoonheid in mineur. het gedicht is om te grienen zo mooi.

.

Ik ben bang voor de honger.

.

Ik ben bang

voor de honger.

.

Ik heb vrees

voor honger.

.

Ik ben mijn leven bang

voor honger geweest.

.

Ik ben jong

en sterk geweest

en ik was er zeker van

dat er bloemen zouden zijn

vrouwen

een huis.

.

Dat ik de dingen zou beheersen

.

en misschien was dat ook zo geweest.

.

Maar ik ben altijd bang

voor honger geweest

en daarom ben ik dit geworden.

.

arends

Quo Vadis?

Bijbelsch

.

In 1999 gaf Jules Deelder bij De Bezige Bij de bundel ‘Bijbelsch’ uit. Uit de NBD-Biblion recensie van Bibi Dumon Tak: “Verzen vol taalfratsen die ondubbelzinnig op de bijbel slaan. En het zou Deelder niet zijn als hij dat woord consequent laat eindigen op sch. Verder veel tering en tyfus en naaien en neuken. En natuurlijk een verwijzing naar dope als Johannes de Doper ter sprake komt. Maar op zijn best is Deelder in ‘Jezus in Oostenrijk’, waar ‘Grüss Gott’ kroeskut wordt en ‘Gutentag’ kuttentak. Op de achterzijde staat de dichter zelf in de stijl van een icoon als heilige afgebeeld, met links van hem zijn eigen initialen en rechts van hem (als apostelen) die van zijn vrouw en de naam van zijn dochter. Maar omdat je God ook te vriend moet houden, staan er tussendoor ook ootmoedige woorden en blijken van dank. Want je weet maar nooit.”

.

Uit deze bundel heb ik voor het gedicht ‘Quo Vadis?’ gekozen.

.

Quo Vadis?

Op de A20 staat
een man met baard

Ik stop en vraag
waarheen hij vaart?

Ten hemel luidt
daarop zijn antwoord

Ik ga niet verder
dan Rotterdam

O prima dan pak ik
daar de metro…

.

nacht1

coverbijbelsch

Eén pot nat

Jules Deelder

.

Gisteren de voorlopig laatste editie van de Poëziebus 2016 daarom vandaag op maandag de dichter van de maand juli,  Jules Deelder. Ik heb dit keer gekozen voor zijn gedicht ‘Eén pot nat’ uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979.

.

Eén pot nat

Het is allemaal één popt nat

.

sprak de kat

die bij de wieg van Lao-tse

te spinnen zat.

.

Hoe of wat

Dit en dat

Bol of plat

.

Het is allemaal één popt nat,

.

sprak de rat

die aan het lijk van Lao-tse

te knagen zat.

.

.

Poëziebus 7

Edith de Gilde

.

Normaal vandaag op zondag de dichter van de maand (Jules Deelder) maar omdat ik deze week (een deel van) de Poëziebusdichters in het zonnetje zet verschuift Deelder naar morgen. Dichter Edith de Gilde werkte als schrijfcoach in de jaren ’00 en was in dezelfde periode redactrice van Meander. Ze is nu bestuurslid van de Haagse Kunstkring, afdeling letteren, theater en film.

Gedichten publiceerde ze in tijdschriften, bloemlezingen, bibliofiele uitgaven en poëziekalenders. Ze heeft ook eigen bundels gepubliceerd zoals ‘Zeilschip Zondag’ uit 1998 en de tweetalige bundel Verloop / Verlauf met vertalingen in het Duits van Hans v.d. Veen uit 2011. In 2012 is in de Haagse Kunstkring haar bundel ‘Vleugels van cement’ gepresenteerd, deel 20 in de reeks Verse Voeten van De Witte Uitgeverij.

Als stadsgenoot koos ik voor een gedicht van haar hand over Den Haag.

.

Als zwijgen

Huilen in Den Haag: stel je geen tranen voor.
Het is een bed tegen een muur geschoven.
Dat afgepaste knikje in de lift.

Thuiszitten in stof van weken
en dan uitgaan in je nette pak.
Het zijn de hoofden in de rijen voor je.

Huilen in Den Haag is krap bemeten,
is naar een feestje gaan omdat het hoort.

Zeggen dat het goed gaat, dat je
weer eens op huis aan moet, we bellen!

Het krijsen uitbesteden aan een meeuw.

.

gilde_edith_de

poeziebuslogo

Dichter van de maand juli

Jules Deelder

Lees de rest van dit bericht →

De vertraging

Remco Campert

.

Een dagje later dan normaal de Dichter van de maand juni; Remco Campert. Ik heb dit keer gekozen voor een gedicht uit zijn bundel ‘Vogels vliegen toch’ uit 1951. Goed beschouwd is dit zijn debuutbundel al gaf hij in 1950 ‘Ten lessons with Timothy’ uit dat hij in Parijs aan de man probeerde te brengen.

.

De vertraging

.

naar de vertraging der vlakten

verlang ik, naar het gras der rust,

naar wolken van eenzaam varen

en de wattenwind der zuiverheid,

naar de lommerdorpen van ontspanning

en pastorieën der voltooide liefde

.

Vogels

Boerin

Dichter van de maand

.

Vandaag op de zondag (dus de Dichter van de maand) het gedicht ‘Boerin in Iviers’ van Remco Campert. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Nieuwe herinneringen’ uit 2007.  Ik vind dit een typisch Campert gedicht. Er ligt een zekere melancholie over het gedicht maar tegelijkertijd is het lekker praktisch, nuchter. En vooral de laatste zin vind ik prachtig, dat maakt het plaatje dat hij schildert af en laat een eindconclusie aan de lezer.

.

Boerin in Iviers

.

Elke dag nog praat ze
met zijn grafsteen
op het kleine kerkhof aan de overkant
uitzicht over het dal
met het dunne riviertje
glinsterend als een spinnendraad in het Noord-Franse licht

sinds hij dood is
doet ze minder aan de tuin
eens haar trots

ze kreeg er nog een prijs voor
de senator kwam er voor over
helemaal uit Parijs
waar hij een appartement had
en een vriendin
het was vlak voor de verkiezingen
die hij won

de koeien zijn verkocht
de tractor staat te roesten in het hoge gras
het erf is netjes aan kant
en er is nog hout voor één winter

.

iviers

Nieuwe

Tegen opname

Remco Campert

.

Het is  juni, dus op zondag een gedicht van Remco Campert. In de vuistdikke bloemlezing ‘Nederlandse poëzië van de 19e t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ is een gedicht opgenomen van Remco Campert met de veelzeggende titel ‘Tegen opname in de zoveelste bloemlezing’.

Ik denk dat de titel al genoeg reden was voor Gerrit Komrij om dit gedicht in deze bloemlezing op te nemen. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Dichter’ uit 1995.

.

Tegen opname in de zoveelste bloemlezing

.

Poëzie is een daad

van ontkenning. Ik ontken

dat ik leef, dat ik niet alleen leef.

.

Poëzie is een verleden, denken

aan vorige week, aan hetzelfde land,

aan jou als we gescheiden zijn.

.

Poëzie breekt mijn adem, verlamt

mijn voeten, zeer afdoende,

op de aarde die dat koud laat.

.

Voltaire had pokken, maar

genas zichzelf door o.a. te drinken

120 liter limonade: dat is een feit.

.

Of neem de branding. Stukgeslagen

op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,

maar herneemt zich en is daarin branding.

.

Elk woord dat wordt geschreven

is een bijdraag tot de ouderdom.

Ten slotte wint de dood, en hoe:

.

de dood dat is het lachen in de zaal

nadat het laatste woord geklonken heeft.

De dood is hilariteit.

.

Dichter

Dichter van de maand juni

Remco Campert

.

Na Gerrit Komrij is Remco Campert de tweede dichter van de maand. Remco Campert was één van de eerste dichters die mijn liefde voor poëzie heeft aangewakkerd en waar ik een bundel van kocht. Het was meteen ook een lijvig werk met meer dan 450 van zijn gedichten. De bundel ‘Alle bundels gedichten, 1951 – 1970’ werd in 1976 uitgegeven door de Bezige Bij. Mijn exemplaar is een derde druk uit 1983.

Dit verzameld werk bevat de eerste 10 poëziebundels van Remco Campert. Ik heb voor deze eerste zondag in juni gekozen voor het gedicht ‘Nacht’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Bij hoog en bij laag’ dat oorspronkelijk uit kwam in 1959.

.

Nacht

.

Wereld van aarde,

alle lichten uit.

.

Slapend lichaam van grond,

geurend lieve mandarijn,

.

hangend aan je gedroomde takje

in de nachtgaard.

.

Regen in juli,

liefde in woorden.

.

Je lichaam slaapt

als de schim van jonge bomen.

.

IMG_3687

Zonder mysterie

Gerrit Komrij

.

Vandaag is het de laatste zondag van mei, dat betekent dat ik voor de laatste keer een gedicht van Gerrit Komrij als dichter van de maand plaats. De komende maand heb ik voor Remco Campert gekozen als dichter van de maand.

Dit keer het gedicht ‘Zonder mysterie’ uit zijn bundel ‘De Phoenix spreekt’ uit 1982.

.

Zonder mysterie

.

Plotseling viel het hele huis vol gaten.

In elke hoek ontlook een ruiker buizen

En uit de meest bizarre apparaten

Ronkte en snorde het. Je hoorde suizen,

Ratelen, zagen, boren, bovenmate.

Een wolk van stof steeg op. De katten holden

Radeloos van de kelder naar de zolder.

Opeens – kwam er een einde aan hun kolder.

Stil, muisstil werd het. Uit het gruis rees, fier,

Omhoog wat niets had van een fabeldier.

.

Phoenix

phoenix_01