Categorie archief: Favoriete dichters

Alles voor niets

Jules Deelder

.

Om de zoveel tijd moet ik wat van Jules Deelder (1944-2019) plaatsen. Mijn vroegste herinneringen aan hem gaan terug naar begin jaren ’80, toen hij in een tent op het Voorhoutfestival (het Voorhuidfestival volgens Deelder) in Den Haag optrad en daar een overdonderende indruk op mij maakte. De snelheid van spreken, alles uit het blote hoofd en zijn performance maakte dat ik vrijwel alles wat hij uitbracht heb aangeschaft. De laatste keer dat ik hem zag was een jaar voor zijn overlijden in Naaldwijk, toen hij ‘Portret van Olivia de Havilland’, het epische 891 regels tellende gedicht waarin Deelder terugblikt op de jaren vijftig, zonder onderbreking uit het hoofd voordroeg.

Vandaag het gedicht ‘Alfabetisch’ dat op het eerste oog eenvoudig lijkt maar waar meer in zit dan je denkt, uit de bundel ‘Dag & Nacht’ uit 2020, samengesteld en ingeleid door de burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb.

.

Alfabetisch

.

Alfabetisch gezien

staat alles voor niets

Adam voor Eva

en auto voor fiets

.

Hel komt voor hemel

Duivel voor god

Haat staat voor liefde

Sleutel voor slot

.

Dood komt voor leven

Donker voor licht

Zes staat voor zeven

Maan staat voor zon

.

Dicht staat voor open

Ledig voor vol

Beneden voor boven

en tegen voor voor

.

Ruimte

Roos Rebergen

.

Tijd voor alweer een liefdesgedicht. Zolang er aan de ene kant zoveel haat en geweld is in de oorlog en aan de andere kant zoveel liefde en medemenselijkheid als het gaat om het opvangen van vluchtelingen zal ik regelmatig liefdesgedichten plaatsen. Al is het maar om te laten zien en ervaren dat de liefde uiteindelijk altijd overwint. Vandaag een gedicht dat ik las in de bundel ‘Liefde’ uit eind 2021, samengesteld door dichter Tjitske Jansen, het gedicht ‘Ruimte’ van Roos Rebergen (1988) tekstschrijver en zangeres van de band Roosbeef.

Als twaalfjarige stond Roos Rebergen op de planken van de Koeioneur, het jaarlijkse muziekfestival dat haar vader organiseerde op het erf van zijn boerderij in Duiven. En sindsdien is Roos blijven zingen, aanvankelijk in het Engels, maar na het oprichten van haar band Roosbeef in het Nederlands. De taal waarin zij haar bijzondere, vaak bizarre en altijd boeiende gedachten het beste kwijt kan. Dat ze haar gedachten niet alleen kwijt kan in liedjes blijkt uit het feit dat ze in 2016 debuteerde met de dichtbundel ‘Ik ben al 11 jaar geen 16 meer’.  Het gedicht ‘Ruimte’ komt oorspronkelijk uit deze bundel.

.

Ruimte

.

we hebben tijd

stotter maar zoveel je wilt

ik wacht wel

we hebben tijd

jij bent van de ruimte

ik van de afgrond

ik vraag niet door

jij vraagt niet verder

want we weten

we hebben tijd

ik wil met je zien

ik wil met je horen

de sterren moeten niet zo ongeduldig zijn

en het koor van de orka’s kan beter nog wat repeteren

al je kennis maakt je mooi

mijn stomheid doet hetzelfde

jij houdt van het niets

en ik houd van het alles

.

GVDKU

Freda Kamphuis

.

Ik ben een fan van experimentele poëzie, om de zoektocht naar de grenzen, de vorm, de inhoud, het anders kijken naar gedichten en poëzie. En hoewel ik experimentele dichters niet direct tot mijn ‘favoriete’ dichters zal bestempelen (ik hou van alle dichters, van alle vormen en stemmen in de poëzie maar ik heb wel degelijk favorieten) heb ik er altijd een gezonde nieuwsgierigheid naar.

Een paar jaar geleden kwam ik in de Slegte in Antwerpen de bundel ‘Titel’ uit 2014 van Freda Kamphuis tegen, toen werd mijn interesse meteen al gewekt maar uiteindelijk kocht ik de bundel, uitgegeven door uitgeverij Voetnoot, niet. Achteraf had ik daar wel spijt van. Gelukkig kwam ik haar bundel ‘GVDKU’ uit 2012 tegen in een tweedehandsboekenwinkel en kocht hem meteen.

De bundel van Kamphuis (1965) bestaat uit vormgedichten, kunstzinnig vormgegeven gedichten, Haiku’s en vrije gedichten. De haiku’s zijn grappig en spitsvondig:

.

Zinnebeeld

.

Het punt van de

dood is dat het

stopt na de zin.

.

Uit de bundel blijkt dat Freda de kunstacademie heeft gedaan, de combinatie van afbeeldingen en tekst is vaak kunstig en bijzonder. Een bundel vol verrassingen. Maar dus ook gedichten die het genieten waard zijn zoals het gedicht ‘Parallel’.

.

Parallel

.

Een rollator schuift traag

onmodieus voorbij, de man

die moeizaam gaat daarachter

kijkt vermoeid, totaal niet blij

zet beide voeten stap voor stap

achter zijn wankel ogend rek.

.

In tegenstelling tot het meisje

met de paarse zonnebril vlakbij

dat zo te zien vooral nog haastig,

dorstig leven wil, met één sprong

op haar fiets verdwijnt en daardoor

net niet ziet hoe hij verschijnt.

.

Erotica!

Antoinette Sisto

.

In een kringloopwinkel kocht ik ‘Erotica!’ deel III, 110 erotische gedichten voor bijna niets (dat laatste klopt want ik betaalde slechts een euro). Tot mijn grote genoegen staan een groot aantal, mij bekende, dichters in deze bundel waaronder Alja Spaan, Hans F. Marijnissen en Antoinette Sisto. Erotica! deel III is een uitgave van stichting Spleen, een Nederlandse culturele instelling die zich toelegt op het organiseren van poëziemiddagen en literaire salons, alsmede op het uitgeven van bloemlezingen.

Door deze bundel werd ik weer herinnerd aan Antoinette Sisto (1963-2017), de veel te jong overleden dichter wier werk ik op dit blog gerecenseerd heb en met wie ik goede contacten onderhield. Dat ze ook erotische verzen schreef wist ik wel maar juist door deze bundel kwam dit weer boven en is dit een goede reden weer eens een gedicht van haar te plaatsen. Het gedicht ‘De smaak van regen’ staat ook in haar bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ uit 2017.

.

De smaak van regen

.

Toen regen luid, in roffels viel

lag het donker binnenshuis

op ons te wachten.

.

Ik verbeeldde mij een open haardvuur

jij die mijn tranen droogde

met de hartstocht van je handen

.

je las mijn lichaam zoals het was

huid en haar, zo samen

op een bodem van mos en schaduw.

.

Jouw vingers verkenden mijn naaktheid

een moedervlek, een heupwelving

de siddering onder mijn gloeiende huid.

.

Oh geur van natgeregend gras

kwam in mij op, weldadige tuin

.

van lakens, vlinders  en donkere aarde

langdurig vielen onze lijven

.

zonder wijsheid

die andere hemel in.

.

 

Kapot

Met een vleugje zachte handen

.

Shabnam Baqhiri (1996) studeert aan de opleiding Writing for Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Haar gedichten verschenen eerder in o.a. Meander Magazine en digititaal cultureel magazine De Optimist. Naast gedichten schrijft ze ook korte verhalen en toneelstukken. Begin van dit jaar verscheen haar poëziedebuut bij uitgeverij Oevers getiteld ‘Kapot met een vleugje zachte handen’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Woestijn’ met een ietwat vreemde interpunctie.  Lees meer gedichten van haar op de site van Meander.

.

Woestijn

.

Hopelijk ben je niet gevallen

voor mij staat jouw lievelingservaring.

Samen van de woestijngrond springen

in zandkoekjes

eten doodt je niet.

Je stikt alleen

liggen kan mij redden.

Vallen in zandkorrels

van jouw liefde.

.

Harry Zevenbergen

Overleden

.

Op 8 maart jongstleden is de uit Randwijk afkomstige Haagse dichter Harry Zevenbergen (1964-2022) overleden. Ik kende Harry niet heel goed maar heb een aantal keren met hem te maken gehad en podia gedeeld. Tussen 2007 en 2009 was Harry Zevenbergen stadsdichter van Den Haag, de eerste en de enige stadsdichter die Den Haag gekend heeft. Ik denk dat we elkaar voor het eerst ontmoeten in 2011 bij Poëzie op pootjes, een project waarin dichters het Haagse gevoel beschrijven in gedichten.

Een van de projecten die Harry organiseerde was Dichter op locatie. Twee keer Vijf Haagse dichters (in deel 1 en deel 2) kregen  van hem de opdracht om een week te verblijven op een locatie naar eigen keuze in Den Haag. Twee van de dichters die aan dit project meededen ( Jeroen de Vos en David Muiderman) leerde ik kennen toen ik debuteerde met ‘Zichtbaar alleen’ bij uitgeverij de Brouwerij.

In 2012 was ik te gast bij  ‘Hot Talk’ op radio Den Haag FM, waarin we spraken over onderwerpen als: Hoe kun je de aandacht stimuleren voor poëzie?, wat doen bibliotheken met poëzie? Wordt poëzie veel uitgeleend?  Later dat jaar was ik te gast bij ‘Het Woordenrijk’ ook bij Den Haag FM waar ik in gesprek ging met Harry en Dian van Faassen over poëzie.

In 2018 stonden we nog samen op een podium als Haagse dichters (met Alexander Franken en Debbie van den Bergh) bij ‘Schrijvers tussen de kassen’ Toen kwam al voorzichtig aan het licht dat Harry ziek was. Harry leed aan de ziekte van Alzheimer waaraan hij dus vorige week is overleden. Met hem verliest de poëzie maar vooral Den Haag een bevlogen en mooi mens. Dichter Anne-Tjerk Mante schreef op Facebook een prachtig in memoriam waarnaar ik hier graag verwijs.

In de bundel ‘Poëzie op pootjes’ uit 2005 staat het gedicht ‘Levenslooplijnen’ van Harry en dat gedicht wil ik graag hier delen.

.

Levenslooplijnen

.

Een man in het park voetbalt met zijn zoontje.

Verder is het park leeg.

Vader: veertiger, kalend, buikje, geen talent.

Zoontje: een jaar of vijf, een supertalent?

.

Een man in het park traint zijn zoontje.

Verder is het park leeg.

Vader legt de oefening uit, moedigt zoontje aan.

Zoontje gaat enthousiast aan de slag.

.

Een uur lang zit ik daar.

De ene oefening volgt de andere.

De vader is geen begenadigd trainer.

De zoon daar valt nog niets van te zeggen.

,

De man in het park gelooft in zijn zoontje.

Gelooft dat hij morgen de nieuwe Bergkamp,

ergens bij een profclub kan onder brengen.

Hij droomt van een mooi plekje op de tribune.

.

Het ADO-stadion kijkt mee over zijn schouder,

maar de ambities reiken verder, reiken tot in

Rotterdam, Rome, Londen, Barcelona.

.

Na twee uur begint het donker te worden.

De man geeft zijn zoontje een aai over de bol.

Thuis staat een schoolbord te wachten.

.

Samen met Diann van Faassen bij het Woordenrijk

Vroeger

Dubbel-gedicht

.

Vandaag een dubbel-gedicht over vroeger, toen alles nog goed was (schijnt). Grappig genoeg zijn de twee gedichten die ik vond en over vroeger gaan beide met een stevige knipoog. Het eerste gedicht ‘Vroeger’ is van Wim de Vries (1923 – 1994) en komt uit de bundel  ‘Van 8 tot 5’ uit 1975. Wim de Vries was arbeider, dichter en prozaïst. Daarnaast was hij redacteur van het tijdschrift WAR (Werkgroep voor Arbeidsliteratuur Rotterdam) en medewerker aan Remco Camperts tijdschrift Gedicht.

Het tweede gedicht ‘Vroeger kon het zo hard sneeuwen’ is van Willem Wilmink (1936-2003) en komt uit ‘Verzamelde liedjes en gedichten’, uit 1986. Willem Wilmink was een zeer bekend en gewaardeerd dichter, zanger en schrijver.

.

Vroeger

.

Als mijn vader het boodschappenlijstje

voor Simon de Wit invulde,

schreef hij achter elk artikel

(goed en goedkoop).

Hij is nu oud maar beschikt nog

altijd over een grenzeloze fantasie.

.

Willem Wilmink, uit Verzamelde liedjes en gedichten, uit 1986

.

Vroeger kon het zo hard sneeuwen

.

Vroeger kon het zo hard sneeuwen,

zo’n dik pak.

Dus je kon alleen je huis uit

langs het dak.

En je zag wel aan de torens

waar je was,

en dan kwam je door de schoorsteen

in je klas.

.

En dan maakte ik een sneeuwpop,

groot en wit.

En zijn tanden waren vaders

kunstgebit.

Sneeuwpop kon een liedje zingen,

lief en zacht.

Maar toen is hij weggelopen,

in de nacht.

.

Van een hele grote sneeuwhoop,

stap voor stap,

maakte ik een hele hoge,

lange trap.

Ben ik naar de maan geklommen,

tree na tree.

Kijk: een hele tas vol sterren

bracht ik mee.

.

De eikel spreekt

Theo Sontrop

.

In 1995 werd bij uitgeverij VITA de bloemlezing ‘O wie was mijn vader wie was ik’ gepubliceerd samengesteld door Lucie Th. Vermij. De bundel is een bloemlezing van gedichten van hedendaagse Nederlandse dichters over hun vader. Let wel; hedendaags in 1995. In deze bundel staan veel bekende namen en een aantal , voor mij, minder bekende namen. Zoals bijvoorbeeld die van Th. Sontrop.

Theodorus Alexander Leonardus Maria (Theo) Sontrop (1931 – 2017) was een dichter, letterkundige en uitgever bij De Arbeiderspers. Hoewel hij in Utrecht studeerde was hij redacteur van het aan de Universiteit van Amsterdam gelieerde studentenweekblad Propria Cures. Hij werkte samen met redacteuren als Piet Borst, Hugo Brandt Corstius, Joop Goudsblom, Renate Rubinstein en Aad Nuis.

In 1962 debuteerde Sontrop als dichter met de bundel ‘Langzaam kromgroeien’ en uit die bundel komt het gedicht ‘De eikel spreekt’.

.

De eikel spreekt

.

Waar mijn ontbladerde vader

zijn harige takken laat ruisen,

en de bast van mijn moeder

met welgevallen beziet,

wordt de mier op de grond

door mijn val invalide.

Wellicht word ik woudreus,

en schud met de vuist naar

mijn vader die kromgroeit.

.

Playboy

Mustafa Kör

.

Mustafa Kör (1976) is schrijver en dichter. Hij werd geboren in Konya (Turkije) en groeide op in Opgrimbië (Vlaams Limburg) in een mijnwerkersfamilie. In 1998 liep hij een rugbreuk op als gevolg van een auto-ongeval, waardoor hij in een rolstoel terecht kwam. Hij debuteerde in 2007 met de geprezen roman ‘De lammeren’.

Zijn Poëziedebuut ‘Ben jij liefde’ dat verscheen in 2016 kreeg lovende recensies en werd genomineerd voor de Poëziedebuutprijs Aan Zee 2017. Sinds 2018 maakt Mustafa Kör deel uit van Versopolis, een Europees poëzieplatform dat werd opgericht in 2014 en nieuwe kansen creëert voor opkomende Europese dichters. Het wordt ondersteund door het Creative Europe-programma van de Europese Commissie.

In 2008 was Kör een jaar lang stadsdichter van Genk. In 2022 volgt hij Carl Norac op als Dichter des Vaderlands  van België voor een periode van twee jaar. Gedurende die periode zal zijn poëzie de hoofdrol spelen in diverse maatschappelijke projecten.

Van zijn hand het gedicht ‘Playboy’.

.

Playboy

.

ik zie de jongen

spelenderwijs

kneedt hij arme materie

tot stille poëzie

.

zijn fantastische vlieg- en voertuigen

kevers in kinderkommen van zijn studio

maar zonnekind panama

brave jongen renko

.

wat zie ik nu

.

een volroze buste

van piepschuim en vilt

tot pin-up

gesculpteerde jeugd en verlangen

haast gecreëerd voor moeder aan tafel riep

.

dik tegen uw goesting

werd je gesommeerd

moest je heel even landen

.

ik zag ook in dit naakt

met het puntje van zijn tong eruit

een jongen die nooit groot wilde worden

.

Verloofden

Pierre Kemp

.

Ik merk dat ik de laatste tijd regelmatig gedichten plaats die de liefde als onderwerp hebben. Wellicht als tegengeluid tegen de agressors, de dictators, de oorlogshitsers, de machtswellustelingen en de haviken. Vandaag opnieuw een liefdesgedicht en nu van de Limburgse dichter en schilder Pierre Kemp (1886 – 1967). Van Loes kreeg ik het alleraardigste bundeltje ‘Die Oude Regenboog met al zijn rood’ (let niet op het hoofdlettergebruik, zo staat het in en op de bundel) een bloemlezing uit het werk van Kemp uit 1986, samengesteld en ingeleid door Rob Molin.

In zijn inleiding schrijft Molin: “Enerzijds bemint Kemp het prille en tedere in de vrouw en anderzijds wijst hij het verslindende en berekende in haar sterk af. In het hele werk is er in de houding tegenover de vrouw sprake van aantrekken en afstoten”.

In het gedicht ‘Verloofden’ dat in de bundel ‘Garden 36,22,36 inches’ verscheen komt met name het beminnen van het prille en tedere aan bod. De nummers in de titel van de bundel verwijzen overigens naar de maten van de borst, taille en heupen van de beroemde balletdanseressen Blue Bell Girls.

.

Verloofden

.

Als hij mij een hand geeft,

kleedt hij mijn vingers uit.

Toch verlang ik zo naar dit

contact met mijn huid.

Als hij met een vinger de split

van mijn vingers beroert, word ik rood

en voel ik mijn schoot.

Wij glimlachen, het doet ons goed.

Is het wel, als het moet?

Maar ik geef toe

en doe, en doe, en doe.

.