Categorie archief: Favoriete dichters
Mont Ventoux
Jan Kal
.
De Mont Ventoux is vooral bekend onder wielerliefhebbers (als Col van de buitencategorie) en onder de lezers van het gelijknamige boek van Bert Wagendorp (dat inmiddels ook verfilmd is). Minder bekend is het gedicht met deze titel van Jan Kal.
Jan Pieter Kal (1946) is vooral bekend van zijn vele sonnetten. Hij groeide op in Haarlem, maar verhuisde naar Amsterdam voor een studie medicijnen. Aan studeren kwam hij niet toe door een alles overheersende liefde, maar die bracht hem wel tot het schrijven van sonnetten. Jan Kal kan van weinig poëzie maken. Hij heeft een eigen spontane, weemoedige toon, waarin ook zijn humor een plaats heeft.
Kal debuteerde in 1974 met de bundel ‘Fietsen op de Mont Ventoux’ waaruit ook dit gedicht is genomen. Hij heeft inmiddels 16 bundels het licht laten zien met ‘Een dichter in mijn voorgeslacht’ uit 2015 als laatste.
.
Mont Ventoux
.
Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
Onder zo tragische omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.
.
Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.
.
Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer ge begint.
.
Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van de wind.
.
foto: Annet Hogenesh
Het onvermijdelijke
Death wants more death
.
Vrijdag jongstleden ontvingen we bericht dat Derrel Niemeijer, dichter, bijzonder mens en powezievriend ernstig ziek is. Hij heeft slokdarmkanker met kwaadaardige uitzaaiingen naar lever en maag. Jullie mogen me geloven dat, toen ik het las, ik blij was dat ik alleen was want ik heb de hele kamer stijf gevloekt. De dood is onvermijdelijk maar tegelijkertijd zo oneerlijk, vilein en onverwacht en natuurlijk weet ik dat Derrel er nog is, maar ik heb in (te) korte tijd al twee mensen die ik liefhad verloren aan kanker en daar word je wel realistisch van.
Ik vind dat Derrel in deze moeilijke tijd aan alle kanten moet voelen en merken dat er mensen zijn die hem in hun hart hebben gesloten. Ook ik heb dat gedaan. Ik weet nog de eerste keer dat ik hem tegenkwam, ik vond het maar een raar mannetje maar wel een die iets bijzonders bracht, iets dat je niet veel ziet, iets volledig authentieks. In de loop van de tijd ben ik Derrel zeer gaan waarderen, zijn bijzondere poëzie, zijn liefde voor het woord en zijn vriendelijke speelsheid.
Om hem een hart onder de riem te steken moet je met poëzie komen. Poëzie die hij kan waarderen en waarvan hij de boodschap kan vatten. Ik denk (en hoop) dat dit gedicht van Charles Bukowski een glimlach bij hem zal kunnen ontlokken. De dood is onvermijdelijk, voor ieder van ons, maar laten we toch vooral proberen die zelfde dood te tergen, te irriteren, uit te dagen en wie weet tijdelijk te overwinnen.
.
Death Wants More Death
death wants more death, and its webs are full:
I remember my father’s garage, how child-like
I would brush the corpses of flies
from the windows they thought were escape-
their sticky, ugly, vibrant bodies
shouting like dumb crazy dogs against the glass
only to spin and flit
in that second larger than hell or heaven
onto the edge of the ledge,
and then the spider from his dank hole
nervous and exposed
the puff of body swelling
hanging there
not really quite knowing,
and then knowing-
something sending it down its string,
the wet web,
toward the weak shield of buzzing,
the pulsing;
a last desperate moving hair-leg
there against the glass
there alive in the sun,
spun in white;
and almost like love:
the closing over,
the first hushed spider-sucking:
filling its sack
upon this thing that lived;
crouching there upon its back
drawing its certain blood
as the world goes by outside
and my temples scream
and I hurl the broom against them:
the spider dull with spider-anger
still thinking of its prey
and waving an amazed broken leg;
the fly very still,
a dirty speck stranded to straw;
I shake the killer loose
and he walks lame and peeved
towards some dark corner
but I intercept his dawdling
his crawling like some broken hero,
and the straws smash his legs
now waving
above his head
and looking
looking for the enemy
and somewhat valiant,
dying without apparent pain
simply crawling backward
piece by piece
leaving nothing there
until at last the red gut sack
splashes
its secrets,
and I run child-like
with God’s anger a step behind,
back to simple sunlight,
wondering
as the world goes by
with curled smile
if anyone else
saw or sensed my crime
.
Hij had eens gelezen
Look J. Boden
.
In 2007 debuteerde Look J. Boden (1974) met de bundel ‘De waan van de nacht’. Volgens de achterflap zijn de gedichten uit deze bundel bondig, helder en nuchter. Geen mistige taalmuziek maar poëzie uit de echte wereld en daardoor even geschikt voor de leek als voor de liefhebber.
Boden studeerde rechten in Rotterdam en werd uiteindelijk journalist. Hij schreef voor het Rotterdams Dagblad, FEM Business en Schrijven Magazine. Naast dichter is hij zelfstandig communicatieadviseur. In deze bundel staan 33 gedichten die stuk voor stukvoldoen aan de beschrijving op de achterflap. Ik koos voor het gedicht ‘Hij had eens gelezen’.
.
Hij had eens gelezen
.
Hij had eens gelezen
dat iedereen
min of meer
hetzelfde was
.
Niet dat hem dat
tevreden stelde
of gerust
.
Het enige pluspunt
was dat hij niet
niet meer de deur
uit hoefde om
dit te staven
.
U kunt uw leven
nog eens rustig
nalezen op
Teletekst of
www. –
maar verder kwam
hij niet
.
An
Herman de Coninck
.
In april 2016 ben ik gestopt met het, elke zondag, plaatsen van gedichten van één van mijn favoriete dichters aller tijden Herman de Coninck. Maar telkens als ik voor mijn boekenkast sta met dichtbundels trekken zijn bundels mijn aandacht. Dan neem ik ze één voor één ter hand, blader en lees er wat in en zet ze terug. En soms, zoals vandaag, denk ik; ik ga er gewoon weer een plaatsen.
Op de onvolprezen website http://www.dbnl.org/ staat te lezen over de bundel ‘Schoolslag’ uit 1994:
“De Coninck is een dichter die zichzelf van nature tegenspreekt, in de rede valt, corrigeert. Hij moet wel iemand zijn die waarheden in het algemeen en ook zijn eigen waarheden wantrouwt. Dat heeft zo zijn consequenties voor zijn poëzie. Van grote onderwerpen ziet hij de ontnuchterende details, triviale kleinigheden brengen hem tot visioenen. Die wisselwerking levert karakteristieke gedichten op.”
In het gedicht over An ‘1971’ (dat gaat over zijn bij een ongeluk overleden vrouw An en hun zoon Tom) is de Coninck heel persoonlijk en zelfs wat afstandelijk in één gedicht. Hij ondergaat en hij observeert. Mede daarom bleef mijn oog hangen op dit gedicht.
.
1971
Verliezen lukte beter: daar heb ik ternauwernood
één dichtbundel over gedaan. Ik won
de Prijs van de Vlaamse Provinciën met jouw dood.
Ik herinner me vooral dat ik mijn bril niet vinden kon.
Die lag naast de auto op de grond. Eerst vond
ik hem, het was een nieuwe, dan jou.
Dank zij die bril kan ik je nog steeds zien.
Na een eeuwigheid, misschien.
een minuut of twee, wees een vrouw naar het gras:
kijk, een kindje. Oja, dat hadden we ook. Snel mond
op mond. Tom gillen als vermoord. Dat leek me gezond.
Pas toen besefte ik hoe stil het voordien was.
Ik dacht: zal ik eens proberen te huilen?
Het lukte. Dat kwam de volgende dagen goed van pas.
.
Hoed u!
Martin Wijtgaard bij Ongehoord!
.
Afgelopen zondag was Martin Wijtgaard één van de dichters op het podium van Ongehoord! Op 11 juli schreef ik al eens over Martin in het kader van de Poëziebus toer. Op het podium van Ongehoord! droeg hij onder andere op onnavolgbare wijze het gedicht ‘Onschadelijke mensen’ voor. En laat dit zelfde gedicht nu staan in zijn laatste bundel ‘Drie kogels en een rattenstaart’ die via zijn website http://martinwijtgaard.blogspot.nl/ of via een bericht op Facebook aan hem te koop is voor € 5,- (exclusief portokosten).
Martin vertelde mij dat zijn voordrachten tijdens de Poëziebus toer aangescherpt en verbeterd waren en dat was goed te merken op het Ongehoord! podium. Gelukkig is het gedicht ook zeer goed lees- en genietbaar als tekst, daarom hier ‘Onschadelijke mensen’.
.
Onschadelijke mensen
‘Don’t struggle like that, I will only love you more’.
Robert Smith
Wees op je hoede voor onschadelijke mensen
die met muizetanden kaakjes knagen
in wolken van geblauwseld haar
en vijftig tinten Vroom & Dreesmannbruin.
.
Hun open voordeur is een val
die toeklapt op een aardig woord:
ga binnen en ze klampen zich
hardnekkig als een virus vast
.
met kiekjes van hun bloedverwanten,
klachten over ziekenhuizen,
Oisterwijkse meubelstukken,
biedermeier theeserviezen,
postzegelverzamelingen,
kunstig afgedwongen decoraties
.
en dringende adviezen voor de tuin.
.
Verzet je niet: bescheidenheid
maakt het roofdier in ze wakker.
Aanvaard de aangeboden thee,
bereken je ontsnappingskansen:
vroeg of laat moet iemand bellen
met groetjes of een doodsbericht.
.
Gebaar naar staartklok of horloge,
trek – je spijtigste gezicht;
– een sprintje naar de buitendeur
en – deze hard achter je dicht.
.
Wees op je hoede voor onschadelijke mensen,
ze hebben het beste met ons voor
het beste met ons voor
het beste.
.
Jan Arends
Spiegel van de Nederlandse poëzie
.
Sinds kort ben ik in het bezit van de ‘Spiegel van de Nederlandse poëzie’ in twee delen. Deel 1 behandelt de poëzie van 1100 tot en met 1900 en deel 2 de Nederlandse poëzie van de twintigste eeuw. Nu moet je de 20ste eeuw niet te nauw nemen want mijn uitgaven zijn van 1979. Nog een vijfde van de eeuw te gaan die niet meegenomen is, maar dit terzijde.
In deze bundel vele bekende dichters en een groot aantal minder bekende dichters. Wie kent bijvoorbeeld J. Decroos en P.N. van Eyck nog of Garmt Stuiveling. Toch lees ik bij deze minder bekende dichters vaak heel bijzondere poëzie.
Toch viel al lezend en bladerend een gedicht van Jan Arends mij op. Jan Arends is bekender als dichter en ik schreef al eerder over zijn werk en leven (3 juni 2016). Dit gedicht wilde ik toch graag met jullie delen omdat het aan de ene kant de poëzie beschrijft zoals ik ze ook soms zie en aan de andere kant de donkere kant van Jan Arends (hij pleegde zelfmoord op 49 jarige leeftijd). Uit: Nagelaten gedichten uit 1975.
.
Het is
een gedicht.
.
Het is maar
een afvalprodukt
van wat ik weet.
.
Ik
weet het.
.
Het is
het onvertaalbare weten
dat mij kwaad laat doen.
.
Het is
geen woord
maar
het is liefde
en haat.
.
Het woord
dat ik niet zeggen kan
dat mij
verbitterd maakt
en oud.
.
Weemoedts felicitatiedienst
Lévi Weemoedt
.
De in Vlaardingen geboren dichter Lévi Weemoedt (1948) is vooral bekend van zijn tragi-komische korte verhalen en gedichten. Jarenlang was Weemoedt leraar maar toen hij daar genoeg van had richtte hij zich volledig op het bestaan van schrijver. Weemoedt was medewerker van het Algemeen Dagblad, publiceerde in het, in Vlaardingen opgezette, literair tijdschrift ‘Renaissance’ en was van 1976 tot 1979 redacteur van literair-satirisch studentenblad Propria Cures. Later, in de jaren ’80 schreef hij in “Mare,” het weekblad van de Rijksuniversiteit Leiden.
Van de hand van Weemoedt verschenen ca. 350 gedichten. Uit de bundel ‘Geen bloemen’ uit 1978 het gedicht ‘Weemoedts felicitatiedienst’.
.
Weemoedts felicitatiedienst
.
O! als je trouwt, vergeet mij niet te vragen,
en sta mij toe om tussen oom en tant’
een stukje uit mijn dagboek voor te dragen:
wat heb ik snel de lachers op mijn hand!
.
Bijvoorbeeld, 18 maart: ‘met L. geslapen!
Ze houdt van mij!! Gaat morgen weg bij Freek’.
En, 20 maart: ‘een brief van L. op tafel:
ze trouwt met F.!!.. Bruiloft over een week’
.
De mensen brullen! ‘Dagboek van een Gek!’.
gilt tante Jo, ‘hoe krijgt-ie het verzonnen!
Je zal toch maar getrouwd zijn met die L.!’
.
Dan explodeert een stilte in ’t vertrek:
een kille tocht vaart door de trouwjaponnen.
De tafelkleedjes krijgen kippevel.
.
1949
Laatste keer Dichter van de maand september
.
Op 25 september (vandaag) is het de laatste keer dat Jean Pierre Rawie dichter van de maand september is. Volgende week ( 2 oktober) een nieuwe dichter van de maand.
Dit keer heb ik gekozen voor een gedicht uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1987 namelijk het gedicht ‘1949’.
.
1949
.
Wij die elkaar tot bloedens toe
op alle zwakke plekken kwetsten,
wij beiden zijn ten langen leste
de onbesliste vete moe.
.
Het laatste licht faalt in het westen,
mijn lieve vijandin, zie hoe
ik mij van mijn wapentuig ontdoe;
dit is uiteindelijk het beste.
.
Het heeft alleen zo lang geduurd:
de bitterheid waarmee wij streden
heeft voor ons alletwee voorgoed
.
zowel de toekomst als het heden
volledig in de war gestuurd. –
Zeg nu maar hoe het verder moet.
.
De Elfenkoning
Johann Wolfgang von Goethe
.
Altijd als ik iets lees over of van Johann Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) moet ik denken aan Boudewijn Büch en zijn dweperige liefde voor deze beroemde Duitse schrijver, dichter, wetenschapper, filosoof, staatsman, natuuronderzoeker en toneelschrijver (dat kon in die tijd nog, zoveel verschillende carrières hebben). Ik denk dat je Büch bewust moet hebben meegemaakt om dit te herkennen.
Dat had ik ook weer toen ik in de hele fijne bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ las welk gedicht Inez Weski had gekozen als gedicht dat haar tot tranen roerde als kind. het betreft hier het gedicht ‘De Elfenkoning’ van Goethe (in een vertaling van Erik Derycke). Of ‘Erlkönig’ zoals de Duitse titel luidt uit 1782.
Ze zegt hierover: “Het gaat over een vader, die te paard met zijn ijlende kind door de nacht rijdt in de ijdele hoop op hulp. Je voelt vooral die wanhoop van de vader, die zijn kind geruststelt, en de onafwendbaarheid van het noodlot.”
.
De Elfenkoning
Wie rijdt er zo laat door nacht en wind?
Het is een vader met zijn kind.
Hij houdt de jongen vast in zijn arm,
Omklemt hem stevig en houdt hem warm.-
Waarvoor toch ben je zo bang, mijn zoon?-
Voor de elfenkoning, met mantel en kroon;
Zie jij dan, vader, de elfenkoning niet?-
Mijn zoon, dat is een nevelsliert.-
‘Mijn liefste kind, kom mee met mij!
Zo’n leuk spelletjes spelen wij:
Vol bonte bloemen staat ons strand;
Mijn moeder kleedt ons met goud en kant.’-
Ach vader, ach vader, heb je niet gehoord
Waarmee de koning mij zachtjes bekoort?-
Wees rustig, blijf rustig mijn kind!
In dorre bladeren ritselt de wind.-
‘Ga mee met mij en leer mij kennen;
Mijn dochters zullen jou verwennen,
Ze dansen elke nacht, mijn lieve knaap,
En wiegen en zingen je daarna in slaap.’-
Ach vader, ach vader, kijk ginds naast de baan:
Zie je de koning zijn dochters niet staan?-
Mijn zoon, ik zie ze helder en klaar;
Het lijken die oude grijze wilgen daar.-
‘Ik hou van jou, je bent al wat nu voor mij telt;
En ben je niet willig, dan gebruik ik geweld.’-
Ach vader, ach vader, nu raakt hij me aan!
Elfenkoning heeft mij pijn gedaan!-
De vader huivert, hij rijdt gezwind
Hij houdt in zijn armen het kermende kind,
Bereikt de hoeve ternauwernood;
Het kind in zijn armen was dood.
.

















