Categorie archief: Favoriete dichters
De Noordzee
Albert Verwey
.
De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ongeveer 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het Impressionisme en het Naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie. De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan. De Tachtigers schreven dus vooral om louter schoonheid te scheppen.
Een van de belangrijkste exponenten van de Tachtigers was Albert Verwey (1865 – 1937). Van hem het gedicht ‘De Noordzee’
.
De Noordzee
.
De Noordzee doet zijn gore golven dreunen
En laat ze op ’t strand in lange lijnen breken.
Zijn voorjaarswater marmren groene streken
En schuim en zwart waaronder schelpen kreunen
Zie van ’t balkon mij naar den einder leunen
Met ogen die sinds lang zo wijd niet keken:
Een droom in ’t hart is me eer ik ’t wist ontweken
En ’t oog wil buiten me op iets komends steunen.
Hoe ben ik altijd weer vervuld, verlaten:
Vervuld van liefde en hoop en schoon geloven;
Verlaten als mijn dromen mij begeven.
Maar dan komt, o Natuur, langs alle straten,
Uw kracht, uw groei, uw dreiging, uw beloven –
Hoe klopt mijn hart van nieuw, van eeuwig leven.
.
Schilderij door Jan Veth.
Boudewijn Buch
Gedicht
.
Tijdens zijn leven was ik groot fan van Boudewijn Buch. Zijn niet aflatende energie, zijn enthousiasme voor de dingen waar hij van hield, de verhalen over eilanden, bibliotheken, boeken, The Rolling Stones, Goethe, de Dodo en ga zo maar door, ik kon er geen genoeg van krijgen. Zelfs toen na zijn dood bleek dat Boudewijn over een wel heel grote fantasie had beschikt bleef ik hem trouw. Nog altijd heb ik verschillende boeken van zijn hand in mijn boekenkast staan.
Een aspect van Buch dat minder bekend is, is zijn dichterschap. Dit terwijl het daar ooit mee is begonnen in Leiden. Tussen de enorme hoeveelheid boeken die hij heeft gepubliceerd zitten dan ook een flink aantal dichtbundels. Dat hij vooral als presentator en verzamelaar bekend is geworden heeft alles te maken met zijn verschijnen op de televisie.
Uit de bundel ‘Het androgyn in Ska en andere gedichten’ uit 1985 een gedicht dat me na aan het hart ligt.
.
Bibliomanie
Soms denk ik dat mijn huis
uit boeken is gebouwd
en staat als dwangbuis
om mij heen gestouwd
door die ene deur
ontvlucht ik deze stad
maar ruik op straat nog geur
van dat beduimelde bedrukte blad
ga gedreven binnen bij antiquaren,
dwaal langs banden in hoge kasten,
koop “onvindbaar” in “schone exemplaren”
om die thuis weer op te tasten
het is steeds verhuizing van de dood:
oud papier om afgereden lood
.
Over de zomer
Leonard Nolens
.
De zomer is in alle hevigheid aangebroken, de mussen vallen dood van het dak, het is peentjes zweten en voor poëzie heeft al helemaal niemand interesse in de zinderende hitte. Het is zaak verkoeling zoeken te zoeken. Voor die enkeling die verkoeling zoekt in poëzie een gedicht van Leonard Nolens over de zomer.
.
Zomeravond
.
Weer niets gedaan.
En weer was alles vergeefs vandaag.
.
Ik zocht een verre plek om onder de mensen te blijven.
Een zuivere merel heeft zich daarnet in mijn oren geknoopt
En langzaam zijn de ogen van een vrouw over me heen gegaan
Als veel lauw water ’s avonds van een zomerregen.
.
En slapende paren, mijn ouders misschien, hebben vandaag gehoopt
Op mij, en sloom en treuzelend zijn zij uit mij opgestaan
Als kinderen ’s ochtends voor ze naar beneden gaan
Om er te spelen met de wijzers van de klok.
.
Weer niets gedaan.
Dan dit geluk dat mij wordt aangedaan.
.
Uit: Tweedracht, 1996
Vader en moeder
Marnix Gijsen
.
Ik wil de komende tijd wat meer aandacht besteden aan Vlaamse dichters. Aan de ene kant omdat het Vlaams taalgebied vele zeer goede dichters heeft voortgebracht die (wellicht) in Nederland wat minder bekend zijn en aan de andere kant speciaal voor mijn Vlaamse lezers.
Vandaag twee gedichten van Marnix Gijsen. Ooit bezat ik het verzameld werk van Marnix Gijsen. Hoewel ik getracht heb het te lezen vond ik (vooral) zijn proza erg taai. Ongetwijfeld kwam dat deels omdat de taal van Marnix Gijsen (1899-1984) nogal zwaar is en formeel. In zijn poëzie vind ik dat al veel beter leesbaar. Hoewel wat ouderwets zijn de gedichten over zijn vader en moeder zeer de moeite waard.
.
Mijn vadertje
.
Mijn vadertje, hij was rechtvaardigheid.
Hij had den zwaren last op zich geladen,
een eerlijk man te zijn
in woord en daad.
Dat is het schone, dwaze kwaad
waar, na ons Here Jezus Christus,
de sterkste man aan ondergaat.
Zijn oog was rustigblauw; een verre zee.
Zijn woord van blijheid soms plotse fusee
in stalen nacht.
Hij lachte rood en zoende onverwacht
mijn dwaze haren en mijn jong gedacht.
De hoge schepen die de Schelde droeg,
hij wist hun laden vast en schoon te sturen.
Hij had hun namen lief,
om mee te spelen – als een kind naïef;
Karatchi, Pantos, Calcutta,
lijk schoon koralen.
Hij wist de haven; heimwee en verdriet,
bij vroegen morgenmist
en in den avond onder luid en rauw sirenenlied.
Hij heeft de bossen van zijn jeugd bemind.
Hij kende bomen lijk wij mensen kennen.
Hij wist de winden en den oogst,
en wou mijn hand aan ‘t ruw bedrijf des jagers wennen.
Mijn vadertje; hij was rechtvaardigheid.
Hij had de goede liefde tot de still’en ware dingen.
Onder de schaduw van een dorpse kerk
ligt zijn sobere zerk.
Ik weet hoe zijn gedenken mij gelijk een lichte wolk behoedt.
Zijn rode, bange handen hield hij stervend Christus tegemoet.
.
Ik wil den lof van mijne dode moeder zingen
.
Ik wil den lof van mijne dode moeder zingen.
Zij was geen heilige vrouw, zij was een vrouw,
met al haar deugden, zwakten en aarzelingen,
vaak onberekenbaar doch steeds zich zelf getrouw.
Een werkslaaf en een slavendrijver heel haar leven,
die nooit kon vragen – altijd bereid te geven –
hard voor zich zelf en die van anderen verwachtte
dat z’even taai en dapper zouden zijn in daden en gedachten.
Een vrouw vol donker vuur en kracht, vol vlugge, vinnige spot,
misprijzend voor de vrouwen, opkijkend naar den man,
noch duldzaam noch gelaten, steeds meester van haar lot,
die dronk, van haar beperkt bestaan, het onderst uit de kan.
Trots op haar zonen maar te trots om toe te geven
dat zij haar naam glorie en luister hadden bijgezet.
Dat hoorde zo, zij zou het nooit vergeven
hebben, ware het niet zo geweest, want d’ijzeren wet
van haar geweten was arbeid en ambitie. Bij dagen
was zij stug en bot, dan weer een ruisende fontein
van dartle woorden, scherp’herinneringen, bij vlagen
licht ontroerbaar, lijk een kind dat niet redelijk kan zijn.
Bijna een eeuw heeft het geduurd vooreer zij weigerig ontdekte
dat haar broos lichaam niet meer luisterde naar haar stalen wil,
tot zij doodmoe de wereld losliet en haar povere leden strekte.
Zo werd het grote vuur dat ze geweest was, op een gure
winteravond, eindlijk kil.
.
Remco Campert
Liefdesgedicht
.
Van Remco Campert een gedicht zonder titel over de liefde. Uit ´Scenes in Hotel Morandi´ uit 1983.
.
*
.
Nu zal het verder tot de laatste frase
over jou en mij moeten gaan
jou die ik liefheb
al was het mijn eigen bestaan
.
nachten die zwart zijn, ochtenden zon
ik de dichter, jij die begon
mij aan te kijken, ernstig
ik die vergeten was
dat het allemaal nog kon
.
liefde, ik breng daar niets tegen in
moeilijk wordt simpel
ik in je in
.
Herman de Coninck
Nog meer liefde
.
In het kader van de liefdespoëzie vandaag een gedicht van Herman de Coninck. Herman de Coninck (1944 – 1997) was een Vlaams dichter, essayist, journalist en tijdschriftenuitgever. Hij staat bekend als ‘De man die zijn volk poëzie leerde lezen’. Hij wordt ook gezien als de vader van het nieuw realisme omdat hij gewone taal en het gewone leven laat doorklinken in zijn poëzie.
.
*
.
middenin de vlakte van juli
kwam ik je tegen, ik woon hier, zei je.
ik keek naar de bloemen. ja dat zie ik, zei ik.
.
je was lenig; en je woorden waren zo
doorschijnend, ik kon je er helemaal
door zien.
en daar lag ik al in het gras
en wat hield ik in mijn hand?
een oortje, waarin ik het lange woord
‘Lieveling’ uitgoot, zonder morsen.
.
Uit: Onbegonnen werk, 1984
Dichter
Jean Pierre Rawie
.
Na een weekend vol gedichten en dichters moest ik denken aan het gedicht ‘Dichter’ van Jean Pierre Rawie. Vandaar vandaag dit gedicht.
.
Dichter
.
Je maakt het mensen toch niet naar de zin,
en streeft dat ook niet langer na. Niet langer
is wat je schrijft gericht op een ontvanger.
Je bent je eigen einde en begin,
.
en leeft en sterft alleen. Geen dubbelganger
neemt straks je plaats wanneer je doodgaat in;
geen keer op keer verloren hartsvriendin
ging van iets anders dan gedichten zwanger.
.
Veel lijkt mislukt te zijn, maar toch, jij bent
degeen die eens zelfs in het meest banale
de waardigheid en zin heeft onderkend,
.
en alles in het eerste licht zag stralen.
En heel je leven zoek je dat moment
nog eenmaal zo volmaakt te achterhalen.
.
.
Uit: ‘De tijd vliegt maar de dagen gaan te traag’ uit 2012. (foto: Boekblad)
De driehoek is rond
Joz Knoop
.
Afgelopen zaterdag mocht ik samen met een aantal dichters een poëtische bijdrage leveren aan het mini festival Boerol in Maasland. Eén van de dichters was Joz Knoop, wereldberoemd geworden door de versvorm die hij heeft ontwikkeld, de Jozzonet.
Joz Knoop heeft de Jozzonet ontwikkeld in het spiegeljaar 1991. Een Jozzonet is een versvorm waarbij er altijd een oneven aantal regels is, waarbij de middelste regel de enige unieke blijkt. De regels daarboven worden daarna in omgekeerde volgorde herhaald, waarbij een nieuwe zins samenstelling een nadere nuancering geeft.
In de bundel ‘De driehoek is rond’ die Joz in 2013 uitgaf bij uitgeverij De Muze staan naast een aantal gedichten in de vrije vorm ook een groot aantal Jozzonetten. Hilde Zuurd tekende voor de prachtige illustraties waarmee een bijzondere bundel ontstond.
Uit deze bundel het titelgedicht ‘Driehoek’.
.
Driehoek
.
Rond
de driehoek is
alles recht en rustig.
De pen trok langs de liniaal
de lijn die zich snijdt aan andere lijnen
in hoeken, ontstaan door de plaatsing van juist
de lijn die zich snijdt aan andere lijnen,
De pen trok langs de liniaal
alles recht en rustig,
de driehoek is
rond.
.
Meer informatie en Jozzonetten op http://www.jozknoop.nl/
Het kontje, ach hoe aardig
Carlos Drummond de Andrade
.
Nu we dagelijks overspoeld worden door beelden vanuit Brazilië leek het me een goed idee om stil te staan bij één van de bekendste Braziliaanse dichters namelijk Carlos Drummond de Andrade (1902 – 1987) . Hij wordt tot de belangrijkste dichters van Zuid Amerika gerekend en hij heeft op latere leeftijd een reeks prachtige gedichten geschreven over de lichamelijke liefde.
In deze poëzie voel je het plezier waarmee Drummond de Andrade ze geschreven heeft. Deze ‘erotische’ gedichten zijn postuum verschenen. Dit kwam omdat de dichter ze tijdens leven niet wilde publiceren in de angst dat ze als pornografisch zouden worden gezien. Pornografisch zijn ze allerminst, erotisch des te meer.
De bundel ‘O Amor Natural’ werd in het Nederlands vertaald door August Willemsen in de bundel ‘De Liefde, Natuurlijk’ en Hedy Honigman baseerde een gelijknamige documentaire over de erotische poëzie op deze bundel.
.
De gedichten van ‘O Amor Natural’ zijn vertaald naar muziek door Georgia Dias en Boca. De muziek kun je beluisteren op https://myspace.com/amornaturalboca/music/songs
.
Het kontje, ach hoe aardig
.
Het kontje, ach hoe aardig.
Lacht altijd, nooit tragisch
Kan niet schelen wat
van voren zit. Het kontje is zichzelf genoeg.
Is er nog meer? Misschien de borsten.
Nou-moppert het kontje-die jongens
hebben nog heel wat voor de boeg
Het kontje is twee tweelingmanen
in een bolrond wiegen. Loopt vanzelf
in zijn lieftallige cadans, zijn wonder
twee in een te zijn, volledig.
Het kontje, vermaakt zich
in zijn eentje. En bemint.
In bed beweegt het. Bergen
rijzen, dalen. Golven slaan
op grenzeloze kust.
Daar gaat het kontje, lachend. Blij.
met de streling er te zijn, te schommelen.
Harmonieuze sferen hoog boven de chaos.
Het kontje is het kontje,
een rondje.
.
















