Categorie archief: Gedichten in de openbare ruimte

Everything you’ve always wanted to know about poetry

But were afraid to ask

.

De laatste tijd lees ik nogal veel over poëzie, wat het belang van poëzie is of kan zijn, waar poëzie een positieve invloed op kan hebben, hoe poëzie het leven veraangenaamd en waarom je poëzie zou moeten lezen. In dat kader kwam ik een bijzonder aardig essay tegen van Bill Zavatsky op de website http://www.poets.org/.

De strekking van dit essay is dat het genieten  en het waarderen van poëzie in veel gevallen (als daar überhaupt al sprake van is) op scholen en universiteiten stevig wordt tegen gewerkt door het eindeloos analyseren en duiden van poëzie. Elk gedicht wordt uitgebreid besproken, de symboliek in de tekst, de achtergronden, thema’s en dergelijke worden uitgekauwd waardoor er voor het genieten van poëzie eigenlijk geen ruimte wordt gelaten.

Hij schrijft het ook als een aanklacht tegen de docenten die les geven in poëzie :  “In “interpreting” poetry, too many teachers have forgotten the great unwritten law of its mathematics: a good poem is always more than the sum of its parts. It is first and last the document of a human experience.”

De weerstand tegen het gebruik van spreektaal of klare taal in poëzie komt ook aan de orde (alsof poëzie alleen maar poëtisch is als je er weinig van begrijpt of moeite voor moet doen). Ik realiseer me dat dit artikel erg op de Amerikaanse situatie is geschreven. Volgens mij zouden we in onze handen moeten knijpen als er les wordt gegeven in poëzie op middelbare scholen. Maar een deel van de kritiek begrijp ik wel.

Zavatsky breekt een lans voor het genieten van poëzie om wat het is. Of in zijn woorden: “Experience is our objective; the interpretation of experience, a natural and laudable human activity, still comes afterwards.”

In dit essay geeft hij een voorbeeld van een gedicht in gewone taal. Misschien niet heel toevallig viel mijn oog hierop. Het is een gedicht van William Carlos Williams getiteld ‘This is just to say’ en juist dit gedicht staat op een muur in de buurt van mijn woonhuis in Den Haag.

Hieronder het gedicht en de link naar het essay van Bill Zavatsky.

.

This is just to say

I have eaten
the plums
that were in
the icebox

and which
you were probably
saving
for breakfast

Forgive me
they were delicious
so sweet
and so cold

.

archipelbuurt

 

.

Het essay van Zavatsky staat hier: http://www.poets.org/poetsorg/text/everything-you-always-wanted-know-about-poetry

 

Waterloop

A.C.W. Staring

.

In Gendringen (Gelderland) is in 2010 de vernieuwde Schrijversbuurt opgeleverd. In de Schrijversbuurt zijn verschillende kunstobjecten geplaatst van kunstenaar Léon Mommersteeg. In deze kunstwerken is het gedicht ‘Waterloop’ van A.C.W. Staring verwerkt. De basis hiervan is het tekst-kunstwerk in het appartementencomplex De Dichter. Daar begint het gedicht, verwerkt in onder andere de onderkant van de balkons, en loopt via verschillende objecten als stoeptegels en bankjes de rest van de wijk in.

A.C.W. Staring (1767 – 1840) was landheer (heer van de Wildenborch), landbouwkundige en dichter. Hij was een romantisch dichter (waarvan er destijds niet veel waren in Nederland). Zijn romantische inslag betrof zowel hetgeen waarover hij schreef (legenden, beschrijvingen van de natuur) als de wijze waarop hij dat deed (gevoelig en humoristisch).

Staring blonk uit in de dichterlijke vertelkunst maar veel waardering kreeg hij indertijd niet omdat men zijn werk moeilijk toegankelijk vond.

Waterloop

.

Nu baant zich ’t Nat

Een heimlijk pad,

En tjilpt en fluistert,

In bloem en blad

Voor ’t oog verduisterd.

Nu dartelt vrij,

Op gouden zanden,

De stroom voorbij.

Hij schuurt zijn randen

Allengskens uit,

En sleept den buit

Van kleiner vlieten

Geweldig voort;

En golven schieten,

Van ver gehoord,

Langs ’t rotsig boord.

Nu vangt een dal

Den Waterval.

Een glinstrend kleed

Ligt stil verbreed

In ’t nieuwe perk.

Het loofgewemel,

Het bonte zwerk,

De blaauwe hemel,

Zien statig neêr

Op ’t effen Meer.
.
gendringen
gendringen2
gendringen 3
Staring
Staring in Vorden
                                                                      Standbeeld van de dichter Staring in Vorden.

Met dank aan Wikipedia en http://gemeente.oude-ijsselstreek.nl/

Vogels

Bert Schierbeek

.

Bert Schierbeek (1918-1996) was een van de dichters die aan de wieg stonden van de Vijftigers beweging. Hij was behalve dichter ook schrijver, essayist en toneelschrijver In Twente geboren groeide hij op in Groningen en studeerde hij in Amsterdam.

In 1946 sloot hij zich aan bij de Cobra-groep, die voornamelijk bestond uit beeldend kunstenaars en werd hij redacteur van het tijdschrift Het WoordSchierbeek verzette zich tegen traditioneel taalgebruik en literaire patronen. In 1951 publiceerde hij ‘Het boek Ik’, dat wordt beschouwd als het eerste Nederlandse experimentele prozaboek. De breuk met de traditie was compleet. De roman lijkt opgebouwd te zijn zonder verhaallijn en uit niet meer dan associaties van woorden en gedachten te bestaan.

Hij werkte samen met Lucebert en Karel Appel en hij won verschillende literaire prijzen zoals de Henriette Roland Holst-prijs in 1960, de Herman Gorterprijs in 1978 en de Constantijn Huygensprijs in 1991.

Uit de postuum verschenen bundel ‘Vlucht van de vogel’ uit 1996 het titelgedicht.

.

Vlucht van de vogel
.

soms op een vleugje wind

soms in een storm

vliegen zij op

een wolk van vogels

voor de zon

.

welke dromen

bevliegen de vogels

dat zij zich

lichtvaardig

in zoveel lucht

begeven

.

vogels

 

Het gedicht Vlucht van de vogel is ook aangebracht op de gevel van een school aan de Jac. P. Thijsselaan in Oegstgeest
schierbeekMet dank aan Wikipedia.

 

 

Gedicht op een spandoek

Hubert van Herreweghen

.

Op de nationale gedichtendag in januari heeft de provincie Vlaams-Brabant eens flink uitgepakt. Op deze dag hing men een spandoek van liefst 50 meter op het Provincieplein in Pamel met daarop een gedicht van de 95-jarige dichter Hubert van Herreweghen.

De gedeputeerde voor Cultuur Tom Dehaene zei hierover: “Ook wij doen mee met deze hoogdag van de poëzie, en we doen dat met een gedicht van Hubert van Herreweghen op een spandoek van 50 meter’. “We zien het als een eerbetoon aan deze grote Vlaams-Brabantse dichter, afkomstig uit Pamel, die op 16 februari 95 jaar wordt. De tekst is één van de mooiste gedichten over een gedicht.”

De tekst gaat als volgt: ‘Alles, alles is gedicht, waar we slapen, staan en lopen, even gaat de toestand open om wat brood en wijn te kopen, dan wordt alles weer gedicht.’

In 1943 debuteerde van Herreweghen met de dichtbundel ‘Het jaar der gedachten’ maar werd meer bekend
door zijn bundels Gedichten II (1958) en Gedichten III (1961).
De ondergrond van zijn poëzie is telkens herinneringen uit de kindertijd, alledaagse ervaringen, de nauwkeurige observatie van de natuur en de relatie tussen man en vrouw.

Van zijn hand het gedicht ‘Tranen’ uit ‘Gedichten 69’ uit 1969.

.

Tranen

De tranen die de moeders schreien
als noodlots onweer loeit,
daarvan groenen de weien
waarop hun nakroost stoeit.

Op dat gras, met zout gedrenkt,
grazen de beste schapen.
Meisjes en knapen,
gedenkt.

.

gedicht op een spandoek

Hubert van Herreweghe 101

Brabant vertelt

Literaire wandeling Helmond

Op de website http://www.brabantvertelt.nl/ is een app te downloaden met daarop een aantal routes door Noord-Brabant, samengesteld door het BKKC, het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur. Eén van deze routes loopt door Helmond. Een groot aantal gedichten op deze route wordt via de app voorgelezen. Meer literaire gedichten staan op tientallen bankjes waar men even rustig kan verpozen. Ook op de Koninginnewal zijn gedichten te vinden, afkomstig van kinderen van Helmondse basisscholen. De poëzie is ingesproken door voormalig stadsdichter Bert Kuijpers.  De wandeling, die zo’n dertig minuten in beslag neemt, begint en eindigt bij de bibliotheek aan de Watermolenwal. Naast de gedichten zijn in de app foto’s en achtergrondinformatie opgenomen.

Bert Kuijpers was van 2007 tot 2011 stadsdichter van Helmond. Eén van zijn gedichten is te lezen op de Grafheuvels van Ashorst. Daar werd op 27 mei 2010 het Kunstwerk De schaar onthuld. De schaar is ontworpen op basis van een van de voorwerpen die gevonden werd tijdens de archeologische opgravingen in de negentiger jaren van de vorige eeuw. Speciaal ter gelegenheid van de onthulling maakte voormalig stadsdichter Bert Kuijpers een gedicht.

.

Waar Helmonds ver verleden heel diep zat weggestopt.

En wachtend op ons zoeken zijn spullen goed bewaarde

In moerassige grond van onschatbare waarde.

Waar eeuwenlang een hart vol mysteries klopt

Daar vonden wij al wroetend in ongewoelde aarde

Historisch erfgoed, wel schaars en heel beknopt.

Dat zich in vaardige handen als grote schat ontpopt

En zich archeologisch als juweel openbaarde.

Want ook de kleine schaar, die in de Ashorst rustte,

Schijnbaar toevallig in aarden labyrint,

Simpel symbool wellicht van ons onderbewuste.

Trotseert op deze plek eeuwenlang weer en wind,

Waar het heden nu hier het verleden kuste,

Niet knipt maar ons met aarde bindt.

.

ah_schaarplaquette

brabant_vertelt568x568-169x300

Watergedicht

Jan Merx

.

In de categorie Gedichten op vreemde plekken werd ik door Frans Roesink gewezen op een blogbericht van deschrijfsalon.blogspot.nl over een gedicht van Jan Merx in het water. Jan Merx (1959) is (in zijn eigen woorden) architect en contextueel beeldend kunstenaar. In zijn kunst spelen architectuur, literatuur en filosofie een belangrijke rol.

In 1998 werd het kunstwerk ‘Drijvend gedicht’ geplaatst in het water tussen de Binnenluiendijk en het Julianapark in Hoorn (Noord-Holland).

De tekst van het gedicht luidt:

.

D E L I E F D E B E Z I T
D E T I J D D E
T I J D I S G E E N W E R
K E L I J K H E I D
D E W E R K E L I J K H E I D
B E S T A A T A L L E E N I
N D E D R O O M
D E D R O O M V A N D O O
D E N G E N O T V E R T E
L T H E T G E L U K
H E T G E L U K L E E F
T I N D E L I E F D E
D E L I E F D E O N
S T E R F E L I J K M A A K T
H E T L E V E N G E L U K
K I G V E R G A N K E L I J K

.

of uitgeschreven:

.

de liefde bezit de tijd
de tijd is geen werkelijkheid
de werkelijkheid bestaat alleen in de droom
de droom van dood en genot vertelt het geluk
het geluk leeft in de liefde
de liefde onsterfelijk maakt het leven gelukkig vergankelijk

.

Watergedicht

Watergedicht2

Poetry in motion

New York, 1992

.

Bij Poetry in motion moet ik altijd denken aan het lied van Johnny Tillotson uit 1960. Weliswaar ver van voor mijn tijd, maar het is zo’n liedje dat, als je het eenmaal gehoord hebt, blijft hangen. Verrassend was het dan ook toen ik surfend op het wereld wijde web de term Poetry in motion tegenkwam als een heel ander gegeven. In 1992 werd door de MTA (Metropolitan Transportation Authority) in New York, in navolging van een zelfde project in London, Poetry in motion geïnitieerd.

Samen met de Poetry Society of America werden gedichten geselcteerd om op borden in het openbaar vervoer aangebracht te worden. De eerste gedichten waren: “Crossing Brooklyn Ferry” van Walt Whitman, “Hope is the Thing with Feathers” van Emily Dickinson, “When You Are Old” van William Butler Yeats, en “Let There Be New Flowering” van Lucille Clifton. In de eerste 10 jaar werden de gedichten geplaatst op een bord dat, door de tegelstructuur, verwees naar de metrostations van New York.

poetry4

In de loop van 10 jaar werden meer dan 150 gedichten en dichters op deze manier getoond aan de inwoners van New York. Niet alleen Amerikaanse dichters maar internationaal bekende namen kwamen (in vertaling) op deze manier in het openbaar vervoer terecht.Het initiatief werd menigmaal bekroond. Na 2012 werd een nieuwe look geïntroduceerd. Hiervan enige voorbeelden:

poetry in motion1

poetry in motion 2

Lichtgedicht

Ester Naomi Perquin en Geert Mul

.

In januari 2014 verscheen in de Noorderzon, wijkkrant van Rotterdam-Noord het bericht dat in december 2013, in het Muizengaatje (de onderdoorgang van het spoor bij station Rotterdam Noord, nabij de Bergweg) een lichtgedicht is geplaatst van dichter Ester Naomi Perquin (toen stadsdichter van Rotterdam) en kunstenaar Geert Mul. Het gedicht is geplaatst op het plafond en door de speelse belichting krijgt het steeds een andere dimensie.

De combinatie van tekst en gekleurd licht zorgt voor verschillende lagen en daagt de lezer uit om de tekst opnieuw te lezen, te interpreteren en te ontdekken.

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3591-NZ-NZO

 

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3609-NZO

Foto’s: Johannes Odé, redacteur van Noorderzon.

Zwaluwwand

Gedicht op een vreemde plek

.

De Nederlandse dichteres en schrijfster Heleen Bosma uit Deventer was in 2013 en 2014 Dichter bij Overijssel. Bosma heeft als provinciedichter voor de provincie Overijssel ten minste 6 gedichten per jaar geschreven.

Heleen Bosma studeerde Nederlandse letterkunde. Ze dicht al haar hele leven en is nu vijftien jaar fulltime dichteres. In augustus 2009 werd zij gekozen tot Deventer Dichter. In 2011 heeft zij deze erefunctie afgerond en  verscheen  de bundel ‘Oostenwind’. Ze treedt graag op en het is haar specialisme dichtregels letterlijk de ruimte te geven, in, op of rond gebouwen en als landart (in de natuur).
Daarnaast zet ze zich in voor het wijd verspreiden van de poëzie van andere nationale en internationale dichters en dichteressen. Poëzie is volgens Bosma niet ingewikkeld, poëzie is van iedereen waar ik het uiteraard helemaal mee eens ben.

Een mooi voorbeeld van de genoemde landart, of zoals ik hem gerangschikt heb onder gedichten op vreemde plekken, is het gedicht ‘Vederlicht’. Dit gedicht werd Geschreven ter gelegenheid van de afronding van de natuurinrichting Wetering Oost en West en de faunapassage bij Muggenbeet (Steenwijkerland) op 29 augustus 2014. Het is aangebracht op de zwaluwwand bij de vogelkijkhut, nadat de zwaluwen klaar waren met broeden.

.

Verderlicht

Vederlicht is onze ziel

Van dons en zijdezacht

Wij zijn een stipje in het zwerk

Een knipoog naar de zwaartekracht

.

zwaluwen

 

foto_zwaluwwand

Poëzie op pootjes

Poster in de centrale bibliotheek van Den Haag

.

Net als in 2011 heb ik ook in 2014 meegedaan aan een poëzieproject van de R.G. Ruijs stichting en het Prins Bernhard Cultuurfonds met als aanstekelijke titel Poëzie op pootjes. Poëzie op pootjes organiseert om de drie jaar (vanaf 2005) een gedichteninzamelingsproject. Of zoals ze het zelf zeggen:

Iedere Hagenaar heeft wel een eigen verhaal over zijn of haar leven in de stad, dan wel zijn of haar beleving van de stad. Den Haag staat dus centraal, maar niet zozeer de stad alswel dat wat de bewoners van Den Haag zelf voelen over hun leven in de stad. Het gaat bij Poëzie Op Pootjes nadrukkelijk niet om een wedstrijd. De bedoeling is simpelweg om op deze manier zoveel mogelijk gedichten over de persoonlijke Haagse beleving te vergaren. Wel zal er nadrukkelijk worden gezocht naar (potentiële) kwaliteit en nieuw talent.

Zoals gezegd ook in 2014 een gedicht van mijn hand. Na ‘Oud Eik en Duinen’ in 2011 (zie onder gedichten) nu dus een gedicht dat mij ‘overkwam’ het afgelopen jaar met als titel ‘Lijn 24’ met een prachtig voorbeeld van Haagse humor.  Vandaag ontving ik van de organisatie het bericht dat mijn gedicht te lezen zal zijn (vanaf 5 januari) op grote posters in de centrale bibliotheek van Den Haag.

.

Lijn 24

 

Voor de chauffeur is de mens, de

menigte, groepje, stroom of clubje

mensen, bron van zijn bestaan

 

Onderscheid maakt hij niet

zolang ze zich maar gedragen.

Sommigen ziet hij liever;

 

De rokjes, strakke truitjes,

goeiedag zeggers, vrolijke

vriendelijke vroegemorgenvrouwen.

 

Anderen maken zijn werk tot een last,

blijven hangen in het pad, gaan niet

zitten, houden op. Dan roept hij om:

 

Dames en heren,

het achterste deel van deze bus

gaat ook naar het Centraal Station

.

poezieoppootjes