Categorie archief: Ongehoord!

Poëziepodia

Rotterdam, Breda en Den Haag

.

Vandaag is er op de begraafplaats Oud Eik en Duinen een poëziepodium van Dichter bij de dood. Twee keer in het najaar en op Allerzielen worden poëziepodia georganiseerd door Dichter bij de dood en poëziestichting Ongehoord! Op vele plaatsen in Nederland (en Vlaanderen) worden bijna wekelijks poëzie- en open podia georganiseerd waar naar dichters geluisterd kan worden en waar dichters hun werk kunnen brengen voor een publiek.

In 2012, 2013, 2013, 2013,  2014 maar ook in, 2019 schreef ik al over allerlei initiatieven en poëziepodia. En omdat er toch echt wel ontwikkeling is binnen de verschillende poëziepodia in Nederland hier een update.

De Poetsclub

De Poetsclub is verhuisd. Nadat Tineke van café de Schouw er pas geleden mee is gestopt is dit Rotterdamse open poëziepodium verhuisd naar Café Ari. Het pand waarin café de Schouw was gehuisvest was dermate slecht dat het afgebroken gaat worden. Café Ari aan de Nieuwe Binnenweg 142a in Rotterdam is het nieuwe onderkomen van de Poetsclub. Iedere eerste woensdag van de maand vanaf een uur of 9 kun je terecht met je gedichten of gewoon om te luisteren naar wat Rotterdamse dichters te brengen hebben.

De Groene Fee

Elke twee maanden organiseert Louis van Londen in het Belcrumhuis in Breda aan het Pastoor Pottersplein 12 aldaar een poëziepodium onder de naam Groene Fee. Van 20.00 tot 23.30 treden daar allerlei dichters op en er is een open podium. De eerstvolgende is op 6 oktober en dan dragen onder andere Acg Vianen, Pom Wolf en Anna Borodikhina voor.

Dichter bij de dood

Zoals geschreven hierboven is er vandaag van 14 uur tot 16 uur een open- en poëziepodium van Dichter bij de dood in de aula van de begraafplaats Oud Eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Je kan meedoen op het open podium, meld je dan aan bij Marjon van der Vegt voor aanvang van het podium.

.

Poëzie

.

Is dat niet met

andere woorden

precies hetzelfde

zeggen

Dichterspodium

Dichters en troubadichters

.

Dichter bij de Dood organiseert sinds twee jaar het evenement Dichter bij de dood op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag op Allerzielen (2 november). Dat is een poëzie-evenement dat al langer loopt maar sinds twee jaar ben ik via poëziestichting Ongehoord! aangehaakt en worden er behalve de avond op 2 november ook (open) dichters[podia georganiseerd. De eerste jaren in Loft maar vanaf dit jaar in de geheel gerestaureerde en prachtige aula van de begraafplaats.

Wil je meedoen als (trouba)dichter? Dat kan. Naast de dichters die dit jaar meedoen op Allerzielen is er plek voor een ‘open podium’. Kom dan op zondag 24 september naar begraafplaats Oud Eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. De inloop is vanaf 13.30 uur en de start is om 14.00 uur. De middag duurt tot 16.00 uur en is uiteraard gratis te bezoeken. Wil je meedoen zorg er dan voor dat je voor 14.00 uur je aanmeldt bij Marjon van der Vegt of bij mij. Elke dichter wordt in de gelegenheid gesteld om drie gedichten voor te dragen.

.

Vindersloon

Monica Boschman

.

Van dichter, schrijver en schrijfdocent Monica Boschman (1965) is bij uitgeverij U2pi de bundel ‘Vindersloon’ verschenen. Eerder publiceerde Monica de bundels ‘Nieuwe wegen voor Mariken’ in 2019 en ‘Zeerslag’ in 2018. Haar gedichten waren te lezen in het tijdschrift DICHTER, in MUGzine nummer 14 en in bloemlezingen. Daarnaast ken ik Monica van haar deelname aan de Gedichtenwedstrijd van poëziestichting ongehoord! waar ze tweemaal derde werd, in 2020 en in 2022.

Maar nu dus haar derde dichtbundel ‘Vindersloon’. Een mooie uitgave met 7 hoofdstukken. Lezende in haar bundel valt me haar taalgebruik op; helder en duidelijk, geen grote woorden of stijlfiguren maar poëzie in een taal die iedereen kan lezen en begrijpen. Poëtisch taal, dat zeker. Veelal vanuit de ik persoon geschreven lijken dit persoonlijke gedichten maar nergens is het sentimenteel of verwordt het tot getuigenispoëzie, het is alsof de dichter vanuit een helicopter-perspectief naar de eigen ik kijkt en daarvan verslag doet.

Ik heb geprobeerd een lijn te vinden in deze bundel maar die is er niet echt volgens mij. En dat hoeft ook helemaal niet vind ik. Tegenwoordig lijkt het alsof poëziebundels één geheel moeten zijn, met een thema dat door de hele bundel wordt uitgewerkt. En dan nog het liefste in hele lange proza-achtige gedichten. Ik ben niet van die school en Monica Boschman ook niet. Haar gedichten staan op zichzelf en beslaan nooit meer dan een pagina.

Toch is er wel iets te zeggen over de indeling en de verschillende hoofdstukken. De bundel begint met het gedicht ‘Kijk’ en dat gedicht staat op zichzelf alsof de dichter duidelijk wil maken dat dat precies is wat je moet doen, kijken. Ik lees in dit gedicht ook een kijk op het dichterschap. ‘Er zijn er met het hoofd omhoog, de ogen gericht op boven’ en in de tweede strofe ‘Er zijn er met het hoofd recht, ze leven op ooghoogte / daar waar ze bij kunnen’. In de derde strofe: ‘Er zijn er met het hoofd naar beneden, hun nekbotjes / nemen een gebogen vorm aan, de blik volgt’ en in de vierde strofe ‘Er zijn er die voortdurend omkijken. Er zijn er / met het hoofd ver voor het lichaam uit’.

Ik denk dat Monica met dit gedicht haar bundel heeft samengevat. Er zijn vele manieren om poëzie te schrijven, met het hoofd in de wolken, in het hier en nu, te neer geslagen of met een vooruitziende blik. In deze bundel komen deze vier typen van poëzie schrijven voor.

Dan de hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk ‘Waar jij net liep, loop ik’ beweegt en ontmoet de dichter. Of het nu de ontmoeting is uit het openingsgedicht van dit hoofdstuk, de schommel in de lucht, de schemer onbemand op doortocht of de menigte die inhaakt en van links naar rechts meedeint in de feestzaal, alles beweegt in dit hoofdstuk en de taal beweegt mee. Tot aan de dichter zelf in het gedicht ‘Etude’ waar ze schrijft ‘Mijn mond geeft adem’.

In het tweede hoofdstuk ‘Zilver van berkenbos’ krijgen de vogels en de bomen menselijke trekjes; het bos is zelfs boos of ‘hing te drogen met knijpers aan een lijn in de klas’. Maar ook een zwerfkei laat weten ‘Het donkert  onder mij / dicht van aarde.’ In het derde hoofdstuk ‘De boeggolf en het uitdeinen’ speelt de water dan weer de hoofdrol (de zee, een rivier, een bron) maar niet zozeer het water zelf als wel alles wat er zich afspeelt op en rond het water.

In het vierde hoofdstuk ‘Het uitblijven van antwoorden’ gaan de gedichten over het leven, het bloeien, een hogere macht. Wat is er te verwachten van het leven, hoe zal het verlopen, Maslov komt langs en eigenlijk geeft de dichter zelf in het gedicht ‘Hoeveel, wanneer en waar’ het antwoord; ‘Je moet een verhaal hebben of maken’ en dat is wat ze doet. Het vijfde hoofdstuk ‘Alvast wat knoopjes los’ laat zich makkelijker duiden. Hier lees ik het verloop van een liefde, een geschiedenis met een angst  ‘niet meer worden aangeraakt’ die overgaat in het ‘meeslepen van het verleden’ naar ‘Nu veeg ik jouw adem van mijn huid’.

In het hoofdstuk ‘Een taaie in de ring’ is daar de vader die aan Alzheimer leidt, naar woorden en dingen zoekt, tot aan zijn overlijden. In dit hoofdstuk het gedicht ‘Hij leeft zijn moeder na’ waarin de titel van deze bundel op zijn plaats valt. Tot slot het laatste hoofdstuk ‘Naar onbekende streken’  waar een aantal thema’s opnieuw aan de orde komen. Waarmee de cirkel rond is, waarmee de gedichten in deze bundel allemaal een plek kunnen krijgen in de kijk op het dichterschap uit het openingsgedicht. Van dromen naar kijken, naar  verduren en tot slot met het hoofd ver voor het lichaam uit de wereld tot je nemen.

De taal van Monica Boschman is prettig leesbaar, haar thema’s herkenbaar en met deze bundel geeft ze een kijkje in haar persoonlijk en gevoelsleven waar je na lezing met gemengde gevoelens aan terugdenkt en waar je, gedichten uit terug wil lezen. Los van de context, om te kunnen bekijken waar je je als lezer bevindt, waar je zelf met je hoofd beweegt, omhoog, recht vooruit, naar beneden of vooruit gestoken.

Om je nieuwsgierigheid een beetje te kietelen hier het gedicht waar de bundel zijn titel aan ontleent.

.

Hij leeft zijn moeder na

.

al zijn de namen anders, van het huis

en van de mensen. Hij onthoudt zich

van onthouden en ook weten

.

is al ver gewist. Mijn naam geeft stem

aan wat vergeten is, waarbij herhalen

elke bodem mist.

.

We delen het vindersloon

wanneer een liedje zijn ogen kent

of een lepel zijn hand beweegt.

.

Op vleugelvoeten gaan we

door gangen. We weten

de helft van de weg.

.

Dichter bij de dood en Louis Couperus

Bijeenkomst op Oud Eik en Duinen

.

Afgelopen zondag was er op begraafplaats Oud Eik en Duinen een zeer goed bezochte bijeenkomst in het kader van de activiteiten rondom het Louis Couperusjaar in combinatie met Dichter bij de dood / Poëziestichting Ongehoord! in Den Haag. Dit jaar is het 100 jaar geleden dat Louis Couperus overleed (afgelopen zondag 16 juli exact 100 jaar geleden).  Dichters die meedoen aan Dichter bij de dood, een dichtersavond op 2 november Allerzielen op de begraafplaats, brachten een ode aan de oude meester, schrijver en dichter.

Naast deze dichters was ook Simon Mulder aanwezig, dichter, lid van Feest der poëzie en voorzitter van het Louis Couperus Genootschap. Op de Facebookpagina van Dichter bij de dood kun je de voordracht van Simon Mulder zien en beluisteren bij het graf van Couperus. Een van de dichters, Karen de Boer, schreef een sonnet over Louis Couperus, dat ook in de bundel ‘Dicht eens een Couperus’ werd opgenomen, getiteld ‘De zee’.

.

De zee

.

Wat hield jij van de Méditerranée..

Zoals jij schreef: jij dwaalde langs haar zomen,

waar jouw verhalen tot jou konden komen

je vagebondverlangen droeg je mee.

.

Het zuiden bracht jou steeds een nieuw idee

ofg het nu was in Napels, Nice of Rome.

Jouw avonturen zag jij in je dromen

als jij terug was bij de Haagse zee.

.

Zo hoog vloog gisteren een zwaluwvlucht

in ’t blauw waarin de verre wolken zweven.

Een zomerwind waait over deze graven.

.

Vanavond kleurt oranjerood de lucht.

Daar waar jij niet was voelde jij het leven,

maar hier kwam jij tot rust, in deze haven

.

 

Poëzie- en kunstfestival

Rotterdam, Noordereiland

.

Afgelopen zondag was de officiële aftrap van het kunst- en poëziefestival Raamwerk | Dichtwerk op het Noordereiland in Rotterdam bij NE Studio’s. Een keur aan dichters kwam langs om voor te dragen, er was muziek van Marjolein Meijers, de bekendmaking van de winnaar van de poëziewedstrijd Jasmijn Lobik ook al winnaar van de AMAI Awards begin dit jaar, er waren kleine uitgeverijen, boekhandel Bosch & de Jong en een tafel met dichtbundels die je kon ruilen.

Een dag vol poëzie en kunst. Bij eéén van de kleine uitgeverijen ‘De Weideblik’ kocht ik een bundel van een van de deelnemende dichters Hans Wap getiteld ‘De man zonder haast’ uit 2016, Hans Wap (1943). Hans heeft samen met Marjoke Schulten een raamkunstwerk gemaakt.

Hans Wap woont en werkt in Rotterdam. Hij las zijn gedichten voor op festivals te Jakarta en Palembang, in Paramaribo, in de Algarve, in Marrakesh, in Berlijn en Bremen. Zijn dagelijks brood verdient hij als beeldend kunstenaar. www.hanswap.nl

Marjoke Schulten gaat graag op reis. Het liefst met een zeppelin, een onderzeeboot of een raket. Haar avonturen legt ze vast in grafische kunstwerken, tekeningen en kleine ruimtelijke objecten. Marjoke heeft haar atelier op de NEstudio’s. www.marjokeschulten.nl

Uit de bundel ‘De man zonder haast’ nam ik het heerlijke optimistische gedicht ‘Diagnose’.

.

Diagnose

.

de diagnose staat sinds mensenheugenis vast

we gaan eraan

vermoedelijk niet allemaal tegelijk

hoewel dat niet geheel is uit te sluiten

.

nicotine, alcohol, fijnstof en het leven zelf

in al zijn facetten zijn goede hulpmiddelen

om het tijdelijke op te heffen en het eeuwige

gestaag en gedicideerd te laten beginnen

tussen ons en het stervensuur

staat slechts de dokter als een verkeersregelaar

die het sinds jaren defecte stoplicht

tracht de repareren

.

Hans Wap

Maureen Ghazal

Amber Hernandez

Winnaar van de Poëziewedstrijd Jasmijn Lobik

Iris Brunia

Daniël Dee

Kunst- en Dichtproject

Raamwerk | Dichtwerk

.

De kunstenaars van de NEstudio’s op het Noordereiland in Rotterdam organiseren deze zomer voor de tweede keer het project Raamwerk. Zo’n 40 dichters en beeldend kunstenaars maken per duo een raamkunstwerk op de ramen van de ateliers van NE Studios in de Prins Hendrikstraat.

Maar daarnaast organiseren zij dit jaar ook het project Dichtwerk. Een bijzondere poëziewedstrijd, niet alleen voor eilanders, maar voor dicht- en spoken word-talent in heel Rotterdam.

Behalve deze wedstrijd biedt Dichtwerk ook een aantal workshops en masterclasses aan van professionals op het gebied van poëzie schrijven en voordracht. Die workshops worden gehouden in Huizen van de Wijken en bij de bieb. Iedereen kan zich hier gratis voor aanmelden. De data & locaties zijn te vinden op de website van het de NE studio’s.

Op 25 juni zal een keur aan Rotterdamse dichters (die meedoen in dit bijzondere project) voordragen op een podium naast de NE studio’s. Naast dichters als onder andere Daniel Dee, Iris Brunia, Hans Wap, Hester Knibbe, Peter Swanborn, Maureen Ghazal, Benzokarim en Mark Boninsegna zullen de winnaars van de poëziewedstrijd hun winnende gedichten voordragen en er is muziek. Ik zal dit podium presenteren. Om alvast in de stemming te komen een gedicht van Herman de Coninck (1944-1997) uit ‘De lenige liefde’ uit 1969 waarin ‘een raam om naar de werkelijkheid te kijken’ een rol speelt.

.

Je truitjes en je witte en rode

sjaals en je kousen en je slipjes

(met liefde gemaakt, zei de reclame)

en je brassières ( er steekt poëzie in

die dingen, vooral als jij ze draagt)-

ze slingeren rond in dit gedicht

als op je kamer

.

Kom er maar in, lezer, maak het je

gemakkelijk, struikel niet over de

zinsbouw en over de uitgeschopte schoenen

gaat u zitten

.

(Intussen zoenen wij even in deze

zin tussen haakjes, zo ziet de lezer

ons niet.) Hoe vindt u het,

dit is een raam om naar de werkelijkheid

te kijken, alles wat u daar ziet

bestaat. Is het niet allemaal

als in een gedicht?

.

Alle begin is moeilijk

Peter Swanborn

.

Canxatard reageerde op mijn oproep voor een dichter op verzoek en wilde graag Peter Swanborn (1963) in het zonnetje plaatsen. Rotterdamse dichter Peter Swanborn ken ik al sinds 2016 toen hij jurylid van de Ongehoord! Poëzieprijs was. In 2017 was hij te gast als dichter bij het Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin. En op 25 juni zal hij één van de Rotterdamse dichters zijn die op het podium van Raamwerk II (kunst en poëzieproject van de NE studio’s op het Noordereiland in Rotterdam) acte de présence geven. In dit project zijn 20 dichters gekoppeld aan 20 kunstenaars. Peter Swanborn is gekoppeld aan kunstenaar Tamyra Meesters. Aan dit project is ook een poëziewedstrijd gekoppeld Dichtwerk.

Canxatard wilde een gedicht van Peter Swanborn omdat  “het zo’n geweldige docent poëzie lezen en schrijven is en een heerlijke dichter”. Alle reden dus om aan dit verzoek te voldoen. Ik koos voor het gedicht ‘Alle begin is moeilijk’ (Peter is tenslotte docent) uit De Gids nummer 3 uit 2017.

.

Alle begin is moeilijk

.

maar een paar nieuwe aanstalten zouden wel helpen.
Oude opboenen, skeletboom tot pijlen schaven, het is
niet meer van deze tijd. Liever zelfbouwpakket bestellen,
inclusief talige handleiding en klantaardig beeldmateriaal.

.

Voorfase overslaan is, naar men zegt, optie twee. Deur openen,
dikbevolkte stad in gaan, vaste route winkelcentrum. Na een uur
constateren dat bewapening onvoldoende, dan wel afwezig was.
Verrotzooid terugkeren op zelfverwijtend pantoffelschoeisel.

.

Die nacht procedure nalopen. Volgende ochtend nog geen
aanstalten bij post. Staand voor helder winterraamboos
bellen. Bloemknoppen tellen aan gisteren nog dode
tak. Mij vergapen aan moed en kleur en levenslust.

.

Stop de bom

J.C. Aachenende

.

Afgelopen zondag besprak ik met een paar vrienden dichters en kreeg ik de vraag of er dichters zijn die ik niet ken (van naam of anderszins). Uiteraard gaf ik op die vraag het enige antwoord wat je kan geven namelijk dat er nog altijd veel dichters zijn die ik niet ken (al worden het er wel steeds minder). En er komen steeds weer dichters bij. Poëzie is levenslang kortom.

Maandag las ik op Facebook een bericht van Jos van Hest dat dichter J.C. Aachenende was overleden op 90 jarige leeftijd. J.C. Aachenende is het pseudoniem van Dr. Isaak van der Sluis, voormalig dermatoloog en docent aan de Universiteit van Amsterdam. Jos schrijft dat hij hem kende als een erudiete, scherpzinnige, geestige en soms vileine schrijver en dichter, die tot drie jaar geleden vrijwel elk Open Podium in de OBA (de bibliotheek van Amsterdam) bezocht, waar hij met zijn sonoor-rasperige stem het ene grappige gedicht na het andere schrijnende voorlas.

Het deed mij meteen denken aan Wim den Hertog, een oudere man die bij de open podia van toen nog Ongehoord Rotterdam, op het open podium altijd zijn gedichten de zaal in baste. Uiteraard ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over J.C. Aachenende. Zo las ik op de website van Meander dat hij  een aantal bundels heeft gepubliceerd zoals ‘Tegengif’ (2003), ‘Het leven is gezelligheid’ (2005) en ‘Vreten op aarde’ (2008), ‘Met weemoed’ (2011), ‘Gedichten en gedachten’ (2015) en ‘Tweeënveertig gedichten vol vuur en vaart’ (2016).

In zijn rouwadvertentie stond uiteraard een gedicht van zijn hand dat ik jullie niet wil onthouden omdat het mij uit het hart gegrepen is.

 

Mijn huis is maar een boekenkast

waarvan ik als gedulde gast

nou ja, bibliothecaris dan

mag wonen; ’t is een labyrinth

waarin ik, wat ik weet en ken

nooit vind, en zelfs verloren ben

.

Uit zijn bundel ‘Met weemoed’ komt het gedicht ’21 november’ over de grote demonstratie tegen de Neutronenbom in Den Haag in 1981.

.

21 november

.

De Vrede is een hond
die keft en gromt
en bijt, en laat z’n tanden zien.
Hij blaft en kwijlt
z’n valse taal: de vredeszwendel.

.

De Vrede ijlt z’n roep vooruit,
hij scheurt het vlees
van ‘t bot: z’n vreten.
Hij kraakt het been. Hij knaagt,
een bloedhond die in meutes jaagt.

.

Sla hem de tanden uit z’n mond.
De Vrede is een valse hond.

.

.

Aanzegging

Peter WJ Brouwer

.

In 2016 verscheen de dichtbundel ‘Brief aan wie niet bestaat’ van Peter WJ Brouwer bij uitgeverij In de Knipscheer. In de inleiding staat over de gedichten van Brouwer: “In deze gedichten draait het om de paradox van het ongrijpbare: het vieren ervan, het tonen en verhullen, het aan-uit, zijn steeds terugkerende tegenstellingen die Brouwers werk eigen maken. In ‘Brief aan wie niet bestaat’ wordt het ongrijpbare tastbaar. Maar we hoeven ,maar met onze ogen te knipperen, en het zou zo weer kunnen verdwijnen”.

In inleidingen, voorwoorden en achterflappen wordt vaak wollige taal gebruikt om dichtbundels aan te prijzen, en zo kun je hier ook naar kijken maar in dit geval zit er wel degelijk een kern van waarheid in deze zinnen. Voor wie de diepere betekenis achter deze zinnen beter wil leren begrijpen kan ik de recensie van Levity Peters op meandermagazine.net aanraden.

Ik ken Peter WJ Brouwer  (van voordrachten bij poëziestichting Ongehoord!) waar hij als solo voordroeg en waar hij samen met Michael Abspoel delen van hun theaterprogramma rond Jacques Brel bracht. Toen deelde ik het gedicht ‘In mijn gedicht’, dit keer wil ik het gedicht ‘Aanzegging’ delen.

.

Aanzegging

.

Er wordt aangebeld, je ouders doen nog open
laat licht glimt op hun gezichten

.

een jongeman wordt binnengehaald,
hij groet sonoor, wendt zich tot jou:

.

ik ben de benjamin, je jongste broer

.

hij doet of hij thuis is, je vader geeft hem jouw stoel
je toont hem alles en haast je nog meer te zoeken
heb je een broer?
hij houdt een boek onder zijn arm en kijkt je spottend aan
hij zegt: je bent te laat, ik heb jou al geschreven

.

‘s ochtends aan het open raam glipt de schemer
weg met de kat

.

maar hem raak je niet kwijt die dag

.

een lege plek groeit door onder je huid
wat hij jou ontfutselde is wat hij je bracht

.

Twist

Dave Bouw en Nynke van der Beek

.

De gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! had dit jaar als thema ‘Twist’. De jury had naar aanleiding van de inzendingen nog een aantal opmerkingen en bevindingen. Hieronder kun je het juryrapport lezen. Het thema van dit jaar was ‘twist’. Dat dit tot verschillende interpretaties heeft geleid van dichters was erg leuk om te zien. Dat heeft de jury ook opgemerkt. Om te laten zien hoe dichters met dit thema omgaan plaats ik hier graag de gedichten van top 30 dichters Dave Bouw en Nynke van der Beek.

.

Juryrapport

Voor de editie van de Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2022 zijn in totaal 146
gedichten ingezonden. Daarvan belandden 31 gedichten op de shortlist die wij
hebben beoordeeld. Het viel ons als jury op dat het thema Twist door de deelnemers
op veel verschillende manieren is uitgewerkt, waarbij taalplezier duidelijk de
hoofdtoon voerde. Vaak werd een humoristische twist toegepast, of was er sprake
van een nieuwsgierig makende, prikkelende opbouw. De meerduidigheid leidde bij
sommige gedichten tot raadselachtigheid, wat soms prettig was en soms
onbevredigend.
Met blijdschap stelden we vast dat er ook slam-gedichten in de shortlist zaten. Bij het
jureren hebben we natuurlijk gelet op de toepassing van klank, (binnen/eind)rijm en
metrum, wat overigens niet doorslaggevend was voor de selectie in de top 3 of 15.
Het afbreken van regels, het effectief gebruik maken van het stijlfiguur enjambement,
en vooral het schrijven van een goede slotregel bleek in de selectie een
onderscheidend element. Een goed advies van deze jury aan alle dichters: besteed
extra aandacht aan je slotregel: kun je die missen? Laat hem dan weg. Vaak wordt
een gedicht er alleen maar sterker door. Regelmatig was de overbodige slotregel
voor de jury een reden om een gedicht niet voor de top 3 of top 15 te selecteren.
Andere keren was een gedicht te clichématig of was juist ál te veel gezochte
‘woordspelerigheid’ er de oorzaak van dat de eindstreep niet werd behaald.
Wat ons als jury vooral verrast heeft is de enorme verscheidenheid in de uitwerking
van het thema en de vorm van de gedichten. De kwaliteit was over het algemeen
hoog. Hier en daar had een kleine aanpassing een gedicht nog beter gemaakt, een
extra redactierondje had dan uitkomst geboden.
We zagen veel creativiteit en plezier in het spel met de taal. De selectie van de 15
kanshebbers en daaruit de 3 winnende gedichten was niet gemakkelijk, maar het is
gelukt.

 

Ontmoeting (Dave Bouw)

.

stof is uit de lucht geregend

het licht is om te snijden

scherp sta je afgetekend

in het tegenlicht

.

je nadert langzaam, langzaam

als het longshot uit de trage film

die in mijn herinnering huist

.

de achteloze begroeting die ik wilde spelen

valt in scherven voor mijn voeten op de grond

stof dwarrelt op en plotseling

gaat het snel

.

Boom (Nynke van der Beek)

.

ik zie van wie jij bent zo goed als niks

geen stokoud wortelstelsel schimmeldraden

of vatenwerk ik hoor niet eens je adem

jij in elkaar gewikkeld organisme

.

ik raak je ruige bast aan want ik mis

verbinding voordat wij hier waren

was jij er al en jij weet dat de aarde

zo’n warme glimlachende moeder is

.

met grote dorst ik kan je blijven strelen

tot bloedens toe of beter achteruit

gaan lopen want ik wil je blijven zien

.

kan met mijn eigen draden woorden delen

vertellen over scheuren in je huid

over het helen van je moeder vriend

.