Runa Svetlikova
Winnaar Herman de Coninckprijs
.
Runa Svetlikova (1982) is dichter, grafisch ontwerper en schrijver en haar debuutbundel ‘Deze zachte witte kamer’ won dit jaar op 27 januari, de Herman de Conincklamp voor het beste debuut van 2014. In het juryrapport staat te lezen:
“Het aantal debuten dit jaar was mager, maar de jury zag daar dit jaar geen reden in om de debuutprijs niet uit te reiken. Een van de debuten steeg namelijk duidelijk boven de anderen uit. Een sterke authentieke bundel met een volstrekt eigen idioom. Pittige vragen als de vermaarde “Wie zijn we? en Waar komen we vandaan?” worden met lef, originaliteit en een scherpe onafhankelijke geest benaderd. Dit is een bundel die een volwassenheid toont die menig dichter die het debuteren al lang achter de rug heeft zou sieren. De debuutprijs 2015 gaat naar de bundel ‘Deze zachte witte kamer’ van Runa Svetlikova”.
Uit deze bundel het gedicht ‘Ge liet iets achter’.
.
Ge liet iets achter
.
Ge liet iets achter maar niemand kan het vinden
ge deed iets goed maar niemand weet wat
ge zijt nen held maar niemand weet waarom ge
heel uw leven vocht en wie zo hard terug sloeg.
Het doet er niet toe, ge haalde de finale –
maar niemand weet van wat
Het was niet hardlopen, ge liep kreupel.
Het was niet hoogspringen, ge zat voltijds aan de grond.
Ge trok geen treinstellen voort met uw vals gebit.
Ge zijt een vraagteken, maar wie schreef de zin
en wie stelt de vraag? Ik zoek een schone foto en ik vind:
uw handen: Uw stompe vingers. Uw vergeelde vingertoppen
en uw kromme nagels. Mijn kind heeft die ook.
.
Cummings en de Coninck
De gedichten
.
Voor mijn verjaardag heb ik ‘De gedichten’ van Herman de Coninck gekregen. Eeen fantastisch boekwerk met al de gedichten die Herman de Coninck tijdens zijn leven heeft gepubliceerd of voor publicatie bestemd waren, aangevuld met een beperkte selectie uit het nagelaten werk. Ruim 600 pagina’s genieten dus. Omdat ik dichtbundels zelden bij de eerste pagina begin te lezen (als een roman bijvoorbeeld) sloeg ik ook nu de bundel ergens open om te beginnen te lezen.
Groot was mijn verbazing toen ik zag bij welk gedicht ik deze bundel opensloeg; E.E. Cummings. Een van mijn favoriete dichters aller tijden en misschien wel de favoriet uit het Engelse taalgebied (al twijfel ik, misschien ex aequo met Yeats). Blijkbaar voor Herman de Coninck ook een favoriet wat hem nog verder in mijn achting doet stijgen (kan dat nog?).
Hier het gedicht.
.
E.E. Cummings
.
Het is prettig om klein
en je lippen te zijn.
Het is nog veel prettiger
om je met vier lippen samen
te schamen
.
Je bent zo onder elkaar met jezelf.
Ik hou van jou, zo voorzichtig als misschien,
zo ongelooflijk als ja,
zo lang als we zullen wel zien.
.
Gelukkig ben ik op tijd vertrokken
om voor de nacht eindigen in mijn vingertoppen.
.
Octavio Paz
Dorp
.
Octavio Paz (1914 – 1998) was een Mexicaans schrijver, dichter en diplomaat. Hij geldt als een van de belangrijkste Spaanstalige schrijvers van de 20e eeuw en won in 1990 de Nobelprijs voor de Literatuur.
Paz heeft in zijn hele leven veel van zijn tijd met lezen doorbracht. Zijn vroege werken zijn met name beïnvloed door de Europese dichters Gerardo Diego, Juan Ramón Jiménez en misschien wel de bekendste Antonio Machado. Op zeventienjarige leeftijd publiceerde Paz zijn eerste gedicht, ‘Caballera’. Twee jaar later, op 19 jarige leeftijd, kwam zijn eerste bundel uit: ‘Luna Silvestre’. Paz ging naar de Universidad National in Mexico om Rechten en Literatuur te studeren.
Octavio Paz heeft vele literaire prijzen gewonnen waaronder de Grand Prix International de Poésie, België (1963), de Cervantes prijs (Nobelprijs voor Spaanstalige literatuur) in 1981 en de Neustadt Prize, de belangrijkste literaire prijs in de VS voor niet iuit de VS afkomstige schrijvers (2-jaarlijks) in 1983 en dus de Nobelprijs voor de literatuur.
Daarnaast ontving hij in 1994 het Grootkruis van het Franse Legion d’Honneur en in 1998 het Grootkruis van Isabel la Católica, Spanje. Tevens werden hem eredoctoraten toegekend aan 4 universiteiten.
In de vuistdikke bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International’ staan een aantal van zijn gedichten in het Spaans en in een Nederlandse vertaling van Laurens Vancrevel. Hier het gedicht ‘Pueblo’ of ‘Dorp’.
.
Pueblo
.
Las piedras son tiempo
El viento
Siglos de viento
Los árboles son tiempo
Las gentes son piedra
El viento
Vuelve sobre si mismo y se entierra
en el dia de piedra
No hay agua pero brillan los ojos
.
Dorp
.
De stenen zijn tijd
De wind
Eeuwen van wind
De bomen zijn tijd
De mensen zijn steen
de wind
Komt op zichzelf terug en begraaft zich
In de dag van steen
Water is er niet wel glinsteren de ogen
.
Oud gedicht
Uit de jaren ’80
.
Vandaag maar weer eens een gedicht uit de oude doos, geschreven in 1985 denk ik. Ongetwijfeld heb ik mijn inspiratie opgedaan destijds aan het strand dat op zo’n 5 minuten van mijn huis vandaan ligt.
.
Badplaats
.
Zand
gedachteloos strand
sterk hiërarchisch bemand
.
loop
lichamen te koop
besmeurd, geurende stroop
.
warm
rijker en arm
“leg niet te zeuren, darm!”
.
wind
moeiteloos bemind
aan de kinderen geen kind
.
gaan
langzaam opstaan
losgerukt uit paradijselijk bestaan
.
Schilderij: Hans Versfelt (https://hansversfelt.wordpress.com)
Bermtoeriste
Hester Knibbe
.
Na afgelopen dinsdag benoemd te zijn tot stadsdichter van Rotterdam was de koek nog niet op voor Hester Knibbe deze week. Woensdagavond werd in een drukbezochte Kunsthal bekend dat ze ook nog eens de VSB poëzieprijs heeft gewonnen met haar bundel ‘Archaïsch de dieren’. Genomineerden waren Piet Gerbrandy, Alfred Schaffer, Hester Knibbe, Peter Verhelst en Sasja Janssen.
Volgens de jury stelt Knibbe in haar bundel grote levensvragen op een “stevige, klankrijke en hedendaagse” manier, zonder dat ze “bezwijken onder hun eigen gewicht”. Zo gaat het bijvoorbeeld over de vraag waarom de mens op aarde is of over hoe we de doden kunnen herdenken. “Antwoorden zijn er niet te vinden in deze gedichten; de goden geven niet thuis”, aldus de jury van de VSB poëzieprijs.
Hester won met haar bundel een prijs van € 25.000,- en een glassculptuur.
Van haar hand een ouder gedicht uit 2009 verschenen in Het Liegend Konijn met als titel ‘Bermtoeriste’.
.
Bermtoeriste
Men houdt het oog steeds op de weg gericht
niet op de berm waarin ik ooit bij toeval werd
gedropt en nu verwijl als vreemde
deftigheid. Ik sta hier in een soort
verlatenheid en niemand in de weg, men
sjeest langs mij, ik word niet opgemerkt. Behalve
soms door iemand die zich niet fixeert op eigen
pad, mij plots gewaarwordt, afstapt, zich aandachtig
naar mij overbuigt, verrast betast en
concludeert: ach wat een zeldzaamheid, o
delicate kelk, dat je hier
zoiets ziet! Kijk, dan
verheug ik mij, verwelk ik niet voor niets
.
Met dank aan gedichten.nl
Haarspeld
Erotische gedicht van Paul Claes
.
Uit de niet te versmaden bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’samengesteld door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze vandaag een gedicht van de dichter Paul Claes (1943). Dit gedicht werd gepubliceerd in de bundel ‘Rebis’ uit 1999.
.
Haarspeld
.
Soms speelt hij met de haarspeld in zijn hand.
Over de ribbels van haar ruggengraat
strelen zijn vingers, tot ze zich ontspant
en opengaat,
.
als hij zijn vingertop ertussen brengt,
en telkens weer kan hij er niet genoeg
van krijgen het te doen, terwijl hij denkt
aan wie haar droeg
.
Daniel Dee
Stadsdichter Rotterdam geeft zijn functie door aan Hester Knibbe
.
Gisterochtend werd tijdens een bijeenkomst in de centrale bibliotheek van Rotterdam (in het Bibliotheektheater) het stadsdichterschap overgegeven van Daniel Dee naar Hester Knibbe. Daniel heeft de afgelopen 2 jaar Rotterdam gediend als stadsdichter met mooie projecten en dito gedichten. De stadsdichter schrijft in ieder geval elk jaar 6 gedichten met de stad en haar bewoners als inspiratiebron. Daarnaast heeft de stadsdichter de vrije hand in hoe hij of zij het stadsdichterschap invulling wil geven.
Daniel heeft zich heel veel begeven onder de inwoners van Rotterdam, heeft vrijwel geen enkele uitnodiging afgeslagen en heeft dus in opdracht minimaal 12 gedichten geschreven over Rotterdam en de Rotterdammers. Zijn laatste gedicht werd tijdens de bijeenkomst getoond met een animatie van Daniel Oliveira Prins.
.
Hier zijn laatste stadsgedicht en het filmpje van Daniel Oliveira Prins.
.
Biopic de film van je leven flitst aan je ogen voorbij
.
als ik de film van je leven mocht regisseren
zou ik beginnen bij de virussen in je lijf
.
het menselijk lichaam bestaat
tenslotte voor negenennegentig procent uit zuurstof
koolstof waterstof stikstof calcium en fosfor
.
wat is dus werkelijk van jou
wat maakt jou
.
ik zou de virussen filmen hoe ze na het gestelde ultimatum
een alles vernietigende oorlog beginnen
zoals we die kennen van verre vreemde landen op het journaal
waar geen rambo nog iets aan kan redden
iedereen van het padje af
er er zou gesneuveld worden dat de stukken eraf vlogen
.
een oorlog die uiteindelijk resulteert in de totale overgave van je geest
zodat je niets anders kan dan naar mij verlangen
.
in de slotscène zou ik op ingenieuze wijze uitzoomen
om in softfocus in beeld te brengen hoe wij op de bank
verstrengeld met elkaar innig zoenen en versmelten
.
ik zou niet eens hoeven acteren
.
Meten & wegen
Anne Vegter
.
In het op een na laatste jaar van haar Dichterschap des Vaderland (2013-2016) aandacht voor Anne Vegter. Uit mijn boekenkast trek ik de (zeer recent verkregen) bundel ‘Eiland berg gletsjer’ uit 2013. In deze bundel met pikante tekeningen ( ze doen me denken aan de erotische tekeningen uit de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ die ik met Alja Spaan publiceerde, van Pierre Struys) 12 gedichten en 2 langere gedichten (Eiland berg gletsjer en Dochter van).
Uit de reeks gedichten het gedicht ‘Meten & weten’.
.
Meten & weten
.
Of het tijd kost Anne Vegter te zijn.
De schotels in de lucht houden, probeer ik.
,
Ik doe natuurlijk maar wat.
Gisteren zei iemand het past of fluit ernaar.
.
Iemand zei genen van belangstelling
woekeren/denkers willen verspilling!
.
Het kost niet per se tijd maar het hoofd
(denken aan de liggende jaren, een tegen-
.
stelling noemen van verlangen) puilt uit.
Lezers zoeken iemand om in uit te rusten.
.
Poëzie in gaming
Elegy for a dead world
.
Toen ik de tip kreeg over een game waarin poëzie geschreven moest worden om in de game verder te komen heb ik in eerste instantie mijn wenkbrauwen gefronst. Games en Poëzie, gaat dat wel samen? Waar games over het algemeen worden gespeeld door (en ik weet dat dit erg stigmatiserend is maar ‘ for the sake of argument’ dan maar) nerderige jongens die niets moeten hebben van poëzie, blijkt nu toch een game ontwikkeld te zijn die gamers aanzet tot het zelf schrijven van poëzie en proza.
De game heet Elegy for a dead world en is ontwikkeld door Ichiro Lambe en Ziba Scott. Hoe werkt het? Terwijl de gamer verre planeten en dode beschavingen ontdekt, worden ze geconfronteerd met 27 uitdagingen in 3 werelden. Elke wereld is gebaseerd op een gedicht uit de (Britse) Romantiek te weten “Ozymandias” van Percy Bysshe Shelley, “When I Have Fears That I May Cease to Be” van John Keats, en “Darkness” van Lord Byron.
Deze uitdagingen vinden plaats in verschillende rollen zoals een keizer die zijn troepenmacht opbouwt of als een meisje dat een stad moet evacueren omdat deze gebombardeerd dreigt te worden. De spelers reizen door prachtige achtergronden terwijl de tekst op hetscherm het verhaal verteld. Maar een groot deel van de tekst wordt leeg gelaten , dat is wanneer de spelers de dichter in zichzelf moeten aanspreken.
De spelers worden uitgedaagd in verschillende stijlen, dan weer rijmend, dan weer in een vaste vorm en ook in een vrije vorm. Elegy for a dead world begon op een dag toen Lambe en Scott aan een conferentietafel zaten in hun werkruimte in Cambridge , Massachusetts , terwijl ze visuele interpretaties van gedichten op lange vellen papier tekenden. Toen ze een vriend vroegen naar zijn interpretatie van de tekeningen gaf deze een volledig andere betekenis aan het verhaal. Vanaf dat moment was het idee geboren.
In het begin bleek dat veel gamers toch enige schroom hadden om los te gaan in het creatieve schrijfproces. daarom begint de game met het invullen van woorden en naarmate men verder komt wordt er steeds meer van de creativiteit gevraagd van de speler.
Van Keats het gedicht van één van de werelden “When I Have Fears That I May Cease to Be”
.
When I have fears that I may cease to be
Groter dan de feiten
Jan Baeke
.
Gisterochtend op mijn verjaardag gekregen: ‘Groter dan de feiten’ dichtbundel van Jan Baeke. Een mooie bundel met vervreemdende poëzie (het is waar wat er op de achterflap staat). In vijf hoofdstukken zijn de gedichten per hoofdstuk genummerd en zonder titel. Hoewel de achterflap ook rept van ‘een zonovergoten maar beklemmende mediterrane provinciestad’ kwam bij mij bij het lezen van dit gedicht meteen het beeld boven van een klein West-Vlaams dorp (vraag me niet waarom!).
Uit het hoofdstuk ‘Alleen het begin telt’ het tweede gedicht.
.
In het café op het plein wordt alles teruggebracht
tot veraf en dichtbij.
.
Jij komt van hier.
Ik ben een maand geleden vertrokken.
.
De barman hangt in de radio
hoort onze dorst niet, hoort berichten voor het verzet.
.
Jouw nagels krassen alle neerslag weg.
Ik zie de patronen, de onhandige gebeden, kijk
vooruit de ramen in, zie dat het plein
door steeds grilliger schaduwen bezocht wordt.
.
Ik zie hoe jij mij dierbaar
zijn kan.
Je buigt je hoofd.
Het café buigt tegen jou in, stervend glaswerk.
.























