Franconia

Robert Frost

.

Hoewel ik op 3 januari nog over Robert Frost schreef, ga ik het nu toch gewoon weer doen. Waarom? Omdat ik een bijzonder aardig Youtube filmpje tegen kwam over het huis van de familie Frost in Franconia, tussen 1915 en 1920 en daarna nog als zomerhuis tot 1939. In dit huis in  Franconia schreef Robert Frost vele gedichten (zoals The road not taken, elders op dit blog te lezen). In het stuk grond rond het huis is dan ook een Poetry Trail gemaakt, een wandeling door het bos waarbij je vele gedichten tegen komt van Frost op borden. Een stichting heeft dit pad ingericht in 1997.

Veel mensen zien Robert Frost als de grootste Amerikaanse dichter van de twintigste eeuw. Een mooie quote van hem is: “In three words I can sum up everything I know about life: It goes on.” En zo is het. Zijn leven en werk blijft echter bestaan in het huis in New Hampshire (wat te bezichtigen is) en zijn gedichten. Zoals het gedicht ‘Nothing gold can stay’.

.

Nothing gold can stay

.

Nature’s first green is gold

Her hardest hue to hold

Her early leaf’s a flower;

But only so an hour.

Then leaf subsides to leaf.

So eden sank to grief,

So dawn goes down today.

Nothing gold can stay.

.

Frost

 

Frost 2

 

frost 3

 

Lijstenboek

10 dichters en hoe ze aan de kost kwamen

.

Behalve inmiddels twee meters aan dichtbundels bevat mijn boekenkast ook een zeer vermakelijk boek: Lijstenboek, het onmisbare handboek van merkwaardige informatie. Nu ben ik al mijn hele leven gek op weetjes en rare feiten maar in dit boek staat een hoofdstuk dat me erg aanstaat. Tien dichters en hoe ze aan de kost kwamen. Een overzicht:

.

William Blake (1757-1827) maakte gravures voor boekhandelaren, hij werkte als illustrator en tekenleraar. Hij kreeg echter zelden opdrachten en leefde in armoede.

Robert Burns (1759 – 1796) was op zijn 15e boerenknecht en werd uiteindelijk belastinginspecteur.

Allen Ginsberg (1921 – 1997) werkte als bordenwasser en marktonderzoeker.

John Keats (1795 – 1821) werd opgeleid voor chirurg en apotheker en ging werken als chirurgijnsassistent. Hij overleed aan tuberculose.

Pablo Neruda (1904 – 1973) was consul in Ceylon, Nederlands-Indië, Argentinië en Spanje. Terug in Chili werd hij gekozen in de senaat voor de communistische partij.

Piet Paaltjens (1835 – 1894) was dominee.

Ilja Pfeijfer (1968) deed een opleiding als tuinkabouter en heeft in die hoedanigheid jarenlang in een particuliere tuin gestaan bij de oude molen in Leiden (!).

De Schoolmeester ( 1808 – 1858) was kostschoolmeester in Engeland.

Jan Jacob Slauerhoff (1898 – 1936) was scheepsarts.

Walt Whitman (1819 – 1892) was drukkersknecht en redacteur maar ook timmerman en kantoorklerk voor Indiaanse zaken.

.

Er wordt ook nog een eervolle vermelding gegeven voor Arthur Rimbaud (1845 – 1891). Hij nam in Harderwijk dienst als soldaat bij het KNIL en ging naar Nederlands -Indië, deserteerde en kwam terug naar rankrijk, vond werk bij een circus, ging naar Cyprus als stenensjouwer en werd uiteindelijk in Ethiopië eigenaar van een handelspost waar hij handelde in koffie, ivoor, wapens en misschien ook slaven.

.

Om toch te eindigen met een gedicht, iets van Allen Ginsberg.

.

A desolation

.

Now mind is clear
as a cloudless sky.
Time then to make a
home in wilderness.
What have I done but
wander with my eyes
in the trees? So I
will build: wife,
family, and seek
for neighbors.Or I
perish of lonesomeness
or want of food or
lightning or the bear
(must tame the hart
and wear the bear) .And maybe make an image
of my wandering, a little
image—shrine by the
roadside to signify
to traveler that I live
here in the wilderness
awake and at home.

 

ginsberg

 

 

 

 

FAVORIETEN

 

Facetten der Nederlandse poëzie

Jan Prins

.

Vandaag uit mijn boekenkast een bundel gepakt die er op het eerste oog wat saai uitziet. Cremekleurig met op de voorkant slechts een frame met letters (de n en de d van de uitgeverij Nijgh & van Ditmar te) en daarbinnen de titel ‘Facetten der Nederlandse poëzie, van Kloos tot Elsschot’ uit 1964.

Dit is deel 68 uit de Nimmer dralend reeks (enkel deel) en deel 3 uit de ‘Facetten van de poëzie’. Samengesteld door Pierre H. Dubois, Karel Jonckheere en Laurens van der Waal. In de inleiding stellen zij over de totstandkoming en keuze der dichters onder andere: “..dat de litteratuur in Noord en Zuid als één geheel wordt beschouwd en er derhalve naar een redelijk evenwicht tussen beide werd gezocht.” Poëzie en dichters uit Nederland en Vlaanderen dus.

Omdat er vele prachtige gedichten in deze bundel staan, heb ik gekozen voor een gedicht van een, mij onbekende, dichter namelijk Jan Prins.

Jan Prins (1876 – 1948) werd geboren in Rotterdam, werkte van 1892 tot 1924 bij de Marine. In zijn poëzie geeft Prins blijk van zijn liefde voor het Nederlandse (en later ook Indische) landschap. Jan prins kreeg bekendheid door de gedichten die hij schreef over het bombardement op Rotterdam in 1940. Oorspronkelijk uit de bundel ‘Bijeengebrachte Gedichten’ uit 1947 het gedicht ‘De stad’.

.

De stad

.

De stad ligt in den avondgloed, –

De torens en de tinnen blinken, –

En ’t laag gedaalde zonlicht doet

Wat kleurig was in schaduw zinken.

.

De schemerige wegen zijn

Nog vol, en in de nauwe stegen

Ziet men zich in den valen schijn

Een vagen mensendrom bewegen.

.

Chinezen met hun onbehaard

Gelaat en rustige Javanen

En Arabieren, trots-behaard,

In hun wijdzeilende soutanen.

.

De bruggen over de rivier

Bespannen met haar smalle bogen

Het bleke water, waarin hier

En daar iets donkers wordt bewogen.

.

De vrouwen komen af en aan,

Die water in de kruiken halen,

En met een doek gesluierd gaan

Als in de Bijbelse verhalen.

.

De kooplui zitten op den grond

Bij lampen, die nu de gezichten

Der stille kopers, in het rond

Gebukt, beginnen te verlichten.

.

Een enkele beweging slaat

Nog uit de menigte naar voren

En vlamt in ’t rosse licht, en gaat

Weer in de menigte verloren.

.

En vreemder wordt, nu ’t avonduur

Opnieuw de mensen komt vertroosten,

In ’t licht dat zwicht na ’t middagvuur,

De vreemde wereld van het Oosten.

.

jan_prins

JP bijeengebrachte

 

IMG_9348

prinsjanhandt

Mahmoud Darwish

Dichter in verzet

.

Mahmoud Darwish (1941 – 2008) was een Palestijns dichter en schrijver die talrijke onderscheidingen kreeg voor zijn literair oeuvre. In zijn werk werd Palestina een metafoor voor het verlies van zijn land, de geboorte en de heropstanding, de pijn van de verdrijving en de Palestijnse diaspora. In 2004 ontving Darwish de Grote Prins Claus Prijs voor zijn oeuvre. Maar hij ontving meerdere internationale prijzen voor zijn werk zoals Ridder in de orde van Kunsten en Letteren (1993 Frankrijk), De Lenin Vredesprijs (1983 Sovjet-Unie) en De Lotusprijs (1969 Unie van Afro-Aziatische Schrijvers).

Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Asafir Bila Ajniha’ op negentienjarige leeftijd. Hij woonde in Palestina, Libanon (na de oorlog van 1948), de Sovjet Unie, Egypte en uiteindelijk kreeg hij van de regering toestemming om in Israël te komen wonen nadat hij jarenlang de toegang was ontzegd door zijn lidmaatschap van de PLO. Hij ging toen wonen in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Darwish werkte als directeur van het Palestinian Research Center van de PLO en werd in 1987 gekozen in de leiding van de PLO.

In 1988 schreef hij een manifest dat was bedoeld als de onafhankelijkheidsverklaring van het Palestijnse volk. In 1993, na het afsluiten van de Oslo-akkorden, nam hij ontslag uit het Uitvoerend Comité van de PLO. In 2004 schreef hij de nationale grafrede voor de overleden leider Yasser Arafat.

Darwish stond steeds een “gedurfd en eerlijk” standpunt voor in de onderhandelingen met Israël. Ondanks zijn kritiek op zowel Israël als op de Palestijnse leiding geloofde Darwish dat vrede haalbaar was. “Ik wanhoop niet”, vertelde hij tegenover de Israëlische krant Haaretz.

Darwish beschouwde zichzelf als een Trojaanse dichter, hij verzamelde en reconstrueerde de stemmen van de verslagenen. “De Trojanen zouden een heel ander verhaal hebben verteld dan Homerus maar hun stem is voor altijd verloren gegaan. Ik ben op zoek naar hun stemmen”. Maar Darwish schreef niet alleen over deze “Trojaanse stemmen”, zijn poëzie ging ook over de erotische liefde, de fysieke zwakheid, de spirituele verbijstering en de metafysische honger.

Op zijn optredens in het Midden Oosten kwamen vaak duizenden mensen af. Hij kreeg een staatsbegrafenis en vele duizenden in de Arabische wereld rouwden om zijn dood.

Zijn werk werd in meer dan twintig talen vertaald.

.

In 1964 schreef hij het gedicht ‘Identiteitskaart’  waarmee hij grote bekendheid verkreeg.

.

Identiteitskaart

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
En het nummer van mijn identiteitskaart is vijftigduizend
Ik heb acht kinderen
En de negende komt na een zomer
Zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
In dienst met collega-arbeiders bij een steengroeve
Ik heb acht kinderen
Ik haal brood voor ze
Kleren en boeken
Van de stenen…
Ik smeek niet om liefdadigheid aan je deuren
Noch kleineer ik mezelf bovenaan de treden van je vertrekken
Dus zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Ik heb een naam zonder titel
Geduldig in een land
Waar mensen woedend zijn
Mijn wortels
Werden diep ingebed voor de geboorte van de tijd
En voor de opening van de tijdsperken
Voor de dennenbomen, en de olijfbomen,
En voordat het gras groeide

Mijn vader.. stamt af van de familie van de ploeg
Niet van een bevoorrechte klasse
En mijn grootvader.. was een boer
Noch van goede komaf, noch van gegoede familie!
Leert me de trots van de zon
Voordat me geleerd wordt hoe te lezen
En mijn huis is als de hut van een wachter
Gemaakt van takken en riet
Ben je tevreden met mijn status?
Ik heb een naam zonder titel!

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Je hebt de boomgaarden van mijn voorouders gestolen
En het land dat ik bebouwde
Samen met mijn kinderen
En je hebt niets voor ons overgelaten  Behalve deze stenen..
Dus zal de staat ze afnemen
Zoals is gezegd?!

Daarom!
Schrijf bovenaan de eerste pagina:
Ik haat geen mensen
Noch maak ik inbreuk
Maar als ik honger krijg
Zal het vlees van de overweldiger mijn eten zijn
Pas op ..
Pas op..
Voor mijn honger
En mijn woede!

.

Mahmoud Darwish

Lichtgedicht

Ester Naomi Perquin en Geert Mul

.

In januari 2014 verscheen in de Noorderzon, wijkkrant van Rotterdam-Noord het bericht dat in december 2013, in het Muizengaatje (de onderdoorgang van het spoor bij station Rotterdam Noord, nabij de Bergweg) een lichtgedicht is geplaatst van dichter Ester Naomi Perquin (toen stadsdichter van Rotterdam) en kunstenaar Geert Mul. Het gedicht is geplaatst op het plafond en door de speelse belichting krijgt het steeds een andere dimensie.

De combinatie van tekst en gekleurd licht zorgt voor verschillende lagen en daagt de lezer uit om de tekst opnieuw te lezen, te interpreteren en te ontdekken.

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3591-NZ-NZO

 

Lichtgedicht-Station-Noord-16-12-2014-DSC_3609-NZO

Foto’s: Johannes Odé, redacteur van Noorderzon.

Flessenpostsieradengedichten

Wietske Welten

Wietske is een  glaskunstenares en sieradenontwerpster uit Den Bosch. Zij maakt onder andere flessenpost-kettingen

Deze kettingen bevatten Bossche gevelgedichten, dit zijn gedichten die overall in Den Bosch op diverse gevels te vinden zijn. Deze zogenaamde ‘meeneempoëzie’ is een initiatief van Stichting Poëzie op straat.

Wietske schrijft op haar website: “Ik heb voor mezelf ook een flessenpost-ketting gemaakt, ook met meeneempoëzie. ‘Mijn’ gedicht behoort echter niet tot de gevelgedichten maar is door een bewoner uit mijn straat zelf aangebracht op zijn raam.”

.

Jij bent zo mooi anders dan ik,
niet meer of minder maar
zo mooi anders,
Ik zou je nooit
anders dan anders willen

.

Wietske

sieraadgedicht1

sieraadgedicht2

Met dank aan: http://sieradenmaakjezelf.nl/

 

 

Gedichtje van vroeger

Gedicht uit 1986

.

Uit de oude doos maar weer eens een gedicht van mijn hand, dit keer uit 1986 met de titel ‘Kijk’.

.

Kijk

.

Je ogen, vochtig

kregen vat op mijn gemoed

en deden mijn gezicht

serieus plooien.

zo voelde ik dat.

.

Hoe jij mij zag

bleef een raadsel

in je ogen

las ik enkel

nattigheid

.

tear

Zwaluwwand

Gedicht op een vreemde plek

.

De Nederlandse dichteres en schrijfster Heleen Bosma uit Deventer was in 2013 en 2014 Dichter bij Overijssel. Bosma heeft als provinciedichter voor de provincie Overijssel ten minste 6 gedichten per jaar geschreven.

Heleen Bosma studeerde Nederlandse letterkunde. Ze dicht al haar hele leven en is nu vijftien jaar fulltime dichteres. In augustus 2009 werd zij gekozen tot Deventer Dichter. In 2011 heeft zij deze erefunctie afgerond en  verscheen  de bundel ‘Oostenwind’. Ze treedt graag op en het is haar specialisme dichtregels letterlijk de ruimte te geven, in, op of rond gebouwen en als landart (in de natuur).
Daarnaast zet ze zich in voor het wijd verspreiden van de poëzie van andere nationale en internationale dichters en dichteressen. Poëzie is volgens Bosma niet ingewikkeld, poëzie is van iedereen waar ik het uiteraard helemaal mee eens ben.

Een mooi voorbeeld van de genoemde landart, of zoals ik hem gerangschikt heb onder gedichten op vreemde plekken, is het gedicht ‘Vederlicht’. Dit gedicht werd Geschreven ter gelegenheid van de afronding van de natuurinrichting Wetering Oost en West en de faunapassage bij Muggenbeet (Steenwijkerland) op 29 augustus 2014. Het is aangebracht op de zwaluwwand bij de vogelkijkhut, nadat de zwaluwen klaar waren met broeden.

.

Verderlicht

Vederlicht is onze ziel

Van dons en zijdezacht

Wij zijn een stipje in het zwerk

Een knipoog naar de zwaartekracht

.

zwaluwen

 

foto_zwaluwwand

Het wezen van onderweg

Evy van Eynde

.

Al eerder besprak ik hier de bijzondere bundel  ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ van Evy van Eynde uit het Vlaamse Rotem. Evy schrijft poëzie zoals ik ze graag lees, het verwonderd en sprankelt. Op haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/ staan verschillende mooie voorbeelden. Daarom nogmaals een gedicht van haar hand met als titel ‘Het wezen van onderweg’.

.

 Het wezen van onderweg.

het-wezen-van-onderweg

 

wanneer-kom-je-buiten-spelen (1)

 

wanneer-kom-je-buiten-spelen

Geranium

Hans Vlek

.

Uit de fijne bundel ‘Voor wie dit leest, Proza en poëzie van 1950 tot heden (1977) een gedicht van Hans Vlek. Hans Vlek (1947) Dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en veroorzaakte enige commotie in Maastricht, waar hij bij een poëzie-manifestatie in de schouwburg naakt optrad. In de jaren zeventig verbleef hij enige tijd in psychiatrische klinieken. Vlek was medewerker van onder andere Tirade en De Gids en redacteur van Manifest. Het gedicht Geranium verscheen in zijn bundel Zwart op wit.

.

Geranium

.

Vanuit de slechtzittende

schoolbank in een geur van stof

oud hout en pis, onder hoge ramen

in bladderend kozijn: het rood

van de geranium

.

Mijn grootmoeder zwoegend boven

een tobbe in de tuin, en naast

het keurig tegelpad in rij, in het rood

waarvan mijn opa op vergaderingen

sprak: geraniums.

.

Thuis hadden wij er een

die nooit bloeien wilde omdat

iedereen zijn peuken doofde

in de pot. O god, de triestheid

van zijn harig-groene, knokelige

steel!

.

Geranium, prachtige bloem

die niet mooi is, wijn

van de kruidenier, kip

tussen de vogels, sieraad

van alles wat arm en goedkoop is.

.

Zwart op wit

 

voor wie dit leest

 

Hans Vlek