Prijzen!
Anneke Brassinga
.
Ik lees toch al jarenlang veel poëzie, lees nog meer over poëzie en dichters hebben mijn onverdeelde interesse. En toch blijven er nog namen van dichters ophoog komen waar ik tot mijn grote schande nog nooit van gehoord heb en die toch een enorme staat van dienst blijken te hebben. Anneke Brassinga (1948) is zo iemand. Vandaag werd bekend dat zij de P.C. Hooftprijs krijgt voor haar gehele oeuvre. Deze oeuvreprijs is dit jaar voor poëzie en in het juryrapport staat waarom:
‘Wie de gedichten van Anneke Brassinga leest, stapt binnen in een geestverruimend heelal van taal. In elk gedicht openen zich onvermoede vergezichten van zeggingskracht. De taal wordt omgekeerd, uitgekleed en weer opnieuw uitgedost totdat alle registers die er ooit in voorgekomen zijn weer meedoen. Deze dichter is werkelijk overal geweest, in talloze literaturen, tradities en milieus, van academie tot markt, straat en kroeg. Met kennelijk genot (her)gebruikt Brassinga bijna vergeten of in onbruik geraakte woorden, die in haar gedichten opnieuw worden geproefd en gesmaakt. De liefde voor de onuitputtelijke mogelijkheden van taal in poëzie is de constante van haar werk.’
De jury bestond overigens uit Wim Brands, Rozalie Hirs, Anja de Feijter, Erik Lindner en Maaike Meijer. Anneke Brassinga is behalve dichter ook prozaschrijfster en vertaler. Ze werd vooral bekend door haar vertalingen van dichters als Oscar Wilde, Jules Verne, Sylvia Plath en Vladimir Nabokov. Voor de vertaling van de laatste kreeg ze de Martinus Nijhoffprijs die ze weigerde omdat een groot aantal vertalers werd geboycot door de jury.
In de loop der jaren zijn al vele belangrijke literaire prijzen aan haar toegekend zoals de Ida Gerhardtprijs, de VSB Poëzieprijs, de Herman Gorterprijs en de Constantijn Huygensprijs.
Uit de bundel ‘Aurora’ uit 1987 het gedicht ‘Liefdeslied’.
.
Liefdeslied
Als hij lacht dan sneeuwt het rozen
zijn wenkbrauw is een dennenbos
of brandnetels, wuivend in de wind.
Als hij lacht dan sneeuwt het rozen,
ik heb hem lief, ik ben zijn kind.
Zijn oor een vat vol fluistering,
het fluistert er vol rozen
en honinggeur hangt in zijn haar,
zijn hand, een korenaar.
Het sneeuwt, als hij lacht, vol rozen.
In een zwerm vlinders wandelt hij
aan mijn zij, tussen berken.
De vlinders aaien de rozen,
ik aai zijn korenaar
als een vlinder sneeuwt hij rozen.
.
Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl
Schurende poëzie
Daniël Vis
.
Afgelopen zondag was het laatste Ongehoord! podium van 2014 en in dit geval geldt; was je er niet dan heb je echt wat gemist. Prachtige poëzie van de 82 jarige Willy Spillebeen, Rinske kegel, Marjolein van Aperen, de breekbare muziek van Bryony Burns en Daniël Vis. Daniël Vis schrijft poëzie die schuurt, tot denken aanzet, absurd is soms maar altijd intrigeert. Ik kon dan ook niet anders dan zijn bundel ‘Crowdsurfen op laag water’ aanschaffen. De achterflap zegt over hem:
Op Tarantino-achtige wijze ontrafelt Daniël Vis uiterst actuele doch ook persoonlijke thema’s. Dit doet hij op een harde, narratieve en atypische manier, waarbij niets mooier gemaakt wordt dan het is.
Ik heb altijd een zeker voorbehoud als het gaat om coverteksten (zelfs bij mijn eigen bundels) maar in dit geval ben ik het helemaal eens met de inhoud van deze tekst. Uit deze bundel het gedicht ‘Friedrichs ontstopper’.
.
Friedrichs ontstopper
.
voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.
soms kroop hij ’s nachts uit bed
en schoof het gordijn open.
.
er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen
en hij heeft om dingen gevraagd.
.
van de pepernoten begreep hij ook niet
hoe ze in zijn schoenen kwamen.
.
maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.
en toen hij 13 was verzoop een schaap
in de sloot, achter.
.
je kan niet over water lopen.
.
in de cartoons hangen ze even stil in de lucht
voordat ze vallen,
.
er verandert iets in hun ogen.
hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,
dat het iets oplost daarbinnen.
.
‘doe je mond maar open’, zeg ik.
‘als het prikt, werkt het.’
.
‘het botst toch op niks,’ zegt hij.
‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’
.
hij houdt zijn hand op z’n middenrif.
.
23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.
.
hij zegt:
.
‘als jezus terug op aarde komt
is dat als mannenmodel
voor h&m.’
.
Ik woon in een ander huis
Hans Lodeizen
.
Voor de dromers, de liefhebbers, de hunkeraars, de zoekers, de criticasters en de gepassioneerden een liefdesgedicht van Hans Lodeizen zonder titel.
.
In de bedding
van je heupen wil ik slapen
door de hemel van je
ogen bedekt
.
je voeten zijn ver en toch
behoren ze bij je als een
vlieger zijn ze opgelaten
in een zomerdag
.
ik woon
in een ander huis; soms
komen we elkander tegen
ik slaap altijd zonder jou
en wij zijn altijd samen.
.
Jan Wolkers
Wintervitrines
.
Jan Wolkers kent iedereen. Van zijn romans en verhalenbundels. Maar dat Jan Wolkers ook poëzie schreef is bij niet veel mensen bekend. Zijn poëzie is vaak prozaïsche. Het zijn meestal een soort ultra korte verhaaltjes met een poëtische toonzetting. In de bundel ‘Wintervitrines’ uit 2003 staan een groot aantal van dit soort proza gedichten maar ook een aantal ‘echte ‘ gedichten.Een mooi voorbeeld is het gedicht ‘Winter’.
.
Winter
.
een landkaart van sapstromen
gestremd in rijp
onontdekt gebied van
verstijfde kronkelingen
de geometrie van sneeuw
stelt de wet
de eg van ijspegels
hangt boven de smetteloze
sprei van de dood
.
Nonsensgedichten
Nico Scheepmaker
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het lichte gedicht’ De grappiste en gekste gedichten van Nederland en Vlaanderen. In deze bundel tal van heerlijke nonsensgedichten als deze van Ingmar Heytze:
Short rap
De grootste motherfucker
is toch altijd nog je vader.
.
Of deze van Cees Buddingh
.
Zeer vrij naar het chinees
de zon komt op. de zon gaat onder.
langzaam telt de oude boer zijn kloten.
.
Kortom veel gedichten met een vrij hoog meligheidsgehalte. Maar ook prachtige voorbeelden van allerlei grote dichters uit het taalgebied zoals het gedicht ‘Wereldkampioen’ van Nico Scheepmaker.
.
Wereldkampioen
.
Dat hockey met een stokkie wordt gespeeld
en iedereen zich daarbij dood verveelt
is, dacht ik, nu wel algemeen bekend,
al is het een gedachte die nooit went.
.
Wij willen het niet weten, want zo’n sport
komt niet alleen in speelduur al te kort,
maar kampt ook met een uitgedund publiek
dat clublid is dan wel familieziek.
.
Alleen als onze meisjes moeten knokken
– in overigens verrassend korte rokken-
voor ’t wereldkampioenschap met de mof,
is het publiek nog wel bereid te komen
om even bij die meisjes weg te dromen,
al nemen zij de bal nooit op hun slof!
.
Vooruit, nog één om het af te leren van Bert Voeten.
.
Driewieler
geen vier
en geen twee-
daartussenin
.
Ga nu maar liggen…
Rutger Kopland
.
Op een gure dag als vandaag is een mooi liefdesgedicht op zijn plaats. En zeker een gedicht met een titel als deze (alsof je het tegen de wind hebt). Rutger Kopland schreef vele mooie gedichten en ook op het gebied van de liefdespoëzie heeft hij zich laten gelden. Hier een prachtig klein gedicht waaruit alles spreekt. Uit de bundel ‘Een lege plek om te blijven’ uit 1975 het gedicht ‘Ga nu maar liggen…’.
.
Ga nu maar liggen…
.
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.
.
Bijna vergeten dichter
A. Marja
.
A. Marja (1917 – 1964), een pseudoniem van Arend Theodoor Mooij, valt als dichter niet bij een groep in te delen. Hij keert zich tegen de Vijftigers. Merkwaardig genoeg hanteert hij sindsdien naast de sonnetvorm ook het zogenaamde vrije vers van die stroming. De dichter publiceert zijn verzen in literaire tijdschriften als Groot Nederland, De Gids en Maatstaf. Ook de kritieken zijn dikwijls positief. Dat geldt niet voor zijn laatste bundels, die ‘voorspelbaar’ worden genoemd.
Vanaf zijn debuut ‘Stalen op zicht’ in 1937 publiceerde A. Marja 19 poëziebundels, proza, toneelwerken en vertalingen. Marja wordt door sommigen tot de Groninger school gerekend. Marja maakte furore met zijn practical jokes, rigoureuze grappen die hij uithaalde met collega-dichters en schrijvers, die hem niet altijd in dank werden afgenomen.
.
Een psychiater
Soms als er iemand op zijn divan ligt
zich los te kronkelen uit een neurose,
begint hij aan zijn binnenkant te blozen
om wat er gaapt tussen zijn overwicht
en ’t knaapje dat nog altijd in hem leeft
met spillebenen, lokken, meide-kleren
en, later, dat hardnekkig masturberen
waarvan zijn moeder nooit geweten heeft.
De angst dat al die anderen ’t begrijpen
kan af en toe nog zijn testikels knijpen,
maar laat hem los zodra hij spreekuur heeft.
Alleen die blos – omdat wie tot hem komen
niet weten hoe de droesem hunner dromen
cement wordt waarmee hij zijn vesting bouwt.
.
Laatste Ongehoord! podium van 2014
Met een bijzondere line up
.
Op zondag 14 december zal in de centrale bibliotheek van Rotterdam het laatste podium van Ongehoord! te bezoeken zijn met dit keer wel een bijzondere line up van dichters. Zo komen de Vlaamse dichters Willy Spillebeen en Hervé Deleu vanuit Menen naar Rotterdam om daar hun poëzie te brengen. Willy Spillebeen (1932) is in Nederland vooral bekend van zijn monografieën en essays over de dichters Nijhoff, Leopold en Gerhard. Hij won in België en Nederland tal van literaire prijzen. Willy Spillebeens oeuvre bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. Schrijven is de zingeving van zijn bestaan. Willy schrijft nog altijd en zal zijn laatste poëzie brengen.
Hervé Deleu kreeg bekendheid in Nederland (en België) na het winnen van de eerste Ongehoord! Poëziewedstrijd in 2012. Hierna verscheen in zijn woonplaats Menen de bundel ‘De geur van de maan’ uitgegeven door Marcel Vaandrager en pas geleden zijn verhalenbundel ‘De Blonde Engel’.
Naast deze twee heren uit Vlaanderen staan Rinske Kegel, schrijfster, dichter, stemactrice en illustratrice. In 2012 en 2013 was ze eens per maand Dichter bij de Dag bij het Actualiteitenprogramma ‘Dit Is De Dag’ op Radio 1. Meer over Rinske op: http://rinskekegel.blogspot.nl/
Ook op het podium Miguel Santos. Miguel Santos is schrijver, dichter en levensgenieter. Hij woont, schrijft, blogt en werkt in Rotterdam. In vriendenkringen wordt hij vaker ‘dichter’ dan ‘schrijver’ en is een dichtbundel in de maak. Met zijn poëzievoordrachten stond hij op het Rotterdamse kunstplatform Speyksessies, Vuurverhalen en Firma ZINtuig. Daarnaast organiseert hij het poëziepodium Het Nieuwe Dicht en mede de Poetry Slam Rotterdam. Hij is één van de 9 dichters die de bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ tot een succes maakte.
En tot slot komt een oude bekende terug op het Ongehoord! podium: Daniel Vis, een jong dichttalent dat opvalt door zijn rauwe toon en succes op het podium. Anno nu kan Vis zichzelf Nederlands Kampioen Poetryslam 2014 noemen. Zijn debuut,’Crowdsurfen op laag water’, verscheen in april van dit jaar bij uitgeverij Prometheus.
Voor de muziek tekent Bryony Burns. Dichteres en muzikante Bryony verzorgd tekst en muziek deze middag.
Het podium heeft plaats in de centrale bibliotheek van Rotterdam (Hoogstraat) op de eerste verdieping in de Glazen Zaal, is gratis toegankelijk, gratis thee en koffie en begint om 14.00 uur. Inloop vanaf 13.30 uur.
To the virgins
Comics en poëzie
Soms kom ik opeens op een idee en dan blijkt dat idee (uiteraard zou ik bijna zeggen) al te bestaan. De combinatie van comics en poëzie was zo’n idee. Al in 1980 schreef Dave Morice het boek ‘Poetry comics, a cartoonverse of poems’. In dat boek comics met de teksten van gedichten.In de inleiding van het boek schrijft Morice:
A few years ago, a friend of mine said, “Great poems should paint pictures in the mind.” Jokingly, I replied that great poems would make great cartoons, and what began as a wisecrack soon evolved into a diabolical plot to overthrow the Foundations of Poetry.
Zover is het uiteraard niet gekomen maar wat is gebleven is een zeer vermakelijk boek met comics en poëzie. Daarnaast wordt de poëzie ook wel gebruikt door cartoonisten. Hieronder zie je een aantal voorbeelden daarvan.
Uit Poetry comics een mooi voorbeeld van een comic rond de tekst van een gedicht van Robert Herrick (1591 – 1674) met de intrigerende titel ‘To the virgins, to make much of time’.
.
To the Virgins, to Make Much of Time Gather ye rosebuds while ye may, Old Time is still a-flying; And this same flower that smiles today Tomorrow will be dying. The glorious lamp of heaven, the sun, The higher he’s a-getting, The sooner will his race be run, And nearer he’s to setting. That age is best which is the first, When youth and blood are warmer; But being spent, the worse, and worst Times still succeed the former. Then be not coy, but use your time, And while ye may, go marry; For having lost but once your prime, You may forever tarry. .![]()
![]()
![]()

























