Wafwafwaf
Tom Lanoye
.
Tom Lanoye (1958) woont en werkt in België en Zuid Afrika. Hij schrijft poëzie, romans, columns, scenario’s en toneelteksten. Hij is een van de meest gelezen en gelauwerde auteurs van zijn taalgebied (Nederland en Vlaanderen). Zo werd zijn werk bekroond met onder andere Gouden Uilen (4 maal), Humo’s Gouden bladwijzer (2 maal) en kreeg hij de vijfjaarlijkse prijs voor podiumteksten van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre.
Bij velen bekend van zijn romans en toneelwerk schreef Lanoye ook meer dan 10 poëziebundels (vooral in het begin van zijn carrière).
Uit de bundel ‘Hanestaart’ een bijzonder gedicht wat je een aantal keer zorgvuldig moet lezen om een richting te krijgen van waar het gedicht over gaat, met als titel ‘Wafwafwaf’. Uit de recensie van Wijnand Steemers over de bundel Hanestaart:
“Sprankelende boekverzorging in bijna antroposofisch opgewekt kleurenpalet, een met ontblote doch behaarde borstkas poserende dichter op de achterflap. Ingrediënten van zijn dikwijls in wanhoop gedoopte thematiek: twijfel aan eigen schrijverschap (‘jezelf executeren’), homo-erotiek, jeugd, religie, tijd, in electrificerend idioom waarin het knettert van ‘mannentaal’ als ‘geil’, ‘kloten’, ‘hifi-toren’, ‘jeans’, ‘Quartz’, ‘digitale vrouw’, ‘syfilis’, en meer trendy taal uit de hedendaagse gruwelkamers. Edoch, verstaanbaar verwoord, met forse kwast, vaak eerder schrijnend dan balsemend, maar dat typeert meer recente poëzie”.
.
Waf waf waf
Leg de ketting klaar en hark mij tegen draad van
kokkelgeur, het ganzenei moet stuk voor stuk
gezwellen. Toe maar, bakkelei wat bokbederft, jij
stropop volle maan. Je lazerij nu pruimsteen en
dan vellen speelt geen rol, maar hou van mij.
Knip mijn oren, snij die staart. Dat kindschap
zweet in appeltaart vol hoedendoos en razernij?
En dat octaven biceps buitenspel erfdienstbaar
gaan, mits bloed gescheten foute formulieren
bij? Dat scheelt geen hol. Maar hou van mij.
Zing één voor één de nagels uit mijn poten,
hák. Geen jarretellen luxe geitebrij vol sap
ontstoken lippen meer, geen molleblinden eetgerei
of ellepijpen dood getij. Geen rollen
meer. Dan hou van hou van hou van mij.
.
Nieuwe dichtbundel
Antoinette Sisto
.
Op zaterdag 29 november draag ik in PERDU gedichten voor (van Antoinette en mezelf) bij de presentatie van ‘Iemand moet altijd gemist worden’, de nieuwe dichtbundel van Antoinette Sisto. Ik leerde Antoinette kennen bij het WAK festival in Den Haag waar we beide gedichten mochten voordragen. We wisselde bundels uit en ik schreef over haar bundel ‘Dichter bij de dagen’. Daarna volgde een uitnodiging om mee t3e doen met De Vallei en een interview voor Meander, want behalve begenadigd dichter schrijft ze ook erg goede interviews.
De presentatie van haar nieuwe bundel, uitgegeven door uitgeverij Oorsprong vindt plaats op 29 november bij Boekhandel Perdu.
Locatie: Kloveniersburgwal 86, aanvang: 14:30 u (zaal open om 14:00 u).
Ook Peter Brouwer, Jos van Danen, Wilma van den Akker en Herbert Mouwen dragen poëzie voor en uiteraard zal Antoinette zelf voordragen. Werner Bartels (uitgever) zal het eerste exemplaar aan Antoinette overhandigen en de presentatie van de middag is in handen van Herbert Mouwen.
Ik zal volgende week wat meer over deze presentatie schrijven en een gedicht uit haar nieuwe bundel plaatsen. Hier nu nog een ouder gedicht.
.
Achter glas
Het weerbarstige, onverzoenlijke
in je bewegingen moet ik
vastleggen
Hoe je neigt naar alles
wat distantie is
in mij –
Jouw geaardheid die
de jaren ongemerkt
zachtjes hebben ingeluid
met onzichtbare klokken
Hoe het zomaar kan – dat ik
de diepte van woorden
niet hervinden durf
Hoe ik verlangen kan – naar iets tastbaars
iets waarlangs handen
strelen, vorm kunnen raden
net als het najaarslicht
de rode kater
van de overburen vangt
in een kader
achter roerloos glas
.
De uiterste seconde
Simon Vestdijk
.
De meeste mensen zullen bij de naam Simon Vestdijk (1898 – 1971) denken aan de vele romans die hij schreef zoals Pastorale 1943, De koperen tuin, Terug tot Ina Damman, Ivoren wachters e.d. In totaal schreef Vestdijk ongeveer 200 boeken waaronder 52 romans maar ook 57 novellen, 33 essaybundels en 24 dichtbundels. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem “de man die sneller schrijft dan God kan lezen”. Als dichter was Vestdijk mij niet bekend tot ik er door iemand op gewezen werd hij veel poëzie geschreven heeft.
Toen ik me verder in zijn werk ging verdiepen bleek dat Vestdijk ook een omvangrijk wetenschappelijk werk (687 pagina’s) heeft geschreven, ‘Het wezen van de angst’. Deze, als dissertatie bedoelde, monografie werd reeds voltooid in 1949 en werd opgedragen aan H.C. Rümke, de “leermeester”. Toen ik dit las moest ik meteen denken aan een gedicht dat ik heb geschreven naar aanleiding van een uitspraak van deze professor in de psychiatrie ‘Open brief aan professor Rümke’ Hier te lezen: http://www.krakatau.nl/open-brief-aan-professor-rumke-wouter-van-heiningen/
In 1926 debuteert Vestdijk met gedichten in het tijdschrift ‘De Vrije Bladen’. Een van de gedichten die me werd aangeraden is het gedicht ‘De uiterste seconde’. Het gedicht is voor Ans Koster geschreven, met wie Vestdijk meer dan 30 jaar samenleefde.
.
De uiterste seconde
Voor Ans
Doodgaan is de kunst om levende beelden
Met evenveel gelatenheid te dulden
Als toen zij nog hun rol in ’t leven speelden,
Ons soms verveelden, en nochtans vervulden.
Hier stond ons huis; hier liep zij met de honden;
Hier maakte zij de bruine halsband los;
Hier hebben wij de stinkzwammen gevonden,
Op een beschutte plek in ’t sparrenbosch.
Doodgaan is niet de aangrijpende gedachte,
Dat zij voortaan alleen die paden gaat, –
Want niemand is alleen die af kan wachten,
En niemand treurt die wandelt langs de straat, –
Maar dit alles wàs: een werk’lijkheid,
Die duren zal tot de uiterste seconde;
Dit is de ware wedloop met de tijd;
De halsband los, en zij met de twee honden
.
Veel meer informatie over Simon Vestdijk is te vinden http://vestdijk.com/ (de website van de Vestdijkkring).
Semjon Lipkin
Russische dichter
.
Semjon Lipkin studeerde in Moskou en was daar een gewaardeerd vertaler uit oosterse talen. Hij was een protegé van Achmatova, die hem naar voren schoof als één van de betere dichters van de jaren ’50.
Semjon Lipkin (1911-2003) was getrouwd met de Russische dichteres Inna Lisnjanskaja (1928). Het echtpaar kon in de Sovjettijd weinig publiceren. Ze behoren evenwel tot de beste dichters van die periode en van de jaren na de perestrojka. Universele problematiek van de gedichten van Lisnjanskaja doet haar werk uitstijgen boven de actualiteit en alles wat kortstondig en tijdgebonden is. Meer dan Lisnjanskaja gaat Lipkin in op gebeurtenissen in het dagelijks leven of op dingen die hij zich herinnert, bijvoorbeeld uit de oorlogsjaren.
.
Gedenkplaats
.
Twee schilders, Beiers, blonde krullen,
Verven de openstaande ramen
En niets verraadt bij deze knullen
’t Bestaan van enig zielendrama.
.
Daarbinnen staan in strenge orde
Gedoofde ovens aangetreden.
Herauten van de as van morgen,
Of tekens van een dood verleden?
.
Ik volg de kalme kwasten, adem
De frisse lucht in van het najaar;
En angstig wervelen de blaren
Rond Dachau, het voormalig Lager.
.
Paradise regained
H. Marsman
.
Na pas ‘Paradise Lost’ te hebben besproken op dit blog kwam van Derrel Niemeijer de tip om vandaag ‘Paradise regained’ te behandelen. Dit werk van Milton is gepubliceerd in 1671 en wordt over het algemeen gezien als een minder werk dan ‘Paradise lost. Daarom gooi ik het eens over een andere boeg en behandel ik vandaag wel degelijk ‘Paradise regained’ maar in dit geval van de dichter Hendrik Marsman (1899 – 1940). Dit gedicht werd o.a. gepubliceerd in Verzamelde gedichten uit 1995.
Wil je een zeer aardige en gedegen beschrijving lezen van dit gedicht lees dan de bespreking van Joris Lenstra op Meander klassiekers: http://klassiekegedichten.net/archief/klas052.html
.
‘Paradise regained’
De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van de morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.
zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van ’t water
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgloos zingt langs het eeuwige water
een held’re, verruk-lijk-meeslepende wijs:
‘Het schip van de wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar ’t Paradijs’.
.
Visual poetry
Workshop
.
In de stadsbibliotheek van Gouda is de Mediawerkplaats geopend en om dat te vieren biedt de bibliotheek in de week van de mediawijsheid (21 t/m 28 november) op zondag 23 november een workshop Visual Poetry aan voor volwassenen. In twee uur tijd kun op speelse en inspirerende manier aan de slag met Apps en de Ipad en creëer je je eigen visuele poëzie.
De bedoeling is om zelf een eigen gedicht of korte tekst mee te nemen of je zoekt een gedicht uit in de bibliotheek. De workshop begint om 14.00 uur en duurt 2 uur. De prijs is € 17,50- voor leden, € 19,- voor niet leden. De bibliotheek bevindt zich in de Chocoladefabriek, Klein Amerika 20 in Gouda.
.
Ik krijg zojuist van de bibliotheek door dat de workshop i.v.m. te weinig animo niet doorgaat.
Eervolle vermeldingen
Ongehoord! Poëzieprijs 2014
.
Behalve de drie winnaars heeft de jury ook een aantal eervolle vermeldingen gegeven aan dichters en hun gedicht. Het betreft hier de dichters Johan Devos, Jeannette Kim en Merkus.
Dit was wat de jury hierover te zeggen had:
De jury wil een paar eervolle vermeldingen geven aan een handvol gedichten en diens auteurs, die de top drie nét (maar dan ook echt nét) niet hebben gehaald.
Voorop staat een gedicht met een rijkheid aan taal. Unieke benoemingen, prachtige metaforen en woorden als ‘goesting’ waarvan alle juryleden moesten toegeven dat er op dit gedicht taaltechnisch helemaal niets aan te merken viel. De reden dat dit gedicht voor twee van de drie juryleden de top drie net niet heeft gehaald, is het einde. Het gaat om het gedicht Stiekem van Johan Devos, waarover lang en uitgebreid gediscussieerd is. Het merendeel van de jury vond het einde, over het missen van de trein, iets te gemakkelijk voor een gedicht van dit niveau. We willen je graag vragen om volgend jaar wederom mee te doen. Geen enkel gedicht heeft namelijk zoveel tijd in beslag genomen als dat van jou.
Schrijvers van De wazige moordenaar van Merkus en Lolita roept ‘Binnen’ van Jeannette Kim, ook jullie zien we graag terug. Geloof het of niet, humor was zeldzaam in de grote berg aan inzendingen. Jullie gedichten zijn door minimaal een van de juryleden beoordeeld als top drie waardig. Andere gedichten waren dit jaar helaas nog iets beter. Niet getreurd, want over jullie gedichten is ook uitgebreid gediscussieerd. Grote kans dat jullie inzendingen ons volgend jaar direct zullen opvallen.
Hieronder de gedichten van Devos, Merkus en Kim.
.
Stiekem (Johan Devos)
kwistig gemorste kussen
op een met
certificaat voor echtheid
oosters vloertapijt.
flarden van goesting en aarzeling
en van uiteindelijk dan toch
bijna
gaan we dood aan elkaar,
alleen de wroeging overleeft,
en de humor als glijmiddel
voor verlegen handen.
dan
roept de tijd jouw naam.
je veegt het schaamrood
uit je herinnering en gaat.
en ik mis je alweer,
en wellicht straks ook
mijn trein.
.
.
De wazige moordenaar ( Merkus)
Een verstrooide man,
een dampende kring,
een druk station,
pardon meneer,
dat is hier niet toegestaan.
Een schommelend toilet,
een stille hijs,
een beetje deo,
niemand krijgt het mee.
Verdwenen in een waas,
veertien medepassagiers,
de stiltecoupé.
Twee kakelende wijzen,
rumoer en gezeur,
de conducteur.
Niet blij uit zijn hogere sferen verrast,
op de achtergrond een kwaad klinkende; het is ongepast.
Onprettig gestoord,
heeft hij zomaar ongehoord,
imaginair,
op klaarlichte dag,
twee vrouwen vermoord.
.
.
Lolita roept ‘Binnen’ (Jeannette Kim)
Doet jas aan, hoed op kaal hoofd, strikt das recht,
weegt lijf en leden op een schaal
en niet voor niets
want daar is Gijs’ kleine popje
ze hinkelt op de stoep
en pikt een appel
stopt zoet sappig vlees in haar mond
en lacht zo grappig
naar hem
Holle bolle Gijs hinkt op twee gedachtes
verboden waar en lust
ondertussen geilt hij
op de sproetjes op haar neus
kust pas ontloken borstjes
in dromen
maar hij moet zich bedwingen
en wachten, afwachten of ze misschien
heel misschien
als ze ietsjes ouder is
en hij nog tot klaarkomen in staat
of de voetjes van de vloer
of het vrouwtje in de dop
bij een klop op de deur
of ze roept
‘Binnen!’
Derde prijs: Voordat ik verdwijn
Ongehoord! Poëzieprijs 2014
.
De derde prijs in de Ongehoord! Poëziewedstrijd ging naar Hein van der Schoot. De jury schreef over dit gedicht in haar juryrapport:
De derde plaats was wellicht wel de grootste strijd van het gehele jureringproces. Voor een van de juryleden trof dit gedicht een gevoelige snaar, wat het gedicht aanzienlijk in waarde liet stijgen. Een ander jurylid erkende ruimschoots de waarde, maar had dit gedicht liever op de vierde plaats teruggezien. Er is lang over gesproken, maar uiteindelijk moesten er compromissen gesloten worden. De jury, die bestond uit drie leden, moest tot een conclusie komen. Het was het derde jurylid die de knoop doorhakte. Ook zijn stem ging uit naar dit gedicht voor een derde plaats. Om jullie niet langer in spanning te houden; de derde plaats van de Ongehoord Poëziewedstrijd 2014, gaat naar het gedicht Voordat ik verdwijn van Hein van der Schoot.
Voordat ik verdwijn
voordat ik verdwijn, zei ze
is alles verdwenen
en als ik dan verdwijn
verdwijnt er niets
we waren eekhoorntjes
raapten nieuwe stoelen
en zagen buren ter kerke gaan
weet je, zei ze, wist je dat
en ik wist dat de verleden tijd
aan tafel zat
het vijf-pits-gasfornuis fonkelde in
de late herfstzon bescheen
vingerafdrukken op het wijnglas
ik ben gekomen om te zeggen, zei ze
en ik wist dat ze zou zeggen
dat ze weg zou gaan
.


















