Aanklacht tegen de oorlog

Dichter in verzet

.

Nu de hele wereld in rep en roer is om de gifgasaanval in Syrië wordt her en der ook teruggekeken naar gifgasaanvallen in het verleden. Gifgas werd niet voor het eerst in de eerste wereldoorlog gebruikt, maar al in de tijd van de oudheid. De Perzen zouden tijdens een beleg van de plaats Dura aan de rivier de Eufraat de Romeinen hebben vergiftigd met pek en zwavel in het jaar 256. De eerste grote gifgasaanvallen echter (chemische wapens) stammen uit de eerste wereldoorlog.

De dichter Wilfred Owen (1893 – 1918) wordt gezien als één van de grootste Engelse dichters van de eerste wereldoorlog (War poets). Hij werd beroemd door zijn oorlogspoëzie waarin de loopgraven en de gifgasaanvallen een grote rol speelden. In 1915 meldde Owen zich, voornamelijk uit romantische overwegingen, als vrijwilliger aan bij het leger. In januari 1917 werd hij, toegevoegd aan The Manchester Regiment. Na een aantal traumatische ervaringen (zo zat hij 3 dagen vast in een bomkrater) werd hij met een shellshockdiagnose naar huis gestuurd en opgenomen in het Craiglockhart War Hospital in Edinburg. Het was daar dat hij Siegfried Sassoon ontmoette.

Owen sneuvelde op  4 november 1918 tijdens een actie bij het  Sambre -Oise kanaal, een week voor het tekenen van de wapenstilstand.

Owen voelde zich al op jeugdige leeftijd aangetrokken tot de dichtkunst, voornamelijk door zijn fascinatie voor het werk van John Keats, wiens invloed merkbaar aanwezig is in zijn vroege werk. Zijn poëzie veranderde sterk tijdens zijn verblijf in Craiglockhart. Als onderdeel van zijn therapie werd Owen, door zijn behandelend arts, aangemoedigd zijn ervaringen in Frankrijk om te zetten in gedichten.  Sassoons invloed bestond vooral uit het stimuleren van een andere stijl en inhoud van de gedichten. Owen nam vooral Sassoons satire en realisme over. Er zijn verscheidene handgeschreven manuscripten van Owen’s werk bekend, compleet met Sassoon’s commentaar.

De grootste bijdrage aan Owens roem door Sassoon is waarschijnlijk de promotie van diens werk geweest, zowel voor als na zijn dood. Sassoon was een van Owens eerste redacteuren, al tijdens hun verblijf in Craiglockhart.

Een beroemd gedicht van Owen over de gifgasaanvallen lijkt een aanklacht tegen gifgas maar in feitelijk een aanklacht tegen de oorlog of zoals een commentator Say Tan het omschrijft: “Owen is saying, basically, that if the kind of “patriots” who always think war is somehow “noble” actually heard the blood gurgling in a dying man’s lungs as it frothed up out of his mouth, they might not think war was such a glorious thing after all, and they might realize there is nothing “fitting and sweet” about dying for a country.”

.

Dulde et Decorum Est.

Bent double, like old beggars under sacks,
Knock-kneed, coughing like hags, we cursed through sludge,
Till on the haunting flares we turned out backs,
And towards our distant rest began to trudge.
Men marched asleep. Many had lost their boots,
But limped on, blood-shod. All went lame, all blind;
Drunk with fatigue; deaf even to the hoots
Of gas-shells dropping softly behind.

.

Gas! GAS! Quick, boys!–An ecstasy of fumbling
Fitting the clumsy helmets just in time,
But someone still was yelling out and stumbling
And flound’ring like a man in fire or lime.–
Dim through the misty panes and thick green light,
As under a green sea, I saw him drowning.

.

In all my dreams before my helpless sight
He plunges at me, guttering, choking, drowning.

.

If in some smothering dreams, you too could pace
Behind the wagon that we flung him in,
And watch the white eyes writhing in his face,
His hanging face, like a devil’s sick of sin,
If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs
Bitter as the cud
Of vile, incurable sores on innocent tongues,–
My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old Lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

 

Owen

Met dank aan Wikipedia en Poetseers.org

De columns van Campert

Volkskrant

.

Vandaag wil ik, als rechtgeaarde poëzieliefhebber, een lans breken voor de columns van Remco Campert. Niet alleen is Remco Campert al lang een van mijn favoriete dichters maar ik merk dat ik zijn columns ook steeds meer ga waarderen. Waar blijkt dat uit, zul je dan vragen?

Na mijn vakantie lag er zo’n kilo of 6 aan kranten van de afgelopen weken te wachten op tafel. Doelgericht haalde ik de boekenbijlagen van de Volkskrant eruit en de columns van Campert las ik met veel plezier als eerste. Volgens mij is de rest van de stapel vrijwel ongelezen uiteindelijk in de oud papierbak beland.

Maar waarom lees ik Campert dan zo graag? Omdat hij als geen ander schijnbaar achteloos met citaten strooit, strofen en regels van gedichten die nieuwsgierig maken. Neem nu zijn column van afgelopen zaterdag. Allereerst een gedicht van zijn vader Jan Campert over het eiland Walcheren, gevolgd door regels van Willem Kloos over de zee (toch al een onderwerp dat mijn interesse heeft, zal wel door mijn woonplaats komen), regels van Lucebert en eindigend met een kort gedicht van Paul van Ostaijen.

Ik krijg dan meteen zin om alle vier de gedichten op te gaan zoeken, om de hele tekst te lezen. En of Remco dit terloops, uit zijn hoofd of herinneringen doet of niet, mij weet hij altijd te boeien,

.

Uit zijn column van zaterdag 31 augustus het (volledige) gedicht over Walcheren van zijn vader Jan Campert.

.

Lof van Walcheren
.
Daar is geen land, dat zoo verliefd
Door het water wordt omarmd
Als tusschen Walcheren en Sloe
Van Walcheren het strand.
Dat moet toen God de wereld schiep,
Dien dag zóó zijn geweest,
Dat Hij het opriep uit het niets
Als weldaad voor den geest;
Een handvol grond, waaraan het oog
Had zijnen lieven lust,
Een groen juweel, een flonker-steen,
Domein van stilte en rust.
.
Men reize waarheen men ook wil,
Den verste kaap voorbij,
Maan nimmer treft men zulk een land
Als Walcheren in de Mei.
Wie ooren om te horen heeft
Hij luistere naar het lied,
Dat in de Meidoornhagen leeft
En hij vergeet het niet.
Wie oogen heeft om nog te zien
Zal, als hij Walcheren ziet,
Die sluiten voor een wijl misschien
Maar hij vergeet het niet.
.
En zelfs de voorjaarswind, die vaart
Langs zee en dijk en duin
Houdt den bewogen adem in
Boven Gods liefsten tuin
Met zijn meidoornhagen in bloei
En ’t wieg’lend wegelkruid –
En keert weerom en vaart nog eens,
Verliefder dan een bruid.
Daar is geen land als dit mijn land
Besloten tusschen zee en strand.
O palm van Gods hand…… .

.

CAMPERT

Poetry is sexy!

Reuring

.

Maandag 9 september sta ik samen met Alja Spaan, Delia Bremer en Ria Westerhuis bij Reuring in Alkmaar (Bagels & Beans, Koorstraat 29) alwaar ik een keur aan (nieuwe) gedichten zal voordragen. Voor meer informatie kun je terecht op http://www.reuringgedichten.nl

.

reuring

Digging

Seamus Heaney (1939 – 2013)

.

Eerder deze week overleed Seamus Heaney, Iers dichter en Nobelprijswinnaar voor de Literatuur in 1995, In 1966 debuteerde Heaney met de bundel ‘Death of a Naturalist’ waaruit het onderstaande gedicht komt. Voor een uitgebreide analyse van het gedicht kijk je op http://www.shmoop.com/digging-heaney/summary.html onder Stanza.

.

Digging

.

Between my finger and my thumb
The squat pen rests; snug as a gun.

.

Under my window, a clean rasping sound
When the spade sinks into gravelly ground:
My father, digging. I look down

.

Till his straining rump among the flowerbeds
Bends low, comes up twenty years away
Stooping in rhythm through potato drills
Where he was digging.

.

The coarse boot nestled on the lug, the shaft
Against the inside knee was levered firmly.
He rooted out tall tops, buried the bright edge deep
To scatter new potatoes that we picked,
Loving their cool hardness in our hands.

.

By God, the old man could handle a spade.
Just like his old man.

.

My grandfather cut more turf in a day
Than any other man on Toner’s bog.
Once I carried him milk in a bottle
Corked sloppily with paper. He straightened up
To drink it, then fell to right away
Nicking and slicing neatly, heaving sods
Over his shoulder, going down and down
For the good turf. Digging.

.

The cold smell of potato mould, the squelch and slap
Of soggy peat, the curt cuts of an edge
Through living roots awaken in my head.
But I’ve no spade to follow men like them.

.

Between my finger and my thumb
The squat pen rests.
I’ll dig with it.
 

Poetry International

Uit mijn boekenkast: 25 jaar Poetry International

.

Pas geleden gekocht in een tweedehands boekenwinkel de bundel 25ste Poetry International Rotterdam, The future of the past. Een mooie verzamelbundel waarin terug wordt gekeken naar de eerste 25 jaar van Poetry international. Het boek komt uit 1994. We zijn inmiddels bij de 44ste editie aangekomen.

In dit boekwerk een overzicht van 80 dichters die in die eerste 25 jaar deelnamen aan Poetry International.

Alle grote dichters zijn vertegenwoordigd met een korte biografie en een gedicht in de eigen taal en in de vertaling in het Nederlands en Engels waar van toepassing. In de bundel ook nog een losse uitgave van De Rode Hoed i.s.m. SLAA, van september 1994 (waarschijnlijk was de eigenaar van het boek ook daar aanwezig geweest) met de titel: Hommage aan lucebert.

.

Uit de bundel een bijzonder gedicht van Brigitte Olesschinski in de Nederlandse vertaling van Joke Gerritsen,

.

Iets leegs, iets stils blijft achter

.

op het strand, dat zich grijs en open tegen de wind wrijft

een schoongespoeld lichaam, ontspannen, verwrongen

waarboven het lichter wordt

en donker en weer licht, terwijl in de oogkassen

langzaam het zout droogt, haast als een nieuw netvlies

zonder verzet

naar de hemel gericht, ogen bijna voor-

goed opgeslagen

.

Van Lucebert een kort gedichtje: Memories are made of this

.

Memories are made of this

.

Voor Siep

.

Maak jij voor straf

alle lange lussen af

en voor goed gedrag

zet ook nog als bewijs

alle puntjes op de i’s en op de ij’s

zo is het goed maar nu opgelet

schrijf alles nog eens over in het net

.

Uit: Troost de hysterische robot, 1989

,

poetry

Stiftgedichtenwedstrijd

Bibliotheek Maassluis

.

In het kader van de week van de alfabetisering organiseert de gemeente Maassluis samen met de bibliotheek Maassluis een stiftgedichtenwedstrijd. Met een voorbeeld van mij erbij.

.

foto

Poëzie na de aardbeving

Christchurch, New Zealand

.

In de nacht van 3 op 4 september 2010 deed er zich in en om Christchurch (Nieuw Zeeland) een aardbeving voor met een kracht tussen 7.1 en 7.4 op de schaal van Richter. Hierbij liepen, vooral in het centrum van de stad, veel (historische) gebouwen aanzienlijke schade op.

Op  22 februari 2011 was er opnieuw een aardbeving in en om Christchurch. Hoewel de kracht minder was dan de beving van 2010 vielen er dit keer doden en was de schade veel groter dan in september 2010. Zeker 800 historische gebouwen zijn verwoest. Het dodental staat sinds zaterdag 5 maart 2011 op 165.

In de stad zijn vele gebouwen verwoest of beschadigd maar de inwoners van Christchurch zitten niet bij de pakken neer. Inmiddels zijn er talloze initiatieven om de stad weer een aantrekkelijk uiterlijk te geven en zijn kunstenaars en dichters actief op de meest beschadigde plekken.

Zo worden er op 20 plekken in de stad gedichten aangebracht op gebouwen ter herinnering en nagedachtenis aan de doden die er vielen bij de aardbeving. Van de 165 doden waren er mensen van 20 nationaliteiten. Van elk van die nationaliteiten zal een gedicht in de landstaal worden aangebracht. het eerste gedicht is er een van Garcia Lorca in het Spaans en Engels in een calligraffitistijl door Wongi Wilson. Andere gedichten zullen volgen ter nagedachtenis van inwoners uit o.a. China, Israël, Australië.

Het initiatief komt van Elise van Bentem die werd geïnspireerd  door de gedichten op gebouwen in haar stad van herkomst Leiden (waar tussen 1992 en 2005 al 101 gedichten werden aangebracht in de openbare ruimte.

.

mural

Wongi Wilson voor zijn calligraffiti gedicht.

.

Instant Poetry Wall

Een ander initiatief in Christchurch betreft het Urban Poetry Project op de muur van de voormalige muziekwinkel Begg’s music store. The Instant Poetry Wall. Het doel van deze muur is om de wederopbouw van Christchurch te visualiseren als een ongeschreven gedicht. De Instant Poetry Wall biedt een zwart schoolbord waarop in elke taal een instant gedicht kan worden geschreven met krijt. Dit mag een nieuw of een bestaand gedicht zijn. Dichters die hiervan gebruik maken kunnen van hun gedicht een foto maken en deze plaatsen op de speciale Facebookpagina https://www.facebook.com/Poetica.christchurch .

Het gedicht dat op deze pagina de meeste likes ontvangt zal een permanente plek krijgen in de stad.

Christchurch

De Instant Poetry Wall in Christchurch.

christchurch poem

Voorbeeld van een gedicht geplaatst op de Facebookpagina.

 

http://www.stuff.co.nz/the-press/business/opensource/9058065/Mural-poem-honours-quake-victim

Literaire wandeling Leeuwarden

Deel 2: Poëzieroute Leeuwarden

.

Literaire wandelingen kunnen op de meest bijzondere manieren tot stand komen. Meestal zijn het enthousiaste vrijwilligers of liefhebbers die een literaire wandeling maken aan de hand van plekken waar een schrijver of dichter heeft gewoond en gewerkt. Een ander keer is het langs plekken waar gedichten te lezen zijn.

In Leeuwarden is de herkomst van de poëzieroute weer een andere.  John te Loo is ereburger van de stad Leeuwarden. Ter gelegenheid van zijn afscheid als burgemeester van Leeuwarden in 1993 (waar hij vanaf 1983 burgemeester was) kreeg hij Het Metrum van de voetstap aangeboden. Gedichten van schrijvers die in Leeuwarden gewoond of gewerkt hebben zijn gegraveerd in hardstenen tableaus (waarvan een deel in het Fries) verspreid over de binnenstad.

In 2001 werd de wandeling die oorspronkelijk 10 gedichten kende uitgebreid tot 23 gedichten ook met gedichten van dichters die niet direct een link hebben met Leeuwarden. In de eerste versie waren gedichten van Eddy Evenhuis, Simon Vestdijk, Martin Veltman, D.A. Tamminga, Obe Postma, Michaël Zeeman, Theun de Vries, J. Slauerhoff, Baukje Wytsma, Kees ’t Hart te lezen. In 2001 werden gedichten van  Albertina Soepboer, Remco Campert, Ivan Sergejevitsj Toergenew, Willem Frederik Hermans, Piet Paaltjens, Gerard Reve, Rutger Kopland, Judith Herzberg, Anne Feddema, Bertus Aafjes, Remco Ekkers, Willem Hussem, Ida Gerhardt toegevoegd.

.

leeuwarden_poezie

leeuwarden_poezie2

leeuwarden

 

Meer lezen over de poëzieroutes in Leeuwarden: http://www.poezieroute.nl/nieuws.html

Agenda en voordrachten

Na augustus 2013

.

9 september 2013

Reuring

Bagels & Beans Alkmaar

vanaf 20.00 uur tot 21.30 uur

.

28 september 2013

Festival aan de Dijk

Barendrecht

Vanaf 13.00 uur

.

29 september

Stichting Ongehoord

Poëziepodium in bibliotheek Rotterdam

Aanvang 14.00 uur tot ca. 16.30 uur

.

12 oktober 2013

Bundelpresentatie Hervé Deleu

Cultuurcentrum De Steiger

Waalvest 1 in Menen

Aanvang 17.00 uur

.

15 december 2013

Kunstcentrum Kadmium Delft

Tussen 14.00 en 17.00 uur

,

performance

Bij een slapend lichaam

Serge R. van Duijnhoven

.

Het mooie van een blog hebben (en de daarbij behorende lezers uiteraard) is dat je naar aanleiding van de dingen die je schrijft soms hele aardige en bijzondere tips en verwijzingen krijgt. Zo reageerde Serge R. van Duijnhoven (van Dichters dansen niet)op een bericht van mij waarin de link tussen muziek en poëzie wordt beschreven (categorie Poëzie en songteksten).

Het gaat om het volgende gedicht.

.

Bij een slapend lichaam

ik wil dat je mijn bedoelingen doorgrondt
ik wil dat je de prijs leert kennen van verlangen
de schaal van de dingen, ik wil dat je begrijpt
waarom men het aardige overwaardeert

ik wil je horen zeggen:
‘alles dient slechts om te winnen
alles is tactiek; wij spelen
allemaal’

ik wil dat men ons geheim zal bewaren
dat we elkaar geruisloos achtervolgen als jagers
ik wil dat we bereid zijn onze ziel in te zetten
zoals we een munt inwerpen bij een gokautomaat

ik wil de tijd terug dat ik wijs werd uit mijn dromen
ik wil de tekens terug die ik heb nagelaten op je huid
ik wil je kunnen voelen met mijn ogen in het donker
met mijn nagels nagaan waar je bent geweest

ik wil dat jouw handen me in koele lakens wikkelen
ik wil zien of jouw zijde van de mijne verschilt
ik wil dat je sterker zal zijn naar het einde
ik wil je laten denken dat je wint

ik wil dat je je zonder mij een vondelinge voelt
een zonderlinge in de leegte, ik wil je zien bibberen
in de kou. Ik wil je zwetend, warmgewreven
ik wil je hondsdol, biddend om berouw

ik wil dat je mijn gedachten kunt lezen
ik wil dat je mijn hart kunt raken
of de fatale plek. Het interesseert met niet
wie de wonden veroorzaakt. Het interesseert me niet

hoeveel het er zijn. Ik wil alleen belang stellen
in wat me beheerst. Ik wil op een prachtige plek zijn
als ik sterf. Ik wil kunnen verdrinken in een Rode Zee
me verwonden aan een giftig koraal, aanspoelen

op een hagelwit strand, met jouw smaak nog
op mijn lippen. Ik wil je niet kapotmaken
ik zou niet weten hoe. Kon ik maar zeggen:
ik zal je vergeten. Kon ik maar zeggen:

ik laat je met rust
maar liegen kan ik niet
ik denk altijd aan je, echt waar
ik zal voor altijd aan je denken

.

Serge schrijft over dit gedicht:

“Oorspronkelijk ontstond “Bij een slapend lichaam” als het resultaat van een soort gedachten experiment. Een vraag die ik in een gedicht verder uit wilde zoeken:

wat als de driften van een minnaar niet meer beteugeld kunnen worden. En hij in een onbezonnen vlaag van passie, razernij en bezitsdrang het object van zijn begeerte letterlijk laat stikken? Wat zou deze excessieve minnaar denken, doen en willen zeggen terwijl hij neerknielt bij het lichaam van zijn geliefde? Schiet hij in de kramp der ontkenning, wat ik vermoed, of breken de sluizen van zijn emotie en het zelfinzicht alsnog open? Wat zouden zijn laatste woorden tot haar zijn, alvorens hij de deur van haar slaapkamer zal vergrendelen? En hij met onbegrijpelijk kalme tred van de trap in haar studentenhuis afdaalt?

Over het algemeen reageren toehoorders teleurgesteld of zelfs gebeten wanneer ze van deze ontstaansgeschiedenis horen. Degenen die het gedicht dierbaar is, voelen zich bedrogen. Terwijl ik van mening ben dat ik de luisteraar pas echt zou bedotten als ik hier niets over zou vertellen. Ik neem het publiek, zo kun je wel stellen, dus juist in vertrouwen in plaats van het te bedriegen. En al is dit uitgangspunt niet iets wat de meeste mensen perse willen of hoeven te weten, waar is het wel.”

.

Dit gegeven is denk ik voor vele dichters bekend. Je schrijft een gedicht en uit de reacties van lezers en toehoorders krijg je terug waarover (zij denken) dat het gedicht gaat. Dit kan enorm afwijken van de bedoeling van de dichter. Volgens mij is dat juist de charme van poëzie, iedereen kan er in lezen wat hij/zij wil terwijl de dichter er wellicht iets heel anders mee bedoelde.

Van dit gedicht is een filmpje gemaakt “Zomaar goed” dat Henk Hofstede maakte voor het album en de theatershow “Prettige vooruitzichten” (2010) van Rick Treffers. Serge voegt daar nog aan toe:

Als tekstuele toevoeging aan dit knappe en gelaagde symfonische lied, dat te horen is op Treffer’s album “Prettige vooruitzichten” (2011), leest de dichter vanuit de coulissen bovenstaand gedicht voor. Als ware het een laatste groet aan een geliefde die achterblijft in bed. Op de drempel tussen nacht en dag, verleden en heden, wanhoop en begeerte, liefde en bezitsdrang.

.

.