Site-archief

Frank Koenegracht

Dichters in de Nacht

.

Via de luister CD ‘Dichters in de Nacht’ werd mijn aandacht getrokken door een voordracht van Frank Koenegracht.  Frank Koenegracht is dichter en psychiater (1945).  Hij debuteerde in 1966 met gedichten in literair tijdschrift Maatstaf. Voor zijn werk ontving hij de Anna Blaman prijs en de Frans Erensprijs. Sinds 1971 heeft hij verschillende dichtbundels gepubliceerd.

.

Van Frank Koenegracht het gedicht ‘Brief aan mijn moeder’ uit de bundel ‘Lekker dood in eigen land’ uit 2011.

.

Brief aan mijn moeder

 

Moet je horen, mamma, luister je?
Ik lees hier over een aanbod
waarbij zeer oude moeders met
meestal zeer oude zonen die
om niet tastbare redenen niet meer
bij ze willen slapen
een zwaan ter beschikking wordt gesteld
door de thuiszorg.
Het gaat om Hollandse zwanen.
Ze zwemmen overdag rond,
maar ’s avonds worden ze opgeborgen
in prachtige vitrines.
Ze worden thuisbezorgd en in je bed gelegd.
Ze slaan hun linker vleugel om je heen: dat
is tegen angst voor duizeligheid en ze leggen
hun snavel op het andere kussen:
dat is tegen de eenzaamheid.

’s Ochtends worden ze weer opgehaald.
Nou, doe het maar, mamma.
Je bent er immers voor verzekerd.

.

FK

De echo

Anna Achmatova (1889 – 1966)

.

Dichteres Anna Achmatova is één van de bekendste vrouwelijke dichters uit Rusland. De belangrijkste thema’s van haar werk zijn de liefde en het dichterschap. Haar werk wordt bovendien gekenmerkt door melancholie en teleurstelling, bijvoorbeeld over de tragedie die de revolutie van 1917 in haar land heeft veroorzaakt. Na de tweede wereldoorlog had Achmatova veel last van de officiële communistische kritiek. Ze werd in 1946 uit de Unie van Schrijvers gezet. Ze hield zich hierna in leven door vertaalwerk te doen. Pas na 1956 kreeg ze de mogelijkheid om weer te publiceren. Aan het einde van haar leven ontvang ze onder andere het eredoctoraat van de Universiteit van Oxford. In diezelfde periode verscheen ook haar laatste grote werk ‘Epos zonder held’.

Uit ‘Spiegel van de Russische poëzie’ het gedicht ‘De Echo’.

.

De echo

.

Het verleden is al lang geleden

Wat zou ik erin vinden bovendien?

Grafzerken waarop bloed is vergoten,

Deuren met beton gedicht, misschien

Nog de echo die terug blijft komen

 

Hoezeer ik hem ook om stilte vraag…

Hem is weer hetzelfde overkomen

Als de ander, die ik in mij draag.

.

achmatova

 

Eb en vloed

Robert Joseph

.

Robert Joseph was het pseudoniem van Robert Jozef Willibrordus Wieseman (1943-2003). Hij hield zich met poëzie bezig sinds zijn zeventiende jaar  en opende met zijn echtgenote Marijke het PoëZiehuis in hun woonhuis in Duiven. Robert Joseph maakte concrete poëzie, visuele poëzie, doe-poëzie onder de noemer Totaalpoëzie. Zijn werk bestaat hoofdzakelijk uit minimal poetry, installaties en haiku’s.

In de categorie ‘Gedichten in bijzondere vormen’ hier een paar voorbeelden van zijn werk.

.

concrete-poezie - eb en vloed

concrete-poezie - kaarsen

concrete-poezie - ma yuan-2 (1)

.

Meer over het leven en werk van Robert Joseph op: http://www.robertjoseph.nl/index.php?pagina=informatie

J.C. Bloem

De Dapperstraat

.

Pas nog prachtig voorgedragen door Adriaan van Dis bij De Wereld Draait Door en voor iedereen die alleen de laatste zin kent of de eerste zin van de derde strofe, hier het hele gedicht van J.C. Bloem (1887-1966).

.

De Dapperstraat

.

Natuur is voor tevredenen of legen

En dan: Wat is natuur nog in dit land?

Een stukje bos ter grootte van een krant,

Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

.

Geef mij de grauwe stedelijke wegen,

De in kaden vastgeklonken waterkant,

De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand

Door zolderramen, door de lucht bewegen.

.

Alles is veel voor wei niet veel verwacht.

Het leven houdt zijn wonderen verborgen

Tot het ze, opeens , toont in hun hoge staat.

.

Dit heb ik bij mijzelve overdacht,

Verregend op een miezerige morgen,

Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

.

Bloem, J.C.

Vaderland

Francois Pauwels (1888-1966)

.

In het aardige bundeltje ‘De mooiste gedichten over verzet en bevrijding’ kwam ik een gedicht tegen van Francois Pauwels met als titel ‘Vaderland’. Pauwels was jurist en schrijver/ dichter en kreeg bekendheid als strafpleiter door zijn mensenkennis, zijn manier van vlijmscherp repliceren en zijn vermogen om in enkele bewoordingen een figuur of een situatie te schetsen. Als advocaat nam hij vaak zaken aan vanwege de in die zaken interessante en of intrigerende figuren en situaties teneinde deze te kunnen gebruiken in zijn romans.

In het gedicht Vaderland (uit de bundel ‘Dag van leugen’ uit 1952) snijdt Pauwels een thema aan dat later (in onze tijd) nog altijd bijzonder actueel is. Met name de derde strofe.

.

Vaderland

Ik ben geen Hollander, ik ben een mens
en alle mensen zijn mijn landgenoten,
ik voel mij niet door band of boei omsloten
dan door de Liefde wijd-getrokken grens,

mijn oog verdraagt geen microscoop, geen lens
die 't enge beeld onmatig zal vergroten
en van de wentelende wereldkloten
ken ik alleen de wereld van mijn wens!

Er is geen kleur van huis, noch vreemde taal,
wij sterven allen aan dezelfde kwaal
die tussen dood en leven wordt gesponnen

en waar het eenzaam hart in wanhoop slaat
daar is het land waarin mijn vaandel staat
en waar de strijd in vrede wordt gewonnen!

.


bundel
Meer informatie over Francois Pauwels op http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/pauwels

Digging

Seamus Heaney (1939 – 2013)

.

Eerder deze week overleed Seamus Heaney, Iers dichter en Nobelprijswinnaar voor de Literatuur in 1995, In 1966 debuteerde Heaney met de bundel ‘Death of a Naturalist’ waaruit het onderstaande gedicht komt. Voor een uitgebreide analyse van het gedicht kijk je op http://www.shmoop.com/digging-heaney/summary.html onder Stanza.

.

Digging

.

Between my finger and my thumb
The squat pen rests; snug as a gun.

.

Under my window, a clean rasping sound
When the spade sinks into gravelly ground:
My father, digging. I look down

.

Till his straining rump among the flowerbeds
Bends low, comes up twenty years away
Stooping in rhythm through potato drills
Where he was digging.

.

The coarse boot nestled on the lug, the shaft
Against the inside knee was levered firmly.
He rooted out tall tops, buried the bright edge deep
To scatter new potatoes that we picked,
Loving their cool hardness in our hands.

.

By God, the old man could handle a spade.
Just like his old man.

.

My grandfather cut more turf in a day
Than any other man on Toner’s bog.
Once I carried him milk in a bottle
Corked sloppily with paper. He straightened up
To drink it, then fell to right away
Nicking and slicing neatly, heaving sods
Over his shoulder, going down and down
For the good turf. Digging.

.

The cold smell of potato mould, the squelch and slap
Of soggy peat, the curt cuts of an edge
Through living roots awaken in my head.
But I’ve no spade to follow men like them.

.

Between my finger and my thumb
The squat pen rests.
I’ll dig with it.
 

Leonard Cohen

Suzanne

.

De scheidingslijn tussen poëzie en songteksten is soms heel klein (vaak ook heel groot trouwens) en er zijn songteksten die je kunt lezen als gedichten. Een aantal tekstdichters zijn ook bekend als dichter en een mooi voorbeeld is Leonard Cohen. Daarom hieronder de tekst van één van zijn bekendste en mooiste nummers Suzanne uit 1966.

In de komende tijd zal ik wat vaker aandacht besteden aan songteksten die opvallen door hun poëtische taalgebruik.

.

Suzanne

.

Suzanne takes you down to her place near the river
You can hear the boats go by
You can spend the night beside her
And you know that she’s half crazy
But that’s why you want to be there
And she feeds you tea and oranges
That come all the way from China
And just when you mean to tell her
That you have no love to give her
Then she gets you on her wavelength
And she lets the river answer
That you’ve always been her lover
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that she will trust you
For you’ve touched her perfect body with your mind.
And Jesus was a sailor
When he walked upon the water
And he spent a long time watching
From his lonely wooden tower
And when he knew for certain
Only drowning men could see him
He said “All men will be sailors then
Until the sea shall free them”
But he himself was broken
Long before the sky would open
Forsaken, almost human
He sank beneath your wisdom like a stone
And you want to travel with him
And you want to travel blind
And you think maybe you’ll trust him
For he’s touched your perfect body with his mind.
.
Now Suzanne takes your hand
And she leads you to the river
She is wearing rags and feathers
From Salvation Army counters
And the sun pours down like honey
On our lady of the harbour
And she shows you where to look
Among the garbage and the flowers
There are heroes in the seaweed
There are children in the morning
They are leaning out for love
And they will lean that way forever
While Suzanne holds the mirror
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that you can trust her
For she’s touched your perfect body with her mind.

.

leonard

De weg naar het graf

J.C. Bloem

.

Insomnia

.
Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliedt gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen.
.
Hoe onmachtig klinkt het schriel “te wapen”
Waar de levenswil ten strijdt mee noodt,
Naast der doodsklaroenen schrille stoot,
Die de grijsaards oproept in haar schoot,
.
Evenals een vrouw, die een zich gaf,
Baren moet, of ze al dan niet wil baren,
Want het kind is groeiende in haar schoot
.
Is elk wezen zwanger van de dood,
En het voorbestemde doel van ’t paren
Is niet minder dan de wieg het graf.

.

 

Tout est oeufs

Marcel Broodthaers

.

Soms kan een post op dit blog uitmonden in een nieuwe post. Zo kreeg ik naar aanleiding van mijn post over het ei in twee delen (15 april) een mail van Frans Roesink. In deze mail deelt Frans zijn liefde voor de dichter Marcel Broodthaers met mij.

Marcel Broodthaers is een in 1924 geboren dichter, filmer, journalist en plastisch kunstenaar. Van 26 mei tot 26 juni 1966 had Marcel een tentoonstelling in de Wide White Space Gallery in Antwerpen onder de titel ‘Moules Oeufs Frites Pots Charbon’.

In het begeleidende boekje staat het volgende gedicht.

.

Tout est œufs. Le monde est œuf. Le monde est né du grand jaune, le soleil. Notre mère, la lune, est écailleuse. En écailles d’œuf pilées, la lune. Poussières d’œuf, les étoiles. Tout, œufs morts et perdus. En dépit des gardes, ce monde-soliel, cette lune, étoiles de trains entiers. Vides. D’œufs vides.

.

Of in de Nederlandse vertaling van Greta Joris:

.

Alles is ei. De wereld is ei. De wereld is geboren uit het grote eigeel, de zon. Onze moeder, de maan, is schilferig. Een en al gestampte eierschilfers, de maan. Eierstof, de sterren. Alles, dode en verloren eieren. Iedere hoede ten spijt, deze zon-wereld, deze maan, dichte sterrendrommen. Leeg. Lege eieren.

.

moules4

moules7

Op de valreep

2012

.

Een laatste gedicht van dit jaar. Van een dichter die dit jaar is overleden. Rutger Kopland.

Een gedicht over het einde, een overgang en op weg naar iets nieuws. Ik wens jullie allemaal een mooie jaarwisseling en alle goeds voor 2013.

.

De roeier

Vanavond trok de mist over de wei
alsof de aarde zich opende en
het grondwater buiten zijn oevers trad

paarden en koeien raakten vlot en
als in een moeras uit de oertijd
dreven tenslotte alleen nog koppen
en ruggen voorbij

van het geboomte aan de overkant
maakte zich iets los waarvan ik dacht
dat het een roeier was die overstak voor mij.

.

kopland

 

Uit: Onder het vee, 1966
Met dank aan Gedichten.nl