Site-archief

Droef het zwieren; een recensie

Niels Landstra

.

Al eerder schreef ik een recensie over een dichtbundel van Niels Landstra (1966), dichter uit Breda. Toen over zijn bundel ‘Nader en onverklaard’. Inmiddels staat Niels aan de vooravond van de publicatie van zijn 4e bundel met als titel ‘Droef het zwieren’ bij uitgeverij Oorsprong.

Ik kreeg deze bundel te lezen voordat hij publiekelijk het licht ziet (zoals bij zijn voordracht op 25 september op het podium van Ongehoord! in Rotterdam, zie hiervoor onder de categorie Ongehoord!) met de vraag of ik er een recensie over wilde schrijven.

Nu was zijn vorige bundel mij bijzonder bevallen dus ik heb hier graag in toegestemd. De nieuwe bundel bevat 32 gedichten en deze zijn geschreven in een zware periode in zijn leven. En dat is in de gedichten, de titels van de gedichten en in de hele sfeer van de bundel te herkennen. Dat zou kunnen betekenen dat het een zware bevalling is om de bundel te lezen maar dat is geenzins het geval.

De taal van Niels Landstra laat zich niet één, twee, drie kennen, je moet zijn taal, zijn zinnen zorgvuldig lezen. Zijn woordkeus, zinsopbouw en poëtische kracht is verrassend en creatief. Ondanks het leed, de beslommeringen en het verdriet in de onderwerpen van de gedichten valt er veel te genieten. Een enkele keer heb ik de zinnen hardop moeten lezen wat mij hielp bij het begrip van de teksten. Soms ook valt Niels in de val van wat ik het gebruik van ‘grote woorden’ noem. Zo komen bijvoorbeeld woorden als galgenmaal en hongernood in het gedicht ‘Voedselbank’ mij wat hoogdravend over.

Toch schaadt dat op geen enkele manier de intentie van de dichter of het gedicht. Tussen de vaak schrijnende gedichten komt de ‘oude vertrouwde romantische’ Niels om de hoek zoals in een gedicht als ‘Bloemenzee’.

In de bundel graaft Niels in zijn ziel (of doet aan soul searching wat eigenlijk een betere omschrijving is) alsof het schrijven van deze gedichten therapeutisch was (wat misschien ook wel zo is), zonder overigens meelijwekkend of zieleknijperig te worden.

De bundel eindigt hoopvol met het gedicht ‘Laatste werkdag’ waarin de slotzinnen zijn:

In de stad zijn nog wereldwijs / de zwervers, die geenzins dralen / zij hebben elke dag een laatste werkdag.

Ik heb uit deze bijzondere bundel gekozen voor het gedicht ‘De kapeltuin’.

.

De Kapeltuin

.

Op het ruisen dat zwiert door de populieren

in bronzen mozaïeken van licht, deinen

zonnebloemen reikhalzend mee als betoverd

door een lofzang die zich over hen ontfermt

.

en de harten roerde van Spanjaarden, Fransen

en de verloren mof. In de hof glanzen

vleugeltjes van insecten bij de waterpomp

warrelen koolwitjes in stille triomf

.

om de goudsbloemen die door hun bladerkronen

gedragen soezen in de schemer, een pastel

van rood en koper dat doopt de percelen

van H.H. Maria/Dymphna’s en haar kapel

.

in het slotstuk van de nacht. Een oplaaiend

houtvuur warmt groentesoep en schildert een fietsje

oranje, bergt de kleine eigenaresse

een bloem uit de tuin in haar slapende hand.

.

nielslandstra

Kopland op tafellaken

Gedichten op vreemde plekken

.

In mijn nimmer aflatende zoektocht naar gedichten op vreemde en bijzondere plekken kwam ik onderstaande tegen. Een gedicht (of in ieder geval een deel van een gedicht) van Rutger Kopland op de zijkant van een tafellaken.

het tafellaken wordt verkocht op Klets.nu en is bedrukt met een witte boom. In de boom staan woorden van dankbaarheid die de samenwerking weergeven waar nu een einde aan kwam (het tafellaken is gemaakt in opdracht).
Het tafellaken is gemaakt van rood linnen in combinatie met een toile du jouy stof.

Het gedicht van Rutger Kopland is getiteld ‘Onder de appelboom’en verscheen in zijn bundel ‘Onder het vee’ uit 1966.

.

Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was een uur of acht

en zeldzaam zacht voor de tijd van het jaar.

De tuinbank stond klaar onder de appelboom.

Ik ging zitten en ik zat te kijken

hoe de buurman in zijn tuin nog aan het spitten was.

De nacht kwam uit de aarde

en blauwer wordend licht hing in de appelboom.

Toen werd het langzaam weer te mooi om waar te zijn,

de dingen van de dag verdwenen voor de geur van hooi,

er lag weer speelgoed in het gras

en ver weg in het huis lachten de kinderen in het bad

tot waar ik zat, tot onder de appelboom.

En later hoorde ik de vleugels van ganzen in de hemel,

hoorde ik hoe stil en leeg het aan het worden was.

Gelukkig kwam er iemand naast mij zitten,

om precies te zijn jij was het

die naast mij kwam onder de appelboom,

zeldzaam zacht en dichtbij voor onze leeftijd.

.

Tafellaken-Boom-Geef-924x622

Tafellaken-Boom-Gedicht-924x622

III

Rutger Kopland

.

Als je, zoals ik, veel poëzie leest, kom je soms ineens een gedicht tegen dat je nog niet kent maar waar je meteen van ondersteboven bent. Hoewel ik weet dat bepaalde dichters (die ik tot mijn favoriete dichters reken) dit effect op mij kunnen hebben met hun gedichten, is het toch elke keer, dat dit gebeurt, weer een klein feestje.

In de hele fijne bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ staat weer zo’n voorbeeld van een gedicht van Rutger Kopland (1934 -2012). Ik ken verschillende prachtige gedichten van zijn hand (bijvoorbeeld het gedicht ‘Dochters’ dat in mijn top 5 staat van favoriete gedichten aller tijden, zie mijn post hierover op 19 maart 2011) maar deze kende ik nog niet.

Het is het favoriete gedicht van cabaretier Marc-Marie Huijbregts en ik begrijp wel waarom. Uit de bundel ‘Onder het vee’ uit 1966, ‘III’.

.

III

.

Met jou kwam een nog vreemd

verdriet waarop ik een leven

lang gewacht heb.

.

Het kwam uit je ogen in de mijne

uit je handen onder mijn jas

het kwam en ik liet het.

.

Eindelijk zag ik dat alles voorbij

zou gaan als deze dag boven

land dat ik liefheb.

.

ik zeg niet dat dat erg is

ik zeg alleen wat ik dacht

te zien.

.

Onder het vee

 

 

Thelonious Monk

Simon Vinkenoog

Simon Vinkenoog (1928-2009) was schrijver, dichter en voordrachtskunstenaar. Hij begon op 21 jarige leeftijd het blad literaire blad ‘Blurb’ dat samen met ‘Braak’ van Remco Campert en Rudy Kousbroek aan de wieg stond van wat later de Vijftigers werden. In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’en publiceerde daarna nog 50 werken.

In 1951 publiceerde Vinkenoog de roemruchte bloemlezing ‘Atonaal’, die geldt als het eerste publieke manifest van de Vijftigers, die zich atonale dichters noemden. Uit de verzamelbundel ‘Eerste gedichten 49-64’ het gedicht ‘Thelonious Monk’.

.

Thelonious Monk

 

Dit is een straat in parijs

met een arabier in de zon

die langzaam slenterend werkeloos

loopt te zijn een 1951-noordafrikaan

ting ting ting in de bleke zon

zonder geluid

.

dit onder water uitgesproken

vonnis ting ting ting

ternauwernood de oppervlakte rakend

en met een strofe in de franse taal:

je donnerais ma vie toute entière

pour un petit rire confus et obscène

.

herinnert aan de dierentuinapen

met mondbekken harige benen

en ronde gladde achterhanden

die gretig alle kleuren grijpen wit en zwart

ting ting ting

.

Uit: Eerste gedichten 49-64, 1966

SV2

SV

 

Louis Paul Boon

Verzamelde gedichten

.

Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.

Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.

Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).

Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.

.

Zo zal ik dan worden

.

zo zal ik dan worden

stilaan een zich oudvoelend man

een bloem een gedicht op de lippen

en verder wat knutselend nog

aan luchtvervuiling en zo

.

zo zal ik dan worden

een propere oude man

als ons hondje dat niets mocht

in huis doen en zo doof

was geworden als een pot en zo

.

zo zal ik dan worden

met wat schorre stem verhalen

aan mijn kleinzoon over vroeger

de revolutie die we toen wilden

de sovjetrepubliek vlaanderen en zo

.

zo zal ik dan worden

en vragen naar mijn bril

en zoeken naar mijn stok

om op te steunen en zo

.

Louis_Paul_Boon_(1967)_(cropped)

Boon

Dichtersomnibus, 12e Bloemlezing

Ida G.M. Gerhardt

.

In de jaren 60 van de vorige eeuw gaf Esso elk jaar een bloemlezing uit onder de titel Dichtersomnibus (ik schreef al eerder over deel 9) en gaf dit als nieuwjaarsgeschenk weg aan haar medewerkers (vermoed ik). Ik heb 6 exemplaren in mijn boekenkast en vandaag uit de 12e bloemlezing uit 1966 een gedicht van Ida G.M. Gerhardt. De gedichten in deze bloemlezing verschenen in het jaar 1964 en dit gedicht werd in het literaire tijdschrift Maatstaf gepubliceerd.

.

In de bergen

.

Achter de barre wand vandaan

verschijnt, een steengrauw stalactiet,

de ram. Hij daalt naar zijn gebied.

Haast raakt de vacht de voeten aan.

.

Oeroud, gelijkt hij een profeet:

Elia, in zijn vacht gekleed,

uit Tisbe over de Jordaan.

.

Asketisch, tot de strijd gereed.

.

Een die niet wijkt voor het geweld

maar nadert en de horens velt.

.

12e

Ida_Gerhardt_uitg.Kontrast

Weeën

Lemn Sissay

.

Het bizarre verhaal van de schrijver/dichter Lemn Sissay begint in 1966 als zijn moeder uit Ethiopië in Bracknell in het Verenigd Koninkrijk arriveert en daar in 1967 naar een ziekenhuis in Lancashire wordt gestuurd waar ze haar zoon krijgt. Een sociaal werker, Norman Goldthorpe, biedt zijn moeder een manier om haar studies af te ronden door haar zoon onder te brengen bij (maar feitelijk te laten adopteren door) een Engelse familie. Hij hernoemt Sissay ‘Norman’ en tot zijn twaalfde woont hij bij dit Engelse gezin.

Dit strenge gelovige gezin herdoopt hem als Mark (naar de evangelist Marcus) en geven hem een nieuwe achternaam Greenwood. Als hij twaalf is plaatst dit gezin hem in een kindertehuis omdat ze dan inmiddels 3 kinderen van zich zelf hebben met de mededeling dat niemand van dit gezin ooit nog contact met hem zal opnemen.

Tussen zijn 12e en 17e woont hij in 4 kindertehuizen en als hij meerderjarig wordt krijgt hij zijn geboorte-akte onder ogen waarin staat dat zijn moeder  Yemarshet Sissay is en dat zijn naam Lemn Sissay is. Dan krijgt hij ook een brief van zijn moeder uit 1968 van zijn moeder aan Norman Goldthorpe waarin ze hem smeekt haar zoon terug te brengen. Ze schrijft: “How can I get Lemn back? I want him to be with his own people, his own colour. I don’t want him to face discrimination”

Lemn Sissay gaat op zoek naar zijn moeder en vindt haar op zijn 21ste. Op die leeftijd ook debuteert hij met zijn eerste dichtbundel ‘Tender Fingers in a Clenched Fist’. Vanaf zijn 24ste is hij full time schrijver en werkt hij onder andere mee aan Radio Plays bij de BBC, schrijft hij toneelstukken en poëzie.

Zijn werk is op verschillende plaatsen in de openbare ruimte te bewonderen en te lezen zoals onderstaande voorbeelden laten zien.

.

weeen

Lemn Sissay

weeen2

lemn

 

Nader en onverklaard

Niels Landstra

.

Van Niels Landstra (1966) kreeg ik zijn nieuwste bundel toegestuurd. Titel: ‘Nader en onverklaard’. Op de achterflap tot mijn verbazing (en genoegen) een quote die ik vorig schreef over de poëzie van Niels (Niels Landstra is een begenadigd dichter) in een column op Maassluis.nu

Dat Niels een begenadigd dichter is bewijst hij eens te meer in deze bundel. De bundel telt 30 gedichten, mooi uitgegeven door uitgeverij Oorspong. Wat me meteen in het oog viel is het gebruik van hoofdletters bij elke nieuwe zin (overigens niet consequent door de hele bundel). ik ken meer dichters die dit doen en als je zelf van het type dichter bent dat zo min mogelijk hoofdletters gebruikt is het altijd weer even wennen. Soms moet ik hele strofen opnieuw lezen om te zien waar de pauzes vallen en waar zinnen eindigen (er worden namelijk wel punten gebruikt). Toen ik wat meer gedichten had gelezen wende ook dit en kon ik me meer op het genieten van de poëzie richten. Want genieten is het. Niels Landstra verstaat als geen ander het beschrijven van alledaagse zaken op een heel onalledaagse manier. Een rij bomen is nooit zomaar een rij bomen bij hem en mensen in een tram op een brug worden bij Niels (In de vaart der volkeren):

 

” Een tram in het dwangspoor van een brug

Met lammeren tegen leunend glas, mat

Over de grachten van de grauwe cyclus ”

 

Ook het woordgebruik, of moet ik zeggen de woordenschat waar hij zich van bedient is prikkelend en uitgebreid. Een kleine greep uit zijn werkwoordgebruik: parelen, zwieren, zwalken, welken, priemen, minnen, schampen, dampen, gloeien, looien, verijlen en ga zo maar door. Zijn zeer rijke taalgebruik maakt dat elk gedicht niet alleen inhoudelijk genoten kan worden maar zeker ook taalkundig. Verwacht van Niels geen experimenten met poëzie; zijn gedichten bestaan voor het overgrote deel uit 3, 4 of 5 strofen met af en toe één met tussenzinnen.

Al met al een fijne bundel die uitnodigt tot herlezen.

Uit deze bundel het gedicht ‘Struikelstenen’. Voor wie het fenomeen niet kent; struikelstenen of stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (1947). Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi’s verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Deze Stolpersteine (lett. ‘struikelstenen’) herinneren onder andere aan Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, homoseksuelen, Jehova’s getuigen en gehandicapten.

.

Struikelstenen

.

Om de namen van hen niet te vergeten

die een hel zagen zonder enige reden

stapsgewijs van vale straatstenen gevaagd

nu door een stolp van blinkende messing geschraagd

,

de inscriptie zwart als de as die warrelde

door een verhitte lucht, doodszucht, beklaagden

op een weg besloten door een gillende vrees

die vogels en prikkeldraad snoerden, de kreet

.

van ontreddering verstomd in het trottoir

voor statige woningen die er zwijgend staan

getuigen van gezinnen beroofd van status

en voor altijd weer bruut afgevoerd, uitgeblust

.

door het reizen naar de verkommerde tijd

het komen bij de duivel thuis, het gelijk

struikelen in de kwade geschiedenis

over waanzin. moord en eeuwige droefenis

.

IMG_8978

 

stolpersteinemaassluis-1

Proletarische dichtkunst

Martien Beversluis

.

Afgelopen weekend bracht ik een bezoek aan de nieuwe Paagman vestiging in het centrum van Den Haag in het oude pand van De Slegte. In de boekwinkel zijn nog altijd op de eerste verdieping tweedehands boeken en antiquaren boeken te koop. Ik mag daar altijd graag in de sectie poëzie rondsnuffelen.

In de poëziekast kwam ik een bijzondere dichtbundel tegen. De bundel ‘Arbeiders-noodlot’, Proletarische dichtkunst. Een bloemlezing uit de moderne Duitsche arbeiderspoezie der laatste jaren. In Nederlandsche verzen omgezet door Martien Beversluis. uit 1930, uitgegeven door H. ten Brink in Arnhem.

Martien Beversluis (1894 – 1966) werd in 1922 lid van de SDAP (voorloper van de PvdA) en werd in 1928 literair medewerker voor de VARA. Voor deze omroep verzorgde hij het radioprogramma ‘Internationale socialistische poëzie’. In dit kader moet denk ik ook zijn bemoeienis te plaatsen zijn met de bundel ‘Arbeiders-noodlot’. Duitse Arbeiderspoëzie in Nederlandse verzen omgezet.

In de jaren dertig werd hij lid van de communistische partij en in de oorlog (1941) bij de NSB. In de jaren na de oorlog krijgt hij een publicatieverbod en uiteindelijk blijft hij tot zijn dood actief als dichter van voornamelijk religieus getinte verzen.

Uit deze bundel het gedicht’Aan de draaibank’.

.

boeka

 

boekc

 

boekd

 

boekb

 

Henk van Randwijk

Poëzieroute in Gorinchem

.

In Gorinchem is een poëzieroute waarbij allerlei gedichten in de openbare ruimte zijn aangebracht. Een van de gedichten is van dichter, journalist, verzetsheld, Gorkummer en mede-oprichter van Vrij Nederland Henk van Randwijk (1909-1966) . Hoewel Henk van Randwijk niet veel poëzie heeft gepubliceerd zijn de laatste regels uit het gedicht ‘Een volk dat voor tirannen zwicht’ beroemd geworden. Deze regels zijn aangebracht op de muur van het monument aan het Weteringplantsoen in Amsterdam.  Op deze plek was tijdens de oorlog een fusilladeplaats waar onder andere op 12 maart 1945 dertig verzetsstrijders werden geëxecuteerd.

Maar niet alleen daar deze regels, ook op een kunstwerk dat deel uit maakt van de poëzieroute in Gorinchem.

.

Een volk dat voor tirannen zwicht

.

Allen, die hier tesamen zijn,
de levenden, de doden,
de handbreed, die ons scheidt, is klein,
wij zijn tesamen ontboden voor het gericht …
.
Gedenk de liefste, die hier ligt,
de broeder, vrind of vader,
maar gun Uw ogen wijder zicht,
aanzie het land en alle mens tegader,
hoor dit bericht:
.
Wij staan tesaam voor het gericht
voor goed of kwaad te kiezen,
een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.

.

Henk van Randwijk

 

In Gorinchem

HVR

 

In Amsterdam