Site-archief

Tegen de afgrond

Dirk van Bastelaere

.

Ik ruim mijn kast op. Dat is hard nodig want ik heb nog nauwelijks plaats voor mijn (nieuwe) dichtbundels. Tussen alle boeken vond ik ook nog een tijdschrift ‘Boek’ uit 2007. Waarom ik dat bewaard heb is me een raadsel, er staat hoegenaamd vrijwel niets over poëzie in behalve een klein stukje over de Week van de poëzie en de VSB poëzie prijs. Grappig om te lezen is dat de Week van de poëzie in 2007 van 21 tot en met 27 april liep (synchroon met de Poetry month in de VS) terwijl deze week inmiddels naar januari is ‘verhuisd’.

In dat stukje staan ook de genomineerde dichters waaronder Dirk van Bastelaere (1960) met zijn bundel ‘De voorbode van iets groots’.  De VSB poëzieprijs won hij niet dat jaar, wel de Jan Campert prijs. Uit een andere bundel ‘Hartswedervaren’ uit 2000 het gedicht ‘Tegen de afgrond’ waaruit duidelijk het post moderne karakter van zijn poëzie blijkt.

.

Tegen de afgrond

Dat ik je aanspreek,
stom hart,
is natuurlijk complete waanzin, je bent
een generiek gegeven uit de cultuurgeschiedenis.

Dat betekent: een sterrennevel,
drijvende paddesnoeren, een parcours d’accidents
een zon die in het zwart verkeert,
napalm, Reihung, een nevengeschikte wereld
en we schrijven entropie.

Het is een woord,
hart,
tegen de wereld. Net zo goed kan ik tegen
de afgrond gaan schreeuwen, een canyon waarlangs
op zorgvuldige plaatsen
een houten framepje werd opgesteld
met de vermelding Take Pictures Here. KODAK

.

dvb2

dvb

Hoe het niet moet

Dichter van de maand

Lees de rest van dit bericht

Eerst de hoeve, dan het hart

Nederlandse boerderijen in verhalen, gedichten en foto’s

.

Poëzie komt in vele vormen, dat schreef ik al vele malen. Poëziebundels vormen daarop geen uitzondering. Buiten de bundels van dichters zijn er vele bloemlezingen en themabundels uitgegeven. Daarnaast zijn er boeken en bundels die een mengeling bieden van poëzie en andere kunstvormen.

Het boek ‘Eerst de hoeve, dan het hart’ onder redactie van Arie van den Berg uit 2000 is zo’n boek. Aan de hand van verhalen en gedichten van Nederlandse schrijvers en dichters wordt een beeld geschetst van een aantal boerderijen uit vele hoeken van Nederland. Elke boerderij is daarbij in de vorm van een foto vertegenwoordigd om het beeld compleet te maken.

Bekende Nederlandse schrijvers en dichters als Maarten ’t Hart, J.J. Voskuil;, Robert Anker, Carla Boogaards en Rutger Kopland beschreven speciaal voor dit boek boerderijen maar er staan ook bijdragen in die er al waren maar goed bij het thema pasten. Het boek is verschenen ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO), in literaire kring beter bekend als ‘De Boerenhuisclub’ uit de romancyclus ‘Het Bureau’ van J.J. Voskuil.

Ik heb, uiteraard, voor een poëtische bijdrage gekozen en wel van Karel Eykman met het gedicht ‘Verzuchting van de slome koe’.

.

Verzuchting van de slome koe

.De

waarom ik droevig kijk

dat moet je mij niet vragen

dat is niet anders.

.

niet dat ik ermee zit

je zal mijn niet horen klagen

er zit niks anders op.

.

het gaat zoals het gaat

daar begin je toch niets tegen

daar zit ik heus niet mee.

.

wat kijk je me dan nog aan

ik kijk niet terug, kan mij wat schelen

ik kijk wel voor me uit.

.

als je het niet te erg vindt

ga ik door waar ik was gebleven

wat was dat ook alweer?

.

juist ja, gras.

.

cow

hoeve

Dichter van de maand Oktober

Toon Tellegen

.

Zoals al een beetje weggegeven op verschillende social media heb ik als Dichter van de maand oktober gekozen voor Toon Tellegen. Blijkbaar weet de poëzie van Toon Tellegen vele harten te raken. In ieder geval het mijne en daarom dus op elke zondag in oktober een gedicht van Toon Tellegen.

Voor vandaag heb ik gekozen voor het gedicht ‘Een gedachte’ uit de bundel ‘Gedichten 1977 – 1999’ uit het jaar 2000.

.

Een gedachte

.

Er moet een gedachte zijn

die te verschrikkelijk is om te bedenken.

Aan die gedachte moet ik denken,

nu.

Buiten morren mijn dromen, lopen geruchten tergend langzaam

heen en weer. Ik denk

dat zij bedolven ligt

onder al mijn andere gedachten

en niets te maken heeft met god of dood

of wat dan ook.

Misschien rekt zij zich wel uit, nu,

in het diepst van mijn gedachten, begeeft zij zich

op weg.

.

tt

Erotiek in poëzie

Dana Hokke

.

In 2000 schreef de Groene Amsterdammer over de toen 70 jarige ‘vergeten’ dichter Dana Hokke (alias van Dana Constandse). Deze dichter publiceerde in 1982 de bundel ‘Gebroken wit’ maar in de jaren daarna was slechts sporadisch nieuw werk van haar te lezen. Gedichten verschenen in Hollands Maandblad, Lust & Gratie, Maatstaf en in de poëziekalender van Meulenhoff maar ook in het Vlaamse Gierik en het besloten Tijdschrift Ons Kent Ons (TOKO).

Het hele artikel kun je hier lezen https://www.groene.nl/artikel/wie-schrijft-die-blijft-4

Uit haar bundel een erotisch gedicht getiteld ‘Vergelijking’.

.

Vergelijking

.

Het paren van nijlpaarden

is minstens zo subtiel

als onze logge bezigheid

in bed. Ook hier

stroomt Gods water echter

opgewekt over de akkers

of onbekommerd de delta in

al naar gelang het

zo uitkomt.

.

nijlpaarden

 

Marvell

Het Eden Project

.

In het zuiden van Cornwall (Groot Brittannië) ligt in een dal (wat eens een afgravingsgebied was van  Kaolien, de grondstof van porselein) The Eden Project. Dit is is een botanische tuin in Bodelva die bestaat uit onder meer twee kassencomplexen die worden gevormd door meerdere geodetische koepels.

Het non-profit-project is in 1997 opgericht door de Nederlander Tim Smit en architect Jonathan Ball. Later is architect Nicholas Grimshaw bij het project betrokken. Twee Britse bouwbedrijven hebben gedurende achttien maanden de aanleg van het project verzorgd. Deze bedrijven hebben dit gedaan met de afspraak dat ze alleen betaald zouden worden als het project een succes zou worden.

Het bezoekerscentrum is in mei 2000 geopend. Op 17 maart 2001 is gehele complex voor het publiek geopend. Sindsdien hebben meer dan 7,5 miljoen mensen de botanische tuin bezocht.

In deze bijzondere tuin, in de koepel met het mediterrane gebied, kwam ik een gedicht tegen van de (metafysische) dichter Andrew Marvell (1621 – 1678) die daar niet zonder reden is neergezet. Het gedicht ‘The Garden’ sluit prachtig aan bij de wereld die is gecreëerd in deze koepel.

.

IMG_5290

IMG_5272

IMG_5300

27 gedichten en geen lied

Ramsey Nasr

.

Hoewel hij Dichter des Vaderlands was en de tweede stadsdichter van Antwerpen,  treed hij tegenwoordig vooral weer op als acteur van de Toneelgroep Amsterdam. Productie van zijn poëzie staat op een laag pitje. Hij is dan ook niet voor niets  dichter, schrijver, essayist, acteur, regisseur en librettist (tekstschrijver van muzikale stukken). Toch blijft Nasr voor mij vooral dichter. Daarom uit zijn bundel ’27 gedichten en geen lied’ uit 2000, het gedicht ‘Wie weet mij eindelijk’.

.

Wie weet mij eindelijk

Wie weet mij eindelijk, welke dodentolk,
Te doen bedaren in gezworen haat.
Ik volg de vaderen om vroeg en laat
Mijn land te zien. Ik leef tegen een volk
dat zebrapaden aanlegt over wonden,
Dat boven onze botten steen op steen
Bewoont, dat leven wil voor zich alleen.
Leeft dan in angst. Ons bloed wordt niet geronnen.
Op hoeveel scherven vlees weerkeert het recht.
En opgeblazen domme wraak en gal
Is wat er rest, als hersenen gaan denken.
‘Men mag een mens een leven niet ontschenken.
Ik hoop dat ik geen bommen maken zal.’

.

nasr

Lichtval

Mark Boog

.

Schrijver en dichter Mark Boog (1970) debuteerde  in 1995 als dichter in het tijdschrift ‘De Appel’. Daarna was hij actief in een schrijverscollectief dat onder meer het tijdschrift ‘Mondzeer en de Reuzenkreeft’ uitgaf. In 2000 verscheen zijn eerste dichtbundel ‘Alsof er iets gebeurt’, waarmee hij de C. Buddingh’-prijs won. In 2006 won hij de VSB Poëzieprijs voor zijn bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’.

Boog publiceert bovendien in literaire tijdschriften als ‘Hollands Maandblad’ en ‘De Gids’. Zijn werk wordt gekenmerkt door een combinatie van alledaagsheid en wanhoop. Dit geldt zowel voor zijn taalgebruik als voor zijn onderwerpskeuze.

Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Lichtval’.

.

Lichtval

.

Als ineens de zon de schaduwen

opzij veegt naar de verste hoeken van de

kamer, kijken we op maar zeggen niets.

,

Ik buig me naar het stof, neem af,

jij strekt een been om naar de keuken te gaan.

De richting staat elegant gecomponeerd

lichtval te verdragen.

.

Over de tafel hangt een gesprek.

We hebben het verlaten,

we bewegen ons nu schuchter door het huis,

de gevangenis van het schilderij ontwijkend.

.

Het is te mooi hier om waar

te zijn, we ontkennen dat – we leven nog.

.

Boog

alsof

Sign O’ The Times

Prince Rogers Nelson (1958 – 2016)

.

Donderdag 21 april is Prince op veel te jonge leeftijd overleden. Dat zal niemand ontgaan zijn. Ik was vooral in de beginjaren fan van Prince, maar jarenlang daarna heb ik hem nog gevolgd en zijn muziek gekocht. In augustus 1986 heb ik een concert van hem bezocht in Sportpaleis Ahoy in Rotterdam en dat was één van de meest memorabele concerten die ik in mijn leven heb bezocht. De show, de muziek, de totaalbeleving.

Uit de vele artikelen die de laatste dagen zijn verschenen komt steeds weer het beeld naar voren van Prince als vernieuwer van de muziek en de muziek scene. Maar ook in zijn teksten was Prince een verhaal apart. Hoewel hij in het begin vooral bekend stond om zijn seksueel getinte teksten (hierdoor kreeg hij de bijnaam His Royal Badness) kregen zijn nummers steeds meer inhoud. Het nummer ‘1999’, het meest gespeelde nummer ever tijdens de jaarwisseling naar 2000 toe, was zijn doorbraak (geschreven in 1982). het wordt beschreven als een apocalyptisch dansnummer. De albumversie begint met de langzaam gesproken zin “Don’t worry, I won’t hurt you. I only want you to have some fun.” welke gesproken door God moet voorstellen.

Ook in andere nummers laat Prince zien over inhoud te beschikken, denk aan ‘Purple rain’ en vooral ‘Sign O’The Times’. Dit laatste nummer behoort samen met ‘Alfabet Street’ en ‘Kiss’ tot mijn favoriete Prince nummers. Als je de tekst van ‘Sign O’ The Times’ leest (en dit lukt je zonder automatisch mee te gaan zingen) dan blijkt dit over een zekere poëtische kracht te beschikken. Het leest als een gedicht van een (tekst)dichter die probeert af te rekenen met de problemen die de mensheid bedreigen. Het nummer beschrijft het bedroevende beeld van de Verenigde Staten in 1986/87 en handelt over moeilijke onderwerpen als aids, straatbendes, natuurrampen, armoede, drugs, Iran-Contra, Space Shuttle Challengerramp en de kernoorlog. In de laatste alinea of strofe komt na alle narigheid een omkering en een vleugje hoop en lijkt Prince op te roepen om elkaar toch vooral lief te hebben.

.

Sign O’ The Times
In France, a skinny man died of a big disease with a little name
By chance his girlfriend came across a needle and soon she did the same
At home there are seventeen-year-old boys and their idea of fun
Is being in a gang called ‘The Disciples’
High on crack and totin’ a machine gun

Time
Times

Hurricane Annie ripped the ceiling of a church and killed everyone inside
You turn on the telly and every other story is tellin’ you somebody died
A sister killed her baby ‘cause she couldn’t afford to feed it
And yet we’re sending people to the moon
In September, my cousin tried reefer for the very first time
Now he’s doing horse – it’s June, unh

Times
Times

It’s silly, no?
When a rocket ship explodes and everybody still wants to fly
But some say a man ain’t happy unless a man truly dies
Oh why?

Time
Time

Baby make a speech, Star Wars fly
Neighbors just shine it on
But if a night falls and a bomb falls
Will anybody see the dawn?

Time, mm
Times

Is it silly, no?
When a rocket blows and, and everybody still wants to fly
Some say man ain’t happy truly until a man truly dies
Oh why, oh why?
Sign o’ the times, unh

Time
Time

Sign o’ the times mess with your mind
Hurry before it’s too late
Let’s fall in love, get married, have a baby
We’ll call him Nate
If it’s a boy

Time
Times

Times
Time

.

Prince

Waarom schrijf ik?

Toon Tellegen

.

Vorige week hoorde ik op radio 3FM een deejay die vertelde dat hij elke avond zijn vriendin een verhaaltje voorlas van Toon Tellegen (of zij hem). Als dat geen echte liefde is. Reden om weer eens iets van Toon Tellegen te lezen (elke reden is een goede reden wat mij betreft). Omdat ik over poëzie schrijf, geen verhaaltje maar een gedicht.

Het gedicht ‘Waarom ik schrijf’ vind ik typerend voor Toon Tellegen. Op een luchtige toon een zwaar onderwerp behandelen. En als je dat dan ook nog op zo’n mooie manier kan, dan deel ik dat graag met jullie.

Uit ‘Gedichten 1977 – 1999’ uit het jaar 2000 het gedicht ‘waarom ik schrijf’.

.

Waarom ik schrijf

.

Ik schrijf om dat ik wil schrijven

dat ik gelukkig ben.

.

Op een dag zal het zover zijn

en zal ik schrijven –

met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden,

en met rode oren en rode wangen:

ik ben gelukkig.

.

Als ik daarna ooit nog twijfel

en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij

of zelfs reddeloos verloren,

kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:

gelukkig.

.

loesje

Toon