Site-archief

Tegen het krakende hek

Rutger Kopland

.

In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’.  Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.

.

Tegen het krakende hek

.

Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.

Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.

In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,

maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu

bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek

kraakte tegen de opdringende paarden.

.

Wie_wat_vindt_he_4f8569a7b9656

Kopland

Tweedst

J. Bernlef (1937 – 2012)

.

J. Bernlef  is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).

Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).

In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.

Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).

.

De kunst om tweedst te zijn

.

Net achter de leider de zijweg ingeglipt

(die hij niet had gezien)

en zo de bessestruik ontdekt

.

Goed, ze smaken bitter maar

aan alles wen je op den duur

.

Kleine, harde bessen, zuur

maar zoet smakend naast het

al half vergane lijk van de leider.

.

bernlef

bernlef2

Niets

Leonard Nolens

.

Leonard Helena Sylvain Nolens (of L. Nolens 1947) is dagboekschrijver en dichter en wordt gezien als één van de belangrijkste levende Vlaamse dichters. Nolens woont en werkt in Antwerpen (waar anders ben ik geneigd te zeggen, zovele prachtige Vlaamse dichters zijn actief vanuit Antwerpen) en  is een romanticus Dat wil zeggen, hij schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen.

Leonard Nolens debuteerde in 1969 met de bundel ‘Orpheushanden’ en publiceerde sindsdien 25 poëziebundels. Nolens ontving in zijn leven verschillende prijzen zoals de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen in 1976, de Jan Campertprijs in 1991, de VSB Poëzieprijs in 2008 en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren in 2012.

Uit zijn bundel ‘Manieren van leven’ uit 2001 het gedicht ‘Niets’.

.

Niets

Je weet niet wat er is. Je bent gestruikeld
In je slaap, een zon heeft je geslagen
Om de hoek en je koopt blind een brood,
Verdwaalt. De straat gaat met je op de loop.

Een vreemde brengt je thuis, het is je vrouw
Die napraat over je begrafenis.
Je lag te roken in je kist, zegt zij,
En pakt een pan en bakt je dode hart.

Je weet niet wat er is. Je zit al dagen
Als een schaduw van je schaduw thuis.
De dokter komt, betokkelt je contouren
En vindt niets. Je bent het met hem eens.

.

nolens-manieren-2012

Nolens

 

Met dank aan gedichten.nl en Wikipedia

Dracula

Gedicht uit 2012

.

In de afgelopen jaren heb ik wat geëxperimenteerd met stijlen en vormen en een aantal voorbeelden heb je op dit blog kunnen lezen. Hoewel ik vaker verhalend dicht was dit een poging om een heel verhaal (van Dracula) in een gedicht te vatten met tal van verwijzingen. Misschien niet de meest verfijnde poging maar ik wilde hem jullie toch niet onthouden.

.

Levenslang lezen

 

In plaats van in zijn kist, klimt de graaf

de trap op van zijn boekenkast. Nog maar

1897 te gaan, hij veegt wat bloed van zijn

mondhoek. De ijzersmaak van  Transsylvanische

aderen staat hem tegen

 

Als een chemokuur verlengt het echter

zijn getunnelde leven. Nog maar 1897 te gaan

dan is zijn werk gedaan, zijn de regels genoten,

de hoofdstukken verorbert, een levenswerk

geschreven en gelezen

 

Vannacht, bij het doven van de zon, wanneer

de stoker van zijn onrust het vuur in hem

aanwakkert, zijn dorst naar leven hem voert

naar jonge maagden en middernachtelijke

verjonging, zal hij denken

 

aan de vele woorden die hem nog wachten,  1897

titels te gaan. Laat hem zijn hoofd neer leggen,

de vrees in de zwarte uren van de dag wegnemen.

Alles gelezen wat hij wilde, verslaafd aan bloed en letters

zelf een verhaal geworden

.

dracula 1

 

dracula2

 

dracula3

 

dracula4

Meneer Cogito

J. Bernlef

.

J. Bernlef (1937 – 2012, pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) kende ik vooral van zijn proza maar hij heeft in zijn leven vele dichtbundels gepubliceerd. Een van die bundels is ‘De noodzakelijke engel’ uit 1990. Uit deze bundel één van de twee gedichten over meneer Cogitio (uit een serie van drie gedichten in hoofdstuk II van de bundel met de titel ‘Meneer Cogito in Rotterdam’.

.

Meneer Cogito in Rotterdam

.

Zijn gelaatstrekken wijken

half op de achtergrond al

lijken zijn ronde ogen geloken

.

Meneer Cogito spreekt

over de puzzelstukken van zijn bestaan

door anderen gelegd

.

Tot een beeld dat hij

denkt te herkennen

op één stukje na

.

In de marmeren wand achter zijn rug

opent zich een deur

vol spiegelend licht

.

De vleugelloze engel zet

een zwarte stoel op het toneel

terwijl meneer Cogito over Hamlet spreekt

.

Aan draden worden rotsen neergelaten

ze hangen, schommelen boven zijn witte hoofd terwijl hij

net over het heldere oog van de kiezel begint

.

De engel wil dat hij gaat zitten

maar meneer Cogito weigert, hij wil nog graag

getuige zijn van de som, het totaal, waar alles om draait

.

De engel wenkt, zijn grafsteen wordt gelegd

compleet met jaartallen en naam en daarachter

de stoel, uitnodigend zwart

.

Meneer Cogito, klein en beleefd, schudt zijn hoofd

al kijkend naar de stoel

wil hij ‘Icarus’ zeggen

.

Plompverloren valt hij de engel in de armen

dit is het laatste beeld: meneer Cogito en de engel zonder

vleugels

in een woordloze omhelzing verstrengeld.

.

bernlef-300x166

 

engel

Bare & Breaking

Karin Schimke 

.

Op zoek naar een gedicht kwam ik via via op een website waar een artikel stond over Karin Schimke (Zuid Afrikaans dichter). Nu kende ik haar niet als dichter maar het feit dat ze in 2014 de Ingrid Jonker Prijs voor Engelse poëzie heeft gewonnen maakte me nieuwsgierig. Ze won deze prijs met haar debuutbundel ‘Bare & breaking’ (Modjaji 2012). Beverly Rycroft, Liesl Jobson en prof. Geoffrey Haresnape waren de juryleden.

‘Bare & breaking’ wordt beschreven als een bundel die “met kop en schouders uitsteekt” boven de andere kanshebbers in termen van “vakmanschap, snelheid, diepte en een duidelijk gevestigde, robuuste esthetiek.” Schimke is geprezen voor “de elegantie en precisie van [ haar] woordkunst “in een dichtbundel die gekenmerkt wordt door” sensualiteit “en inhoud die als” onbeschaamd erotisch en intiem “beschreven is.

Twee van de juryleden hebben ‘Bare & breaking uitgekozen om de “interne verhaalboog” oftewel spanningslijn die de lezer meevoeren van liefde tot ongemak door crisis en woede, tot apathie, rauw en uiteindelijke verlossing naar een kwetsbare plek van veiligheid. De dichter slaagt er doorgaans in om haar privé pijn te verbinden met universeel leed, zoals in het sterke slotgedicht “The Quiet Way Back”. De lezer wordt meegesleurd door het verhaal dat uiteindelijk iedereen insluit in de collectieve smart die we als echt menselijk definiëren.

De Ingrid Jonker Prijs wordt jaarlijks beurtelings aan een Afrikaanse of een Engelse debuut dichtbundel toegekend, de twee talen waarin Ingrid Jonker schreef. De prijs bestaat uit een medaille en bedrag.

Uit haar bundel het gedicht ‘This is how willing’

.

This is how willing

If grey speaks your eyes
and black curls your hair
if careful walks your feet
and sore swells your lips

If she (or she, or she) haunts you
and pity breaks you
and worry hobbles you
and weakness cracks you

If fear clatters your teeth
and nightmares dream you
if your tower crumbles
and you live only one more day

and never lift your hand again
to shield the darkness from your gaze
and only if your want reaches me
and only if your wounds let me

I will stand beside you
in the black cold cave
and let fireflies nest my hair.

.

Karin-Schimke

 

karin-schimke-bare-breaking

Meer lezen uit deze bundel? Kijk op https://peonymoon.wordpress.com/tag/karin-schimke-poems/

Philip Larkin

World’s most dangerous roads

.

Vorige week keek ik naar een programma van de BBC “world’s most dangerous roads” met acteur Hugh Bonneville (o.a. uit de film Notting Hill) en actrice/scriptschrijfster Jessica Hynes (o.a. The Royle family en Spaced). In dat programma (uit 2012) bereizen zij één van de meest gevaarlijke wegen ter wereld in Georgië.

Wat heeft dat met Philip Larkin en poëzie te maken zul je je afvragen. In dit programma vermaken zij elkaar met vragen en spelletjes zoals kiezen tussen twee dingen of mensen. Een vraag van Jessica aan Hugh is Larkin of Betjeman? Waarna Jessica Hynes uit haar hoofd  het onderstaande gedicht voordraagt van Philip Larkin. Overigens kiest Hugh Bonneville voor Betjeman.

Philip Larkin (1922 – 1985) werd vaak ‘die andere dichter des vaderlands’ genoemd of zoals ze in Groot Brittanië zeggen Poet Laureate. Toen er in 1984 een dichter des vaderlands gekozen moest worden werd zijn naam veel genoemd maar Larkin was een verlegen, provinciale schrijver die niet graag in de schijnwerpers stond. Hoewel Larkin maar een klein oeuvre heeft nagelaten (maar ongeveer 100 pagina’s) wordt zijn werk overal geprezen. Alan Brownjohn schreef over hem:

“the most technically brilliant and resonantly beautiful, profoundly disturbing yet appealing and approachable, body of verse of any English poet in the last twenty-five years.”

Ik zou zeggen lees het volgende gedicht (uit: Collected Poems ;Farrar Straus and Giroux, 2001) en oordeel zelf.

.

This be the verse

“They fuck you up, your mum and dad.
They may not mean to, but they do.
They fill you with the faults they had
And add some extra, just for you.

But they were fucked up in their turn
By fools in old-style hats and coats,
Who half the time were soppy-stern
And half at one another’s throats.

Man hands on misery to man.
It deepens like a coastal shelf.
Get out as early as you can,
And don’t have any kids yourself.”

.

PhilipLarkin_1527371c

 

Met dank aan Goodreads en Poetryfoundation.org

 

Gedicht Nederlands / Pools

Lofrede of klaagzang?

.

In Mei 2012 werd in Hoogvliet een Pools-Nederlandse poëziemiddag georganiseerd door de stichting common language en de Pools Nederlandse Kulturele vereniging. Omdat ik daarvoor gevraagd was werden een aantal gedichten van mijn hand in het Pools vertaald. In het verleden heb ik al twee gedichten hier geplaatst en vandaag een derde gedicht met de Poolse vertaling.

.

Lofrede of klaagzang

 

Ik beklaag de dagen die komen

ze zijn leeg en lijken zo

zinloos zonder jouw woorden

 

ontroerde mijn

kijk op dingen en

zalfde de manier

 

waarop ik het leven bekeek

en levend in een breed

perspectief leek het

 

voor niets

wat mij nu rest

zijn voorbije woorden

 

herinneringen aan

helderheid en een zon

die dooft in een oceaan

van leegheid

 

geen bloemen alstublieft

acquisities worden niet

op prijs gesteld

.

.

Panegiryk lub elegia

 

Przeklinam dni co nadchodzą,

Puste są i tak

Błahe bez  słów twoich

 

Runęło moje świata pojmowanie

I roztkliwił się sposób

 

Którym na życie patrzyłem

A życie w bezkresnej

Perspektywie zdawało się

 

Na nic

Co mi dziś pozostało

To przebrzmiałe słowa

 

Wspomnienia o

Jasności i słońcu,

Które gaśnie w oceanie

Pustki

 

Żadnych kwiatów, proszę

Daremny to

Trud

 

 

Tłum: Agata Bartnik voor
©Common Language

Polen_Landkarte

Dichter

Jean Pierre Rawie

.

Na een weekend vol gedichten en dichters moest ik denken aan het gedicht ‘Dichter’ van Jean Pierre Rawie. Vandaar vandaag dit gedicht.

.

Dichter

.

Je maakt het mensen toch niet naar de zin,
en streeft dat ook niet langer na. Niet langer
is wat je schrijft gericht op een ontvanger.
Je bent je eigen einde en begin,
.
en leeft en sterft alleen. Geen dubbelganger
neemt straks je plaats wanneer je doodgaat in;
geen keer op keer verloren hartsvriendin
ging van iets anders dan gedichten zwanger.
.
Veel lijkt mislukt te zijn, maar toch, jij bent
degeen die eens zelfs in het meest banale
de waardigheid en zin heeft onderkend,
.
en alles in het eerste licht zag stralen.
En heel je leven zoek je dat moment
nog eenmaal zo volmaakt te achterhalen.

.

rawie

.

Uit: ‘De tijd vliegt maar de dagen gaan te traag’ uit 2012. (foto: Boekblad)

Poëzie aan het Markermeer

Poëzie op een bankje

.
Wat is dat toch met bankjes dat er vaker dan gemiddeld teksten op worden aangebracht. En dan bedoel ik geen graffiti teksten maar poëtische teksten of delen uit gedichten. Al vaker schreef ik hier in de rubriek gedichten op vreemde plekken over bankjes met poëzie en vandaag dus weer een mooi voorbeeld. Waarschijnlijk heeft het te maken met het feit dat mensen er even gaan zitten rusten en dan alle rust en tijd hebben om de omgeving in zich op te nemen.
Mia Kroes, in Oosterleek (Noord-Holland) bekend als oma Mia, is een begrip in het dorp. Wandelen over de dijk is één van haar favoriete bezigheden. Toen de dijk weer open ging in 2012, wilden dorpsbewoners haar verrassen. Zij kwamen met het idee om het bankje bij de vuurtoren van Oosterleek naar oma Mia te vernoemen. Donderdag 25 oktober werd oma Mia verrast door dorpsgenoten, familie en het hoogheemraadschap.
Dorpsbewoners benaderden het hoogheemraadschap voor dit initiatief. Zij werkten graag mee. Oma Mia grapte er voor de onthulling nog over: “Als mensen naast mij komen zitten dan vertel ik altijd dat dit mijn bankje is”. Zij was dan ook zeer verbaasd toen duidelijk werd dat zij zojuist het ‘oma Mia bankje’ had onthuld. Willem Messchaert, dijkkenner en voormalig werknemer bij het Hoogheemraadschap, maakte de volgende tekst voor het bankje aan het Markermeer.
Kom koike we legge hier nag, de noordse stienen rai an rai
Kom zoetjesan wat dichterboi en leg je hand op moin, 
de are op je hart, voel je wel?
.
westfriese omringdijk 2
west friese omringdijk
Met dank aan Stefanie van Ruijven voor de tip en de foto’s en de website van de gemeente Drechterland