Site-archief

Antjie Krog

Die afsienbare

.

Een van de dichters die een grote indruk op mij heeft gemaakt tijdens de Nacht van de Poëzie was Antjie Krog (1952). Deze Zuid Afrikaanse schrijver, dichter en academicus is bekend om haar Zuid Afrikaanse poëzie maar ook om haar verslaggeving over de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Haar literaire carrière begon in 1970, toen ze, ten tijde van de apartheid, een anti-apartheidsgedicht schreef getiteld ‘My mooi land’ (Mijn mooie land) voor het schoolblad. Het gedicht opende met de regel: ‘Kyk, ek bou vir my ’n land / waar ’n vel niks tel nie’ (Ik bouw een land voor mezelf waar huidskleur er niet toe doet).

Niet lang daarna, in 1970, verscheen haar debuutbundel ‘Dogter van Jefta’ waarna nog vele bundels zouden volgen. Haar poëzie is vaak autobiografisch en bevat reflecties op liefde en de verantwoordelijkheden van kunstenaars. Sinds de jaren tachtig behandelt ze vaak thema’s als raciale en genderpolitiek.

Tijdens de Nacht van de Poëzie bracht ze verschillende klankgedichten over een bonte stoet (Afrikaanse) dieren. Op onnavolgbare wijze de verschillende geluiden die deze dieren maken, nabootsend. Tel daarbij de voordracht in het Afrikaans op en je kunt je iets voorstellen over hoe bijzonder dat was. In de festivalbundel is haar gedicht ‘Die afsienbare’ opgenomen. Geen klankgedicht maar zeker de moeite waard.

.

Die afsienbare

.

in de littekens van ons heilige holtes

lispel die sluwe sigbaarmaking van sterwe

.

vertaald en gespeld in ou bysiende

vleeslae is dit eenklaps winter

.

ons veg teen mekaar    twee gehawende

leeus: hoe stomper ons tande hoe stinker ons tonge

.

Hoop

Esther Jansma

.

Afgelopen januari overleed, op de dag dat ik jarig was, schrijver, dichter en academicus (archeologe) Esther Jansma (1958-2025). Ik herinner me dat ik toen dacht dat ik nog een keer over haar wilde schrijven maar door alle drukte was het er toen nog niet van gekomen. Esther Jansma was een vaak gedecoreerd dichter, zo won ze de VSB Poëzieprijs (1999), de Hugues C. Pernath-prijs (2001), de  A. Roland Holst-Penning (2006 voor haar gehele oeuvre), de Jan Campert-prijs (2006) en de C.C.S. Crone-prijs (2014 ook voor haar gehele oeuvre).  Daarnaast werd ze in 2024 benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Jansma debuteerde in 1988 met de bundel ‘Stem onder mijn bed’ waarna nog 14 bundels zouden volgen alsmede een roman (onder andere een samen met Wiljan van den Akker haar levenspartner) en een essaybundel. In haar werk komen thema’s als de dood, steen (haar ouders waren beide beeldhouwers), een ongelukkige jeugd met armoe en mishandeling voor.

In 2024 verscheen haar laatste bundel ‘We moeten ‘misschien’ blijven denken’ waarin Jansma thema’s behandelt als de (on)eindigheid van het bestaan. Centraal staat het afscheid nemen van het vanzelfsprekende: gezondheid, toekomst, leven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Hoop’, een gedicht dat dichtbij het ‘misschien’ komt uit de titel van deze bundel.

.

Hoop

.
Iemand plant een Bougainville dat wil zeggen
iets tot kinderkniehoogte met een manshoge
kleurfonteinschaduw genaamd: mogelijk later
.
en het groeit tot kinderheuphoogte en sterft al
en het jaar daarop weer en het jaar daarop weer.
Iemand denkt: ik handel uit hoop, ik leer het nooit
.
dit voorjaar plant ik weer een Bougainville
deze winter vind ik weer een klein skelet
of is het dit: iedereen handelt uit verlangen
.
laten we bloemenstruiken blijven planten, kijk
in ons hoofd wiegen ze in de subtropische zeewind
in ons hoofd waar het warm is, vroeger of later.

.