Site-archief
Weer twee en niet alleen
Erotisch gedicht van Jo Govaerts
.
In de categorie erotische gedichten vandaag een gedicht van Jo Govaerts. Jo Govaerts (1972) debuteerde in 1987 met de bundel ‘Hanne Ton’, die genomineerd werd voor de Cees Buddingh-prijs. Na haar studies Oost-Europese Talen en Culturen in België en Polen publiceerde zij in 1997 ‘De vreugde van het schrijven, een bloemlezing’ vertaalde gedichten van Wislawa Szymborska. Poëzie schrijven is voor haar een omgangsvorm met de werkelijkheid, een uitdrukkingsvorm waartoe ze gedreven wordt dank zij de fysische mogelijkheid om met de pen om te gaan. Denken en beelden worden gekanaliseerd in woorden, die in gedachten tot een gedicht worden gekneed voordat het aan het papier wordt toevertrouwd. Jo Govaerts schrijft ook een blog op http://www.jogovaerts.be/
Hier nu een gedicht van haar hand uit de bundel ‘Apenjaren’ uit 1998 dit titelloze gedicht.
.
Alsof dit niet te voorspellen is
maar het is niet te
voorspellen, want oog om oog,
hand om hand, omhoog omlaag,
komt hier opnieuw uit alles of niets
wat iedereen herkennen gaat
als iets unieks
.
Zo wil ik altijd
overhoop met je liggen,
in die stilte
na de storm, in dat zachte
slagveld van vervlochten uitgevochten
weer twee en niet alleen
.
Vader en moeder
Marnix Gijsen
.
Ik wil de komende tijd wat meer aandacht besteden aan Vlaamse dichters. Aan de ene kant omdat het Vlaams taalgebied vele zeer goede dichters heeft voortgebracht die (wellicht) in Nederland wat minder bekend zijn en aan de andere kant speciaal voor mijn Vlaamse lezers.
Vandaag twee gedichten van Marnix Gijsen. Ooit bezat ik het verzameld werk van Marnix Gijsen. Hoewel ik getracht heb het te lezen vond ik (vooral) zijn proza erg taai. Ongetwijfeld kwam dat deels omdat de taal van Marnix Gijsen (1899-1984) nogal zwaar is en formeel. In zijn poëzie vind ik dat al veel beter leesbaar. Hoewel wat ouderwets zijn de gedichten over zijn vader en moeder zeer de moeite waard.
.
Mijn vadertje
.
Mijn vadertje, hij was rechtvaardigheid.
Hij had den zwaren last op zich geladen,
een eerlijk man te zijn
in woord en daad.
Dat is het schone, dwaze kwaad
waar, na ons Here Jezus Christus,
de sterkste man aan ondergaat.
Zijn oog was rustigblauw; een verre zee.
Zijn woord van blijheid soms plotse fusee
in stalen nacht.
Hij lachte rood en zoende onverwacht
mijn dwaze haren en mijn jong gedacht.
De hoge schepen die de Schelde droeg,
hij wist hun laden vast en schoon te sturen.
Hij had hun namen lief,
om mee te spelen – als een kind naïef;
Karatchi, Pantos, Calcutta,
lijk schoon koralen.
Hij wist de haven; heimwee en verdriet,
bij vroegen morgenmist
en in den avond onder luid en rauw sirenenlied.
Hij heeft de bossen van zijn jeugd bemind.
Hij kende bomen lijk wij mensen kennen.
Hij wist de winden en den oogst,
en wou mijn hand aan ‘t ruw bedrijf des jagers wennen.
Mijn vadertje; hij was rechtvaardigheid.
Hij had de goede liefde tot de still’en ware dingen.
Onder de schaduw van een dorpse kerk
ligt zijn sobere zerk.
Ik weet hoe zijn gedenken mij gelijk een lichte wolk behoedt.
Zijn rode, bange handen hield hij stervend Christus tegemoet.
.
Ik wil den lof van mijne dode moeder zingen
.
Ik wil den lof van mijne dode moeder zingen.
Zij was geen heilige vrouw, zij was een vrouw,
met al haar deugden, zwakten en aarzelingen,
vaak onberekenbaar doch steeds zich zelf getrouw.
Een werkslaaf en een slavendrijver heel haar leven,
die nooit kon vragen – altijd bereid te geven –
hard voor zich zelf en die van anderen verwachtte
dat z’even taai en dapper zouden zijn in daden en gedachten.
Een vrouw vol donker vuur en kracht, vol vlugge, vinnige spot,
misprijzend voor de vrouwen, opkijkend naar den man,
noch duldzaam noch gelaten, steeds meester van haar lot,
die dronk, van haar beperkt bestaan, het onderst uit de kan.
Trots op haar zonen maar te trots om toe te geven
dat zij haar naam glorie en luister hadden bijgezet.
Dat hoorde zo, zij zou het nooit vergeven
hebben, ware het niet zo geweest, want d’ijzeren wet
van haar geweten was arbeid en ambitie. Bij dagen
was zij stug en bot, dan weer een ruisende fontein
van dartle woorden, scherp’herinneringen, bij vlagen
licht ontroerbaar, lijk een kind dat niet redelijk kan zijn.
Bijna een eeuw heeft het geduurd vooreer zij weigerig ontdekte
dat haar broos lichaam niet meer luisterde naar haar stalen wil,
tot zij doodmoe de wereld losliet en haar povere leden strekte.
Zo werd het grote vuur dat ze geweest was, op een gure
winteravond, eindlijk kil.
.
Zwaar in mijn borst
Hélène Swarth
.
Naar aanleiding van mijn blog over Gerry van der Linden kreeg ik van Geraldina Metselaar de tip om ook vooral eens aandacht te besteden aan Hélène Swarth. Nu kende ik de naam van Hélène Swarth wel maar niets van haar werk of haar leven. Daar kwam echter snel verandering in toen ik de blog http://heleneswarth.blogspot.nl/ van Dirk Vekemans ontdekte.
Hélène Swarth (1859-1941) was een Nederlands dichteres die gerekend werd tot de Tachtigers. Ze groeide op in Brussel en bleef in België wonen tot haar huwelijk met de Nederlandse schrijver Frits Lapidoth. Ze debuteerde met Franse, door Lamartine beïnvloede gedichten, maar schakelde op aanraden van Pol De Mont over naar het Nederlands. Haar gedichten werden warm ontvangen door Willem Kloos die haar ‘het zingende hart van Holland’ noemde en haar gedichten publiceerde in zijn tijdschrift De Nieuwe Gids.
Door haar zuiverheid van uitdrukking bereikte zij een opvallende eenheid van vorm en inhoud, terwijl anderzijds haar grote zintuiglijke ontvankelijkheid aan haar beste werk een kosmisch-religieuze inslag geeft. Een mooi voorbeeld hiervan is het gedicht ‘Zwaar in mijn borst’ uit de bundel ‘Blanke duiven’ uit 1895.
.
Zwaar in mijn borst
Zwaar in mijn borst en week van ’t vele weenen,
Was toen mijn hart, roodbloedende uit zijn wond,
Vrucht, regenpijp, door zongloed nooit beschenen,
Vermolmd de boom waar ’t Noodlot haar aan bond.
Wie troost beloofde wierp, in hoon, met steenen
En bitter proefde ik ’t leven in mijn mond.
O liever stil ware ik van de aard verdwenen,
Waar ‘k altijd valscheid, nimmer liefde vond!
Toen vleide een stem: – “Kom mee naar Liefde’s Eden!
En ‘k voelde een blik, die al mijn leed verstond.
En ‘k volgde, in hoop, in deemoed en gebeden,
of me, als Tobias, God een engel zond,
Langs koele waatren, ver van woel’ge steden,
Waar kruiden bloeien voor mijn hartewond.
.
Met dank aan Geraldina Metselaar, Wikipedia en http://heleneswarth.blogspot.nl/
Mooi initiatief Vlaams Fonds voor de Letteren
Ondersteuning dichterslezingen
.
Het Vlaams Fonds voor de Letteren ondersteunt lezingen van Vlaamse en Nederlandse dichters. Scholen, bibliotheken en sociaal-culturele verenigingen uit Vlaanderen kunnen € 100,- subsidie aanvragen wanneer een dichter zijn of haar werk komt presenteren. Maar niet alleen Vlaamse dichters komen hiervoor in aanmerking, ook Nederlandse dichters. Deze dichters moeten dan wel op de schrijverslijst van de stichting Schrijver School en Samenleving (SSS) staan, dat dan weer wel.
Misschien wel een erg goed idee voor het (Nederlandse) Fonds voor de Letteren om dit initiatief over te nemen. Er zijn in Nederland vele stichtingen die poëziepodia organiseren en misschien met deze (kleine) subsidie ook een een dichter kunnen uitnodigen die wat meer kost dan alleen een kleine onkosten – of reisvergoeding.
Vlaamse dichters die voor deze subsidie in aanmerking komen zijn terug te vinden op http://www.auteurslezingen.be . Hier zijn ook de voorwaarden voor subsidiëring en de mogelijkheid tot aanvragen te vinden.
.
Klankenbos
Neerpelt (Vlaanderen)
.
In het Vlaamse Neerpelt is, in opdracht van Musica, Impulscentrum voor muziek, op 23 november een nieuwe klankinstallatie voor het Klankenbos geopend. De klankinstallatie is in de vorm van een klankwandeling, die te beluisteren is op de mobiele telefoon. Wat klinkt zal afhankelijk zijn van de geografische coördinaten van de wandelaar op dat moment. De klanken bestaan uit elektronische muziek en poëzie. Naast de app werd ook de bibliofiele dichtbundel ‘Curvices and Musicles’ van Rozalie Hirs en uitgegeven door Studio 3005 gepresenteerd.
Delen
De compositie Curvices bestaat uit tien delen en een interlude, welke corresponderen met de tien zones en een tussengebied binnen de gelijknamige soundapp:
A Six destinations (2013) duur 3’32″
B Aurora borealis (2013) duur 4’49″
C This singing of tongues (2013) duur 1’58″
D Ladders of escape (2013) duur 3’37″
E Too many snakes here (2013) duur 2’26″
F Climbing a small rock (2013) duur 3’01″
G Substance of memory (2013) duur 2’03″
H Proofs of love (2013) duur 3’40″
J Words roll into brightness (2013) duur 2’44″
K Lines of moving about desert, salt water, cities (2013) duur 1’30″
Interlude (2013) duur 17’32″
Het Klankenbos vindt je op de Dommelhof, Neerpelt, Toekomstlaan 5 in België.
Een voorbeeld van de poëzie van Hirs:
1.
Lines of movement. Mark six destinations of your
choice on a map of your choice. The destinations may
possess significantly different histories, ages,
numbers of inhabitants, and snackbars. Trace six
different paths of your choice from [here] to each
of the destinations, adding up to thirty-six different
paths. Add one more path connecting all six places,
preferably with the shortest possible distance, taking
into account unsurmountable obstacles such as mountains,
lakes. Buy one pair of new shoes. Pack your backpack.
With what? A tent, sleeping bag, gun?
.
De app kun je downloaden met deze QR-code.
Hill 60
Poëzie en WO 1
.
Hill 60 is een van de heuvels in de Westhoek van Vlaanderen (even buiten het dorp Zillebeke) waar in de eerste wereldoorlog verbeten is gevochten, ten koste van vele doden. De heuvel was dan weer in handen van de Engelsen, dan weer van de Duitsers. Een klein stukje niemandsland waarin de gruwelijke waanzin van de van de eerste wereldoorlog vier jaar lang voortduurde.
Op Hill 62 (een stuk verderop waar al net zo gevochten werd) ligt het Sanctuary Wood Museum waar de waanzin van deze oorlog op een bijzondere wijze is gedocumenteerd. Heel veel artefacten, zaken die zijn achtergebleven na WO 1 en spullen uit opgravingen zijn daar in een aantal ruimtes bij elkaar gebracht. Niet door een goed gedocumenteerd team van conservators maar door een aantal privé personen.
Dit bepaald een groot deel van het karakter van dit museum. In het museum staan een groot aantal dia-kastjes waarin heel veel dia’s waarop de oorlog in al zijn facetten te bekijken is. Dus niet alleen officiële foto’s maar juist veel foto’s van de gruwelijkheden, het oneindig lijkende maanlandschap waarop dit deel van Vlaanderen destijds nog het meest aan doet denken maar ook foto’s van ontredderde soldaten, doden tot aan een bijzonder aangrijpende dia van een dood paard in een boom!
Naast deze dia-kastjes dus ook veel uniformen, helmen, munitie, geweren en afbeeldingen (schilderijen en tekeningen). Tussen de enorme hoeveelheid spullen ontwaarde ik het onderstaande lijstje. Iets dat je in een ‘officieel’ museum nooit zou tegenkomen. Het is een getypt gedicht uit juni 1960 van Annie Littlewood uit Harrogate in Engelanmd. Waarschijnlijk is Annie een familielid van een soldaat die op Hill 60 is overleden of de geschiedenis heeft haar zo aangegrepen dat ze er een gedicht over heeft geschreven.
Dit is het gedicht.
.
Remembered at Hill 60
.
They are not dead
they rest in peace,
the men that lie
in yonder graves,
tis us that live
that wonder why
this precious waste of lives
must still exist,
Ah — they gave their lives
that we might live,
God rest their souls.
.
Joris Declercq
Haringe (naast Watou)
.
Ik was afgelopen weekend in Vlaanderen en daar in het plaatsje Haringe kwam ik, wandelend over de begraafplaats, de grafsteen tegen van Pater Joris Declercq (1921-1981).
Joris Declercq was behalve pastoor in Haringe, kunstenaar, verteller van streekverhalen en dichter. De kettingrokende Declercq lag aan de basis van de Kultuurgemeenschap en er kwamen kunsttentoonstellingen, orgelconcerten, openluchttoneel en andere manifestaties waarop nogal wat vreemden, waaronder heel wat Fransvlamingen afkwamen. Hij schreef boeken en heerlijke poëzie, hij deed volop mee aan carnaval en andere dorpsactiviteiten en na de mis ging hij graag een pintje drinken en dobbelen. Kortom een bijzonder man.
Dat zie je terug aan zijn grafsteen. De steen was al klaar toen Declercq nog leefde, zo wist hij zeker hoe zijn graf er uit zou komen te zien. alleen de datum van overlijden moest nog worden toegevoegd.
Op de grafsteen een voorbeeld van zijn poëzie.
.
E vrind is lik e stekkerdroad,
je kut dr an vaste roak’n;
en ojje were weg wult goan,
t doe zeer je los te moak’n.
.
Joris Declercq bij zijn grafsteen
Appel
Gedicht op kruispunt
.
Afgelopen dagen was ik in de westhoek van Vlaanderen, Tijdens een bezoek aan Kortrijk viel me een enorme muurschildering op met een bijzonder gedicht met als titel Appel.
Ik heb er onderstaande foto van genomen en ben op zoek gegaan naar de dichter en de achtergrond. Wat blijkt; sinds 2007 ijvert Moniek Gheysens voor het aanbrengen van muurgedichten in Kortrijk. In eerste instantie zou op het kruispunt Appel een gedicht komen van Jan Decock. Dat is er nooit van gekomen maar in 2012 werd bekend gemaakt dat het gedicht Appel van Lut De Block (plattelandsdichter van Oost Vlaanderen) aangebracht zou worden op de muur aan het kruispunt.
Moniek Gheysens wil echter meer. Zelf zei ze hierover in het Nieuws van Kortrijk: ‘Dit is een begin’, meent Moniek Gheysens. ‘Laten we nu systematisch openbare ruimten aanpakken. Ik denk aan spoorwegmuren, de Leieboorden en de zijkant van het Streuvelshuis in Heule. Daar zijn we trouwens al aan bezig. Van Appel tot Zevende brug, van a tot z. Er zijn genoeg locaties in Kortrijk die kunnen profiteren van een dichterlijke ingreep. Wie zijn hart opent voor poëzie, opent zijn hart voor anderen.’
.
Moniek Gheysens en Lut De Block voor de muur waar Appel moest komen




















