Site-archief
WAK festival Den Haag
Week van de Amateurkunst
.
Van 17 tot en met 25 mei is de week van de amateurkunst. In dit kader organiseren Margreet Schuemie (van de CultuurSchakel Den Haag) en Geraldina Metselaar (eigenaar van communicatiebureau GMtekst) op 17 mei een festival in het hofje van Wouw in Den Haag. Dit festival is gratis te bezoeken en begint om 14.00 uur (tot 16.00 uur).
Ik zal op dit festival mijn gedichten ten gehore brengen. Maar ik ben natuurlijk niet de enige. Wie treden er allemaal op?
Dichters: Simon Mulder, Antoinette Sisto, Paulina Vanderbilt, Luuk Imhann en Martijn Breeman.
Muziek is er van: Schola Cantorum Gregoriana, operettegezelschap ODES, gemengd koor Pepperoni, Popkoor Prins 27, Beheurlijk bekeurlijk en het Haags Kleinkoor.
Poëzie en muziek in de prachtige Hof van Wouw aan de Brouwersgracht 30 in Den Haag (vlak achter het Paard van Troje), wie wil er niet heen?
.
Simon Carmiggelt
Gedicht
.
Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver, die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.
Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen onder het pseudoniem Karel Bralleput.
Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?
.
Met beide voeten in de modder
Uit mijn boekenkast
.
Tussen 2007 en 2009 was Harry Zevenbergen stadsdichter van Den Haag. Een van de projecten die Harry organiseerde was Dichter op locatie. Twee keer Vijf Haagse dichters (in deel 1 en deel 2) kregen van hem de opdracht om een week te verblijven op een locatie naar eigen keuze in Den Haag. De ervaringen van dat verblijf werden vervolgens door hen vastgelegd in een dagboek met foto’s en gedichten. Het resultaat daarvan is vastgelegd in twee bundels waarin een bijzondere kijk wordt gegeven op het reilen en zeilen achter de schermen, op plekken waar een buitenstaander niet zo snel toegang krijgt.
Beide bundels zijn mooi uitgegeven door uitgeverij de Brouwerij in 2008 en 2009. Uit de eerste bundel twee gedichten van Jeroen de Vos. Jeroen verbleef 5 dagen op een Scheveningse viskotter en schreef daar een aantal pakkende gedichten over.
.
Groot vertoon
.
Acht uur ’s ochtends
vanuit de patrijspoort zie ik dat god
alles heeft opgepoetst
de zee schittert aan alle kanten
het glimt en blinkt.
Zou er soms visite komen?
.
Zoet & gladjes
.
Ze hebben allemaal
koppen die spreken
woest en krachtig
.
Krijg je zo’n kop
en zo’n blik
door het varen
.
of is het andersom
.
Ga je met zo’n kop varen?
.
Carl Andre
Gedichten in vreemde vormen
.
Carl Andre werd geboren in 1935 in Massachusetts in de VS waar hij de kunstacademie bezocht en zich vestigde als kunstenaar.
Vanaf de jaren ’60 ging Andre zich toeleggen op zijn bekende sculpturen gemaakt uit vaak eenvoudige, makkelijk verkrijgbare materialen. In zijn vroege werk citeerde hij naar Constantin Brancusi in grotendeels houten, verticale werken. In deze periode maakte Andre vooral grote verticale werken, die in de beginfase nog door hem werden bijgewerkt, maar die hij onder invloed van andere minimalistische kunstenaars uiteindelijk onbewerkt liet.
De verticale sculpturen waren echter niet bevredigend genoeg voor Andre, hij ging zich steeds meer toeleggen op horizontale sculpturen. Bekende werken zijn de grote metalen platen die in een gelijkzijdig vierkant op de grond zijn neergelegd. In Nederland zijn deze werken onder andere te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag en het Kröller-Muller museum i Otterlo. In feite is het de bedoeling dat de bezoeker om, over en langs het werk kan lopen, dit wordt echter niet in elk museum evenveel gewaardeerd.
Terwijl hij vooral bekend is om zijn beeldhouwwerk, produceerde Carl Andre ook poëzie. Vanaf de vroege jaren 50 tot het midden van de jaren 70. Andre’s gedichten, die werden getypt op een typemachine of met de hand geschreven, kunnen ook gelezen worden als tekeningen. Zij houden rechtstreeks verband met de kunstenaars driedimensionale werk in de zin dat ze het woord nemen als een compositorisch module, net als het typische gebruik van baksteen of metalen platen in zijn beeldende kunst. De gedichten hebben vaak historische referenties en autobiografische elementen . De, vaak schuin geschreven, gedichten doen qua karakter en instelling denken aan een integratie van verschillende literaire vormen zoals het sonnet, opera, of de roman. Andre doneerde bijna 500 pagina’s van zijn poëzieverzameling aan de Chinati foundation. Het werk werd geïnstalleerd in een eigen gebouw, in vitrines ontworpen door de kunstenaar, in 1995.
Dit gebouw (een van de 15) is gesitueerd in de Chihuahuan woestijn in Texas en zijn zeer moeilijk te bereiken (te voet en vaak door open terrein zonder paden).
Hieronder een aantal voorbeelden van de poëzie van Carl Andre.
.
Gerrit Achterberg
Het weerlicht op de kimmen
.
Vorige week heb ik bij een winkel in tweedehands goederen (en op dat moment veel poëzie) een paar zeer aardige verzamelbundels gekocht. Een daarvan was ‘Het weerlicht op de kimmen, een keuze uit de gedichten’ van Gerrit Achterberg, een herdruk uit 1988 van Querido.
Sinds ik in de ontmoetingskamer van museum het Dolhuys in Haarlem ( Nationaal museum van de psychiatrie) een ‘pop’ van Achterberg tegenkwam en me wat meer in hem heb verdiept is het één van mijn favoriete dichters.
De ontmoetingszaal was tussen 1800 en 1850 een ziekenzaal waarin men kon doodgaan. Men leverde daartoe een loden penning in. Daar komt het spreekwoord ‘het loodje leggen’ vandaan. Tegenwoordig staat de zaal vol met poppen van bekende mensen die te maken hebben met de relatie creativiteit – gekte zoals Gerrit Achterberg.
Uit de bundel het bekende maar prachtige gedicht dat Achterberg schreef in 1962 over Den Haag ‘Passage’.
.
Passage
Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.
Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.
Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.
.
Wanneer kom je buiten spelen? door Evy van Eynde
Recensie
.
Wanneer kom je buiten spelen?
Wie: Evy van Eynde
Waar: Literair café De Tijd Hervonden in Hasselt
Wanneer: Zaterdag 13 juli 2013
.
Op uitnodiging van Evy ben ik met fotograaf Ruben Philipsen afgereisd naar Hasselt waar in het intieme maar sfeervolle literair café De Tijd Hervonden de presentatie van haar dichtbundel/theatervoorstelling ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ plaats vind.
Café De Tijd Hervonden is naar eigen zeggen (en waarom zouden we eraan twijfelen?) het enige literaire café in Belgisch Limburg en is vernoemd naar de romancyclus À la recherche du temps perdu van Marcel Proust. Het literair café is tevens een conceptstore en pleisterplaats voor literatuurliefhebbers, voor debatten, lezingen boekvoorstellingen en poëzieavonden. De Hervonden Tijd is tevens de enige onafhankelijke boekhandel van Hasselt.
Vandaag dus een poëzieavond met Evy van Eynde. Aan één zijde van het café is een gordijn gespannen waardoor de ruimte daarachter als minitheatertje fungeert. Dan klinkt er muziek, muziek die mij nog het meest aan de filmmuziek van Bagdad café doet denken. Het doek gaat open en daar zit Evy, in een decor vol kinderstoeltjes, een tafeltje, een zandbakschelp en kinderservies. Haar voorstelling begint met de vraag aan de aanwezige volwassenen om de ogen te sluiten en zich in te beelden dat ze nog een keer kleuter zouden zijn.
Wat volgt is een poëtische voorstelling vol gedichten en poëtische teksten die voor zowel kinderen als volwassenen zeer te genieten is. De taal van Evy is verrassend, voor mij klinkt het Vlaams meteen al poëtischer dan het harde Hollands maar door woordgebruik en beeldende taal weet Evy je mee te nemen in haar bijzondere, fantasievolle wereld. Door decor, lichtgebruik en mimiek doet Evy me af en toe denken aan Buster Keaton. Het hele beeld versterkt de teksten en maakt het tot één geheel.
En dan gebeurd er iets. Als Evy het gedicht Zoenen voordraagt zie ik uit mijn ooghoek een meisje van een jaar of 7 ( Helena die de dochter van Evy blijkt te zijn) haar hoofd omdraaien en veelbelovend kijken naar een jongen direct achter haar (Robbe). Ze draait haar hoofd, kijkt hem aan en aan alles zie ik dat voor haar de tijd niet snel genoeg kan gaan. En dan valt bij mij het kwartje.
Deze voorstelling gaat over de tijd, hoe wij, volwassenen en kinderen de tijd ervaren. Voor volwassenen is er de melancholie van het terugkijken en het ervaren hoe snel de tijd gaat en voor kinderen is er het verlangen naar zo snel mogelijk groot worden en deel gaan nemen aan alles wat de wereld hen te bieden heeft.
Misschien ken je de Parade, het reizende theaterfestival dat momenteel Den Haag aandoet? Dit reizende theaterfestival is vooral gericht op volwassenen. Mocht er ooit een Parade voor kinderen komen dan moet Evy van Eynde met deze (korte) voorstelling zeker meedoen.
Evy eindigde haar bijzondere voorstelling met de veelzeggende woorden ‘Je bent gezien!’.
Nou, dat klopt. Ik ben blij dat ik erbij was.
.
Zoenen
.
Als we nu eens…
dat lijkt me reuze fijn
.
Ik zal mijn lippen zoeten
met kersensmaak of mandarijn
.
Ik zal ze golvend pruilen
mijn ogen zachtjes sluiten
.
En alles wat daarbuiten
gebeurd dan eigenlijk niet
.
.
De laatste twee foto’s zijn van Ruben Philipsen.
Meer informatie over Evy en haar boek/theatervoorstelling op http://evyvaneynde.wordpress.com/
Louis en de poëzie
2013 Couperusjaar
.
2013 is het Louis Couperusjaar. In 1863, 150 jaar geleden werd Louis Couperus geboren in Den Haag. Het Louis Couperus genootschap organiseert allerlei activiteiten in het jaar dat zijn naam draagt. Voor alle informatie over het Louis Couperusjaar kun je terecht op hun website: http://www.louiscouperus.nl/
Toen ik in de jaren tachtig van de vorige eeuw aan de Tiele academie (bibliotheek- en documentatieacademie) studeerde, liep ik dagelijks langs het borstbeeld van Louis Couperus aan de Surinamestraat in Den Haag. In zijn toenmalige woonhuis in deze straat schreef Couperus zijn beroemdste boek Eline Vere. In die tijd stond ik er eigenlijk nooit bij stil wat Louis Couperus heeft betekent voor Den Haag (en andersom).
Dit jaar kun je niet om Couperus heen, bij De Wereld Draait Door komen schrijvers hun bewondering voor Couperus belijden, literaire tijdschriften besteden themanummers aan zijn leven en werk, er komen postzegels met zijn afbeelding erop, er zijn lezingen, voorstellingen in literaire theaters en er komt zelfs een kookboek met Couperus zijn lievelingsgerechten uit.
Wat veel mensen niet weten is dat Louis Couperus in 1884 debuteerde met een dichtbundel ‘Een lent van Vaerzen’. Gevolgd in 1885 door ‘De schoone slaapster in het bosch’ een sprookje in twee bedrijven en zes tafereelen voor zang en piano en in 1986 door de dichtbundel ‘Orchideeën’ voor hij in 1887 met Eline kwam.
.
Omdat Louis Couperus minder bekend is van zijn poëzie hier een mooi gedicht van zijn hand uit de bundel ‘Een lent van Vaerzen’ uit 1884 getiteld ‘Baadster’.
.
Baadster
.
Een blanke nymf steeg ze uit het marmren bad,
En toefde op de eerste treê; heur armen beurden
En wrongen ’t blonde hair, dat druipend nat
Nog van den amber der violen geurde.
.
Hoe ’t rozig-blond van ’t blozend rozeblad
De sneeuw haars teedren lichaams warmer kleurde,
Terwijl van paerlen vloeyende en omspat,
Zij lelie was, die in den dauwe treurde!
.
Daar stond ze, steunende op het slanke been,
Zoo, dat bevallig zich de heupe rondde,
Nu de armen hoog de dartle lokken bonden.
.
Daar stond ze, glanzend-wit als marmersteen,
Geheel omsluyerd in den korenblonde:
Antieke vaas met gouden veile omwonden.
.























