Site-archief
Jongeling
College Tour
.
Bij College Tour (het onvolprezen interview programma met Twan Huys) was het afgelopen weekend één van mijn favoriete dichters Remco Campert te gast. De 85 jarige dichter sprankelde ondanks zijn wat broze gestel als altijd. Zijn dichterschap, zijn vader, de Vijftigers, zijn relaties en zijn liefde voor Jazz kwamen allemaal aan de orde. Als je de uitzending niet hebt gezien is het zeker de moeite waard om bij Uitzending gemist alsnog te kijken. Rode draad, wat mij betreft, was de jonge geest die Remco Campert heeft, zijn open blik naar de wereld en zijn vermogen om in alles een gedicht of verhaal te zien.
Daarom een toepasselijk gedicht van zijn hand met als titel ‘Jongeling’.
.
Jongeling
Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
naar de duinen naar het feest
met het meisje dat mee moet
naar de villa waar je al eerder bent geweest
naar het feest dat woedt
van de zon die ondergaat
tot de zon die opkomt als je naar bed gaat
met het meisje dat mee moet
en dat drankzuchtig en desolaat op de piano staat
huilend van liefde die vergaat
– een vrijer in Zwitserland en één in een Balkanstaat –
en dat het toch niet baat en dat ze dáárom
maar met jou naar bed gaat.
Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
vroeg in de morgen vooral
terug naar de stad, naar de asfaltzorgen
langs fietsers, fabriek en schoorsteenroet
naar de stad naar de huizen
in een auto die naar leer ruikt en naar stof
met het meisje dat mee moest
en dat moegedronken en moegekust
uitrust van haar roes
in een auto die rijdt langs benzinepompen
torenspitsen en een straat in aanbouw
richtingborden en spoorwegrails
en op de radio een praatje voor de huisvrouw.
.
Ik schrijf je neer
Hugo Claus
.
Dat een gedicht van Hugo Claus in de bundel ‘A joy forever, de mooiste liefdesgedichten uit de wereldliteratuur’ terecht is gekomen verbaasde mij al niet maar na lezing van het gedicht wist ik zeker dat dit geheel terecht was. Daarom hier dat gedicht met de intrigerende titel ‘Ik schrijf je neer’.
.
Ik schrijf je neer
.
Mijn vrouw, mijn heidens altaar,
Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,
Mijn jonge bos dat ik doorwinter,
Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,
Ik schrijf je adem en je lichaam neer
Op gelijnd muziekpapier
.
En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen
En maak je weer voor wereldreizen klaar
En voor een oponthoud in een of ander Oostenrijk.
.
Maar bij goden en bij sterrenbeelden
Wordt het eeuwig geluk ook dodelijk vermoeid,
En ik heb geen huis, ik heb geen bed,
Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.
.
Ik schrijf je neer op papier
Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit.
.
Geboortegrond
Zuid Holland: dichterlijk gewest
.
In 2004 verscheen een heel aardig boekje met de titel ‘Zuid Holland: dichterlijk gewest’ bij de stichting Achterland te Zeist. In de inleiding staat onder andere te lezen: “Het Zuid Hollands landschap en zijn bewoners zijn niet weg te denken uit de literatuur over de diverse regio”s. Dat geldt niet alleen voor de stereotiepe streekroman, maar ook voor de ‘grote literatuur’en niet uitsluitend voor de stad, maar ook voor het platteland. Het ligt daarom voor de hand de diverse streken van de provincie afzonderlijk te bespreken en voor elk van hen de verbintenis tussen landschap en letterkunde separaat in beeld te brengen.”
In dit aardige boek staan foto’s met daarbij tekstfragmenten en gedichten die een relatie met elkaar hebben. Een leuk voorbeeld vind ik het gedicht ‘Geboortegrond’ van Anton Gerits (1953) bij een foto van de oude tramremise van de HTM aan de Parallelweg. Tegenwoordig is deze oude tramremise het Haags openbaar vervoer museum met een groot aantal historische bussen en trams.
.
Geboortegrond
.
Waar weiland is verkleind tot grasgazon
het bos versmald tot park en lindelaan,
ligt mijn geboortegrond gekneveld neer
en zucht onder het harde wegennet.
.
Soms murmelt hij een enkel woord en steekt
een handvol gras tussen de klinkers uit,
maar slechts een enkel kind vermoedt zijn hand
en wroet met passie het plaveisel los.
.
Maar ’s nachts gaan mannen rond met schop en zand
en waar de moedergrond het wegdek breekt
staan ze eerbiedig stil en knielen neer.
Den Haag heeft bijna geen verleden meer.
.
Slapende minnaars
Aleksander Leontjev
.
De Russische dichter Aleksander Leontjev (1970) werd geboren in Leningrad, volgde een toneelopleiding en werkte als auteur en regisseur in de provincie. Daarnaast werkte hij o.a. als brievenbesteller, conciërge en bibliothecaris. Woonachtig in Volgograd debuteerde hij in 1993 met zijn eerste gedichten in het Russische literaire magazine Zvesda. In dat zelfde jaar debuteerde hij met zijn eerste poëziebundel ‘Seizoenen’ gevolgd in 1996 met de bundel ‘Cicade’ die in Rusland werd betiteld als “Het grootste poëzie evenement van het jaar”. Zijn oeuvre kent inmiddels honderden, veelal klassiek vorm gegeven gedichten met sterk persoonlijke accenten.
.
Slapende minnaars
.
I
Je slaapt nog niet, zo komt mij voor.
Zolang de doodsadem nog doolt
Langs buitengrenzen van je droom
Waarin je binnenzweeft – je hoofd
Naar onderen, je ziel omhoog –
Kan ik jou zien, maar dring niet door.
.
We dromen niet hetzelfde. Hecht
Verstrengeld, net als in het echt,
In lakens, zijn we in de nacht
niet langer op elkaar gericht.
Het is de vraag of je met recht
Aan iemand toebehoort. Slaap zacht.
.
II
Soms gaan de minnaars eerder heen
Dan dat ze afscheid nemen, heel
Diep dromend, hulpeloos. Toch heeft
De nacht nog hoop dat hij de twee,
Verkleefd, verbinden kan: hij geeft
Traag mee. Alleen is iedereen.
.
Slaap zacht, klinkt het cicadenkoor.
De minnaars slapen, laat ze maar,
Als kinderen, onschuldig door
De slaap en droom vereend, zozeer
Dat ze op aarde nu niet meer
Bestaan, onnodig voor elkaar.
.
Foto: Pieter Vandermeer
Met dank aan http://www.poetryinternationalweb.net/ en Spiegel van de Russische poëzie
Arthur Rimbaud
De tuin van de Franse poëzie
.
In 2011 verscheen van Paul Claes de bloemlezing ‘De tuin van de Franse poëzie, een canon in 100 gedichten’. In deze lijvige bundel (440 pagina’s). In deze bundel staat van elke dichter die is opgenomen een korte biografie, een typering van het werk, een bibliografie en commentaar door Claes.
Van Arthur Rimbaud (1854 – 1891) zijn (vanzelfsprekend) meerdere gedichten opgenomen. Van het gedicht ‘De slaper in het dal’ zegt Claes: Een antimilitaristisch anthologiestukje van een voorlijke adolescent. Oordeel zelf.
.
De slaper in het dal
.
Een plek vol groen waar een rivier door zingt
Die ’t kruid met flarden zilver onbesuisd
Bespat; vanaf het fier gebergte blinkt
De zon: een klein dal dat van stralen bruist.
Een jong soldaat, blootshoofds, met open mond,
De nek in blauwe kers gedompeld, ligt
In openlucht te slapen op de grond,
Bleek in zijn groene bed vol plenzend licht.
Zijn voeten in het lis, zo slaapt hij. Zwakjes
Lachend zoals een ziek kind, soest hij zachtjes:
Natuur, wieg hem vol warmte: kou heeft hij.
De geuren doen zijn neusvleugels niet trillen;
Hij slaapt in de zon, één hand op zijn stille
Borst, rechts twee rode gaten in de zij.
.
Belofte
Hilde Keteleer
.
De Vlaamse Hilde Keteleer (1955) is behalve dichter ook literair vertaalster uit het Duits en het Frans. Ze is docente aan de SchrijversAcademie in Antwerpen en de gemeentelijke Academie van Ekeren en ze begeleidt literatuurgroepen. In 2001 verscheen haar debuutbundel ‘Al wat winter is en waar’ gevolgd in 2003 door de tweetalige bundel ‘Entre-deux / Twee vrouwen van twee kanten’ die ze samen met Caroline Lamarche uitgaf. In 2004 volgt dan nog de bundel ‘Deuren’ en daarna blijft het stil op het poëtisch vlak. Ze publiceert daarna nog vele vertalingen van romans en verhalen en een eigen roman en reisverhaal maar geen poëzie meer.
Uit haar debuutbundel het gedicht ‘Belofte’.
.
Belofte
Zoals het blanke appelvlees
nog niet tevoorschijn gebeten,
zoals de grand cru in de fles
nog vol met gloed geweten,
zoals het eerste goede vers
nog enkel in het hoofd geschreven,
zoals jouw geschiedenis
nog niet met die van mij verweven,
zo is mij je oksel en je mond:
een geur, een onbetreden grond.
.
Met dank aan Knack.be en Wikipedia.
Van straks en later
Uit: Zoals de wind in maart graven beroert
.
Op verzoek plaats ik hier nog eens een gedicht van mijzelf. Uit mijn laatste (papieren) bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ het gedicht ‘Van straks en later’ uit het 4e hoofdstuk ‘Wie er moet zijn is aanwezig’.
.
Van straks en later
.
Wat hier toekomt
aan het heden
ligt aan mijn voeten
als nooit tevoren
.
de ingebeelde morgen
en die daarna
vragen om mijn onverdeelde aandacht
.
terwijl
.
de klapwiekende koolmees
op zoek naar worm en nest
de toekomst draagt
in het alledaagse
.
de was van gisteren
nog klam van de koude nacht
de droogte nog wat
uitstelt
.
zo breekt mijn morgen
bijna aan
in wat er nu
staat te gebeuren
.
De bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ is te koop voor € 12,- laat een berichtje achter als je een bundel wil kopen.
Bernardo Ashetu
(bijna) vergeten dichter
.
Bernardo Ashetu (pseudoniem van Henk van Ommeren) leefde van 1929 tot 1982 en was Surinaams dichter. Ashetu debuteert in 1962 in de reeks Antilliaanse Cahiers van de Bezige Bij met de bundel ‘Yanacuna’ met gedichten en prozagedichten. Zijn poëzie is in in die dagen afwijkend van de mainstream poëzie die vooral strijdbaar is. Ashetu schrijft gevoelige gedichten waarin hij fijnzinnig observeert hoe droom en werkelijkheid uit elkaar groeien en er slecht droefenis overblijft voor alle ontheemden overal ter wereld.
Bernardo Ashetu, zoon van een joodse moeder en een creoolse vader, voelde zich een ‘zwarte’ dichter en verwant aan Stokely Carmichael, Aimé Césaire, Frantz Fanon. Zijn poëzie heeft evenwel de klankrijkdom die Gezelle, Gorter, Van Ostaijen, Engelman, Lodeizen aan de Nederlandse taal wisten te geven.
In 1995, dertien jaar na zijn overlijden verschijnen er gedichten van zijn hand in tijdschriften als Bzzlletin, Poëziekrant, De Tweede ronde en Dietsche Warande. In 1995 worden gedichten van hem gepubliceerd in de Spiegel van de Surinaamse poëzie. In 2002 verscheen een bundeltje van hem in Paramaribo met als titel ‘Marcel en andere gedichten’ en in 2007 een keuze uit zijn werk (door Gerrit Komrij samengesteld) met de titel ‘Dat ik zong’. Ook in 2007 verscheen een bibliofiele editie van zijn gedicht ‘Indiaans’. In 2011 tenslotte verscheen bij IndeKnipscheer de bundel ‘Dat ik je liefheb’ samengesteld door Michiel van Kempen.
Uit ‘Yanacuna’ het gedicht ‘Baleh-baleh’.
.
Baleh-baleh
Och, dat ik rijk ware
dat ik water had
en land
en wolken,
dat ik rijk ware
en de macht had
om zon en duister,
bloed en adem
te zetten naar mijn wil –
Och, dat ik rijk ware
en het beter had
alleen maar om lang te rusten
om lang en zoet en lang
te rusten een baleh-baleh
met klamboe van rode zijde
.
Meer lezen over Bernardo Ashetu of zijn poëzie kun je op http://werkgroepcaraibischeletteren.nl/tag/ashetu-bernardo/page/7/
Guichelheil
Huub van de Lubbe
Vanmorgen luisterde ik naar ‘Groot hart’ van De Dijk en toen herinnerde ik me dat Huub van der Lubbe ook een niet onverdienstelijk dichter is (Gerrit Komrij nam drie van zijn gedichten op in zijn bloemlezing). Dat lees je al terug in zijn songteksten maar zoals ik al eerder schreef op dit blog, songteksten of liedteksten hebben hun eigen dynamiek en regels. Poëzie heeft deze regels niet of minder/anders.
In 2010 verscheen van Huub de dichtbundel Guichelheil, wat al zijn 5e dichtbundel is. Eerder verschenen ‘Melkboer met de blues’, ‘Versterkte gedichten’, ‘Geregeld leven’ en ‘Solo met Jan’.
Ter vergelijking uit de bundel Guichelheil het gedicht ‘Over en uit’ en van de CD ‘Door’ uit 2003.
.
over en uit
Als alles wat gedaan moest is gedaan
En alles wat gewaagd is geprobeerd
Als alles is gegaan zoals gegaan
En alles wat je deert je niet meer deert
Als alles wat bestreden is beslecht
Als wat onopgemerkt bleef is geduid
Als alles wat besproken is gezegd
En alles wat verbrast kon is verbruid
Soms voel ik even een verlangen naar
Het einde, die goedkope panacee
En naar de stilte daarvan, dat geluid
Ik merk dat ik me, langzaam weliswaar,
Maar toch verzoenen kan met het idee
Dat het voorbij is straks, over en uit
.
.
Wil je altijd van me houden
Wil je altijd van me houden
Zoals alleen jij dat kan
Wil je altijd van me houden
Al maak ik er een zootje van
Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
En ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet
Wil je altijd van me houden
Ook al praat ik nog zo krom
Wil je altijd van me houden
Al vraag jij je af waarom
Wil je altijd van me houden
Ook als het eiglijk niet meer gaat
Maar jij met je ruime denken
Mij in mijn waan en waarde laat
Wil je altijd van me houden
Ook al blijf je aan de gang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang
Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
en ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet
Wil je altijd van me houden
Ook al jaag ik je op stang
Wil je altijd van me houden
Al lul ik tegen het behang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang
.
Hope
Emily Dickinson
.
Schrijvend over de gedichten in de metro van New York kwam ik het gedicht van E,ily Dickinson (1830 – 1886) tegen met de intrigerende titel “Hope” is the thing with feathers uit 1861. Verder op zoek naar het gedicht kwam ik onder andere een website tegen waar de betekenis van het gedicht wordt uiteengezet en je meer te weten komt over de poëzie van Emily Dickinson (http://www.sparknotes.com/poetry/dickinson/section2.rhtml) over haar homiletische stijl (homilethiek=preekkunst) die ze overnam uit psalmen en religieuze hymnen.
Ook zonder deze wetenschap is het een prachtig gedicht over hoop die als een vogel neerstrijkt in de ziel.
.
“Hope”is the thing with feathers






















