Site-archief
Shakespeare and Company
George Whitman
.
Begin 2012 was ik met mijn gezin en vrienden in Parijs en al wandelend kwamen we plots langs Shakespeare and Company, een boekhandel waar ik al veel over gelezen had. We gingen uiteraard naar binnen en de boekhandel maakt zijn naam helemaal waar. Overal boeken, van de grond tot aan het plafond, klein en overvol, zoals je een boekhandel waar je wil rondstruinen graag ziet. Op een muur van de boekhandel staat de volgende tekst: ‘Be not inhospitable tot strangers, lest they be angels in disguise’. Omdat ik iets wist van de achtergrond van deze boekhandel dacht ik dat de uitspraak van de eigenaar/oprichter George Whitman was. Toen ik echter wat aan het browsen was op internet kwam ik een artikel tegen waaruit bleek dat dit geen uitspraak van Whitman was, geen uitspraak van W.B. Yeats, zoals Whitman zelf dacht maar een variatie op een bijbelse tekst uit het oude testament “Do not neglect to show hospitality to strangers, for by doing that some have entertained angels without knowing it.” Voorwaar een mooie uitspraak voor in zo’n boekhandel.
.
Shakespeare and Company organiseert in dat kleine winkeltje zelfs podia voor dichters, schrijvers en vertalers van poëzie. De foto’s zijn van maart 2012 (misschien was ik er toen wel, jammer gemist!) met o.a. de dichters Jane Draycott, Mimi Khalvati, Olivia McCannon en Sasha Dugdale.
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 71: Bij het station in de buurt van het F.C.Twente stadion
.
Op een muur bij station Enschede-Drienerlo, vlakbij het F.C. Twente stadion staat het volgende gedichtje van Willem Wilmink:
.
Het is het eindpunt van de trein,
bijna geen mens hoeft er te zijn,
bijna geen hond gaat zover mee:
Enschede
.
Ieder ontwaken een feest
Adriaan Bontebal (1952 – 2012)
.
In het midden van de jaren tachtig las ik de verhalenbundel van Adriaan Bontebal ‘Vijf voor vierentachtig’ moet dat zijn geweest. Eerlijk gezegd weet ik de titel niet meer precies maar omdat dit de enige verhalenbundel is die hij uitgaf in die tijd moet dat hem wel geweest zijn. Ik was toen al onder de indruk van zijn talent om schijnbaar nietszeggende, lullige, dagelijkse dingen zo te beschrijven dat ik er in ieder geval erg om moest lachen en van kon genieten. De naam van Bontebal is me altijd bijgebleven. Toen begin 2012 het bericht verscheen dat hij was overleden moest ik meteen weer aan die tijd terugdenken. Bontebal of Aad van Rijn, zoals zijn echte naam was, was ook dichter. Hij publiceerde meerdere bundels in de loop van de tijd. Ook schreef hij tot aan zijn dood een blog op http://www.bloggen.be/adriaanbontebal/
Hieronder zo’n typisch Bontebal gedicht.
.
ONTWAKEN
.
Ieder ontwaken
een feest
.
Ik sta op
rek me uit en
krab me eens flink
aan het onderlijf
,
Als rijpe vruchten
vallen de eitjes
van mijn schaamluis
op het dauwvochtige
slaapkamerzeil
.
Iedere morgen
een feest
.
Zwarte koffie
zware shag en
scharreleieren
bij het ontbijt
.
Kees Buddingh
Sinterklaas
.
Omdat het alweer bijna Sinterklaas en ik vandaag als hulp-Sinterklaas weer eens mag komen opdraven, hier een gedicht van Kees Buddingh met een mooie verwijzing. Geen Sinterklaasgedicht want daar ben ik eigenlijk heel slecht in.
.
Zegt men
Je moet, zegt men, een keer volwassen worden.
En bedoelt dan waarschijnlijk: heel serieus
over God, Staat en Vaderland meemummelen,
en nooit eens roepen: ‘Krijg een dikke neus!’
.
Geen grapjes maken over het soort zaken
waarmee zelfs een magnaat te worstelen heeft.
Vooral, wanneer hij door een Hongkonggriepje
geveld is. En plots merkt dat hij nog leeft.
.
De kans bij mij is, volgens de bookmakers
van Londen: 13.000 tegen 1.
En die, zegt men, verstaan hun vak. Helaas:
.
ik zal dus altijd onvolwassen blijven.
En ik moet toegeven: bij elke schimmel,
denk ik nog steeds: ‘Ha ’t paard van Sinterklaas!’
..
Uit de bundel ‘De eerste zestig’ uit 1978.
Met dank aan gedichten.nl
Made in Hotel New York (gedichten op vreemde plekken)
Deel 70: Op de muur in het restaurant van hotel New York
.
Van Wilco kreeg ik een tip over een gedicht op een bijzondere plek. Eigenlijk zou ik de naam van deze categorie moeten veranderen van vreemde plekken naar bijzondere plekken. Want als één ding duidelijk is geworden de afgelopen twee en een half jaar, sinds ik met deze categorie ben begonnen, is het dat gedichten echt op elk denkbare plek kunnen voorkomen. Ze lenen zich blijkbaar voor het doel om objecten in de meest brede zin van het woord, te verluchtigen. Toch houd ik het toch maar op vreemde plekken, administratief wel zo makkelijk.
Dan nu de nieuwe bijzondere plek. Op een muur in het restaurant van Hotel New York staat van kunstenaar Klaas Gubbels en dichter C.B. Vaandrager een fraai voorbeeld van een kunstwerk en een gedicht op een bijzondere plek. De tekst van het gedicht van Vaandrager ‘Made in Madurodam’ tezamen met een koffiepot van Gubbels waar hij zo bekend mee is geworden.
.
Een vrouw
Gedicht van Maarten ’t Hart
.
Naast mijn werk in de bibliotheek en het bestuurslidmaatschap van de stichting Ongehoord! ben ik ook secretaris/penningmeester van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart. Het fysieke documentatiecentrum bevindt zich niet toevallig in de bibliotheek van Maassluis en het digitale documentatiecentrum is te vinden op http://www.maartenthart.nl/introduction/.
Behalve romanschrijver, wetenschapper, columnist en verhalenschrijver is Maarten ’t Hart ook dichter al is zijn oeuvre beperkt.
Een wat bekender gedicht van hem staat onder andere op een muur in Leiden, de stad waar hij studeerde en woonde en refereert aan het feit dat ook Maarten graag in dameskleding mocht lopen.
.
Een vrouw
.
Een vouw mag alles dragen
blazer, broek of rok.
Dat kan een man niet wagen
voor hem slechts pak of sok.
.
Een vrouw kan over straten gaan
gehuld in bont of leer
Ook ik wil soms een ‘robe’ aan
al ben ik dan een heer.
.
Juryrapport winnend gedicht
Winnaar Ongehoord Poëzieprijs 2012: ‘Let the sin begin’.
.
En dan nu het juryrapport van het winnende gedicht van Hervé Deleu ‘In de ochtendfile’. Het gedicht heb ik maandag 12 november reeds geplaatst op dit blog.
.
Juryrapport
Toen wij de ingezonden gedichten bespraken, werd al snel duidelijk dat één tekst met kop en schouders boven de rest uitstak. Het overleefde zonder enige discussie de voorselecties en heeft die koppositie niet meer afgestaan.
Dit tekstje wist ons aangenaam te verrassen. De beeldspraak is helder. Het is tekstje beschrijven. Het weet goed de valkuilen van het clichématige te vermijden. En ook zonder hoogdravend poëtisch taalgebruik, hebben we hier een spannend geschreven dichtwerkje.
Het begint aarzelend en onbestemd, maar vanaf regel vier wordt koers gezet richting het thema: ‘Let the sin begin’. Het hoogtepunt is de beschrijving die begint op regel zeven:
‘Ongegeneerd beklemt ze
de gladde kop van de pookversnelling
en ademt traag.’
Op beknopte, haast filmische wijze wordt hier het hoofdpersoon neergezet.
De rest van het gedicht is een beschrijving van deze vrouw die zich in haar auto in de file overgeeft aan de wellust.
Deze uitwerking wekt bewondering door de knap volgehouden, bondige stijl en door het vermijden van de gemeenplaatsen. Een tekst met dit onderwerp kan een draak van een gedichtje opleveren, maar hier is dat niet gebeurd. In plaats daarvan is er een sterke tekst geschreven met een kop en keurige staart. Er wordt nergens nodeloos uitgeweid. En het verbond van de wellustige vrouw met haar warmbloedige auto is beeldend en voelbaar beschreven.
Leuk detail is dat wij als lezers ook niet zonder zonde zijn. Tijdens het lezen, of luisteren, worden wij voyeurs die schaamteloos toekijken naar deze vrouw, die zich in haar auto alleen waant.
Vandaar dat wij het gedicht ‘In de ochtendfile’, als winnaar hebben uitgekozen van de dichtwedstrijd van Ongehoord 2012, ‘Let the sin begin.’
Joris Lenstra
.
Tweede prijswinnaar Ongehoord! Poëziewedstrijd 2012
Juryrapport en gedicht
.
Zoals beloofd gisteren, vandaag de winnaar van de tweede prijs in de Ongehoord! Poëzieprijs 2012 met het juryrapport. De 2e prijs is voor: Erna Spoelstra
.
Heeft u voor mij
.
Kunt u de hoer in mij ontkroezen
alstublieft en daarna op mijn rood gezwollen
huid de haren weven
die van Johanna zijn geweest
blond en bijna acht.
Kunt u haar afgeknipte vlechten hechten zo
dat niemand dat kan zien en
.
kunt u mijn verzopen huid verzengen
tot aan mijn oren en mijn hals zo
dat de blaren willen wellen en
knappen en ik weer het rijpe vel heb van
Johanna blond en bijna acht.
.
En kunt u ook de vuilbek uit mij trekken
in kleine porties bruin en hard
gaten boren in mijn kaken
gave witte tanden plaatsen
maar wel scheef en
met een beugel zodat ik lach als
Johanna blond en bijna acht?
.
En kunt u tenslotte de veelvraat uit mij zuigen
met uw buis
flexibel de ballast die ik draag doorsluizen
naar wat bekers van een liter
zodat mijn lege schoot weer lijkt
op die van Johanna blond en bijna acht?
.
Juryrapport
Het gedicht ‘Heeft u voor mij’ heeft van ons de tweede plek gekregen.
.
Het is een mysterieus gedicht. Dat het verhaal vertelt van iemand die intens heeft geleefd, die terugkijkt op haar leven.
Een raadsel. Wie is de vrouw, wie is Johanna? Heeft ze spijt van haar verleden of is het juist heimwee? Wil ze het verleden overdoen, beter doen of juist herbeleven zoals het ging?
Je wilt het wéér lezen, het ontrafelen, maar het raadsel blijft.…
De langgerekte zinnen maken dat je steeds sneller wilt lezen, ze wekken nieuwsgierigheid op en zorgen voor spanning.
De zinnen worden bovendien verrassend afgebroken, waardoor bijzondere pauzes ontstaan. Er is geen eindrijm maar de klanken kloppen en lijken bewust bij elkaar gezet:
.
En kunt u tenslotte de veelvraat uit mij zuigen
met uw buis
flexibel de ballast die ik draag doorsluizen
.
De ouderdom die de vertelster zo tegenstaat, zorgt voor felheid en spanning in het lezen; de zonden lijken er vanaf te druipen. De jeugd en de puurheid van Johanna daarnaast brengen rust, vertraging en mooie pauzes. Samen een prachtige balans.
Liselore Scheffers
Prijswinnaars Ongehoord! Poëziewedstrijd
Juryrapporten en gedichten
.
Om het verslag van de Ongehoord! Poëziewedstrijd af te ronden zal ik de komende dagen de winnende gedichten en de juryrapporten hier publiceren.
.
3e prijs: Sabine Kars
.
thuisfront
hier drijf ik – in alle staten
sluit ik elke lente in
ik ben een leger
van verdragen ik schend me
tot de laatste zin en ik gier
uit al mijn gaten
dit huis wraakt en splijt en wreekt
hier pleegt de huismeester verraad
ik woed waar ik schuil en ik graaf me in
ik graaf me in en ik baar mijnen
maak alles met mijn grond gelijk dit huis
stond nimmer op de kaart dit huis is
al zijn wachters kwijt
als ik kon zijn wie ik graag wilde zou ik
bedaard in mij ten onder gaan
maar ik liet
de vijand binnen
verschroeide aarde
nu zal ik altijd oorlog zijn
.
Juryrapport
Toen wij, de drie juryleden, ieder een eigen top vijf op tafel legden, kwamen er in feite ruim tien gedichten uit als mogelijke winnaars. Dat is geen slechte score. Door wikken en wegen kozen we uiteindelijk de drie die hier worden gepresenteerd.
Ik heb onder andere ‘thuisfront’ verdedigd.
Het is een beeldend gedicht dat de lezer snel naar binnen zuigt.
Ik is zelf de zonde, het drijft in alle staten, giert uit al zijn gaten.
De beelden zijn niet mis te verstaan: ze staan als het huis waar de zonde in schuilt.
Ze houden de boog gespannen en verraden slechts mondjesmaat waar het om gaat.
De spanning zit ook in de taal. Het gedicht is geschreven in vrij vers, maar de dichter bedient zich van toevallig rijm en binnenrijm en slaagt er vooral in door klank de tekst aaneen te binden. De langgerekte klinkers in verschillende woorden zoals: wraakt, wreekt, pleegt, verraad, graaf enzovoort, leveren boeiende muziek op. Je leest en herleest. Ik had telkens de neiging om de tekst hardop te zeggen.
De dichter gebruikt geen kapitalen,‘thuisfront’ is één lange zin met grote woorden. Het totale beeld is een overdrijving, met ironie als ondertoon. Hoofdzonde is in zich ook een overdrijving. Vorm klopt met de inhoud. Maar waar grote woorden vallen, loert het gevaar van overdaad. Dit gedicht is op het randje. Ik herlees het. Het blijft staan. Toch twijfel ik over de voorlaatste regel.
De dichter is zelf in de huid van de woede gekropen.
Niet de heilige woede – Gods toorn, maar woede die vernietigt.
En hij biecht die woede op, hij biecht zijn onmacht op om anders te doen.
Gaat in de finale recht op zijn doel af. Missie geslaagd.
maar ik liet
de vijand binnen
nu zal ik altijd oorlog zijn
Jana Beranová













