Site-archief
Toen god besloot
E.E. Cummings
.
Ik struinde wat rond op het internet en kwam op de bijzonder aardige website van Ed van Dun (1952). Deze website (gedel.nl) is vernoemt naar een Limburgs werpnet waarmee men in rivieren of binnenwaters vist. Op deze website is de poëzie van van Dun te lezen, poëzie uit de 10 dichtbundels die hij tussen 1980 en 2022 heeft gepubliceerd. Maar er staan ook vele vertalingen op van gedichten van dichters als Paul Celan, Rainer Maria Rilke, Vasko Popa, Rumi etc.
Een andere dichter die Ed vertaald heeft is één van mijn favoriete dichters E.E. Cummings. Van hem heeft hij onder andere het gedicht ‘when god decided to invent’ vertaald. Het gedicht komt uit ‘Selected Poems 1923-1958’ van Cummings.
.
toen god besloot te verzinnen
alles ademde hij een
teug groter dan een circustent
en zo vond alles zijn begin
.
toen de mens besloot te vernietigen
zichzelf onttrok hij het waren
aan zullen en vond slechts waarom
dus flikkerde hij het in omdat
*
when god decided to invent
everything he took one
breath bigger than a circustent
and everything began
.
when man determined to destroy
himself he picked the was
of shall and finding only why
smashed it into because
.
MUG #14 is uit!
Metamorfosen
.
Het leukste, kleinste maar meest eigenzinnige poëziemagazine van de lage landen publiceert haar 14e editie met als richting ‘Metamorfosen’. In editie 14 kun je gedichten lezen van Monica Boschman, Hein van der Schoot en de Vlaamse dichter Steven Van Der Heyden van wie in februari 2023 een nieuwe bundel ‘Filigraan’ verschijnt bij uitgeverij P.
Het artwork wordt dit keer verzorgd door tattookunstenaar Sophie van der Waard (swaard_ op Instagram). Met een voorwoord van Marie-Anne en een nieuwe Luule, dit keer van onze grafisch vormgever Bart.
De nieuwe MUGzine is natuurlijk gratis digitaal te lezen op de website maar steeds meer liefhebbers kiezen ervoor MUGzine ook op papier te ontvangen en worden donateur. Vanaf € 20,- ontvang je een jaar lang elke MUGzine op papier thuis. Dat is ruim 80 pagina’s poëzie van bekende dichters en aanstormende talenten plus het werk van kunstenaars uit verschillende disciplines.
Om Steven Van Der Heyden alvast een extra steuntje in de rug te geven hier het gedicht van zijn hand getiteld ‘Karkasgroei’ (staat niet in de MUGzine).
.
Karkasgroei
.
Amper schoongelikt door de moedertong
raak ik gescheiden op zoek naar groei in
het grensgebied tussen geboorte en slacht
.
De beslotenheid van plastic wanden
houdt me op mijn plaats, geen weide-uitloop
maar een cel van slechte smaak
.
Opgefokt met kunstmelk kan ik me geen houding geven
de vlekken als eilanden op mijn vacht
verdwaalde puzzelstukken op zoek naar een geheel
.
Hier word ik vlees aan de haak
.
Delft, zwarte inkt
Nieuwe uitgave van MUGbooks
.
Het fonds van mijn kleine facilitaire poëzieuitgeverij MUGbooks wordt opnieuw uitgebreid met een titel; ‘Delft – zwarte inkt’ van acht Delftse dichters. Enige tijd geleden werd ik benaderd door Karel Kramer (1940), die ik ken van zijn bundel ‘Liefdesgedichten’ en ‘Het virginale luchtkasteel’ die beiden uitkwamen bij onze gezamenlijke uitgeverij De Brouwerij. Inmiddels is Karel de tachtig gepasseerd maar hij schrijft nog steeds. Karel Kramer studeerde piano, Nederlands en Turks, doceerde aan de universiteit van Ankara en gaf regelmatig uitvoeringen van klassieke muziek in combinatie met poëzie en beeldende kunst.
Samen met 5 andere Delftse dichters (Jose Spruyt, Rolf Clason, Faye Oosterhoff, Wim Aarts en Cor Langendijk) maakte hij de bundel ‘Delft – zwarte inkt’. In de negentiger jaren van de 20ste eeuw was de Delftse dichtgroep Zwarte inkt op zijn hoogtepunt. Men sprak er een onderwerp af en maakte daar een gedicht over en besprak die op regelmatige bijeenkomsten, zoals er vele dichtgroepen in Nederland actief zijn. Toen Karel in de twintiger jaren van deze eeuw een bundel voorbereidde van gedichten over Delft, besloot hij de acht leden van deze dichtgroep te vragen daaraan mee te werken. Twee van de dichters zijn inmiddels overleden (Wim Aarts en Cor Langendijk) en twee dichters heeft Karel niet weten te achterhalen (Katinka Kersten en Mariken Wenbelt). Vandaar de ondertitel van de bundel ‘Acht Delftse dichters over Delft. Ze zijn dood, levend of spoorloos.’
Van Karel zijn de meeste gedichten opgenomen, van Jose Spruyt behalve een aantal gedichten ook een aantal foto’s en van de andere 4, waaronder de overleden Wim en Cor, ook een aantal gedichten. Ik heb hier voor het openingsgedicht van Karel Kramer gekozen getiteld ‘Delft’.
.
Delft
.
Ik kijk voorbij de nieuwe Jan naar links
een donker gat met duizend kinderhoofdjes
dat leidt naar ondervraging door de sfinx
en storten van de trap in duizend knookjes
.
voor mij zwijgt de Zwijger na het schot
naast mij wacht De Groot op zijn verbanning
achter mij sterft Harman op ’t schavot
de diefput stinkt en barst uit zijn bemanning
.
eens heb ik u gehaat, museumstad
geen asfaltvolk, geen pijn van inspiratie
niets dat steekt uit het beschreven blad
.
toen kwam er warmte uit uw populatie
uw oude muur stond om een liefdesbad
u werd voor mij de plek van transformatie
.
Twist
Dave Bouw en Nynke van der Beek
.
De gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! had dit jaar als thema ‘Twist’. De jury had naar aanleiding van de inzendingen nog een aantal opmerkingen en bevindingen. Hieronder kun je het juryrapport lezen. Het thema van dit jaar was ‘twist’. Dat dit tot verschillende interpretaties heeft geleid van dichters was erg leuk om te zien. Dat heeft de jury ook opgemerkt. Om te laten zien hoe dichters met dit thema omgaan plaats ik hier graag de gedichten van top 30 dichters Dave Bouw en Nynke van der Beek.
.
Juryrapport
Voor de editie van de Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2022 zijn in totaal 146
gedichten ingezonden. Daarvan belandden 31 gedichten op de shortlist die wij
hebben beoordeeld. Het viel ons als jury op dat het thema Twist door de deelnemers
op veel verschillende manieren is uitgewerkt, waarbij taalplezier duidelijk de
hoofdtoon voerde. Vaak werd een humoristische twist toegepast, of was er sprake
van een nieuwsgierig makende, prikkelende opbouw. De meerduidigheid leidde bij
sommige gedichten tot raadselachtigheid, wat soms prettig was en soms
onbevredigend.
Met blijdschap stelden we vast dat er ook slam-gedichten in de shortlist zaten. Bij het
jureren hebben we natuurlijk gelet op de toepassing van klank, (binnen/eind)rijm en
metrum, wat overigens niet doorslaggevend was voor de selectie in de top 3 of 15.
Het afbreken van regels, het effectief gebruik maken van het stijlfiguur enjambement,
en vooral het schrijven van een goede slotregel bleek in de selectie een
onderscheidend element. Een goed advies van deze jury aan alle dichters: besteed
extra aandacht aan je slotregel: kun je die missen? Laat hem dan weg. Vaak wordt
een gedicht er alleen maar sterker door. Regelmatig was de overbodige slotregel
voor de jury een reden om een gedicht niet voor de top 3 of top 15 te selecteren.
Andere keren was een gedicht te clichématig of was juist ál te veel gezochte
‘woordspelerigheid’ er de oorzaak van dat de eindstreep niet werd behaald.
Wat ons als jury vooral verrast heeft is de enorme verscheidenheid in de uitwerking
van het thema en de vorm van de gedichten. De kwaliteit was over het algemeen
hoog. Hier en daar had een kleine aanpassing een gedicht nog beter gemaakt, een
extra redactierondje had dan uitkomst geboden.
We zagen veel creativiteit en plezier in het spel met de taal. De selectie van de 15
kanshebbers en daaruit de 3 winnende gedichten was niet gemakkelijk, maar het is
gelukt.
Ontmoeting (Dave Bouw)
.
stof is uit de lucht geregend
het licht is om te snijden
scherp sta je afgetekend
in het tegenlicht
.
je nadert langzaam, langzaam
als het longshot uit de trage film
die in mijn herinnering huist
.
de achteloze begroeting die ik wilde spelen
valt in scherven voor mijn voeten op de grond
stof dwarrelt op en plotseling
gaat het snel
.
Boom (Nynke van der Beek)
.
ik zie van wie jij bent zo goed als niks
geen stokoud wortelstelsel schimmeldraden
of vatenwerk ik hoor niet eens je adem
jij in elkaar gewikkeld organisme
.
ik raak je ruige bast aan want ik mis
verbinding voordat wij hier waren
was jij er al en jij weet dat de aarde
zo’n warme glimlachende moeder is
.
met grote dorst ik kan je blijven strelen
tot bloedens toe of beter achteruit
gaan lopen want ik wil je blijven zien
.
kan met mijn eigen draden woorden delen
vertellen over scheuren in je huid
over het helen van je moeder vriend
.
Winnaar van de 8ste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord!
Monique Boogmans
.
Winnaar van de 8ste gedichtenwedstrijd van poëzie stichting Ongehoord! met als thema ‘Twist’ is.
De jury bestaande uit Myrte Leffring, Jiske Foppe en Marie-Anne Hermans kozen uit de 31 shortlist gedichten dit gedicht tot de beste. De prijs, het beeldje van kunstenaar/beeldhouwer Lillian Mensing, werd door de jury uitgereikt aan de winnaar in de Leeszaal West in Rotterdam. Door de regen ging de prijsuitreiking in de Jacobustuin helaas niet door. Het juryrapport van het winnende gedicht luidt:
.
De keuze tussen de nummers 1, 2 en 3 was moeilijk. Uiteindelijk hebben we gekozen voor dit
gedicht door zijn lef en zijn bijzondere vorm.
De vorm van dit gedicht is allesbepalend. De twist ontrolt zich voor de ogen van de lezer en
roept een herkenbare situatie op. Er is vrijwel geen interpunctie, woorden worden aan
elkaar geplakt met als effect dat het tempo versnelt. Na de dubbele punt in de beginregel
start een gesprek zonder komma’s, zonder pauzes om adem te halen, doorrazend tot de
definitieve punt. Dat maakt dit gedicht spannend tot de laatste regel. Een alledaags tafereel
(wie is er aan het woord tijdens het avondeten) wordt binnen de regels werkelijkheid. Aan
het eind van het gesprek voél je dat er iemand opstaat, de deur dichtslaat na een
hartgrondig ‘Welterusten’. Punt. De jury waardeert de humor die dit gedicht tentoonspreidt.
Kortom: slim gedaan, met minimale middelen. Het gebruik van herhaling kan een risico zijn,
maar dit stijlmiddel heeft hier goed gewerkt doordat de herhaling in zichzelf betekenis heeft.
Het getuigt van lef om dit gedicht, dat op het eerste gezicht zo afwijkend van vorm is, in te
sturen voor een poëziewedstrijd. Dat lef zien we graag beloond.
De winnaar van de 8ste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! is:
Wie is er aan het woord –van Monique Boogmans
.
Wie is er aan het woord
.
Wie is er aan het woord tijdens het
avondeten:
Vader vader broer vader
broer broer vader broer
Broer vader broer vader
Broer broer vader broer
Moeder vader
Moeder vader
Moedermoedermoeder vader
Moeder vader
Moeder vader
Moeder vadervader vader
.
Later op de avond:
Moeder
Moeder
Moedermoedermoedermoeder
Moedermoedermoedermoeder
Moedermoedermoedermoeder
.
Moedermoedermoedermoeder
Moedermoedermoedermoeder
Moedermoedermoedermoeder
.
Welterusten.
.
.
De winnaars: Monica Boschman (3e) Monique Boogmans (1e) en Hein van der Schoot (2e)
De jury: Myrte Leffring, Joske Foppe en Marie-Anne Hermans
kom luisteren en genieten
Prijsuitreiking gedichtenwedstrijd
.
Op zondag 18 september zal de prijsuitreiking zijn van de 8ste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! Na de winnaar van de 7de gedichtenwedstrijd Sara De Lodder in 2020 alweer maken dertig dichters die het tot de shortlist haalden kans op deze gewilde prijs.
De prijsuitreiking is in de Jacobustuin aan de Jacobustuin 103-109 in (hartje) Rotterdam, slechts 5 minuten lopen vanaf het Centraal Station. We beginnen om 13.00 uur en alle shortlistdichters krijgen de gelegenheid hun gedicht rond het thema Twist voor te dragen.
De jury bestaande uit dichter en hoofdredacteur van poëzietijdschrift Awater Myrte Leffring, directeur van stichting De zoek naar schittering Jiske Foppe en (mede) initiatiefnemer van Poëziemagazine MUGzine Marie-Anne Hermans heeft de gedichten van de shortlist gelezen en beoordeeld en zal op deze zondag de nummers 3,2 en 1 bekend maken.
De winnaar krijgt zoals altijd het beeldje van Lillian Mensing, en publicatie van het winnende gedicht op de website van poëziestichting Ongehoord! en dit blog. Daarnaast zal de redactie van MUGzines contact zoeken met de dichters voor een publicatie in een nummer van MUGzine.
Kom dus zondag naar de prachtige Jacobustuin om te genieten van poëzie en muziek. Toegang is gratis en er is de mogelijkheid tot het krijgen van een drankje tegen een zeer schappelijke prijs.
Het thema van deze gedichtenwedstrijd was ‘Twist’ en daar heb ik een toepasselijk gedicht bij gezocht van C. Buddigh’ met als titel ‘Pluk de dag’ uit de bundel ‘128 vel schrijfpapier’ uit 1967.
.
Pluk de dag
vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje Heinz sandwich spread
.
natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste
.
en jawel hoor: het paste eveneens
.
De prijswinnaars van de gedichtenwedstrijd 2020
Vrienden
Dubbelgedicht
.
Vandaag een dubbelgedicht met als thema Vrienden. Over vrienden en vriendschappen zijn vele gedichten en liedjes geschreven dus het was niet heel moeilijk om een dubbelgedicht samen te stellen.
Het eerste gedicht van dit tweeluik is het gedicht ‘Hoe lang zullen zij nog vrienden blijven?’ van de dichter J.B. Charles, pseudoniem van Willem Hendrik Nagel (1910-1983). Het gedicht komt uit de bundel ‘De groene zee is mijn vriendin; gedichten 1944-1982’ uit 1987. Het gedicht gaat over de twijfel aan vriendschap.
Het tweede gedicht is van dichter Ida Vos (1931-2006) en is getiteld ‘Je hoeft niets te zeggen’ en dit gedicht gaat juist over de onuitgesproken vriendschap die voor altijd is. Het gedicht komt uit de bundel ‘Schiereiland’ uit 1979.
.
Hoe lang zullen zij nog vrienden blijven?
.
Vrienden komen. Heb ik nog
van die goede tee?
Ja die zullen ze herkennen.
Eten in Noordwijk, aan de zee.
Of kan ik dat nu niet betalen?
Nou dan maar niet. Nog even wachten.
Die Saint Emilion, die hoge,
die heb ik niet voor niets bewaard.
.
Ze komen niet meer, ben ik bang.
’t Is al zo laat.
Was het dan niet vandaag
misschien? Hoe lang
denk je zullen zij vrienden blijven?
.
Je hoeft niets te zeggen
.
je hoeft niet
in woorden
te praten
met mij
je hoeft niets
in woorden
te zeggen
je hoeft alleen maar
en dat is genoeg
je arm om mijn schouders
te leggen
.
Je naam
Dubbelgedicht
.
Het is alweer even geleden dat ik een dubbelgedicht hier plaatste. Een dubbelgedicht zijn twee gedichten van twee dichters die qua inhoud of titel iets gemeen hebben. Zo ook de twee voorbeelden die ik vandaag aan elkaar wil koppelen. Het betreft hier twee gedichten waar je naam een belangrijke rol in speelt.
Allereerst het gedicht ‘Je naam ben ik vergeten’ van dichter Hans Verhagen (1939-2020). In zijn dichtbundel ‘Duizenden Zonsondergangen’ uit 1971 staat het gedicht ‘Je naam ben ik vergeten’ . Daartegenover wil het het gedicht ‘Mus’ zetten dat ik schreef en staat in mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit 2012. Aan de ene kant is er de naam die vergeten is en aan de andere kant de naam die nooit meer vergeten zal worden. Een mooi thema voor een dubbelgedicht leek me.
.
Je naam ben ik vergeten
.
Ik heb geen naam,
ik heb geen kleren aan,
ik heb geen lichaam.
.
Ik heb jou,
jij hebt mij,
meer hebben we niet nodig,
En mocht je mij niet treffen,
zo zal het altijd zijn,
Maria Magdalena.
.
Mus
.
Ook als je echt zo heet
vergeet ik nooit je naam
.
hoe je wegdook
na een zachte streling van je wang
de rode blos tot diep
in je hals
.
je voorzichtige lach
die de ochtend deed smelten
tot een zee van tijd
.
de dagen dat ik je zocht
in veel te volle straten
en altijd weerkeerde
tot het plaats delict
.
je naam nog korter
dan mijn liefde was gegeven
.
als je echt zo heet
.
Stemmen van Schrijvers
Dichters en muziek
.
Aan het eind van jaren vijftig begon het – toen nog – Letterkundig Museum samen met uitgeverij Querido aan de productie van een reeks grammofoonplaten met als titel ‘Stemmen van Schrijvers’. Het museum bestond toen nog niet zo lang, en was bezig om te onderzoeken waaruit precies de verantwoordelijkheid bestond. Er werd geïnventariseerd, verzameld, schrijvers werden uitgenodigd hun handschrift in te sturen – en er werd vastgelegd hoe schrijvers klonken. Het initiatief hiertoe kwam vanuit Querido. Het zijn keurige voordrachten, van een kleine veertig schrijvers en dichters, van Leo Vroman tot Sybren Polet, Gerrit Kouwenaar tot Hans Andreus en Anna Blaman tot Cees Nooteboom. Er was één uitgeverij die het idee overnam: De Bezige Bij, in samenwerking met Philips.
Het werd geen lange reeks want maar vier platen maakten Philips en De Bezige Bij, terwijl Querido en het Letterkundig Museum er twintig produceerden. Philips maakte nog wel wat singletjes met voorlezende dichters. Literaire werk aanvullen met muziek was echter bewerkelijk, en het zou in de jaren daarna ook niet zo veel meer gebeuren. De redenen daarvoor zijn eenvoudig, zo zijn de productiekosten voor een goede opname hoog, en er viel met de verkoop van voorlezende dichters onvoldoende te verdienen om de investering terug te verdienen. Bovendien bleek radio een geschikter medium voor de schrijver dan de grammofoonplaat.
Toch waren deze platen wel de voorlopers van de performances van dichters na hen. Zo werd Bert Schierbeek op zijn EP begeleid door Hans van Zutphen achter de piano en Ferdi Posthuma de Boer op drums. Hugo Claus werd zelfs ondersteund door het Trio Pim Jacobs. Ook bij hen werkte dat uitstekend, jazz past goed bij het werk van de experimentele dichters. Er was bij vlagen daadwerkelijk sprake van samenspel of een performance.
Veel bekende dichters dus die meededen. Ik heb gekozen voor Hugo Claus (1929-2008) want de ongepolijste Hugo Claus en de gladde Pim Jacobs, ik zie het helemaal voor me. Het gedicht ‘ Visio tondalis’ werd door Hugo Claus en Erik Voermans op muziek gezet en hier kun je het gedicht lezen. Het gedicht verscheen in de bundel ‘ De geverfde ruiter’ uit 1961.
.
Visio tondalis
.
Uit het valeland naar de borstelige lucht duwt een engel
De verraste ziel bij de billen
In een ei van licht.
.
Een gehelmde zot met een slak op zijn kop
Schiet wortels in de modder.
.
Niet in de spiegel met de slang kijkt het wijf
Maar naar de krijger in zijn kot.
.
Kat en varken roosteren een oor,
Torens branden, hoor het krijsend koor!
.
Lust, een monnik met een pin in zijn pij van spijt,
Wordt in de takken vermaledijd.
.
Met vlerken van korenaren zoekt de vlinderrat
Naar aas en het aars van een duif.
.
Oker is de aarde en doorkrabd met sporen en hoornen.
.
Daar klimt in een geldbeugel een klerk
Met spaarzame knieën. Zweepdieren besmetten de kerk.
.
Gulzig eten wij hagedissen, padden eten aan ons,
De zonde is een donkere zon.
(Ik zoog haar binnen met de melk voor het gebed;
Verdrogend bij de enkels
Naderden buidelwijven mijn jankend bed.)
.
Een kleurloos gewoeker bijt aan het gebouw der rede,
Kennis roert en wroet aan het gebeente.
,
Halsstarrig blijven de torens en de kooien branden
In vlammen en vlooien.
.
Geen boot in het suizende water.
.
Opgeblazen door kerkmuis en uil
Zit een ketter gesperd op een mes
En schuift het klokhuis van zijn buik
Over het ongenadig lemmer, het kruis.
.
Eieren breken, keien krijgen een muil in het kruid.
Een kakkerlak graaft in een kist,
Een kater likt aan de galg, een kalf verdrinkt in het lis.
.
Iedereen in zee, niemand aan de kant,
Dit is mijn moederland.
Adem wordt wind, kwijl wordt slijk
En naar mijn voeten toe groei ik
Ritselend in ijzer en ijs.
.


















