Site-archief

Heimwee naar Kouwenaar

Dichter over dichter

.

In 2006 verscheen van Robert Anker (1946-2017) de bundel ‘Heimwee naar’, een bundel vol gedichten waarvan de titel allemaal begint met ‘Heimwee naar’. Heimwee naar schrijvers, dichters, kunst, muziekstukken, activiteiten en zelfs heimwee naar heimwee. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Heimwee naar Kouwenaar’ in het kader van dichters over dichters, waarin hij Gerrit Kouwenaar (1923-2014) beschrijft op een manier waarop je Kouwenaar opnieuw wil gaan lezen.

.

Heimwee naar Kouwenaar

.

Je staat vaak een langer been dan men hoopte

je huilt vaak een verder woord dan men drooghield

men wil een taal van fijne oliën en vetten die bevallige

verbeelding sticht die tokkelt op de blues men wil

zijn zomers niet tellen en een sneeuwpop die weer smelt

men wil jou eigen maken tot een mooie grijze rook

op het afgelegde veld als men langzaam gaat ontbreken

men wil jou niet en daarom breek je steeds het woord

dat het ze schendt en pijnigt en ten einde nog verzoent.

.

Brief aan de stem van sir Paul

Ingmar Heytze

.

In 2023 mag ik plaatsnemen in de vakjury van de AMAI awards samen met onder andere Kluun, Maud Vanhauwaert en Ingmar Heytze (1970). Die laatste volg ik al heel lang als dichter en waardeer ik zeer. Zijn laatste bundel ‘Met wat geluk’ is net uit en er staan weer een groot aantal prachtige gedichten. wat ik zo bijzonder vind aan de poëzie van Ingmar Heytze is zijn bijzondere kijk op de wereld, zijn creativiteit en vooral de manier waarop hij dit verwoord in zijn poëzie waar naast veel ernst ook heel veel plezier en humor zit.

Zoals veel mensen zit ik in allerlei Whatsappgroepen. Van sommige weet ik niet eens meer waarom, die leiden een zieltogend bestaan, maar andere zijn springlevend en worden dagelijks gevuld door de deelnemers. In één van die groepen deelt een vriend Bart meer dan regelmatig de meest absurde en oninteressante weetje over Paul McCartney, door de andere al omgedoopt tot Sir P. of zelfs Zeur P.

Afgelopen week deelde ik een gedicht van Wim Brands over Elvis Presley . Op Facebook, waar dit bericht werd gedeeld verscheen onmiddellijk de vraag van hem of er niet ook een gedicht over Paul is waarop ik resoluut met Nee! antwoordde. Ik moet echter op mijn antwoord terugkomen. In zijn laatste bundel ‘Met wat geluk’ heeft Ingmar Heytze namelijk het gedicht ‘Brief aan de stem van Sir Paul’ opgenomen. Hij heeft meer mededogen in zijn gedicht dan mijn vriend tegemoet kan zien in onze Whatsappgroep, dus speciaal voor hem, maar zeker ook voor jullie dit gedicht.

.

Brief aan de stem van Sir Paul

.

De muren komen op je af als de vuilstort van de Death Star.

Steeds minder bereik, steeds meer volume op zijn oren

om te horen waar je in het liedje bent – misschien verbaasd

dat jullie nog bestaan en dat er schoonheid huist in die ruïne,

het dak waarop hij stond te zingen ligt al bijna op de grond,

een wirwar van stemband die van oude spoelen stroomt.

Jij kent zijn refreinen, hij zingt alsof je alles wat je kon

nog altijd kan. Zo moet het blijven. Stop niet te vroeg, stop

steeds te laat. Kraai door als een baby met ouderdomsvlekken,

een, twee, bijna drie levens over de datum voor een rockster.

Wat dan nog? Klink op zolang zijn hart nog slaat.

.

Poëzie uit het Koninkrijk

Tsjead Bruinja

.

Op woensdag 23 november vindt er in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag een bijzondere poëziemiddag plaats met voormalig dichter des vaderlands Tsjead Bruinja (1974). Op deze middag, die toegankelijk voor iedereen (aanmelden kan hier, onderaan de pagina) zal Bruinja zijn bundel ‘De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie 101 gedichten uit het koninkrijk van 1945 tot nu’, presenteren. In zijn periode als dichter des vaderlands (2019-2020) deed hij onderzoek (vooral in de collectie van de KB) naar de volle breedte van de poëzie in het Koninkrijk Nederland, dus ook naar poëzie in andere talen en dialecten.

Toen ik hier voor het eerst van hoorde moest ik meteen denken aan de bundel ‘Minnezinne in moerstaal’ van Ria Westerhuis en Delia Bremer uit 2019 waarin de dames 49 dichters (en dus 49 gedichten) verzamelden in vele dialecten en talen, van Utregs, Limburgs, Drents tot plat Haags, Achterhoeks, Deventers, Vlaams, Suid-Afrikaans en Schleswig-Holsteins.

Bruinja gaat alleen weer een stuk verder want hij verzamelde poëzie vanuit alle windstreken maar ook van dichters wier wortels niet in Nederland liggen maar in landen als Irak, Iran, Amerika, Suriname, de Antillen, Aruba, Indonesië etc. Hiermee streeft hij naar een veel inclusiever verhaal over de poëzie in Nederland.

Op de presentatie gaat Arno Kuipers, collectiespecialist van de KB, in gesprek met Tsead Bruinja over zijn speurtochten in de KB en zullen de dichters Nina Werkman, Lamia Makaddam, Frans Budé en Raj Mohan voordragen.

Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Lamia Makaddam (1971) uit haar bundel ‘Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf’ dat in 2020 verscheen getiteld ‘Kamerplanten’.

.

Kamerplanten

 

Ik koop geen kamerplanten meer.
Ze gaan altijd dood en daar erger ik me aan.
Ik verzorg ze zoals ik een kind zou verzorgen.
Liggen ze er slapjes bij dan geef ik ze een beetje water.
In oorlogstijd verplaats ik ze van hoek naar hoek
en geef ze nog wat water.
Wanneer een blad naar de tuin van de buren dwarrelt
geef ik ze nog meer water.
En wanneer een van de kinderen laat thuiskomt
houd ik de planten onder stromend water.
En een keer liet ik ze een week lang in bad liggen
omdat mijn man ging slapen zonder mij een kus te geven.

.

Het onkruid in onze borst

.

De boom waarin ik de wind dacht te horen waaien
hakte ik omver.
Voor de maan die me liet weten dat het nacht was
sloot ik mijn ogen.
Ik liet de liefde achter op tafel en rende achter de gedichten aan.
Ik verloor mezelf in het leven en betrad een boek zonder titel.
Sinds vanochtend zit ik in een tuin die ik met de hand heb getekend
en spreek ik een man toe die ik gemaakt heb uit tuinafval.
Ik vertelde hem over het leven dat na de dood begint
over het dode onkruid dat wij in onze borst dragen
niet omdat het van goud is, maar omdat wat uit de boom valt
onze doden zijn.
En de takken die breken, dat is onze tijd.

.

 

AMAI awards 2023

Jaarlijkse verkiezing

.

Al een aantal keer heb ik geschreven over de AMAI Awards en de winnaar van de award voor gedichten in 2022. De AMAI (Alle Monden Award Instagram) kiest jaarlijks het beste gedicht, quote, Spoken Word en meest favoriete dichtersaccount van Instagram. Dit jaar (de 2023) editie ben ik gevraagd zitting te nemen in de Vakjury (gedichten en quotes) samen met dichters Maud Vanhauwaert, Ingmar Heytze en Derek Otte, Trouw journalist Nienke Schipper en winnaar van het beste gedicht 2022 Christianne Scholtens.

Je deelname inzenden kan vanaf 15 december 2022 tot en met 15 januari 2023 (lees hoe op de website van AMAI ). Op 28 januari 2023 wordt de longlist bekend gemaakt en kan er gestemd worden (tot en met 28 februari 2023) voor de publieksprijs. De bekendmaking van de prijswinnaars zal plaats vinden op zaterdag 25 maart in het Parktheater in Eindhoven. Tijdens de bekendmaking zullen er 10 verschillende optredens plaats vinden. Kaarten kunnen nu al besteld worden via de website van AMAI.

In 2021 kreeg dichter en illustrator Meliza de Vries de prijs voor het winnende gedicht. Daarom, ter inspiratie en als voorbeeld hier een, al wat ouder, gedicht van haar hand.

.

de laatste keer dat ik mijn moeder zag

 

er stonden drie huizen in het dorpje,
die door de moesson naar het zuiden dreven.

.

ergens vielen bananen uit hun tros.
een paar mensen schepten wegen om mij heen,
ik had geen idee uit welk huis zij kwamen.

.

ik vroeg mij af
hoe zij deze dag wilden onthouden,
niemand had een camera in de hand.

.

Poëzie op zeep

Gedichten op vreemde plekken

.

Na honderden voorbeelden door de jaren heen verzameld te hebben over vreemde plekken waar poëzie voorkomt (denk aan servetringen, toiletbrillen, doodskisten, fietsen, vazen, kousen en ga zo maar door, kijk maar onder de categorie ‘Gedichten op vreemde plekken’) dacht ik toch wel zo’n beetje elke ‘vreemde’ plek behandeld te hebben. Maar elke keer als ik dat denk blijkt er iemand toch weer een nieuwe plek bedacht te hebben waar je ook poëzie op kunt plaatsen.

Het laatste nieuwe voorbeeld waar ik op stuitte is zeep, of eigenlijk op de wikkel van een stuk handzeep. Voor het project #HetGaatNietOmZeep in 2021 schreven Rodaan Al Galidi, Dorien Dijkhuis en Maud Vanhauwaert een gedicht voor de wikkels van de gloednieuwe zeep Wonderschoon!. De gedichten duren elk twintig seconden, net lang genoeg om je handen te wassen.

Het betreft hier Werfzeep, een handgemaakte en biologische zeep. In een periode waarin mensen veel en vaak hun handen moesten wassen (tijdens de Coronapandemie) kwam bij hen de vraag naar een zeep die de handen niet gortdroog maakt. Toen de ergste crisis rond Corona achter de rug was besloot men met deze zeep te gaan adverteren. Zoals gezegd in drie varianten met elk een wikkel waarop een kort gedicht van één van de drie dichters te lezen is. Zoals op de wikkel te lezen is, neemt het gedicht lezen ongeveer 20 seconden in beslag, de tijd die nodig is om je handen afdoende te wassen. Hieronder het gedicht dat Maud Vanhauwaert (1984) schreef voor haar wikkel,

.

Er was de laatste tijd

.

opvallend veel intiem contact

ik zou zelfs durven zeggen

op het perverse af

.

ze verstrengelden zich in elkaar

sopten erop los, verspilden

flesjes glijmiddel, probeerden

werkelijk elk standje

.

en ik, tjah, ben nu toch lichtelijk

jaloers op die intimiteit tussen

mijn linker- en rechterhandje

.

Maud Vanhauwaert

Dorien Dijkhuis

Rodaan Al Galidi

Het Einddoel

Jan Rot

.

Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij het jubileum van stichting De zoek naar schittering van Jiske Foppe als onderdeel van het festival ‘Woordnacht’.  Als lid van het comité van aanbeveling (samen met Sylvia Hagers, Bas Kwakman en Mart Bechtold) kon en wilde ik dit niet aan me voorbij laten gaan. Niet alleen omdat ik Jiske al langer ken en zeer waardeer om haar tomeloze inzet voor de poëzie maar ook zeker om te luisteren naar de lezing van Kila van der Starre (lid van de Raad van Toezicht van de stichting en all round “poëzieprofessor’).

Op de bijeenkomst in het Nieuwe Instituut in Rotterdam waren behalve de lezing en presentatie van Jiske over het werk van de stichting, ook voordrachten van drie Rotterdamse dichters; Daniel Dee, Peter Swanborn en Amber Rahantoknam. Jiske werd geïnterviewd door Woordnacht festivaldirecteur Hans Sibarani. Veel aandacht ging uit naar de Bruggedichten die Jiske met de stichting realiseert in Rotterdam maar ook andere projecten kwamen aan de orde zoals de gevelgedichten in Hordijkerveld, het Noorderdicht en Geluk op Zuid.

En er was aandacht voor de VERS app en de Route Lagogo, een poëtische wandeling door Hillegersberg en Schiebroek in Rotterdam. Bekende dichters, zowel landelijk als Rotterdams en lokaal, allen met een band met het festival Poëzie Lagogo of het gebied leverden gedichten aan en spraken ze in. Ze werden gekoppeld aan locaties die via de VERS app te vinden zijn. Sommige verschijnen als raamgedicht en andere gedichten zijn uitsluitend via de de app te beluisteren. Deelnemende dichters zijn onder andere Jana Beranová, Hester Knibbe, Ingmar Heytze, Elfie Tromp, Mark Boninsegna, Rob Hilz, Joz Knoop, Abdelkader Benali, Myrte Leffring, Edwin de Voigt en Anne Vegter.

Tijdens de presentatie liet Jiske een filmpje zien van Jan Rot (1957-2022) waarin hij het gedicht ‘Het Einddoel’ voordraagt dat hij samen met Boudewijn de Groot schreef als lied. Ook dit gedicht maakt deel uit van de Route Lagogo. Het is aangebracht op een raam van het cultuurcentrum De Buurvrouw aan de Larikslaan in Rotterdam.

.

Het Einddoel

.

Toen ik wist waarom ik huildeVielen beide ogen droogWat mijn tranen zo vervuildeWas de waarheid die ik loog
.
Nu lijk ik wel te dansenStevig vast en dan weer vrijEn al die tijd kijk ik naar jouEn jij verliefd naar mij
.
Toen ik wiste waarom ik beefdeWerden angsten minder grootEn toen ik wist waarom ik leefdeWas ik niet bang meer voor de dood
.
Ik was beschadigd moe en oudTe vaak verongelijktNu veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereikt
.
Nu lijk ik wel te dansenTerwijl de wereld kijktEn veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereiktNu veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereikt

.

 

Spel met de tijd

Allerzielen

.

Vandaag is het Allerzielen, de dag dat de overledenen worden herdacht. Dat kan heel particulier maar het kan tegenwoordig ook steeds meer op begraafplaatsen die juist op deze dag iets extra’s organiseren voor nabestaanden. Zo is er vanavond op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag een avond, georganiseerd door Dichter bij de dood,  met dichters die langs een route op de begraafplaats staan en daar hun gedicht over de doden voordragen aan bezoekers.

Aan het einde van de route bij het verlaten van de begraafplaats krijgt elke bezoekers een gratis bundeltje met de gedichten van de deelnemende dichters. Dichter bij de dood wordt dit jaar alweer voor de 7e maal georganiseerd en is een bijzondere gebeurtenis. De boodschap van de organisatie is dat de dood is niet iets is om weg te stoppen of te verzwijgen maar juist om over de dood en rouw te praten en stil bij te staan bij het verlies. Iedereen heeft wel overleden dierbaren waaraan op deze avond gedacht kan worden.

Normaal gesproken zou ik vanavond ook deelnemen als dichter (en medeorganisator) maar helaas kan ik door omstandigheden niet. In de bundel staat wel een gedicht van mijn hand ‘Spel met de tijd’.

.

Spel met de tijd

 .

Hoe zal het morgen zijn

wanneer later nu begint?

Zal elke nieuwe dag zich

opdringen, tijd aan geduld

.

knagen. Hoe zal men terugkijken

op dagen die voorbijgleden, de

uren als speelbal van verlangen,

langzaam schurend en traag

.

vertrekkend van de grond die

verstrooid werd. Laat later daarom

nu beginnen, laten we de dood

in de ogen kijken. Wegstaren.

.

Toen god besloot

E.E. Cummings

.

Ik struinde wat rond op het internet en kwam op de bijzonder aardige website van Ed van Dun (1952). Deze website (gedel.nl) is vernoemt naar een Limburgs werpnet waarmee men in rivieren of binnenwaters vist. Op deze website is de poëzie van van Dun te lezen, poëzie uit de 10 dichtbundels die hij tussen 1980 en 2022 heeft gepubliceerd.  Maar er staan ook vele vertalingen op van gedichten van dichters als Paul Celan, Rainer Maria Rilke, Vasko Popa, Rumi etc.

Een andere dichter die Ed vertaald heeft is één van mijn favoriete dichters E.E. Cummings. Van hem heeft hij onder andere het gedicht ‘when god decided to invent’ vertaald. Het gedicht komt uit ‘Selected Poems 1923-1958’ van Cummings.

.

toen god besloot te verzinnen
alles ademde hij een
teug groter dan een circustent
en zo vond alles zijn begin

.

toen de mens besloot te vernietigen
zichzelf onttrok hij het waren
aan zullen en vond slechts waarom
dus flikkerde hij het in omdat

*

when god decided to invent
everything he took one
breath bigger than a circustent
and everything began

.

when man determined to destroy
himself he picked the was
of shall and finding only why
smashed it into because

.

MUG #14 is uit!

Metamorfosen

.

Het leukste, kleinste maar meest eigenzinnige poëziemagazine van de lage landen publiceert haar 14e editie met als richting ‘Metamorfosen’. In editie 14 kun je gedichten lezen van Monica Boschman, Hein van der Schoot en de Vlaamse dichter Steven Van Der Heyden van wie in februari 2023 een nieuwe bundel ‘Filigraan’ verschijnt bij uitgeverij P.

Het artwork wordt dit keer verzorgd door tattookunstenaar Sophie van der Waard (swaard_ op Instagram). Met een voorwoord van Marie-Anne en een nieuwe Luule, dit keer van onze grafisch vormgever Bart.

De nieuwe MUGzine is natuurlijk gratis digitaal te lezen op de website maar steeds meer liefhebbers kiezen ervoor MUGzine ook op papier te ontvangen en worden donateur. Vanaf € 20,- ontvang je een jaar lang elke MUGzine op papier thuis. Dat is ruim 80 pagina’s poëzie van bekende dichters en aanstormende talenten plus het werk van kunstenaars uit verschillende disciplines.

Om Steven Van Der Heyden alvast een extra steuntje in de rug te geven hier het gedicht van zijn hand getiteld ‘Karkasgroei’ (staat niet in de MUGzine).

.

Karkasgroei

.

Amper schoongelikt door de moedertong

raak ik gescheiden op zoek naar groei in

het grensgebied tussen geboorte en slacht

.

De beslotenheid van plastic wanden

houdt me op mijn plaats, geen weide-uitloop

maar een cel van slechte smaak

.

Opgefokt met kunstmelk kan ik me geen houding geven

de vlekken als eilanden op mijn vacht

verdwaalde puzzelstukken op zoek naar een geheel

.

Hier word ik vlees aan de haak

.

Delft, zwarte inkt

Nieuwe uitgave van MUGbooks

.

Het fonds van mijn kleine facilitaire poëzieuitgeverij MUGbooks wordt opnieuw uitgebreid met een titel; ‘Delft – zwarte inkt’ van acht Delftse dichters. Enige tijd geleden werd ik benaderd door Karel Kramer (1940), die ik ken van zijn bundel ‘Liefdesgedichten’ en  ‘Het virginale luchtkasteel’ die beiden uitkwamen bij onze gezamenlijke uitgeverij De Brouwerij. Inmiddels is Karel de tachtig gepasseerd maar hij schrijft nog steeds. Karel Kramer studeerde piano, Nederlands en Turks, doceerde aan de universiteit van Ankara en gaf regelmatig uitvoeringen van klassieke muziek in combinatie met poëzie en beeldende kunst.

Samen met 5 andere Delftse dichters (Jose Spruyt, Rolf Clason, Faye Oosterhoff, Wim Aarts en Cor Langendijk) maakte hij de bundel ‘Delft – zwarte inkt’. In de negentiger jaren van de 20ste eeuw was de Delftse dichtgroep Zwarte inkt op zijn hoogtepunt. Men sprak er een onderwerp af en maakte daar een gedicht over en besprak die op regelmatige bijeenkomsten, zoals er vele dichtgroepen in Nederland actief zijn. Toen Karel in de twintiger jaren van deze eeuw een bundel voorbereidde van gedichten over Delft, besloot hij de acht leden van deze dichtgroep te vragen daaraan mee te werken. Twee van de dichters zijn inmiddels overleden (Wim Aarts en Cor Langendijk) en twee dichters heeft Karel niet weten te achterhalen (Katinka Kersten en Mariken Wenbelt). Vandaar de ondertitel van de bundel ‘Acht Delftse dichters over Delft. Ze zijn dood, levend of spoorloos.’

Van Karel zijn de meeste gedichten opgenomen, van Jose Spruyt behalve een aantal gedichten ook een aantal foto’s en van de andere 4, waaronder de overleden Wim en Cor, ook een aantal gedichten. Ik heb hier voor het openingsgedicht van Karel Kramer gekozen getiteld ‘Delft’.

.

Delft

.

Ik kijk voorbij de nieuwe Jan naar links

een donker gat met duizend kinderhoofdjes

dat leidt naar ondervraging door de sfinx

en storten van de trap in duizend knookjes

.

voor mij zwijgt de Zwijger na het schot

naast mij wacht De Groot op zijn verbanning

achter mij sterft Harman op ’t schavot

de diefput stinkt en barst uit zijn bemanning

.

eens heb ik u gehaat, museumstad

geen asfaltvolk, geen pijn van inspiratie

niets dat steekt uit het beschreven blad

.

toen kwam er warmte uit uw populatie

uw oude muur stond om een liefdesbad

u werd voor mij de plek van transformatie

.