Site-archief
Gedenk te overstromen
De MUG en het klimaat
.
In editie 16 van MUGzine (nu gratis te lezen en bekijken op de Website ) hebben we dit keer de dichters gevraagd aan te haken bij de richting die we ze hebben meegegeven ‘Gedenk te overstromen’. De dichters David Troch, Els de Groen, Sara Eelen en Alex Gentjens zijn niet zomaar gevraagd, ze maken allemaal onderdeel uit van snel groeiende beweging van Klimaatdichters die met poëzie in al haar verschijningsvormen strijden voor een klimaatvriendelijke wereld.
Het artwork is dit keer van de jonge illustrator/kunstenaar Els van den Bosch en natuurlijk is #16 van de MUGzine weer voorzien van een poëtisch voorwoord en een kakelverse Luule. Wil je MUGzine op papier ontvangen? Dat kan. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com en maak jezelf donateur. Je ontvangt dan elke editie een jaar lang via de post (5 edities).
Om je alvast in de stemming te brengen hier alvast een gedicht van een van de dichters uit #16 Alex Gentjens.
.
Een leeg wit hoofd
Ik bewaar mijn zeven dromen
van de laatste negen nachten
in een leeg wit hoofd.
Er is nog plaats voor twee keer
jouw gezicht. Ik zie jou zondag
wel verschijnen.
Er valt geen geld meer met ons
samen te verdienen. Jij jouw kermis,
ik de mijne.
Ik schud je schubben van mij af.
Ik pluk je scherven van de vloer
en doe alsof ik onweer was.
.
MUGzine wordt gemaakt door Marie-Anne Hermans, Bart van Heiningen en Wouter van Heiningen i.s.m. een onafhankelijke redactie.
Heel de wereld wordt wakker
Edward van de Vendel
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik het werkelijk geweldige boek ‘Heel de wereld wordt wakker’ het beste van de Nederlandse kinderpoëzie in 333 gedichten uit 2022. Als ik dit boek, samengesteld door Jaap Robben, lees met de prachtige illustraties van Sebastiaan Van Doninck, dan realiseer ik me dat wij (lezers in het Nederlands taalgebied) beschikken over een enorm rijke schare aan dichters die poëzie schrijven voor kinderen. En dat die dichters, waarvan er ook verschillende schrijven voor volwassenen, een groter podium verdienen.
En niet alleen omdat poëzie voor kinderen zo belangrijk is; net als voorlezen van jeugdboeken, sprookjes en verhalen draagt poëzie bij aan het verbeeldingsvermogen en fantasie van kinderen, maar vooral ook omdat in poëzie voor kinderen vaak zoveel zit dat ook voor volwassenen zeer te genieten is. Neem het gedicht ‘niemand’ van Edward van de Vendel (1964) dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Superguppie’ uit 2003. Als je begint te lezen denk je dat het over iemand gaat die guppies voert maar al tijdens het lezen realiseerde ik me dat van de Vendel hier een beeld schept dat ik herkende, dat een groter onderwerp raakt namelijk dat van het zien, niet begrijpen, en daar een betekenis aan geven. Voor ik bij de laatste regel was las ik dat dit gedicht gaat over de mens en zijn relatie tot god/religie. In de laatste zin wordt dat vermoeden bevestigd. Een bijzonder mooi gedicht.
.
niemand
.
Wat snappen mijn guppen van mij?
Dat ik een hand heb, met wat eten.
Wat zouden ze verder kunnen weten?
Dat die hand van boven komt,
één keertje per dag?
Dat ik een gezicht ben,
voor het glas,
en dat ik lach?
Hun wereld heeft een wandje
en daar kan ik niet doorheen.
Samen met hun plantje
zijn mijn guppen dus alleen,
ik besta – dat weten ze,
want ik draag hun voeder potje.
Maar verder ben ik niemand.
Niemand?
Ach, nou ja.
Een godje.
.
De kreeft op de telefoon
With a Poet’s Eye
.
De gemiddelde tijd die een bezoeker aan een kunstgallery besteed aan het kijken naar een kunstwerk is gemiddeld minder dan een minuut. In 1985 wilde de Tate Gallery in Londen daar iets aan doen. Het idee was om een aantal activiteiten en events te organiseren waarbij poëzie aan kunstwerken (van de Tate Gallery) werden gelinkt.
Zo organiseerde men een nationale poëziecompetitie voor kinderen en volwassenen, een serie lunchvoordrachten door dichters en poëzieworkshops voor kinderen en volwassenen. Daarnaast vroeg men een aantal gerenommeerde Engelse dichters gedichten te schrijven bij kunst uit de Tate Gallery.
Dit resulteerde in 1986 tot de publicatie van de prachtige bundel ‘With a Poet’s Eye’ A Tate Gallery Anthology. De gedichten die in opdracht waren gemaakt werden samen met de beste gedichten uit de poëziewedstrijd voor kinderen en volwassenen gebundeld en in de bundel samengebracht met afbeeldingen van de kunstwerken waarbij ze gemaakt waren.
Deze bundel is dus om meerdere redenen een pareltje. Uit de bundel koos ik voor het gedicht van Eleanor Snow bij het kunstwerk ‘Lobster Telephone’ van Salvador Dali (1904-1989) uit 1938. Eleanor Snow (1979) was 6 jaar oud toen ze het gedicht ‘The Lobster on the Telephone’ schreef. Haar gedicht kan zich in absurditeit meten met het kunstwerk van Dali.
.
The Lobster on the Telephone
.
I saw a lobster
Yellowish and orangish
Sitting on a telephone.
And I said
‘Does your mummy know you are here
You naughty lobster?
Did she say yes?
The lobster curled his legs
Tiredly and crossly.
.
Dankwoord
A. Roland Holst en C.B. Vaandrager
.
Dichters kunnen over van alles dichten, en in de categorie Dichters over dichters plaats ik regelmatig gedichten van dichters die gewijd zijn aan, of over een andere dichter gaan. Wat nog veel vaker voorkomt zijn dichters die dichten over het dichten, over de poëzie. Daar zijn bundels vol van verschenen. Blijkbaar is navelstaren onder dichters een veel voorkomende bezigheid. In 1994 verscheen bij uitgeverij Contact de 666 (toeval?) pagina’s dikke bundel ‘Dichten over dichten’ samengesteld door Atte Jongstra en Arjan Peters, met als ondertitel ‘Een ontwikkelingsgang’ Bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw.
In deze bundel staan heel veel gedichten over het dichtproces, het voordragen, het schrijven van poëzie, en nog heel veel meer. Om hier twee voorbeelden te geven die, wat mij betreft, heerlijk uit elkaar liggen een gedicht van A. Roland Holst (1888-1976) en een van C.B. Vaandrager (1935-1992). Het gedicht ‘Dankwoord’ van Roland Holst komt uit de bundel ‘Poëzie. dl. I’ uit 1981 en verscheen eerder in Tirade 207 uit 1975. Het gedicht ‘(Receptie)’ van Vaandrager komt uit de bundel ‘Totale poëzie’ ook uit 1981.
.
Dankwoord
.
Mijn ziel moge altijd dankbaar blijven
voor de genade van het woord
dat met mij vecht en aan den lijve
tekeergaat, wie ik toebehoor
en nooit en nimmer kan weerstreven,
dat in de smidse van de taal
het vuur stookt van mijn oude leven
tot aan het slot van mijn verhaal.
.
(Receptie)
.
‘Poëzie’, sta ik te beweren
tegen een paar ongelovige klootzakken
in wandeltoilet, ‘komt niet uit de lucht vallen.’
En ineens zeg komt er, je zou het
poëtiseren kunnen noemen, poëzie
uit de lucht vallen.
Gelukkig dat niemand het zag verder.
.
Mantelzorg
Dubbelgedicht
.
Ik schreef al over de dichtbundels die werden uitgegeven naar aanleiding van de Turing gedichtenwedstrijd. Zo ook in 2014. Al bladerend in ‘Liegen op een hoger plan’ viel me iets op: twee gedichten die het tot de beste 100 gedichten van dat jaar brachten hebben de identieke titel ‘Mantelzorg’. Even dacht ik dat het woord Mantelzorg in 2014 voor het eerst gebruikt werd maar dat blijkt niet het geval. De term ‘mantelzorg’ is in 1972 bedacht door hoogleraar ziekenhuiswetenschappen Johannes Hattinga Verschure (1914-2006). Hij duidde hiermee de zorg aan die als vanzelfsprekend binnen een sociaal netwerk wordt geboden, zoals de zorg voor een zieke door familieleden en vrienden.
Puur toeval dus en nog een groter toeval dat beide gedichten de beste 100 van de Turing wedstrijd haalden. De twee gedichten werden geschreven door Gerrit Massier en Lotte Methorst. Van Gerrit Massier (1944) werden gedichten gepubliceerd in De Revisor, De Tweede Ronde en Tirade. In 2007 verscheen zijn bundel ‘Zacht graniet’ en in 2017 de bundel ‘Even is het stil’. Over Lotte Methorst is behalve haar deelname aan de Turing gedichtenwedstrijd als dichter niets te vinden.
Beide gedichten dus met dezelfde titel maar zo verschillend van aard en inhoud.
.
Mantelzorg (Gerrit Massier)
.
Gelanceerd door je stoel tot voetstand.
Op defecte hartklep laatste kraakbeen naar de voordeur.
.
Verhalen oud en krom, chaos van geld
en goed, pil en paperas, vlees dat is aangebrand.
.
Gele vlekken die nog troebel werden; turen
door je ooghoeken naar mij, je eigen bloed. Een knipoog
.
en het is goed, een sprankje lente
in een eindeloze winter die geen cyclus kent.
.
Mantelzorg (Lotte Methorst)
.
Dat heb ik weer
Dacht ik
Misschien is zij wel de eerste mens op aarde
Die niet doodgaat
De allereerste mens die niet dood kan
Niet kapot te krijgen is
En hier eeuwig blijft
Zingen en tieren!
Eén seconde maar hoor…
Maar de volgende dag weer
En de volgende dag weer
En de volgende dag weer
En alle daarop volgende dagen weer
Tot de rits het niet meer deed
.
Feest der poëzie
MUGzine nummer 15
.
Wij, de makers van mugzines (Wouter van Mugbooks, MarieAnne van Poetry Affairs en Bart van brrt.graphic.design) sluiten het jaar 2022 zoals gewoonlijk af met een luxe editie van MUGzine. Half december verschijnt #15 met bijdragen van Feest der Poëzie dichters Simon Mulder, Lennard van Rij en Michiel Ris, dit keer aangevuld met een Vlaamse dichter Geert Viaene. Het bijzondere artwork komt dit jaar van een bijzondere Poolse kunstenaar, woonachtig in Schotland, Nika Novich, met ruim 25.000 volgers op Instagram een zeer geliefd kunstenaar.
En natuurlijk zijn de vaste elementen ook weer aanwezig, het vrolijke voorwoord en de kort-maar-krachtige Luule op de achterflap. Voor de liefhebbers alvast een voorproefje van dichter Geert Viaene met het gedicht ‘Je zangstem begint te zinken’ .
.
Je zangstem begint te zinken
.
vissen die met elkaar praten, je begrijpt
niets, hun vinnen bewegen, zie ze knarse-
tanden, hun wimpers trillen, het antwoord
.
op de vraag schuilt binnenin, hoe komt het
dat de geile zon zich wreekt, de mens heeft
veel te zwarte benen, het begint bij spataders
.
die openbreken, Atlas dringt de aardplaten
aan elkaar op, ze stuwen omhoog, wat blijft
er over nu de zee verdampt, het lot bepaalt
.
Nika Novich : Lustik (Tumblr)
Nog een voor Gerrit
Anne Vegter over Gerrit Kouwenaar
.
Vorige week schreef ik in de categorie Dichters over dichters, over een gedicht dat Robert Anker schreef over Gerrit Kouwenaar (1923-2014). Wat schetst mijn verbazing toen ik in de bundel ‘Wat helpt is een wonder’ uit 2017 van Anne Vegter (1958) aan het lezen was? Het gedicht ‘Voor Gerrit Kouwenaar’. Eerst dacht ik nog dat het misschien zou komen doordat Gerrit Kouwenaar vlak daarvoor was overleden (dan willen collega’s nog wel eens een gedicht aan je wijden) maar het gedicht van Robert Anker verscheen in 2006 en de bundel van Vegter in 2017 terwijl Gerrit Kouwenaar in 2014 is overleden.
Waarschijnlijker is het dat beide dichters liefhebbers waren van het werk en de mens Gerrit Kouwenaar, en puur toeval dat ik binnen een week op beide gedichten stuitte. Desalniettemin is het gedicht ‘Voor Gerrit Kouwenaar’ van Anne Vegter zeer de moeite waard en zij verwijst wel degelijk naar zijn overlijden.
.
Voor Gerrit Kouwenaar
.
We hebben Gerrit Kouwenaar gekregen om de tijd te verzetten
van ademend stof, zeldzaam zo helder, naar minder dan dood.
.
We hebben Kouwenaar gekregen om de lamp te verhangen,
om een woord te verzinnen voor het slapende vuur in de pan.
.
We hebben Kouwenaar gekregen om een voet te verzetten,
het lot van een boom, de avond vergeven, nog één sigaret.
.
We hebben Kouwenaar gekregen om de stilte te meten,
het landschap te spellen, geblaf van een mondige hond.
.
Om de dood van de ondode dichter te eren
.
hebben we Kouwenaar gekregen om de datum te verzetten
en op vrijdag te vertikken dat hij donderdag mocht gaan.
.













