Site-archief
Redden wat je raakt
Podcast
Redden wat je raakt is een podcastserie waarbij nieuwe banden tussen poëzie en wetenschap als onderwerp is genomen. In iedere aflevering maakt de luisteraar kennis met de universa van een denker en een dichter, die rondom een klimaatthema worden samengebracht. Hoe kunnen filosofie en poëzie elkaar inspireren? Op welke manier kunnen de lyrische woorden van een dichter het onderzoek van een antropoloog versterken? Welke plaats heeft de wetenschap in de poëzie? Heeft de klimaatwetenschap een nieuwe taal nodig om een maatschappelijke ommezwaai mogelijk te maken?
Klimaatdichters Pim Cornelussen en Moya De Feyter zijn de hosts van de podcastserie. Pim Cornelussen was hoofdredacteur van literair tijdschrift Kluger Hans, schreef voor theater en is actief lid van de klimaatdichters. Zijn werk verscheen in onder andere Het Liegend Konijn, Deus Ex Machina, Hard/Hoofd, De Optimist, De Standaard en The Low Countries. In zijn werk neemt ecologische rouw een grote plek in.
Moya De Feyterschrijft poëzie en proza. Ze debuteerde in 2018 met ‘Tot iemand eindelijk’, een poëziebundel die genomineerd werd voor de Poëziedebuutprijs. Haar tweede bundel ‘Massastrandingen’ werd bekroond met de J.C. Bloem-Poëzieprijs. ‘In Een heel dun laagje’ gaat ze aan de hand van korte, aftastende stukjes proza op zoek naar licht. Moya staat graag en vaak op het podium en is de oprichter van de Klimaatdichters. In 2022 ontving ze de Prix Fintro Prijs voor Nederlandstalige literatuur.
In totaal staan er inmiddels 11 afleveringen online. Aflevering IV van de podcast gaat het over de wildernis bijvoorbeeld; wilde dieren, wilde planten, wilde natuur en bestaat die überhaupt nog. Naar aanleiding van deze aflevering schreef Emma Crebolder (1942) het gedicht ‘Behouden Wildeling’.
.
Behouden wildeling
Vanwaar ruigte indaalt
begroeit me als een geliefde
wilde aardbei, distel, al het getroste
schermbloemige en kelkstandige.
Vanaf de krijtzee zijn horden varens opgestaan.
Hun gevederde kalligrafie kwam aan het licht
na een explosie bij het Nyanzameer. Leg het fossiel
hier neer tussen het wuiven van struis- en tongvarens.
Van over de savanne zwenkt de witte giraf
sierlijk naar het acaciabos. Stekelige zuilen
van de acanthus richten zich op
na doortocht van de dassen.
Vanuit de bejaarde walnoot breekt een tak met
tonderzwam binnen de omheining van guldenroede.
We vermossen samen majesteit. Onze behouden
wildelingen zijn verwekt in vruchtbaar tij.
.
Meer hoef dan voet
Marjolijn van Heemstra
.
In een tweedehandsboekenwinkel kocht ik een bijzonder bundeltje. Het is ‘meer hoef dan voet’ een bundel die geschreven is door Marjolijn van Heemstra die in 2012 de tweejaarlijkse Jo Peters Poëzieprijs werd toegekend. Deel van deze prijs, naast een geldbedrag, is het in opdracht schrijven van een aantal gedichten die door de Stichting Poëziefestival Landgraaf werd mogelijk gemaakt en bibliofiel werd uitgegeven. Mijn exemplaar is genummerd 83 van 150 en is gesigneerd door Marjolijn van Heemstra.
Wat het voor mij nog leuker maakt is dat in het bundeltje met 9 gedichten een artikel uit het NRC Handelsblad van 2014 zat én een briefwisseling van dezelfde poëziestichting aan een aantal dichters (Wiel Kusters, Frans Budé, Paul Hermans, Hans van Waarsenburg, Kreek Daey Ouwens, Rouke van der Hoek en Carina van der Walt) die gevraagd wordt een bijdrage te leveren aan het afscheid van Emma Crebolder als bestuurslid van deze stichting. De eerste brief is van 26 maart 2014 waarin gevraagd wordt een gedicht aan te leveren en aanwezig te zijn bij het afscheid. Het gedicht zou worden opgenomen in de afscheidsbundel die men zou krijgen, evenals een lunch en de bundel van Marjolijn van Heemstra (waarin ik deze brief vond).
De tweede brief is van 5 dagen later. Daarin wordt de aangeschreven dichters een prominentere rol toegezegd. Blijkbaar waren de reacties niet wat men ervan verwachten. In deze brief wordt gesproken van meerdere gedichten die aangeleverd kunnen worden (3 à 4) en naast de twee dichtbundels wordt ook nog een boekenbon toegezegd. Deze brieven bieden een aardig inzicht in hoe een dergelijk verzoek werkt en waar dichters wel of niet op reageren.
En natuurlijk kun je hier van alles van vinden. Het is natuurlijk heel makkelijk als je over onbeperkte middelen beschikt en dichters een royale vergoeding kan bieden. Veel stichtingen en initiateven beschikken echter niet over dergelijke middelen. Dat zou betekenen dat dit soort mooie initiatieven niet meer plaats zou kunnen vinden. gelukkig zijn er genoeg dichters die zich niet alleen laten leiden door een financiële bijdrage maar zich ook durven te laten leiden door een hart voor de poëzie.
In de bundel ‘meer hoef dan voet’ staan natuurlijk ook fraaie gedichten. Ik koos voor het gedicht ‘De donderdag na de dood’.
.
De donderdag na de dood
.
Het was een zacht verstijven, de laatste adem buiten bezoekuur, je ogen
kalme strepen, handen spijtloos, glad gevouwen, vredig
zou je kunnen zeggen, maar je mond,
zwarte, open tunnel, sloeg een lek.
De raarste dingen stromen weg; een rechterschoen, een kort verhaal, betekenis.
Ik neem een trein naar de wind (die weigert door mijn hoofd te slaan),
op een strand waar de lucht van jou nagloeit.
Ik adem in, ik vraag je terug, wat aanspoelt is plastic en een kleine adelaar
uit het ei in zee geraakt of te snel opgestegen. Glazig, stil. Bij vlagen
licht je op in wat waarschijnlijk kwallen zijn, jij noemde ze herinnering
aan ons begin, rond en leeg, doorzichtig zwervend
van overkant naar overkant.
.
Vallen
Emma Crebolder
.
In 2012 verscheen van Emma Crebolder (1942) de bundel ‘Vallen’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Emma Crebolder studeerde Duitse taal en letterkunde in Utrecht. Na een verblijf van enkele jaren in Tanzania deed zij aan de universiteiten van Leiden en Keulen een studie Afrikaanse talen met als hoofdvak Swahili. Zij onderwees deze taal decennia lang.
Zij was in 1993 de eerste officiële stadsdichter van Nederland in Venlo. Vanwege haar vossenpoëzie werd zij in 2006 opgenomen in de Orde van de Vossenstaart. Stijn Streuvels was de eerste die deze erkenning kreeg. In 2015 werd haar de Leo Herberghs Poëzieprijs toegekend. Crebolder publiceerde in literaire tijdschriften als De Gids, Maatstaf, Het Liegend Konijn, Terras en Hollands Maandblad.
In de bundel ‘Vallen’ las ik een mooi gedicht over haren die ‘verhalen van hemel en hellevaart’ zonder titel.
.
De haarval was al geslachten
lang zo. Sluik, maar met
.
herinneringen aan vroege
lokken die altijd met
.
oorlog of in geval van mode
afgesneden maar nooit
.
teruggedreven werden
tot de eerste zwarte krul
.
Ons vermoeden is dat haren
verhalen van hemel en hellevaart.
.








