Site-archief
Dichter van de maand
Peter Verhelst
.
Zondag in december dus opnieuw een gedicht van de dichter van deze maand de Vlaamse dichter Peter Verhelst (1962). Dit keer koos ik voor het gedicht ‘De dag dat we van de berg afdaalden’ uit de bundel ‘Zing zing’ uit 2016. Wie een uitgebreide analyse van dit gedicht wil lezen verwijs ik graag naar de website van Meander, onder de kop Meander klassiekers werd in 2018 een analyse van dit gedicht door Joost Dancet gepubliceerd https://meandermagazine.nl/2018/12/klassieker-226-peter-verhelst-de-dag-dat-we-van-de-berg-afdaalden/ .
.
De dag dat we van de berg afdaalden
_
We hoopten als na een lawine
helemaal opnieuw te beginnen.
_
We namen in onze voetstappen plaats – die leistenen
schoenen, kwarts, topaas, zirkoon.
We voelden vertrouwde kniepijn, raapten van de grond
wat we tijdens het klimmen hadden achtergelaten
of wat we ons niet langer herinnerden.
_
Bij de rivier brak het onzichtbare koor
zich in de stroming telkens weer in scherven.
_
De hele afdaling hadden we het gevoel
niet helemaal en tegelijk nooit eerder zo dicht te zijn gekomen.
Een kudde galoppeerde achter struiken en grassen,
okeren stofwolk, drijvende avondlucht.
_
We stampten onze voetstappen van ons af –
onyx, amethist, saffier.
_
Heel even dacht ik in de achteruitkijkspiegel te zien
hoe we op de achterbank – wang tegen de ruit
onszelf op de berg dachten te zien.
_
Glimlachend.
Nooit eerder
reden we zo traag van ons weg.
.
Eilandvrouw
Gerda Posthumus
.
Ik realiseerde me bij het teruglezen van veel erotische gedichten dat deze maar wat vaak door mannen zijn geschreven. Nu zijn er natuurlijk ook vrouwelijke dichters die het erotische gedicht in hun werk opnemen (bijvoorbeeld Evy Van Eynde in ‘Amour Florale’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/09/21/erotisch-gedicht-3/).
Toch vond ik het tijd om weer eens een erotisch gedicht te plaatsen van een vrouwelijke dichter. Op zoek naar een goed voorbeeld kwam ik uit bij Gerda Posthumus (1960). Deze eilanddichter van Vlieland publiceerde in 2015 de bundel ‘Deining rimpeling onderstroom’ bij uitgeverij Kontrast.
Het betreft het gedicht ‘Eilandvrouw’.
.
Eilandvrouw
.
Ik lig aan zee, de vloed komt op
likt mijn voetzolen, kietelt de tenen
slaat rondjes om enkels
onbeweeglijk en met ogen dicht verlaat ik
me op de haast brutale wijze
waarmee ze me langzaam naar binnen slikt
kuiten streelt, de holten van mijn knieën
masseert terwijl ik handreikend openga
de volle kracht ervaar die mijn bekken doet
kantelen in haar branding, ik breek
in een overspelige golf, rug tot op de graat
gespannen, armen afwerend opgeheven
voel ik de wurggreep die
mijn tepels spitst
mijn tieten opricht
mijn haren verwiert
mijn ogen oplicht
ik ben
een eilandvrouw verdomme!
.
Cats
Wilt gij bemind en eerlijk leven
.
Nee dit bericht gaat niet over je favoriete palingsound band uit de jaren ’70, of over de musical van Andrew Lloyd Webber, dit bericht gaat over Jacob Cats (1577 – 1660), de naamgever van het Haagse Catshuis, de huidige ambtswoning van de minister President, waar Cats overleed. Jacob Cats was dichter, jurist en politicus. Cats is ook bekend als Vader Cats, vanwege zijn veelal didactische gedichten (zoals de frase Kinderen zijn hinderen, zei vader Cats).
Jacob Cats was in zijn tijd een beroemd en veel gelezen dichter. Hij werd zelfs, als volksdichter, vergeleken met Homerus. In vele huishoudens in Nederland was dichtwerk van Cats aanwezig. Tot in de 20ste eeuw (1976) werd er werk van Cats heruitgegeven.
Van zijn hand is het gedicht ‘Wilt gij bemind en eerlijk leven?’ uit de bundel ‘Zinne- en minnebeelden’ 1618 wat in zijn oeuvre past door de belerende en opvoedende toon.
.
Wilt gij bemind en eerlijk leven?
.
Wilt gij bemind en eerlijk leven?
Dan wil ik u een regel geven.
Vier dingen dient gij wel te weten:
Geleden onrecht snel vergeten
Ontvangen weldaad lang gedenken
Geen mens door achterklap krenken
En hebt gij lust uw leed te wreken
Zo gaat en betert uw gebreken
Want een die betert zijne staat
Doet leed degene die hem haat.
.
Sinterklaas
Bruun
.
Het is bijna pakjesavond en dan ontkom je niet aan gedichtjes of rijmpjes schrijven voor degene met wie je Sinterklaas viert. Sinterklaasgedichten zijn altijd rijmend en vaak nog slecht rijmend ook maar dat heeft ook wel weer zijn charme.
Ik ben op zoek gegaan naar een grappig Sinterklaas gedicht en heb die gevonden op de website thebestsocial.media
Het gedicht is van ene Bruun, geen idee wie het is maar het gedicht dat hij schreef is de moeite waard.
.
Vertwijfeld zat de Sint aan zijn bureau,
met een writer’s block en een lege fles bordeaux.
Hij roestte bijna aan zijn stoel vast,
en sjokte uitgehongerd naar de koelkast.
Daar verzuchtte hij,
terwijl hij achterin een zakje sla vond,
‘wat rijmt er in hemelsnaam op pakjesavond?’
.
Gedicht versus songtekst
Hugo Claus
.
Op de website https://www.quizlet.nl/ kwam ik een stuk tegen over het de waardering van een gedicht versus de waardering van een songtekst. De auteur stelt dat in tegenstelling tot gedichten, songteksten minder worden gewaardeerd. Hij zet hierbij het onderstaande gedicht van Hugo Claus tegenover de songtekst van ‘American Pie’ van Don McLean wat ik al een wonderlijke vergelijking vind. Zet dan een Nederlandstalig lied (bijvoorbeeld van Spinvis of Boudewijn de Groot) tegenover het gedicht van Hugo Claus. Nu vind ik dat je best songteksten met poëzie kunt vergelijken en uitleggen waar de verschillen zitten (want die zijn er). Op de website https://www.poeziepaleis.nl/wp-content/uploads/2018/11/Lesbrief-po%C3%ABzie-en-muziek-VO-alle-niveaus.pdf staat het mooi en kort beschreven de (algemene) verschillen.
.
Poëzie Popmuziek
Ritme/metrum : Onregelmatig Regelmatig
Gedachtesprongen: Groot Klein
Betekenis van de tekst: Niet meteen duidelijk Snel duidelijk
.
Er zijn natuurlijk uitzonderingen op deze algemene regel. Hierover schreef ik al vaker in de categorie Poëzie in songteksten. Er zijn liedtekst dichters die hun liedjes voorzien van de meest poëtische en lyrische zinnen. Maar over het algemeen, kijkend naar de songteksten van populaire liedjes (zeg maar waar jongeren naar luisteren), kun je stellen dat de onderverdeling die hierboven gemaakt is, klopt. Omdat het het gedicht van Claus was dat mijn aandacht trok bij quizlet.nl hier de volledige tekst.
..
De moeder
.
Ik ben niet, ik ben niet dan in uw aarde.
Toen gij schreeuwde en uw vel beefde
Vatten mijn beenderen vuur.
..
(Mijn moeder, gevangen in haar vel,
Verandert naar de maat der jaren.
.
Haar oog is licht, ontsnapt aan de drift
Der jaren door mij aan te zien en mij
Haar blijde zoon te noemen.
.
Zij was geen stenen bed, geen dierenkoorts,
Haar gewrichten waren jonge katten,
.
Maar onvergeeflijk blijft mijn huid voor haar
En onbeweeglijk zijn de krekels in mijn stem.
.
‘Je bent mij ontgroeid’, zegt zij traag mijn
Vaders voeten wassend, en zij zwijgt
Als een vrouw zonder mond.)
.
Toen uw vel schreeuwde vatten mijn beenderen vuur.
Gij legde mij neder, nooit kan ik dit beeld herdragen,
Ik was de genode maar de dodende gast.
.
En nu, later, mannelijk word ik u vreemd.
Gij ziet mij naar u komen, gij denkt: ‘Hij is
De zomer, hij maakt mijn vlees en houdt
De honden in mij wakker.’
.
Terwijl gij elke dag te sterven staat, niet met mij
Samen, ben ik niet, ben ik niet dan in uw aarde.
In mij vergat uw leven wentelend, gij keert
Niet naar mij terug, van u herstel ik niet.
.
Het ziekenhuis
Ik wou wel weer een beetje ziek zijn
.
Het is grappig te merken dat in deze tijd van pandemie ineens dingen een heel andere (bij) klank krijgen. Zo blijkt het Corona biertje ineens niet meer zo gewild (terwijl het nog steeds best smaakt). Maar dit geldt ook voor poëzie. Zoals bijvoorbeeld de bundel ‘Ik wou wel weer een beetje ziek zijn’ Honderd gedichten waarvan je beter wordt, samengesteld door Mario Molegraaf uit 2007. Als er toch iets is dat je momenteel niet wilt, is het wel een beetje ziek zijn nietwaar.
Desalniettemin is deze bloemlezing met de mooiste Nederlandse en Vlaamse gedichten over ziekte en beterschap een heel aardige bundel. Bekende namen en minder bekende namen met poëzie over werkelijk elk aspect van ziek zijn staan in deze bundel. Zo ook gedichten over het ziekenhuis. Het gedicht ‘Het ziekenhuis’ van de Vlaamse dichter Jan van Nijlen (1884 – 1965) sprong er voor mij uit vandaar hier dit gedicht. Het verscheen oorspronkelijk in ‘Verzamelde gedichten 1903 -1964’ dat werd gepubliceerd in 2003.
.
Het ziekenhuis
.
Van zorgen kan ik dezen nacht niet slapen.
Ik staar door ’t venster doelloos voor mij uit…
Werd zó de wereld van eerstaf geschapen
met maan en wolken, zonder een geluid
.
en zonder licht? Waar ik vanmorgen zag
de bomen met hun gele en groene verven
raad ik het ziekenhuis, waar dag aan dag
gemartelden in duizend angsten sterven.
.
’t Is anders, overdag, een rustge buurt,
mijn buren hebben tuinen met veel peren
maar met mijn woning heb ik niet gehuurd
den vrede dien ik immer moet ontberen.
.
Nu glimt alleen het lage, doffe licht
van ’t somber huis waar altijd wordt gewaakt
en ‘k vraag mij af, bij dit verdoemd gezicht,
wat mij zo week en zo lafhartig maakt.
.
Dichter van de maand
Peter Verhelst
.
In de maand december zal ik elke zondag weer de dichter van de maand presenteren met een gedicht. Dichter van de maand december is de Vlaamse dichter Peter Verhelst. Peter Roger Arthur Marcel Verhelst (1962) is een Vlaams dichter, romancier en theatermaker.Verhelst is een gelauwerd dichter, zo ontving hij onder andere de Paul Snoekprijs, De Gedichtendagprijs, de Jan Campert-prijs, de Herman de Coninckprijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs voor zijn werk en werken.
Vandaag een gedicht van zijn hand uit de bundel ‘Wij totale vlam’ uit 2014 getiteld ‘Ik had je hier niet verwacht’.
.
Ik had je hier niet verwacht
.
Wil je even bij me zitten?
De wrijvende beweging van je vingers.
.
Ik heb nooit eerder aan iemand verteld hoe ik … toen ik klein was …
.
We zijn altijd op zoek geweest naar andere kleine dingen
die kleine dingen die pijn doen onschadelijk maken. het meest broze.
.
Je vingernagels glanzen alsof iemand ze in mijn mond heeft genomen.
.
We waren zo graag een bloem geweest,
een vliegtuigje, een reiger. Iets warms.
Alles zouden we proberen.
.
Net als je dacht te weten hoe iets te gebruiken, ging het stuk.
.
Stem van alarm, stem van vuur
Basil Smith
.
In de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ uit 1981 staat geëngageerde poëzie uit Latijns Amerika, Afrika en Azië. De bundel werd uitgegeven door Het Wereldvenster,. de NOVIB en het NCOS in Brussel. In de bundel staat een keur van dichters uit deze drie werelddelen. Vele namen zijn voor mij volledig onbekend en af en toe staat er een naam tussen die ik herken of ken. Zo staan Frank Martinus Arion, Anton de Kom, Carlos Drum,mond de Andrade en Pablo Neruda in de bundel maar van de Afrikaanse dichters en Aziatische dichters zijn vrijwel alle namen mij vreemd.
Tussen de Caraïbische dichters staat de naam van de Jamaicaanse dichter Basil Smith. Van hem is het gedicht ‘Mijn erfenis’ opgenomen in een vertaling van Jan Boelens. Op zoek naar meer informatie kom ik niet veel verder dan dat van hem gedichten zijn opgenomen in het literaire magazine ‘Savacou’ . Dit ‘Journal of the Caribbean Artists Movement’ was een tijdschrift voor literatuur, nieuwe verhalen en ideeën dat in 1970 werd opgericht als een kleine coöperatieve onderneming, geleid door Edward Kamau Brathwaite, op de Mona-campus van de University of the West Indies, Jamaica. In editie 3/4 van 1970/1971 zijn drie gedichten van Smith opgenomen.
In een andere bloemlezing ‘Aftermath: An anthology of poems in English from Africa, Asia, and the Caribbean’ is het gedicht ‘Tom Tom opgenomen evenals in het magazine ‘Black World’ uit 1973. Maar in ‘Stem van alarm stem van vuur’ staat dus het gedicht ‘Mijn erfenis’ zonder enige verwijzing.
.
Mijn erfenis
.
Mijn erfenis van van de nacht,
van stro-droge hutten,
van beschilderde gezichten,
en van trommels.
.
In mijn herinnering zijn
droge bergtoppen,
groene velden en bomen
die nooit vergrijzen of sterven
.
Daarom word ik niet begrepen,
gehaat om mijn dikke lippen
en mijn herinnering aan trommels.
.
Klimaatdichters
Yanni Ratajczyk
.
Enige tijd geleden schreef ik al over de klimaatdichters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/07/28/klimaatdichters/een groep dichters en woordkunstenaars die het klimaat aan het hart gaat, die het manifest onderschrijven https://www.klimaatdichters.org/in-woord en waar ik me inmiddels ook bij heb aangesloten. Van de klimaatdichters verscheen pas geleden de bloemlezing ‘Zwemlessen voor later’ klimaatpoëzie. Elke maand wordt er op de website een gedicht van de maand gekozen en deze maand is dat het gedicht ‘3 280 840 ft’ van de jonge Vlaamse dichter Yanni Ratajczyk.
Yanni Ratajczyk (1994) is filosoof, dichter en liefhebber van absurde humor. Hij studeerde in Antwerpen en Leuven en is (poëzie)redacteur bij Deus Ex Machina. Na een liftreis van vier maanden is hij te vinden op diverse literaire evenementen waar hij graag de muren tussen tekst, performance en publiek sloopt.
.
3 280 840 ft
.
die duizend kilometers tussen ons
laat deze nog weerklinken, weergaloos
ik wantrouw afstand wanneer ze onecht lijkt
zoals ik beducht ben voor gedempt geluid
van ruzies tussen boekenkasten
ben je zover gekomen om de zomer te zien
vergaan tot stof, is dit nu zo vraag je je af
ik heb een scherm zeg ik, ik zal het gebruiken
om de wereld te ontkleden, desnoods zet ik
zwermen vogels in
ze brengen eilanden in kaart, ze laten zien
hoe we stilaan dichterbij drijven
zonder voluit te beseffen
deze verte is geen verte meer
niet langer tussen ons
.
Nog
Roland Jooris
.
Opnieuw kom ik een , mij, onbekende dichter tegen. Dit keer in de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Francine Houben van de VSB Poëzieprijs 2017. Het betreft hier de Vlaamse dichter en publicist Roland Jooris (1936). Jooris debuteerde in 1956 met de bundel ‘Gitaar’ die hij in eigen beheer uitgaf. In 1958 volgde ‘Bluebird’. Beide bundels zijn voorbeelden van experimentele dichtkunst. Jooris nam later afstand van deze poëzie want in de bundel ‘Gedichten 1958 – 78 uit 1978 staat geen enkel gedicht uit een van deze bundels. Na deze experimentele bundels ontwikkeld Jooris zich meer als romantisch realistisch dichter. In zijn bundels ‘Het museum van de zomer’ (1974) en ‘Akker’ uit 1982 komt dit goed naar voren.
In 1976 kreeg Jooris de tweejaarlijkse prijs voor poëzie van De Vlaamse Gids en in 1979 de Jan Campertprijs voor de bundel ‘Gedichten 1958 – 78’. Ook ontving hij in 1981 de Prijs van de Vlaamse Provincies.
Uit de bundel ‘Bladgrond’ uit 2016 komt het gedicht dat in de ‘100 beste gedichten’ is opgenomen.
.
Nog
.
Nabij
toch weer elders
.
Hij raapt op
wat niet gevonden
kan worden
.
Hij hoort iets
wat opspringt uit beduimeld
geblader, uit gefluister
een toets die zich afvraagt
waarom
.
Hij tast naar
een gestommel van
onmondig beramen, hij brengt
het ter sprake
.
Het doorwoelt zich
.















